LogoHG

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,    
Ik vind het eigenlijk jammer dat de Here Jezus het zo zegt: ‘Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde.’ Maar:  ‘Verzamel schatten in de hemel.’ Ik vind het jammer dat de Here Jezus het zo tegen elkaar zet. Dat had ‘Ie eigenlijk niet moeten doen.
Als ze de Bijbel nog eens herschrijven en ik zou een duit in het zakje mogen doen, dan zou ik er liever van maken – Wim 6:19 - ‘Verzamel voor jezelf niet alleen schatten op aarde. Verzamel ook schatten in de hemel.’ Dat zet je het meer naast elkaar.


Tuurlijk, het is belangrijk dat je die schat in de hemel hebt. Dat daar je diepste houvast ligt. Maar ondertussen leef je hier op aarde. En je mag toch ook nog wel genieten? ‘Verzamel je niet alleen schatten op aarde. Verzamel ze ook in de hemel’.

Zo zou ik die woorden van de Here Jezus liever herschrijven. Maar ja, zo staat het er ondertussen toch niet in Matteüs 6:19. Want daar zet de Here Jezus het wel degelijk tegenover elkaar. Daar voel je wel degelijk iets van een scherpe tegenstelling.
‘Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde. Verzamel schatten in de hemel.’ Niet ‘en en’ maar ‘of of’. En waarom zou de Here Jezus dat op die manier doen? Waarom waarschuwt Hij ons ook echt voor dat schatten verzamelen hier op aarde?
Wel, de Here Jezus geeft daar in dit Bijbelgedeelte een aantal redenen voor. En de eerste reden is heel nuchter. Waarom moet je voor jezelf geen schatten op aarde verzamelen? Wel, mot en roest vreten ze weg. Dieven breken in om ze te stelen.


Je voelt in die woorden van de Here Jezus een stukje oprechte bezorgdheid. Hij wil ons voor teleurstellingen beschermen. Als je je hele ziel en zaligheid geïnvesteerd hebt in die nieuwe auto, dat nieuwe huis, het nieuwe bedrijfspand, wat dan als…
En dan horen we regelmatig van die verhalen vol teleurstelling. Een paar weken een nieuwe auto. Lang voor gespaard. Je bent er heel blij mee. Uit je werk loop je naar de parkeerplaats. En daar staat ‘ie met een enorme deuk erin. Zonder briefje.
Eindelijk alles op orde in het bedrijf. Net er weer een beetje bovenop na de crisis. En dan sta je daar op maandagmorgen tussen de ravage die inbrekers hebben achtergelaten. En dat niet één keer maar soms meerdere keren achter elkaar.

Daar kan je goed ziek van zijn. Soms zelfs letterlijk ziek van worden. En vanuit een stuk zelfbescherming lijkt de Here Jezus hier tegen ons te zeggen: ‘Mooi dat je die nieuwe auto hebt of dat nieuwe huis. Het is je van harte gegund! Geniet ervan!’
‘Maar zet er je hart niet helemaal op. Want er kan zomaar iets gebeuren waardoor je nog eens flink moet overrekenen.’ En dat hebben we in de afgelopen jaren toch ook op grote schaal zien gebeuren? Denk alleen maar aan de huizenmarkt.
Wat eens een mooie spaarpot leek kan zomaar een zwart gat worden. En daarom: ‘Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Maar verzamel je schatten in de hemel…’


Toch is dat nog niet de diepste reden waarom de Here Jezus het hier echt tegenover elkaar zet dat ‘schatten verzamelen op aarde’ of ‘schatten verzamelen in de hemel’. De diepste reden daarvoor noemt in dat zinnetje erachter aan. In vs. 21.
Waarom moet je geen schatten op aarde verzamelen maar schatten in de hemel? Wel, zegt de Here Jezus, niet alleen om jezelf teleurstellingen te besparen maar ook omdat het je zo makkelijk afleidt van waar het in dit leven ten diepste om gaat.
‘Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.’ Waar voor jou de diepste waarde van het leven in gelegen is, daar ben je niet alleen het kwetsbaarst voor teleurstellingen, daar ben je ook het meest bij betrokken, daar investeer je ook al je energie in.

En als je al je energie investeert in wat je hier op aarde op kunt bouwen en verzamelen, dan blijft er al gauw geen tijd, geen geld, geen aandacht meer over voor het Koninkrijk van God. Dat gaat je dan ook steeds minder interesseren.
En ook dat is heel herkenbaar, lijkt me. Het is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom de kerken in onze tijd veel minder vol zitten dan vroeger. We hebben het zo goed. Er is zoveel dat ons afleidt en bij God vandaan trekt.
‘Het zaad valt tussen de dorens’ zegt de Here Jezus in de gelijkenis van de zaaier: ‘en de dorens verstikken het. De zorg van deze wereld, het bedrog van de rijkdom en het verlangen naar al het andere maken Gods woord onvruchtbaar in ons leven.’


En daarom is het niet alleen maar een tip van de Here Jezus. Zoals ik dat zelf liever gehad had. ‘Verzamel je niet alleen schatten op aarde maar verzamel ook een schat in de hemel’. Maar daarom is het ook echt een waarschuwing van Hem:
‘Zorg ervoor dat daar – in je hart, in de kern van wie je bent - dus iets anders in het centrum staat dan alles wat je hier op aarde op kunt bouwen. Zorg dat je daar - in je hart - gericht bent op God in de hemel. Verzamel je schatten in de hemel.’
‘Want daar kan niemand aankomen. Als daar je diepste hoop en verwachting ligt dan kan er veel in je leven gebeuren. Dan kan er zelfs veel wegvallen. En ondertussen blijf je toch een rijk en dankbaar mens. Omdat je een schat in de hemel hebt.’

-
-

Wat is dat dan, die schat in de hemel? Hoe kun je voor jezelf dan schatten in de hemel verzamelen? Ja, dat is dan natuurlijk een heel belangrijke vraag. Waar gaat dat eigenlijk over ‘schatten in de hemel verzamelen’, hoe doe je dat dan in praktijk?
In deze verzen lijkt de Here Jezus dat verder niet zo uit te werken. Maar als je nou kijkt in het gedeelte daarvoor – Matteüs 6:1-18 – daar komt de Here Jezus wel met voorbeelden. Twee weken geleden stonden we daar bij stil.
Daar heeft de Here Jezus het over aalmoezen geven – je geld inzetten voor mensen die het harder nodig hebben dan jij – over bidden en over vasten. Je moet dat in het verborgene doen, zegt Hij dan. Niet om door de mensen gezien te worden.

En dan zegt de Here Jezus er telkens achteraan: ‘En jullie Vader die in het verborgene ziet, zal je er voor belonen.’ Die schat in de hemel dat is dus de goedkeuring, de beloning van onze hemelse Vader. Dat je zo leeft, dat Hij er blij van wordt.
En al die dingen die de Here Jezus dan zojuist genoemd heeft - geld geven, tijd vrijmaken voor het gebed, vasten, tijdelijk afzien van dingen om je des te beter te kunnen richten op God, dat zijn concrete manieren om dat duidelijk te maken.
Dat je echt wil leven uit liefde voor God en je naaste en dat er voor jou dus een grotere schat dan alles wat je hier op aarde kunt verzamelen. Dat je een schat in de hemel hebt. Geven, bidden en vasten zijn concrete manieren om dat uit te drukken.


Het zijn niet de enige manieren. Want geld geven is niet alleen belangrijk maar soms is het nog veel belangrijker dat je tijd en aandacht geeft. Vrijwilligerswerk, een taak in de kerk op je nemen, het ambt aanvaarden, dat zijn ook van die manieren.
Maar allemaal drukken ze hetzelfde uit. Ik geef iets van mezelf – of het nu tijd, geld of aandacht is – ik geef iets van mezelf vrijwillig weg voor God en voor m’n naaste. Ik had het ook voor mezelf kunnen besteden. Maar ik geef dat aan de Here God.
En dat is nooit weggegooid geld, weggegooide tijd of weggegooide aandacht, lijkt de Here Jezus hier te zeggen. Want zo verzamel je een schat in de hemel. Daar zul je in de eeuwigheid nog van genieten. Van wat je hier gegeven hebt voor God.

Een schat in de hemel verzamelen dat doe je dus door in het leven te staan met een vrijgevige, dienstbare en open blik die op God gericht is. En nu begrijpen we ook beter waarom de Here Jezus in het vervolg dan komt te spreken over het oog.
Want dat gaat dus over die open blik waarmee wij in het leven mogen staan. We lezen in vs. 22-24: ‘Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, is heel je lichaam verlicht. Maar als je oog troebel is, is er in heel je lichaam duisternis.’
Hoe je om je heen kijkt - open, positief, gunnend, vrijgevig of juist: argwanend, jaloers, hebzuchtig – dat zegt dus heel veel over hoe met je innerlijk gesteld is. Of daar inderdaad het licht van Gods liefde huist of je juist vast zit in het donker.


Het viel me op dat de Here Jezus zelfs z’n ontzetting over dat donker uitspreekt: ‘Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe donker is het dan wel niet!’ En ook dat hebben wij zien gebeuren. Het grote graaien dat geleid heeft tot de crisis.
Nu weten we welke enorme gevolgen dat gehad heeft voor de wereldwijde economie en daarmee ook voor miljarden mensen.  En merken we dat nu ook van dichtbij doordat steeds meer dingen - bijv. in de zorg - worden wegbezuinigd.
Hebzucht zet mensen en volken vast in het donker. Maar dat begint dus heel dichtbij. Het kan ook ieder van ons vastzetten in het donker van een leven waarin het steeds meer om onszelf draait en steeds minder om God en onze naaste.

En daarom sluit de Here Jezus dit gedeelte dan ook af met dat voorbeeld van die slaaf met twee heren. Dat gebeurde wel eens in de oudheid. Bijv. als een slaaf bij het overlijden van zijn heer het eigendom werd van diens twee zonen.
Dan was je echt niet te benijden. Want de één zei: ‘Doe dit!’ En de ander: ‘Doe dat!’ En daar kon je natuurlijk nooit allemaal tegelijkertijd aan voldoen. Van twee kanten werd je loyaliteit geclaimd. En als vanzelf ging je dan wel kiezen.
Zo is het ook in het geloof, zegt de Here Jezus. Het kan niet alletwee tegelijkertijd: God dienen en de mammon, de afgod van geld en bezit. Er kan er maar één echt de baas zijn in je leven. En zorg er nou voor dat dat God is. En niet je spullen.

-
-


En nu is dat heel makkelijk gezegd – zorg er voor dat God je schat is en niet je spullen – maar in de praktijk kan dat toch heel lastig zijn. Zeker als je vanuit jezelf een wat materialistische inslag hebt en gevoelig bent voor geld en mooie spullen.
Ik heb er altijd wat tegenop gezien om over dit Bijbelgedeelte te preken. ‘Want’ dacht ik dan: ‘als Heidi me hierover hoort preken, dan ligt ze in een deuk!’ Het is heel makkelijk om hier over te preken. Maar ook het ook echt anders te gaan doen!
Hoe wordt dat nou anders in je leven als je die zuigkracht van het materialisme echt wel bij jezelf herkent? Hoe komt het er dan van dat je meer en meer die schat in de hemel gaat zoeken en schatten op aarde daardoor meer leert relativeren?

Daar zou natuurlijk heel veel over te zeggen zijn. Eigenlijk hebben we het er al een beetje over gehad twee weken terug. Dat geven, bidden en vasten dat zijn van die geestelijke oefeningen waardoor je steeds meer op God gericht gaat worden.
Maar ik zou het vanmorgen eigenlijk vooral zo willen zeggen. ‘Luister nou gewoon eens naar dit woord van de Here Jezus. Begin niet direkt tegen te sputteren. Kom niet direkt met bedenkingen. Maar laat het nu gewoon eens op je inwerken.’
Want de Here Jezus die genas mensen door zijn Woord. Hij bevrijdde mensen door zijn Woord. En als je ook dit misschien wel moeilijke woord op je in laat werken – dan zou het wel eens kunnen dat er daardoor al iets bij je begint te veranderen.


Dat je voelt: ‘Hé, het is net of ik het nu van binnen ook anders begin te beleven. Die schat in de hemel die wordt steeds reeëler voor mij. En al die aardse schatten die ik opgestapeld heb, die worden op één of andere manier minder belangrijk.’
Want zo werkt het bij de Here Jezus. Wij hoeven dat nieuwe leven waar we in de Bijbel over lezen niet uit onze eigen tenen omhoog te pompen. Dat kunnen we ook helemaal niet. Maar Hij wil het aan ons geven. En Hij geeft vaak door Zijn Woord.
En dan zou ik er vanmorgen – omdat we volgende week het Heilig Avondmaal vieren - nog achteraan willen zeggen: ‘Hij geeft het niet alleen door het Woord. Maar Hij geeft dat nieuwe leven vaak ook door de viering van het sacrament.’

Want als volgende week opstaan uit onze bank om naar voren te komen, dan heeft dat ook iets symbolisch. We laten eigenlijk alles achter in de bank, heel ons aardse leven. ‘Moede kom ik, arm en naakt, tot de God die zalig maakt.’
En als we dan aanzitten aan de tafel en we zien dat stukje brood in onze handen en proeven dat beetje wijn in onze mond, dan beseffen we: ‘Hierin ligt nou mijn grootste rijkdom. Om Jezus’ wil aanvaard door God. Dit is die schat in de hemel’.
En als we dan opstaan van de Avondmaalstafel en we doen onze gave in de offerbeker, laat het dan ook echt een gave zijn, geen fooi. En laten we ons dan zo oefenen in vrijgevigheid. Omdat we het mogen weten: ‘Ik ben de Koning te rijk!’


‘Want Hij heeft zich voor mij gegeven in de dood. Zo kostbaar ben ik in Zijn ogen. Daardoor heb ik nu een schat in de hemel waar alle aardse rijkdom bij verbleekt.’ Daar G’U voor mij hebt in de dood gegeven, hoe zou ik dan mezelf niet geven?’
(Broers en zussen, laten we komende zondag zo het Avondmaal met elkaar vieren. Want op die manier mogen we het dan zelf ook ervaren. Ervaren dat die woorden van de Here Jezus: ‘Verzamel je geen schatten op aarde maar in de hemel…’
(Dat die woorden van de Here Jezus geen zwaar juk zijn, geen onmogelijke opgave. Al leven we ook in een heel materialistische tijd. Maar dat ze een bron van blijdschap zijn, van diepe blijdschap, ja van eeuwige blijdschap.)
Amen.