LogoHG

Dankzeggingsdienst over 1 Corinthe 11: 17 - 34

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,

Zojuist hebben we met elkaar dat bekende gedeelte over het Avondmaal uit 1 Cor 11:17-34 gelezen. Daar wilde ik vanavond met u bij stilstaan. Maar – u voelt wel aan - het wordt natuurlijk heel lastig om daar een dankzeggingspreek uit te halen.
Want daar in Corinthe doen ze het helemaal niet goed, die viering van het Heilig Avondmaal. En valt er dus bar weinig te dankzeggen. Paulus vindt het eerder een vertoning. Hij zegt in vs. 22 ‘Moet ik u soms prijzen? In dit geval prijs ik u niet.’
Wat was er dan in die gemeente van Corinthe aan de hand? Wat ging daar dan mis bij de viering van het Heilig Avondmaal? Wel, tijdens de viering van het Heilig Avondmaal tekende zich daar een enorme kloof af tussen rijk en arm, vrijen en slaven.

Vanmorgen in de Avondmaalsdienst heb ik dat allemaal wat uitgebreider omschreven. In die vroegchristelijke gemeentes vond de viering van het Avondmaal vaak plaats tijdens een zogenaamde ‘Liefdemaal’, een barbecue van de kerk zogezegd.
Een rijk gemeentelid stelde daarbij zijn huis open. Andere rijke gemeenteleden zorgden voor eten en drinken. En zo was er dan een soort barbecue, een soort American party van de kerk waar alle gemeenteleden welkom waren en met elkaar aten.
Zeker voor de arme gemeenteleden betekende zo’n liefdemaal veel. Want dat waren vaak slaven. Die moesten dag in dag uit keihard werken. Qua eten kregen die altijd de restjes. Maar nu kregen ze dus een keer een goede, volwaardige maaltijd.

-

En dat was niet het enige wat die liefdemalen zo bijzonder maakte. Nee, wellicht nog bijzonderder – zeker toen - was dat aan zo’n liefdemaal de slaven gewoon naast de heren aan tafel zaten. Iedereen op voet van gelijkheid met elkaar omging.
‘Want’ zeiden ze vanuit hun geloof: ‘In Jezus Christus zijn we één. Hij heeft zich voor ons allemaal overgegeven. In zijn ogen zijn we allemaal even kostbaar en waardevol. Kinderen van God en daarmee meteen ook broers en zussen van elkaar.’
En als tijdens zo’n liefdemaal dan ook het Avondmaal werd gevierd en slaven en vrijen daar als broers en zussen naast elkaar aan tafel zaten, dan werd op die manier zichtbaar dat de dood van Jezus inderdaad alles in hun leven veranderd had.

Alles in in een nieuw perspectief had gezet waardoor ze ook als mensen onderling op een nieuwe manier aan elkaar verbonden waren geraakt. ‘Zo’ zegt Paulus: ‘door zo samen Avondmaal te vieren, verkondig je de dood van de Heer.’
Het probleem was alleen dat het Avondmaal in Corinthe helemaal niet meer zo functioneerde. Want de rijke gemeenteleden die de locatie en het eten verzorgden, die zaten ’s middags al lekker samen te borrelen en te barbecuen.
En als dan ’s avonds laat de slaven nog aan kwamen zetten na hun lange werkdag, dan was alles al op. Dan was er alleen nog wat brood en wijn voor het Avondmaal. En dan zat de één daar dus met een knorrende maag. En de ander was dronken.

-

Voelt u, daar gebeurde dus precies het omgekeerde van wat nou eigenlijk de bedoeling was. In plaats dat het Avondmaal een samenbindend moment is waar gemeenteleden arm of rijk, slaaf of heer, één worden door de dood van de Here Jezus…
… viel die gemeente juist rond de viering van het Heilig Avondmaal in verschillende groepen uiteen: arm of rijk, slaaf of vrije. Juist tijdens de viering van het Heilig Avondmaal werden de scheidslijnen tussen die verschillende groepen pijnlijk zichtbaar.
En dan reageert Paulus dus furieus: ‘Dat is geen Avondmaal vieren wat jullie daar doen!’ schrijft hij aan de Corinthiërs. ‘Zo zijn jullie samenkomsten niet tot zegen maar worden ze een vloek.’ En dan windt Paulus er in het vervolg geen doekjes om.

‘Als je op die manier Avondmaal viert – op een manier die de gemeente, het lichaam van Christus in verschillende groepen verdeelt - ben je eigenlijk bezig Jezus opnieuw te kruisigen’ zegt hij: ‘Je bezondigt je aan het lichaam en bloed van de Heer.’
‘Want je onderscheidt het lichaam niet.’ Je hebt niet in de gaten dat die arme, hongerige gemeenteleden – al zijn ze dan slaaf – net zo goed onderdeel van de gemeente, het lichaam van Christus zijn. Je denkt dat je zelf meer ben dan zij.
En zo eet en drink je jezelf een oordeel. Omdat je het lichaam niet onderscheidt. En dan bedoelt Paulus met dat lichaam dus niet het lichaam van Christus zoals dat symboliseerd wordt door brood en wijn. Maar dan bedoelt hij de gemeente.

-

Dat is op onwaardige wijze het Avondmaal vieren. Als je geen oog hebt voor elkaar. ‘En’ zegt Paulus er dan achteraan: ‘zo eet en drink je jezelf een oordeel.’ Let op! Hij zegt niet: ‘Je eet en drink jezelf het oordeel’. Alsof je meteen verloren bent.
Hij zegt: ‘Je eet en drinkt jezelf een oordeel. Zo bedroef je de Heilige Geest van God. Die begint zich terug te trekken. En dan moet je niet raar staan te kijken als er vervolgens in het leven van individuele gemeenteleden allerlei problemen ontstaan.’
Paulus benoemt dat ook. ‘Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen’ schrijft hij in vs. 30. ‘In plaats van zegen brengt jullie Avondmaalsviering vloek. Beproef daarom jezelf Zodat je niet onder dat oordeel komt.’

Dat, broers en zussen, is in een notedop de strekking van dit gedeelte uit over het Avondmaal in Corinthe. En u voelt, het is toch een beetje lastig om met zo’n gedeelte vanavond een Dankzeggingsdienst te houden. Want hier lijkt weinig te danken.
Hooguit zou je dan nog kunnen zeggen: ‘Nou ja, laten we dan in ieder geval er maar voor danken dat het er bij onze Avondmaalsvieringen niet zo aan toe gaat als bij die Avondmaalsviering in Corinthe. Laten we danken dat wij niet zo zijn!’
Maar, broers en zussen, daar moet je altijd heel erg mee oppassen. Om – als in de Bijbel bepaalde zonden worden aangewezen – bij jezelf te denken: ‘Nou, gelukkig hebben wij daar geen last! Goddank is dat niet ons probleem!’

-

Want vanmorgen heb ik er ook op gewezen hoe dichtbij die verdeeldheid door het Avondmaal ook in onze gemeentes kan zijn. Als jongeren wegblijven omdat ze de klassieke Avondmaalsviering wat te stijf en te saai vinden.
Of omgekeerd: als je het dan eens wat anders doet, een Avondmaalsviering met een combo of zo, dat dan van de weeromstuit ouderen wegblijven, dan gebeurt er ten diepste hetzelfde als bij die gemeente van Korinthe.
Dan blijker er ook bij ons uiteindelijk allerlei oude scheidslijnen, verschillen tussen de generaties, sterker dan onze eenheid in Jezus Christus. Dan wint ook bij ons het groepsdenken het van het Avondmaal. Net als in de Corinthe.

Da’s te makkelijk. Nee, als we vanavond de Avondmaalsviering met dankzegging willen afsluiten en vanuit die Avondmaalsviering weer met nieuwe energie de draad van het geloof weer willen oppaken, moeten we het anders doen.
En dan zou ik die Avondmaalsviering in Corinthe als een soort foto-negatief willen gebruiken. ‘Als nou zo’n viering als in Corinthe zulke negatieve gevolgen heeft, hoe zou dan een positieve viering met positieve gevolgen er uit kunnen zien?’
Voelt u de switch die ik maak? Hier in Corinthe is de Avondmaalsviering negatief en roept ze een oordeel van God over de gemeente af. Hoe zou dan - bij een goede manier van Avondmaal vieren bij ons - de zegen van God er uit kunnen zien?’

-

Wat is die zegen van God dan eigenlijk? Want aan het einde van iedere kerkdienst krijgen we die zegen ook altijd mee. Maar wat merk je daar dan van? Hoe werkt die zegen van God dan in ons gewone dagelijkse leven en in ons gemeenteleven?
Want dat is dus het omgekeerde van dat oordeel van God wat Paulus beschrijft in vs. 30 ‘Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en ontslapen er niet weinigen.’ Als dit het foto-negatief is, zoals je dat vroeger had, hoe ziet foto zelf er dan uit?
‘Nou’, zult u zeggen, ‘dat is heel eenvoudig. Als je vs. 30 omdraait dan krijg je dus een gemeente waar iedereen gezond en fit is en relatief weinig mensen voor hun tijd overlijden. Ziekte en voortijdige sterfgevallen zijn een teken van Gods oordeel.’

‘En Gods zegen resulteert in fitte gezonde christenen die goed in hun vel zitten.’ En er zijn ook wel kerken die die boodschap heel erg promoten. ‘Als je leeft onder de zegen van God dan gaat het je voor de wind en haal je het beste uit het leven.’
Maar, broers en zussen, nou viel me naderhand heel erg op dat Paulus in dit gedeelte wel spreekt over ziek-zijn en sterven. Maar hij gebruikt daar opvallende woorden voor. Woorden die niet zozeer over ‘ziek zijn’ gaan maar vooral over ‘zwak zijn’.
Paulus ziet in die gemeente van Corinthe niet in de eerste plaats allemaal zieke mensen. Maar hij ziet vooral ‘zwakke mensen’. Zwak in hun geloof, zwak in hun psyche, zwak in hun gestel. Paulus mist de kracht van God in hun leven.

-

Want, broers en zussen, je kunt ziek zijn, heel ernstig ziek, zelfs moeten gaan sterven en toch vol zijn van de kracht van God. Dat hebt u vast ook wel eens meegemaakt. Hoe mensen onder de grootste mogelijke problemen kracht van God kregen.
Daarvan konden getuigen: ‘Ik voel me gedragen. Al die problemen – in ons huwelijk, in ons gezin, op het werk, met onze gezondheid – al die problemen zijn er en ze zijn ook heel reeël. En toch, we merken: God draagt ons er doorheen.’
Ja, soms leren we juist pas in een periode van moeite die kracht van God werkelijk kennen is ons leven. En omgekeerd kunnen mensen een heel gaaf en gezond leven leiden – alles zit ze mee – maar in hun leven missen ze de kracht van God.

Voelt u? Die zegen van God is vooral de kracht van God, de kracht van de Heilige Geest in ons leven. En die kracht werkt door in onze geest, in onze psyche, ja uiteindelijk ook in ons gestel en daardoor ook in onze gezondheid.
En in die zin mogen we die zegen van God ook echt erkennen en herkennen als we in de gemeente toch verassend vaak meemaken hoe gemeenteleden het lang volhouden in ziekte, vaak veel langer dan de artsen verwachten.
Niet voor hun tijd maar – menselijk gesproken - na hun tijd komen te overlijden. Ik heb dat veel meegemaakt in de gemeenten waar ik toe nu toe gewerkt hebt. En dan zie je toch ergens het omgekeerde van wat er in Corinthe gebeurde.

-

Dat is de kracht van de Heilige Geest in de praktijk. De kracht van de Heilige Geest die aan het einde van iedere kerkdienst in de naam van God op ons wordt gelegd. En waarin Hij belooft zelf met ons mee te gaan en ons zelf overeind te houden.
Maar, broers en zussen, die kracht van de Heilige Geest die werkt niet alleen direkt, onmiddellijk, rechtstreeks van God uit de hemel. Die kracht van de Heilige Geest die werkt ook heel vaak indirect, middellijk, via mensen die God op je pad brengt.
En in dat verband kwam ik nog een heel interessante uitleg van dit oordeel van God over de gemeente van Corinthe tegen. ‘Want’ zegt die uitleg: ‘dat oordeel waar hier sprake van is, dat moet je niet te zweverig, niet te geestelijk uitleggen.’

‘Nee, gebruik je boerenverstand maar. Als op de barbecue van de gemeente de rijke helft zich vol zit te vreten en dronken is en de arme helft van de gemeente ’s avonds laat aankomt en alles is op, kun je wel nagaan dat niemand daar van opknapt’.
‘Dat is een ziekmakende situatie. De armen lijden letterlijk honger en worden genegeerd. De rijken slibben dicht door hun egoïsme. Geen wonder dat in die gemeente veel mensen zwak zijn, ziek worden of sterven. De sfeer is compleet verziekt.’
En ik vond dat toch wel een eyeopener, die heel praktische uitleg. Want het zit hem vaak ook in de gewone heel praktische dingen. Ook als we ons proberen voor te stellen hoe een zegenrijke viering van het Avondmaal er bij ons uit komt te zien.

-

Want die zegen van God uit zich soms in heel praktische dingen. Paulus sluit dit gedeelte af door te zeggen: ‘Wacht op elkaar’ en hij bedoelt daar vooral mee ‘Verwacht elkaar. Verwelkom elkaar.’ Niet: ‘Verracht elkaar’ maar ‘Verwacht elkaar.’
En, broers en zussen, dat kunnen wij toch ook doen rond onze Avondmaalsvieringen? Het trof je misschien dat je vanavond tegenover iemand aan tafel kwam te zitten die het afgelopen jaar veel mee heeft gemaakt. Wat let je een kaartje te sturen?
Of je mistte misschien mensen die vroeger wel kwamen en nu niet meer kunnen komen? Wat let je om daar eens even bezoekje te brengen? Vanmorgen hebben we het gehad over het voor elkaar bidden tijdens de Avondmaalsviering.

Allemaal manieren om die woorden van Paulus ‘Verwacht elkaar’ praktisch in te vullen. En als dat het gevolg is van onze Avondmaalsviering vandaag - kleine en grote gebaren van aandacht en betrokkenheid op elkaar in de gemeente - …
… nou, dan geeft God zijn zegen, hoor. Dan mogen we ervaren: God vult ons opnieuw met de kracht van Zijn Geest. Hij doet dat rechtstreeks aan het Heilig Avondmaal door ons daarin te herinneren aan Zijn liefde en genade in Jezus Christus.
Maar God vult ons ook met de kracht van Zijn Heilige Geest via andere leden van de gemeente. En als we dat zien, kunnen we vandaag – nadenkend over dat mislukte Avondmaal in Corinthe – toch dankzeggen. Omdat we Gods zegen ervaren.
Amen.