LogoHG

Vier-de-zondag: 26 februari 2017 ’s-Gravendeel
Voorganger: Jan Kranendonk
Thema: Gezocht: echte (aan)bidders

Stil gebed, bemoediging en groet

We worden stil om onze harten te richten op de Here God.
(…)
Onze hulp is in de naam van de HERE, die hemel en aarde gemaakt heeft.
Hij is de Heilige van Israël, vol van liefde en trouw,
Hij laat de werken van zijn handen niet los.

En daarom mogen we weten: voor u, voor jou en voor mij is er:
- genade en vrede van God de Vader,
- redding en hoop dankzij Jezus Christus en
- kracht en bemoediging door de Heilige Geest.

Grace be to you and peace from God our Father, through Jesus Christ,
in the fellowship of the Holy Spirit. Amen.

Vanmorgen staan we stil bij de plaats van gebed en aanbidding in ons leven.

Gebed om de vernieuwing van ons leven

Als we beseffen hoe heilig God is, dan zien we ook des te sterker hoe ons leven vaak tekort schiet en onder de maat blijft.
Daarom erkennen we nu eerlijk onze gebreken en bidden we om de vrucht van de Geest.

Heer, we bidden U, laat uw Geest ons leven doorstromen, vernieuw ons leven van binnenuit.

Soms kunnen we elkaar niet luchten of zien of zijn we haatdragend.
We bidden U: geef ons liefde.
Soms zitten we in de put of zijn we helemaal in de greep van onze omstandigheden.
We bidden U: geef ons blijdschap.
Soms schelden we elkaar de huid vol, maken we ruzie, verklaren we elkaar de oorlog.
We bidden U: geef ons vrede.
Soms zijn we kort aangebonden, drammerig, driftig of geïrriteerd.
We bidden U: geef ons geduld en verdraagzaamheid.
Soms zijn we nors, kortaf, niet erg gastvrij of zelfs vijandig.
We bidden U: geef ons vriendelijkheid.
Soms zijn we schijnheilig, soms slap-tolerant, soms zijn we ronduit slecht.
We bidden U: geef ons goedheid.
Soms komen we niet na wat we beloofden of laten we elkaar in de steek.
We bidden U: geef ons trouw.
Soms zijn we hardleers, hardnekkig, eigenwijs en moeilijk corrigeerbaar.
We bidden U: geef ons zachtmoedigheid.
Soms zijn we grenzeloos onvoorzichtig of hebben we onszelf niet meer in de hand.
We bidden u: geef ons zelfbeheersing.

O God, laat de vrucht van de Geest overvloedig in ons groeien, zodat de mensen kunnen proeven dat U liefde bent. Heilig ons leven, zodat het beeld van Jezus erin te herkennen is. Amen.

Wie zo oprecht zijn zonden belijdt en verlangt naar vernieuwing, mag weten dat er vergeving en herstel is dankzij Jezus Christus, het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt. Laten we Hem aanbidden met ons lied.

Aandacht voor de kinderen (over ‘handig bidden’)

Een belangrijke manier om contact met God te hebben en te houden is bidden.
Maar ons bidden is vaak nogal eenzijdig en op onszelf gericht. En bidden moet je eigenlijk ook leren. Daarom vanmorgen, speciaal voor de kinderen (maar stiekem ook voor de ouderen), een handig hulpmiddel. Een handig hulpmiddel om goed te leren bidden.
En wat is dat handige hulpmiddel? Je begrijpt het waarschijnlijk al: onze handen!

Kinderen in de kerk, steek je handen ’s op. Dan kan ik zien waar jullie zitten!
Jullie moeten me een beetje helpen. Normaal gesproken doen we onze handen samen als we gaan bidden. Maar vanmorgen doen we dat niet. We gaan die handen ’s goed bekijken en lopen de vingers één voor één af. Want elke vinger kan ons iets leren over het gebed!

We beginnen met de duim. Steek je duim ’s op! Wanneer doe je dat? Als je vindt dat iemand iets goed doet. Zo mogen we ons gebed ook beginnen: als het ware onze duim naar God toe opsteken door Hem te zeggen hoe goed Hij is en waarom we dat vinden. Die duim helpt ons om God te aanbidden, te loven en te prijzen (om wie Hij is en wat Hij doet). Da’s een goede manier om je gebed mee te beginnen: lofprijzing en aanbidding.

Dan de wijsvinger. Steek je wijsvinger ’s op! Die wijsvinger, daar kun je dingen mee tellen en aanwijzen. Bijvoorbeeld: alle goede en mooie dingen die God je geeft in je leven. Die wijsvinger helpt om je zegeningen te tellen en er God één voor één voor te danken.

Ja, dan de middelvinger. Die moet je niet opsteken, hoor. Dat doen we even anders. Hou je hele hand maar omhoog, dan zie je dat die middelvinger het langst is. De middelvinger heeft de langste afstand van al onze vingers. Die middelvinger doet ons dan ook denken aan alles wat afstand heeft gebracht tussen ons en God of tussen ons en anderen. Die middelvinger helpt ons om de verkeerde dingen die we hebben gezegd of gedaan aan God te belijden en er vergeving voor te vragen. Zodat alles wat tussen Hem en ons instaat wordt opgeruimd.

Dan de ringvinger. Daar zit (bijv. bij getrouwde mensen) een ring om. Zo’n ring is teken van verbondenheid. Die ringvinger die helpt ons om te bidden voor iedereen (dichtbij of ver weg) met wie we ons verbonden voelen: mensen van wie we houden of die het moeilijk hebben.

En tenslotte de kleinste vinger: de pink. Da’s de vinger die aangeeft dat we ook voor onszelf en onze eigen verlangens mogen bidden. Maar die pink herinnert ons eraan dat we dat niet te groot moeten maken: ons gebed moet niet alleen maar om onszelf draaien.

Da’s misschien wel de kunst van het bidden: om bij God te beginnen en bij onszelf te eindigen. Net zoals Jezus het ons leerde bij het Onze Vader: eerst 3x UW (Gods naam, Gods koninkrijk, Gods wil) en dan pas 3x ONS (ons brood, onze schulden, onze verzoeking).

Zo hebben we even snel 5 verschillende soorten gebed behandeld. Samenvattend: de duim van de aanbidding/lofprijzing, de wijsvinger van de dankzegging, de middelvinger van de schuldbelijdenis, de ringvinger van de voorbede voor anderen en de pink van het vraaggebed voor onszelf. Probeer thuis nog maar ’s uit of je dat je helpt bij het bidden.

En ouderen: probeer alle 5 die aspecten aan bod te laten komen in je persoonlijk gebed! Dat voorkomt eenzijdigheid. En je hebt gezien: aan de hand van je hand hoef je eigenlijk nooit iets te vergeten in je gebed. Da’s nog ‘s “handig bidden”!!

Verkondiging (1e deel)

De Vader zoekt mensen die Hem aanbidden, zegt Jezus.
Of eigenlijk zegt Hij: De Vader zoekt mensen die Hem echt aanbidden, namelijk in geest en waarheid. Vandaar ons thema van vanmorgen: Gezocht: echte (aan)bidders.

Preek 170226 dia1
Aanleiding voor het thema van vanmorgen is o.a. vraag 10 uit onze gemeente-enquete:
In hoeverre is uw gemeente gericht op de doorleefde aanbidding van God
en de gehoorzame navolging van Jezus?

Dit is een van de vragen waarop het vaakst met “weet niet” is geantwoord.
Preek 170226 dia2
In 2016 gaf een kwart van de deelnemers bij deze vraag aan: WEET NIET; in 2011 was dat zelfs nog een derde! Dat triggerde mij.

Blijkbaar is het bij veel gemeenteleden niet zo duidelijk of en in hoeverre we als gemeente gericht zijn op de aanbidding van God en de navolging van Jezus.
En als dat voor gemeenteleden al niet duidelijk is, dan zal dat voor buitenstaanders wel helemaal moeilijk te onderkennen zijn…

Dat roept toch allerlei vragen op. Is aanbidding voor ons een vraagteken geworden? Zijn we vergeten wat het is? Of hebben we het nooit geleerd? Of behoren we misschien tot de categorie van de ‘stille aanbidders’ ;-) Dan houden we aanbidding voor onszelf, als iets persoonlijks, wat we niet zo publiek maken.

Hoe het ook zij, kennelijk is aanbidding niet iets wat er in onze gemeente duimendik bovenop ligt. In de praktijk is het blijkbaar niet onze ‘core business’. Geen kernactiviteit of in het oog springend kenmerk.
Terwijl het dat in theorie toch wel zou moeten zijn. Immers: aanbidding is datgene wat alles te maken heeft met grote en eerste gebod: God liefhebben en vereren, met alles en boven alles. Aanbidding is ook een van de grondtonen van het Onze Vader: Uw Naam worde geheiligd, zoals in de hemel, zo ook op aarde. En ook de hemel, waar we toch allemaal terecht hopen te komen, is vol aanbidding voor God.

Aanbidding is dus niet een optioneel iets, leuk voor de liefhebbers, maar een essentieel iets: het raakt de kern van hoe we als mensen en als kerk bedoeld zijn.
Eigenlijk is de aanbidding van God ons hoogste doel. In de Engelstalige christelijke wereld heb je de korte Westminster Catechismus. En volgens dat leerboek is ons levensdoel en onze bestemming: God verheerlijken en ons voor eeuwig in Hem verheugen. To glorify God and to enjoy Him forever! Daarvoor zijn we geschapen.

We zijn primair geschapen en geroepen om God lief te hebben en te aanbidden, persoonlijk én samen als gemeente. Daar doen we God ook het meest een plezier mee, als we Hem aanbidden: Hem vereren, bewonderen en adoreren. Dat is ook de kern van aanbidding: God voldoening geven, Hem behagen.
Dát is waartoe we geschapen en geroepen: leven tot Gods eer en tot zijn genoegen (for His pleasure, to please Him). Aanbidding is daarom niet voor niets één van de 5 doelen die we (volgens ons beleidsplan) als gemeente na willen streven.

In de presentatie daarover, die voorafgaand aan de dienst op de digiborden werd getoond, staat aanbidding dan ook als 1e doel, met de volgende definitie:

Preek 170226 dia3
Aanbidding = samen God liefhebben en vereren (en van Hem genieten)

Ergens anders las ik: aanbidden = jezelf richten op de glorie en luister van de Heer om Hem te beminnen en bewonderen.

En U voelt wel aan, dat is een ‘doorleefd’ iets. Aanbidding doe je niet zomaar of plichtmatig, maar met geestdrift: met enthousiasme, hartstochtelijk dus. Niet alleen vormelijk, maar van binnenuit, met ons hele wezen erbij betrokken.
Het woordenboek zegt dan ook: aanbidden = ‘met geestdrift/passie vereren’.

Zouden buitenstaanders daar iets van proeven bij ons? Dat wij onze God met passie vereren? Blijkt dat uit hoe we bidden, hoe we zingen, hoe we over Hem praten? Dat we niet alleen in Hem geloven, maar ook oprecht enthousiast over Hem zijn? Dat we Hem bewonderen en beminnen?
Vanwege al zijn voortreffelijkheden, zijn prachtige eigenschappen, zijn machtige daden, zijn wijze woorden en al zijn deugden.

Misschien kan het helpen als we ons wat vaker bewust richten op de schoonheid van onze God, op al zijn volmaaktheden. En ons daarin verheugen. In deze dienst doen we een bescheiden poging daartoe, met onze lezingen en liederen.
Maar ook in ons dagelijks leven: dat we bewust momenten nemen om te genieten van de schoonheid van de Heer en daarvan onder de indruk komen. Dan zal onze passie en aanbidding voor Hem groeien!

En… dan zou het ook zomaar kunnen dat we als gemeente meer een cultuur krijgen die gekenmerkt wordt door aanbidding. Een cultuur waarin God wordt geëerd en geadoreerd om wie Hij is en wat Hij doet. Dan is aanbidding geen vraagteken meer, maar een uitroepteken!

Dan zingen we: U die mij geschapen hebt, U wil ik aanbidden als mijn God.

Verkondiging (2e deel)

Ik zou me kunnen voorstellen dat iemand zegt: je hebt het nou wel steeds over aanbidding, maar in onze traditie wij gebruiken daar toch gewoon een andere term voor. Wat jij aanbidding noemt, dat noemen wij van oudsher eredienst.
Ok, daar zit best wat in! Mits…. we het begrip eredienst maar niet versmallen tot de kerkdienst. Alsof de eredienst zich beperkt tot de kerkdienst. Want dat is echt te smal.
Ons hele leven mag een eredienst voor God zijn. Het gaat niet alleen om de eredienst in de kerk, maar ook en vooral om de eredienst van ons leven!

Even terzijde: als we de kerkdienst echt als een eredienst zien, dan zou dat betekenen dat we primair naar de dienst komen om er iets te brengen (lof, eer en dank voor God). Maar… in de praktijk komen wij vaak toch vooral naar de kerk om er iets te halen (hulp, troost, steun, bemoediging, zegen).
En dan zeggen we soms ook nog tegen elkaar: ik heb niet veel aan de kerkdienst gehad. Maar vergeten we dan niet dat we de eredienst toch primair voor God houden en niet voor onszelf? We komen primair in de kerk om iets te brengen, niet om iets te halen. Onze eredienst is er primair om God een genoegen te doen, pas secundair voor onszelf.
Wellicht kan dat besef ons helpen om met een goede gerichtheid naar de kerk te komen. Niet (eerst) halen, maar (eerst) brengen!

Terug naar het eigenlijke punt wat ik wilde maken: het gaat niet alleen om de eredienst in de kerk, maar ook en vooral om de eredienst van ons leven!
De eredienst van ons leven. Maar hoe werkt dat dan? Hoe kan je hele leven eredienst worden. Nou, we kunnen van elke activiteit een daad van aanbidding maken, wanneer we die activiteit uitvoeren om God te eren of om Hem er voldoening mee te schenken. De Bijbel zegt: ‘Of u dus eet of drinkt of wat u ook doet, doe alles ter ere van God’ (1 Kor. 10:31).
Maar hoe is het dan mogelijk om alles (zelfs de kleinste dingen) tot Gods eer te doen? Nou, door het te doen alsof je het voor Jezus doet. De Bijbel zegt: ‘Wat u ook doet, doe het van harte, als voor de Heer en niet voor mensen’ (Kol. 3:23).

Zo wordt ons hele leven een eredienst!
Hetzelfde geldt voor aanbidding: dat is niet alleen een afzonderlijke activiteit waarin je je bewust richt op God om Hem te vereren en bewonderen, maar ook iets wat je hele leven stempelt: aanbidding als levensstijl.

Dan krijg je dus zoiets:
Preek 170226 dia4
Al googelend kwam ik deze reclame tegen, vast van een heel christelijke supermarkthouder:
Het hele jaar in de aanbidding.
Taalfoutje natuurlijk, maar voor ons wel sprekend, omdat het ons erbij bepaalt dat aanbidding iets van ons hele leven mag zijn, ook het gewone/dagelijkse leven dat zich buiten de kerkdienst afspeelt.
We aanbidden niet alleen in de kerk en op zondag, maar ook daarbuiten: we zijn als het ware het hele jaar in de aanbidding. Aanbidding als levensstijl waarin we erop uit zijn God te eren en Hem voldoening te schenken. Ook als je het huishouden doet, hard werkt voor je baas, van je hobby geniet, mantelzorger bent, of vakantie viert. Dat alles kunnen we doen ‘als voor de Heer’.

En dat is ook waar Jezus op doelde in dat gesprek met de Samaritaanse vrouw. Dat de aanbidding sinds Jezus’ komst niet meer aan een bepaalde (heilige) plek is gebonden, maar in principe overal en altijd kan plaats vinden.
Het hoeft niet in een speciaal gebouw of op een speciale plaats, zoals indertijd in de Joodse tempel in Jeruzalem of in de Samaritaanse tempel op de berg Gerizzim.
Nee, het gaat er veel meer om dat we God aanbidden in geest en waarheid.

Niet de plaats (het waar) is belangrijk, maar de manier waarop (het hoe):

- Echte aanbidders aanbidden de Vader ‘in geest’, dat wil zeggen: als geestelijke mensen, die door Gods Geest opnieuw (‘geestelijk’) geboren zijn, toen zij Jezus in geloof aannamen. Jezus is eigenlijk de nieuwe ‘heilige plaats/tempel’: alleen via Hem is er toegang tot de Vader (of je nou Jood, Samaritaan of heiden bent). Ware aanbidding is dus niet langer gebonden aan een bepaalde plaats, maar des te meer aan een bepaalde persoon: Jezus, de Messias. Via Hem kunnen we de Vader ‘in geest’ aanbidden.

- Echte aanbidders aanbidden de Vader ‘in waarheid’, dat wil zeggen:
- met een oprecht hart, waarbij we menen wat we zeggen;
- in lijn met hoe God zich heeft laten kennen aan Israël en in Jezus, die de ‘Geest der waarheid’ draagt en uitdeelt.
Onze aanbidding moet dus niet alleen oprecht, maar ook leerstellig correct zijn. Dus: gebaseerd op de Bijbelse waarheid en niet op onze eigen ideeën over God. Alleen dan aanbidden we de Vader ‘in waarheid’.

Zulke aanbidders zoekt de Vader: mensen die via de Zoon deel hebben aan de Geest.
Dat is de nieuwe eredienst die er is sinds Jezus’ komst: niet aan plaats gebonden, maar wel aan Jezus, die ons de Vader heeft doen kennen en ons de Geest uitdeelt.

Komt, laten wij aanbidden, die Koning.
Want Hij alleen is waardig. Amen.

Dankzegging en voorbede

Onze Vader in de hemel,
laat iedereen U eren,
laat uw koninkrijk komen,
laat uw wil op aarde gedaan worden, net zoals (dat) in de hemel gebeurt.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
Laat ons niet in verleiding komen,
maar verlos ons van de boze en de kwade machten.
Want van Ú is het Koninkrijk:
aan U behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid. Amen.

Heenzending (met wegwijzer)

De eredienst in de kerk zit erop; nu worden we gezonden tot ons dagelijkse eredienst.
We gaan van hier met Gods Woord in ons hart en
onze handen vaardig tot zijn werk.

Daarbij spreken wij uit jegens God:

dat wij Hem zullen aanbidden en dienen en niemand anders
dat wij zijn beeld en gelijkenis, Jezus Christus, de koning-knecht, zullen navolgen
dat wij Gods naam zullen heiligen

Zo gaan wij van hier met een passend lied op onze lippen:
Gaat heen in vrede, handen vol zegen.

Zegen

Ga heen in vrede en ontvangt de zegen van de Heer:
De genade van onze Here Jezus Christus en de liefde van God
en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met ons allen.

May the Lord bless you and keep you;
May the Lord make his face to shine upon you and be gracious to you;
May the Lord lift up his countenance upon you and give you peace. Amen.