LogoHG

Avondmaalsdienst over 1 Corinthe 11: 17 - 34

Inleiding
Broers en zussen, de laatste keer dat we het Heilig Avondmaal met elkaar vierden was het een korte dienst zonder preek. Dat liep zo ivm. de doop van onze broers en zussen uit het AZC die direkt aansluitend plaats zou vinden in Oud-Beijerland.
Een Avondmaalsdienst zonder preek. En uit de reacties zo her en der begreep ik dat dat eigenlijk best goed bevallen was. En u voelt, tijdens de voorbereiding van deze dienst vanmorgen stond ik dus voor een dilemma: ga ik nou preken of niet?
Dat is sowieso wat wonderlijk met ons werk als dominees. Soms lijkt het wel alsof ons werk des te meer gewaardeerd wordt naarmate we minder doen. Maar goed, u begrijpt: ik stond dus voor een dilemma ‘Ga ik zondagmorgen nou preken of niet?’

En ik heb uiteindelijk besloten dat toch te doen. Want, broers en zussen, laat ik het maar wat klassiek zeggen: ‘Gods Woord is me gewoon te machtig geworden.’ Ik had eigenlijk voor de voorbereidingsdienst van vorige week 1 Cor 11 al gelezen.
Het bekendste gedeelte in het NT dat over het Avondmaal ging. En toen ik dat van de week er nog eens even bijpakte, toen werd ik er echt door gegrepen. Niet alleen door wat daar verteld wordt over de viering van het Heilig Avondmaal toen.
Maar ook en vooral omdat me dat opeens een heel relevante boodschap voor onze Avondmaalsviering nu leek te zijn. Gods Woord is me te machtig geworden. En ik kan dus niet anders dan u vanmorgen vertellen wat ik daarin gehoord heb.

Om de dienst niet te lang te maken laat ik het Avondmaalsformulier vanmorgen vervallen. Dat hebben we vorige week in z’n geheel gelezen. En ik vertrouw er dan maar op dat u na afloop toch zult zeggen: ‘Dit had ik eigenlijk niet willen missen!’
’t Was eigenlijk wel een beetje een aparte preek. Ik ben zelfs een keer flink in m’n kuif gepikt. Maar dit had ik, dit hadden we toch niet willen missen. Want dit heeft ons echt geholpen om op een goede manier het Heilig Avondmaal te vieren.’
Broers en zussen, ik hoop en ik vertrouw er eerlijk gezegd op dat u dat na afloop tegen elkaar zult zeggen. ‘Het was vanmorgen een mooie dienst!’

En passent zult u trouwens ook merken dat ik in de preek nog wat doe met ons themaserie ‘Hoe gaat het eigenlijk in de kerkdienst…?’
We waren daarmee inmiddels aangekomen bij de voorbede en de collecte als belangrijke moment in de dienst. In de preek ga ik daar op in. En vanavond in de dankzeggingsdienst hoop ik dan over de zegen aan het eind van de kerkdienst te preken.
Kortom, we hebben vandaag genoeg te doen. Laten we snel gaan bidden of God ons door Zijn Heilige Geest daarbij wil helpen! Let us pray that the Holy Spirit may enlighten our minds and open our hearts when we read Gods Word.


Preek
Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,

Wie van jullie was er vorige week zaterdag bij de gezamenlijke barbecue met de Ger. Kerk die bij ons Centrum gehouden werd? Wie van jullie was daarbij? Dan heb je nu een voordeel... Hou dat beeld van die gezamenlijke barbecue even vast!
Want zo, broers en zussen, zo ging het er waarschijnlijk rond de Avondmaalsvieringen in die allereerste christengemeenten aan toe. We weten uit de brieven van Petrus en Judas dat die eerste christengemeenten zogenaamde Liefdemalen hielden.

Een rijk gemeentelid stelde zijn huis open. Andere bemiddelde gemeenteleden namen lekker eten mee. En dan was er ’s avonds met alle gemeenteleden – ook met de arme slaven die bij de gemeente hoorden – een gezamenlijke maaltijd.
Wij zouden zeggen: ‘Een soort American party’. Maar zijn noemden dat een ‘Liefdemaal’. Want daar ging het in die maaltijd om. Om in liefde naar elkaar om te zien. In het bijzonder naar die gemeenteleden – slaven bijv. - die het niet breed hadden.

Want uit oude bronnen weten we dat een groot deel van die eerste christengemeenten uit slaven bestond. Die moesten dag in dag uit keihard werken. Het qua eten altijd met de restjes doen. Als je slaaf was, dan had je het toen echt niet breed.
Maar tijdens zo’n Liefdemaal kregen die nou ook eens een volwaardige maaltijd. En nog belangrijker: ze zaten gewoon naast vrijen en heren aan tafel. Allemaal op hetzelfde niveau. Allemaal kinderen van God. En dus broers en zussen van elkaar.

-

Broers en zussen, wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat een indruk dat toen gemaakt moet hebben. Dit was echt de wereld op z’n kop! Zijn die christenen nou helemaal van lotje getikt? Je gaat als vrije heer toch niet naast een slaaf zitten?
Je gaat elkaar toch niet broer en zus noemen terwijl je tot een totaal andere sociale klasse hoort? Als ergens duidelijk werd dat christenen anders in het leven stonden, echt een nieuwe Heer hadden gevonden, dan wel hier tijdens zo’n liefdemaal.

En, broers en zussen, dan werd tijdens zo’n liefdemaal – zo’n American party van de kerk – op een gegeven moment het Heilig Avondmaal gevierd. Als een plechtig moment tijdens of na de gewone maaltijd. En dat maakte het dan heel expliciet:
‘Wij zijn op deze nieuwe manier aan elkaar verbonden geraakt door de dood van onze Heer.’ Daarom zegt Paulus ook in dit Bijbelgedeelte: ‘Telkens wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat Hij komt.’

Dat heeft voor Paulus dus niet alleen met je persoonlijk geloof te maken. Dat heeft voor Paulus net zo goed en misschien nog wel meer te maken met hoe ze daar samen aan tafel zaten – slaven en vrijen, heren en knechten – en zo lieten zien:
‘Ons leven is werkelijk veranderd. Doordat de Here Jezus zijn leven voor ons gaf, zijn we anders naar elkaar gaan kijken. Al die oude scheidslijnen tussen ons zijn weggevallen. Want we beseffen dat Hij voor ieder van ons zijn leven wilde geven.’

-

Nou was er alleen één probleem in Corinthe. De theorie was prachtig – vrijen en slaven als broers en zussen naast elkaar aan de Avondmaalstafel – maar in de praktijk bleken die oude klasseverschillen heel hardnekkig. Kwamen telkens terug.
Want ja, die rijken die hoefden verder toch niet te werken. Die kwamen ’s middags al de salades en satéetjes voor het Liefdemaal brengen. Dat stond allemaal al op tafel. En ja, als je dan toch al bij elkaar bent dan trek je alvast een fles open.

Helemaal niet kwaad bedoeld. Zo werkt dat gewoon in een old boys network. Eigenlijk waren ze ook helemaal niet gewend om te wachten met eten. Zeker niet tot ’s avonds na achten. ‘Moeten die slaven dan echt zo lang werken? Nooit geweten!’
‘Waar blijven ze nou? Ik heb honger!’ En u snapt, er werd nog een fles opengetrokken en nog één. De sateetjes gingen eraan en de salade ook. Eigenlijk was er alleen nog wat stokbrood. En dan kwamen ’s avonds die slaven en was alles op.

‘Nou ja, nog wat stokbrood dan. En wijn is er ook nog. Daar kunnen we nog wel Avondmaal mee vieren.’ Zo vierden ze in Corinthe Avondmaal. ‘De één is hongerig, de ander dronken’ schrijft Paulus. En die slaven durfden natuurlijk niks te zeggen.
Ik schets het nu wat badinerend. Maar dat was er waarschijnlijk in die gemeente van Corinthe aan de hand. En u snapt nu wel waarom Paulus zegt: ‘Op die manier doen jullie samenkomsten meer kwaad dan goed. Dat is geen Avondmaal vieren!’

-

‘Als je nou honger hebt, eet dan thuis van te voren wat. Maar laat niet op die manier de armen in de gemeente in de kou staan. Broers en zussen, weest gastvrij voor elkaar.’ ‘Wacht op elkaar’ staat er letterlijk: ‘Verwacht, verwelkom elkaar’.
Voelt u, in het Avondmaal vieren we dat de Here Jezus voor ons gestorven is. En dat is iets heel persoonlijks. Paulus schrijft er in de Galatenbrief heel hartstochtelijk over: ‘de Zoon van God die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft overgegeven.’

Het Avondmaal heeft een heel individuele en persoonlijke kant. Je belijdt opnieuw dat je het van die Heer Jezus Christus en van wat Hij voor jou gedaan heeft moet hebben. Maar het Avondmaal heeft ook een collectieve, gemeenschappelijke kant.
En die is minstens zo belangrijk. Aan het Avondmaal vieren we dat we bij één Heer Jezus Christus horen. En dat daardoor al die verschillen die er tussen ons mensen zo makkelijk kunnen zijn, onbelangrijk worden, wegvallen, er niet meer toe doen.

Dat we over al die menselijke verschillen heen werkelijk aan elkaar verbonden raken, ons leven met elkaar delen, naar elkaar omzien. Op voet van gelijkheid. Omdat we allemaal kinderen van God mogen zijn en dus elkaars broers en zussen.
En daar heb ik van de week nou diep over na zitten denken. Wat zou dat nou voor onze gemeente kunnen betekenen? Dat radicaal andere van die vroegchristelijke Avondmaalsviering? Dat je over van die vastgeroeste grenzen leert heenstappen?

-

En dan noem ik er vanmorgen – en ik stip ze maar even heel kort aan – drie: drie grenzen waar we het Avondmaal ons overheen wil helpen. 1) Over de grens met ons geld, 2) Over de grens met de generaties en 3) Over de grens met het gebed.
Ik noem ze vanmorgen maar heel kort… Hoezo: Over de grens met ons geld? Wat heeft ons geld nou in vredesnaam met het Avondmaal te maken? Nou, je hebt toch altijd die collectebussen op de Avondmaalstafel. Daar doe je toch altijd wat geld in?

Waarom doen we dat? Nou, omdat in het Avondmaal dus heel wezenlijk iets zit van het omzien naar elkaar. Het Avondmaal was vroeger ingebed in een Liefdemaal voor de armen. En wij hebben doorgaans geen hongerige gemeenteleden meer.
Maar elders zijn die er nog wel. Zo collecteren we vandaag voor de SDOK. Want die zet zich in voor zulke broeders en zusters in andere landen die wel honger lijden, gebrek hebben, die letterlijk alles zijn kwijtgeraakt vanwege het evangelie.

Voelt u, die Avondmaalscollecte is maar geen rariteit uit een vergeelde traditie. Nee, op die manier proberen we iets van die vroegchristelijke Liefdemalen levend te houden. Dat onze Avondmaalsviering een opsteker is voor arme christenen elders.
Over de grens met ons geld. En, broers en zussen, laat het dan ook echt een gulle gift zijn die we bij het Avondmaal geven. Zodat die arme broers en zussen in onze tijd niet ook de hond in de pot vinden net als de arme gemeenteleden uit Corinthe.

-

Maar nu komt een moeilijkere grens. Want wat is nou de grootste kloof bij ons in de gemeente? In Corinthe was dat de kloof tussen arm en rijk, slaaf en vrije. Daar moest die kloof overbrugd worden. Maar wat is nou de grootste kloof bij ons?
En ik dacht bij mezelf: ‘Volgens mij is dat de kloof tussen de generaties. De verschillen tussen jong en oud. En net als in Corinthe komt die kloof ook bij ons juist bij de Avondmaalsviering naar boven. Net als in Corinthe gaat het bij ons daar mis.’

Want jongere gemeenteleden blijven weg van de Avondmaalsviering omdat de manier waarop we dat doen niet meer aanspreekt, niet meer van deze tijd voelt. Maar oudere gemeenteleden blijven juist weg als we het eens wat anders doen.
Met een combo of zo. ‘Maken ze nou van het Avondmaal ook al een Vier de zondag?’ Maar voelt u - juist in het licht van dit Bijbelgedeelte - dat het helemaal geen onschuldige uitstapjes zijn als mensen om die reden wegblijven? Dat raakt de kern.

Want dan geef je dus ook de Avondmaalsgemeenschap met elkaar op omwille van zulke oude, vastgeroeste scheidslijnen tussen groepen mensen. Dan is zo’n generatiekloof blijkbaar belangrijker dan dat we allemaal bij dezelfde Heer horen.
Voelt u, dat is dezelfde fout als die er in Corinthe gemaakt werd. Maar dan in een nieuw jasje. En dat is bepaald niet onschuldig als je zo met het Avondmaal omgaat. Lees dit gedeelte er maar op na. Dan blokkeer je Gods zegen.

-

En daarmee kom ik tenslotte bij de laatste grens: over de grens van het gebed. Want dat zou ons kunnen helpen om anders Avondmaal te vieren. Als we juist tijdens het Avondmaal de betekenis van het gebed en de voorbede opnieuw ontdekken.
Want ik krijg wel eens de vraag: ‘Wat doe je dan verder tijdens zo’n Avondmaalsdienst? Ik bedoel, als je aan de eerste tafel zit en je bent klaar, nou dan duurt de dienst nog rustig een halfuur. Hoe vul ik die tijd dan verder op een zinvolle manier in?’

En nogmaals, het gaat vanmorgen allemaal wat snel en kort door de bocht. Maar ik zou zeggen: ‘Is juist die ‘loze ruimte’ tijdens de Avondmaalsdienst geen mooie tijd voor gebed? Voor persoonlijk gebed uiteraard. Maar ook voor de voorbede?
Vroeger ging dat ook zo. Mensen kwamen van de Avondmaalstafel en als ze dan weer in de bank kwamen, dan namen ze eerst tijd voor gebed. De mannen staand. De vrouwen zittend. Dan namen ze de tijd om God te danken voor zijn genade.

Zo kan ook die ‘lege tijd’ tijdens een Avondmaalsdienst een moment zijn om – of je dat nu doet met je ogen open of dicht – echt weer eens met God in gesprek te zijn. Hem te danken voor zijn liefde en trouw, zijn goedheid en genade in je leven.
Je moet misschien even over een grens heen om zo’n oude gewoonte weer op te pakken. En het mag ook met je ogen open. Maar het is wel heel mooi. En hoe vaak komt het er nog van in ons drukke leven? Dat je echt de tijd hebt om te bidden.

-

Tenslotte zou ik ook nog de mogelijkheid van voorbede willen benadrukken. Want tijdens de andere tafels zie je je broers en zussen naar voren komen. Sommige ken je misschien heel goed. Je weet van hun leven. Anderen ken je niet of nauwelijks.
En dat kan al iets zijn. Dat je je voorneemt: ‘Bij de volgende keer koffiedrinken ga ik toch eens naast hem zitten. Om hem beter te leren kennen.’ Zo neemt je dat gemeenschapskarakter van het Avondmaal serieus. Dat we ons leven willen delen.

Maar, broers en zussen, die voorbede tijdens een Avondmaalsdienst vind ik eigenlijk nog mooier. Want daar gaan je broers en zussen aan tafel. Je ziet ze. Je kent ze misschien wel heel goed. Je weet van de vreugde en moeiten van hun leven.
En je weet ook dat er oudere of zieke broers en zussen zijn die niet meer kunnen komen. Die er nog zo heel graag bij hadden willen zijn maar nu meeluisteren via de kerkradio. Je kent die mensen heel goed of maar een klein beetje.

En wat is mooier om dan voor ze te bidden? Als oudere, je bidt voor die jonge mensen die er ondanks hun drukke leven en lossere patronen vanmorgen toch weer bij zijn. Je vraagt of God ze overeind wil houden in die strijd van het geloof.
Als jongere, je bidt voor die oudere broer of zus die er nu, na een ziekenhuisopname voor het eerst weer bij is. Je bidt voor die oudere broer of zus bij de kerkradio. Dat God hem of haar overeind mag houden. Door alle moeite heen wil dragen.

-

Je bidt. Wij bidden voor elkaar. Tijdens het Avondmaal. En reken maar, broers en zussen, dat dat verschil maakt. Dan voel je tijdens het Avondmaal een deken van liefde over alles heen hangen. Een deken van liefde van God en van elkaar.
Dan vieren we het Heilig Avondmaal en – al is het dan zonder barbecue – dan is het tegelijk toch een Liefdemaal. Een Liefdemaal waarin we omzien naar elkaar. En vieren dat God ons voorgoed aan elkaar verbonden heeft.
Amen.