LogoHG

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,    

‘Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammom.’ Zo eindigde het Bijbelgedeelte van vorige week.
En allemaal voelden we wel aan dat dit uitdagende woorden zijn in een tijd vol van materialisme. ‘Je kunt niet God dienen én de mammom, de afgod van geld en bezit.’ Hoe doe je dat als je iedere dag van alle kanten bestookt wordt met reclame?

Hoe doe je dat als je bij jezelf merkt dat je zeker niet ongevoelig bent voor geld of mooie spullen? Hoe zorg je er dan voor dat God op de eerste plaats blijft staan in je leven en niet die hang naar meer, meer, meer? Dat was vorige week.
En dat was dus in zekere zin een preek voor de materialisten onder ons. De onbezorgde, levenslustige types die graag veel geld hebben om het ook des te makkelijker weer uit te geven. ‘Geld moet rollen, het liefst mijn kant op!’ Dat slag mensen.


Maar vanmorgen lijkt de Here Jezus vooral een andere categorie mensen aan te spreken. Niet de onbezorgde, levenslustige types die alles zo maar over de balk smijten. Maar nu juist de wat meer zorgelijke mensen. De oppotters. De zwartkijkers.
Want hier waarschuwt Hij vooral tegen bezorgdheid: ‘Daarom zeg Ik u: maak je geen zorgen over jezelf: wat je zult eten; noch over je lichaam: wat je aan zult trekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?’

En daar waarschuwt de Here Jezus dus evengoed voor. Voor bezorgheid. Want eigenlijk zit daar niet zo veel verschil tussen. Tussen die hang naar ‘meer meer meer’. Of de zorg of het bij ons straks allemaal niet ‘minder minder minder’ gaat worden.
Eigenlijk zit daar helemaal niet zoveel verschil tussen. Want in beide situaties worden we helemaal opgeslokt door onze zorg voor het hier en het nu. En in beide situaties leidt die zorg er ons vanaf om Gods Koninkrijk als eerste te zoeken in ons leven.

-

Ik vond dat eerlijk gezegd best een eye-opener om het eens zo te bekijken. Ik kan dus van God afgeleid worden doordat ik te veel bezig ben met geld en met spullen. Maar ik kan net zo goed van God afgeleid worden door alle zorgen die ik me maak.
Zorgen over m’n werk, zorgen m’n gezondheid, zorgen over de kinderen of kleinkinderen. Als ik me daardoor teveel in beslag laat nemen, wordt ik evengoed afgeleid van datgene wat in m’n leven de eerste plaats moet krijgen: God en Zijn rijk.

‘Daarom zeg Ik u’ – zegt de Here Jezus - ‘maak je geen zorgen! Maak je geen zorgen voor de dag van morgen!’ Maar, dacht ik bij mezelf: dat is makkelijker gezegd dan gedaan wat Jezus hier zegt: je  geen zorgen maken voor de dag van morgen.’
Want je baan zal maar op de tocht staan. Je zult maar nare berichten van de dokter te horen krijgen. En je dan geen zorgen maken? Hoe kan de Here Jezus dat nou zeggen? Hij weet toch ook wel wat er in ons leven allemaal mis kan gaan?


Tsja, dat zat ik mezelf van de week zo af te vragen. Is dit eigenlijk wel een realistische boodschap van de Here Jezus? Maar toen ik daar zo over na zat te denken en de tekst nog eens goed doorlas, viel me tegelijk toch wel de nuchtere toon op.
De Here Jezus zegt niet dat we ons geen zorgen moeten maken omdat ons nooit iets kan overkomen. Integendeel, aan het einde van gedeelte lezen we: ‘Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen last.’ Dat zijn heel sobere, nuchtere woorden.

We leven in een gebroken wereld. Er kan veel mis gaan in het leven. De Here Jezus gebruikt ook beelden die de vergankelijkheid van ons bestaan aanduiden. ‘Het groen dat er vandaag is en morgen in de oven geworpen wordt.’
Dat beeld komt uit Psalm 103 en daar staat het voor de vergankelijk van het leven ons mensen. ‘Als een bloem van het veld zo bloeit hij maar als de wind daarover is gegaan, is zij niet meer en haar plaats kent haar niet meer.’

-

Met andere woorden: je voelt in die beelden van de Here Jezus dat Hij heus wel wist wat er in dit leven te koop is en wat wij mensen allemaal aan ellende mee kunnen maken in ons leven. En toch roept Hij ons op om ons niet teveel zorgen te maken.
Waarom niet? Wel, in de eerste plaats omdat ‘jezelf zorgen maken’ doorgaans niks helpt. ‘Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?’ zeg Hij in vs. 27. En dat is een heel nuchtere vaststelling.

Je moet wel zorgen voor de dag van morgen. Luther zegt ergens: ‘Die vogels waar de Here Jezus het over heeft, worden wel door God gevoed. Maar God stopt het eten niet zelf in hun bek. Ze moeten hun kostje toch nog zelf bij elkaar scharrelen.’
Je moet wel zorgen voor de dag van morgen. Maar je moet  je daar niet teveel zorgen over maken. Want dat lost toch niks op. Heel veel dingen in dit leven hebben we toch niet in de hand. En je al te veel zorgen maken helpt dan ook helemaal niet.


Dat is dus aan de ene kant een heel nuchtere vaststelling van de Here Jezus. Jezelf veel zorgen maken lost in de praktijk niks op. Maar tegelijkertijd noemt Hij een nog veel diepere reden waarom we onszelf niet al te veel zorgen moeten maken.
Waarom moeten ons niet al teveel zorgen maken? Wel, zegt de Here Jezus, omdat God voor jou wil zorgen. Kijk naar de natuur. Hij zorgt voor de vogels. Hij kleedt de bloemen. Zou Hij dan voor ons – als Zijn kinderen - niet willen zorgen?

‘Liefde bedekt zijn schepping, de bloemen, de vogels, het gras, zou Hij dan jou vergeten?’ Dat is de diepste reden waarom we ons niet al te veel moeten laten afleiding door allerlei zorgen. Want midden in dit gebroken leven zorgt God voor ons.
Zo dadelijk zullen we ook Gezang 448:3 met elkaar zingen: ‘Die vogels geeft te eten, Hij voedt ons uit Zijn hand.’ Maar dat is dus de diepste reden waarom we ons niet teveel door allerlei zorgen moeten laten afleiden. Want God wil voor ons zorgen.

-

En daarom is het vooral ook belangrijk dat we Hem vinden. Eigenlijk zegt de Here Jezus het in dit Bijbelgedeelte dan ook zo: ‘Als het nou gaat om jezelf en om je lichaam maak je dan niet in de eerste plaats bezorgd om voedsel en kleding...’
En dan komen die voorbeelden van de vogels in de lucht en de bloemen op het veld. En dan maak de Here Jezus die zin die in vs. 25 begon eigenlijk pas af in vs. 33: ‘… als het nou gaat om jezelf en je lichaam, zoek dan eerst het koninkrijk van God.’

Anders gezegd: ‘Als je nou echt goed voor jezelf en voor je lichaam wil zorgen, wees dan bezorgd over de juiste dingen. Zoek dan eerst God en zijn rijk, zijn heerschappij over je leven. Dan’ zegt Jezus: ‘komt het met die andere dingen ook wel goed.’
En ik vond het eigenlijk wel mooi dat we dat nu juist vanmorgen met elkaar lezen. Nu we zo dadelijk met elkaar Avondmaal gaan vieren. Want Avondmaal vieren is nou een concrete vorm. Een concrete vorm van dat zoeken van Gods Koninkrijk.


Je hoeft dat Koninkrijk van God niet te gaan zoeken omdat het kwijt zou zijn of heel ver weg. Het is juist heel dichtbij. Want overal waar de Koning is, Koning Jezus, is dat Koninkrijk aanwezig. En Hij is vanmorgen bij ons. Hij nodigt ons aan zijn tafel.
Maar je moet er wel voor in beweging komen. Je moet er wel voor op staan en naar voren komen. Want koning Jezus wil alleen vrijwillige onderdanen. Zo zoeken we vanmorgen dat Koninkrijk van God. Door op te staan en naar Hem toe te gaan.

We komen als de vogels uit dat voorbeeld van de Here Jezus aangevlogen. En we vinden een gedekte tafel die zomaar voor ons klaarstaat. En als we dan aan die Avondmaalstafel aanzitten en we eten dat brood en drinken de wijn, dan zingen we:
‘Gij voedt ons nog, o hemelse brood, met leven midden in de dood.’ En dat vat heel dit Bijbelgedeelte van vanmorgen samen. Inderdaad, het is midden in dit gebroken, weerbarstige leven dat Hij ons voedt. Met zichzelf. Met zijn leven.

-

Dat is de rijkste schat die je in dit leven maar vinden kan. Dat Hij het licht van je leven is, de zon van je bestaan. En dat je als een rank aan Hem de ware wijnstok verbonden mag zijn. Zodat zijn kracht, zijn leven door jou heen stroomt.
Dat is de rijkste schat die je in dit leven vinden kunt. En aan de Avondmaalstafel vieren we dat. Niet alleen dat we God zoeken mogen. Maar vooral ook dat we door Jezus, de Goede Herder, gevonden mogen zijn. En zo voor altijd veilig.

En zo staan we dan daarna weer op van de Avondmaalstafel. Met een soort heilige onbezorgdheid. Er kan van alles aan de hand zijn in mijn leven. En wat de toekomst precies gaat brengen dat weet alleen God. Maar ik sta er niet alleen voor!
Ik sta er werkelijk niet alleen voor! Hij, mijn Koning, Koning Jezus, staat aan mijn rechterzij. En wat er ook gebeuren mag, met Hem is er altijd een weg verder. Door Hem is heel mijn leven veilig in Gods hand. Want Hij zorgt als een Vader voor mij.
Amen.