LogoHG

Bijbellezingen

We lezen uit twee hoofdstukken uit het boek van de profeet Daniël. Hij leefde rond 500 á 600 v.C., in ballingschap, eerst onder Babylonische overheersing, later onder Medo-Perzië.
We lezen uit h.2 en h.7: twee dromen/visioenen die we zoveel mogelijk parallel mogen lezen: ze beschrijven namelijk, weliswaar in andere beelden, dezelfde werkelijkheid.

 

Verkondiging

“Waar moet het heen met deze wereld?”. Dat vraag je jezelf onwillekeurig af, als je kijkt naar het journaal. Zeker nu de dreiging van geweld en terreur dichterbij komt en nu er zoveel conflicten zijn die maar voortduren, zonder uitzicht op een oplossing, maar met steeds meer slachtoffers. Waar moet dat heen?
Het lijkt er steeds meer op dat we het als mensheid zelf niet kunnen: het lukt ons niet om collectief te verbeteren, om wereldwijd vrede en recht te laten heersen. Ondanks al onze mogelijkheden lukt het ons niet: de tegenstellingen zijn te groot, de belangen te conflicterend en menselijke ego’s zitten elkaar in de weg.

Vaak geldt dan op den duur het recht van de sterkste (wat trouwens vaak eerder het onrecht van de sterkste is…). Dan komt er een sterke natie of een sterke leider: een land of een heerser die de kennis en de macht heeft om anderen zijn wil op te leggen. Dat wordt dan een wereldmacht. Wereldmachten, machtige rijken… De profeet Daniël zag ze ook, in dromen en visoenen:
- in h.2 (de droom van het beeld) worden ze voorgesteld als de verschillende metalen van een  
    mega- beeld (goud, zilver, brond en ijzer);
- in het visioen van h.7 als beesten (leeuw, beer, panter en een vreselijk beest).

Volgens de klassieke uitleg laat God hier aan Daniël de vier wereldrijken zien waarmee zijn volk Israël te maken zou krijgen (vanuit Daniël gezien vooral in de toekomst, vanuit ons gezien inmiddels in het verleden): achtereenvolgens de Babyloniërs, de Medo-Perzen, de Grieken en de Romeinen.

En u weet, de Romeinen waren aan de macht tijdens Jezus’ 1e komst. Maar toen is (met de komst van Jezus) ook iets losgemaakt, iets wat niet te stoppen is: er is een steen gaan rollen, onstuitbaar onderweg om dat mega-beeld van de menselijke koninkrijken te gaan raken en verbrijzelen. Sinds Jezus’ 1e komst zijn we in ‘de laatste dagen’ (Hand.2:17, Hebr.1:1) en wordt de geschiedenis als het ware ‘op/uitgerekt’ tot zijn 2e komst. We zijn onderweg naar het moment dat die losgeraakte goddelijke steen het beeld van de menselijke koninkrijken zal vernietigen.
Alleen…. er lijken maar weinig mensen die daar nog zicht op hebben of nog rekening mee houden… Dat met Jezus’ 1e komst er (zonder mensenhanden) iets is losgemaakt: iets wat niet te stoppen is en uiteindelijk de hele aarde zal vervullen. Wij mensen zijn als het ware geneigd vooral naar dat mega-beeld te kijken (de menselijke koninkrijken, de politieke verwikkelingen, alles wat het journaal ons dagelijks voorspiegelt), maar we letten niet op de steen die is gaan rollen. Terwijl die rollende steen uiteindelijk beslissend zal zijn...

Ondertussen hebben we op het politieke wereldtoneel te maken met de uitlopers van het Romeinse Rijk, resulterend in een 5e rijk. Dat rijk is verdeeld en wordt gesymboliseerd door de 10 tenen van het beeld: die tenen zijn niet slechts van ijzer, maar ook van klei/leem zijn. In h.7 wordt dat 5e rijk gesymboliseerd door de 10 horens op de kop van vierde dier, waarvan er 3 worden uitgerukt om plaats te maken voor 1 horen. Deze ene hoorn die opkomt krijgt veel aandacht: hij is bijzonder hoogmoedig en vol grootspraak. Veel uitleggers zien in hem de anti-christ, de wetteloze, de allerslechtste menselijke heerser die komen zal: het beest uit Openbaring dat  de wereld in zijn greep zal krijgen, de tegenpool van Jezus. Het lijkt erop dat die anti-christ leiding zal geven aan dat 5e rijk: een soort coalitierijk, als uitloper van het vroegere Romeinse rijk.
Blijkbaar is dat vijfde rijk ook voor ons nog toekomst. Of… het is in onze tijd in wording, want de Bijbel zegt: ten tijde van dat vijfde rijk, ten tijde van die koningen (Dan.2:44) zal God zijn koninkrijk vestigen. Dán zal het moment aanbreken dat de goddelijke steen het mega-beeld van de menselijke koninkrijken zal raken en verbrijzelen.

Waar moet het heen met de wereld?
Nou, daarheen! Naar de definitieve vestiging van het Koninkrijk van God. Dat zal gebeuren bij de 2e komst Jezus, bij zijn wederkomst. Want Jezus is die Mensenzoon aan wie het eeuwige koningschap wordt gegeven. U weet: heel vaak duidde Jezus zichzelf aan met die term: ‘de mensenzoon’ of ‘de zoon des mensen’.
Daar gaat het heen met de wereld!! Naar de komst van koning Jezus op de wolken van de hemel. Jezus zei het zelf tegen de Joodse raad, toen ze Hem na zijn gevangenneming de vraag stelden: Bent u de Messias, de zoon van God? Jezus zei toen: Ja, dat ben ik. Ik ben de Mensenzoon. En jullie zullen mij uit de hemel zien terugkomen op de wolken.’ (Marcus 14:61-62).

Wie weet hoe dicht we zijn genaderd tot dat moment… De wereld lijkt rijp voor een sterke leider: iemand met kennis en macht, iemand om achteraan te lopen. Velen zullen kiezen voor de anti-christ. Of voor de gezindheid van de antichrist, voor zijn manier van doen (want zijn geest is al werkzaam in de wereld, zegt de Bijbel: 2Thess.2:7, 1Joh.4:3): kennis en macht, maar dan zonder gerechtigheid; kennis en macht, maar dan met  druk, verdrukking en geweld, zoals bij vrijwel alle menselijke koninkrijken.

Maar uiteindelijk zal Christus komen, de ware koning. Hij heeft niet alleen kennis (alle kennis!) en macht (alle macht!), maar Hij is ook volkomen rechtvaardig en zal recht en gerechtigheid brengen op aarde. Dat is waar het naar toe moet met deze wereld: er zal recht gedaan worden!
Daarom staat er ook in Daniël dat ‘het hof plaatsneemt en de boeken worden geopend’ bij de vestiging van Gods Koninkrijk. Dat is een rechtbanksetting. Er zal recht worden gesproken door de goddelijke rechter, dat is Jezus. Hij zal ervoor zorgen dat het recht zegeviert!

De boeken met alle werken van ons mensen zullen opengaan en Jezus zal rechtspreken. Hij is niet alleen Koning, maar ook Rechter. En Hij zal recht doen! Want Hij zal rechtzetten wat krom was. Hij zal er hoogstpersoonlijk voor zorgen dat het kwaad wordt gestraft en het onrecht wordt vergolden. Niemand zal dan meer kunnen klagen over het onrecht dat in deze wereld heerst. Het recht zal dan volledig zijn loop hebben gehad: er zal volkomen vergelding hebben plaatsgevonden. Is dat geen geweldig troostrijke gedachte?

Jezus’ oordeel zal de aarde (en ons persoonlijke leven) zuiveren en louteren, als door vuur heen. Ben je daar klaar voor? Wie kan staande blijven als deze heilige Rechter gaat oordelen?
    Even terzijde: Wat is het dan ontzettend belangrijk dat je deze Rechter aanneemt als je     Redder, want     alleen dan kun je staande blijven en zul je niet verloren gaan.
Als Jezus komt om te oordelen, zal met het kwaad voorgoed en radicaal worden afgerekend en zal het goede, Gods wil, zal uiteindelijk volkomen geschieden en overwinnen. Dáár gaat het heen met deze wereld!

Durf je dat te geloven? Datgene waar je misschien wel elke dag (onbewust?) om bidt met het Onze Vader: laat uw Koninkrijk komen. Durf je dat te geloven? Dat Gods Koninkrijk er écht komt: op aarde, zoals in de hemel. Terwijl het er voor je gevoel misschien meer op lijkt dat God zich heeft teruggetrokken, zich niet meer bemoeit met deze wereld, ons mensen aan ons lot en aan elkaar heeft overgelaten.
Durf je dan te geloven dat de profeten niet verblind zijn geweest en dat het echt waar is: dat God gaat ingrijpen, zo groot, zo kosmisch en zo universeel als Daniël en andere profeten het voorzien hebben.
Dat is een van de lessen uit Daniëls dromen en visioenen: de koninkrijken van mensen, hoe sterk en indrukwekkend ook, zijn tijdelijk. De menselijke koninkrijken, vaak beestachtig, hard, angstaanjagend en afschrikwekkend, geleid door hoogmoedige leiders vol geweld en  grootspraak: er komt een moment dat hun macht voorbij is. Dan zijn ze definitief ten einde: ze gaan te gronde. Net als dat indrukwekkende mega-beeld uit de droom van Nebukadnezar: er blijft niets van over. Ze zullen verwaaien als kaf en zal er geen spoor meer van te vinden zijn.
Ze moeten plaatsmaken voor een eeuwig koninkrijk, dat nooit  ten einde komt, dat nooit ten gronde gaat: het Koninkrijk van God, de Allerhoogste. En dat is tegelijk het koninkrijk van de Mensenzoon: Hij regeert in dat koninkrijk namens God. En tegelijk is dat ook het koninkrijk van de heiligen van de Allerhoogste: het volk dat bij deze God en bij de Mensenzoon (Jezus) hoort. Voor hen is het Koninkrijk, tot in eeuwigheid!

Heb je het lef om dat te geloven? Wil jij iemand zijn die hoort bij dat volk van de Allerhoogste? Durf je daar je kaarten op te zetten in je leven: op dat Koninkrijk, waar je nu al burger van kunt zijn. Paulus zegt tegen de gelovigen: “wij zijn burgers van een rijk in de hemel, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten” (Fil.3:20). Heb je het lef om zo te leven hier op aarde: als een burger van het hemelse koninkrijk, dat eens op aarde zal komen. Als een mens met een “dubbel paspoort”: een van het koninkrijk der Nederlanden én een van het koninkrijk van God.

Ga leven alsof dat waar is! Dan ben je een mens met uitzicht en perspectief. Een mens met hoop, in een wereld die steeds hopelozer wordt. Dan weet je: door de chaos van deze wereld heen zijn we onderweg, onderweg naar een nieuwe (gelouterde) aarde, waar vrede en gerechtigheid zal wonen. Dan word je deel van de oplossing (en ben je niet langer deel van het probleem).
Laten we ons samen oriënteren op Gods koninkrijk en mensen zijn met de gezindheid die daarbij hoort: nederig en zachtmoedig, rein en zuiver van hart, hongerend en dorstend naar gerechtigheid, barmhartig, vrede stichtend en zelfs bereid om te lijden om Jezus’ wil.
Dan (ja, dan pas) zullen we ook een verschil maken in deze wereld, omdat dan al iets van dat Koninkrijk en van koning Jezus te zien en te proeven zal zijn in ons. Laten we zó samen onderweg zijn: samen onderweg naar de dag van Jezus’ wederkomst, naar Gods Koninkrijk op aarde. Amen.