LogoHG

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,
Vandaag hebben we met elkaar het Heilig Avondmaal gevierd. Een bijzonder moment waarin we als gemeente steeds weer teruggeroepen worden naar de kern van het evangelie: Gods liefde voor ons in Jezus Christus. Zijn dood voor onze zonden.
En hoe gaan we nu na die viering van het Heilig Avondmaal, na dat moment waarop we weer zo tastbaar aan Gods liefde voor ons herinnerd werden, verder? Hoe stappen we morgen weer het gewone leven binnen van werk, school en gezin?


Over zulke vragen denken we vaak met elkaar na in de Dankzeggingsdienst. Hoe ziet dat ‘leven der dankbaarheid’, dat leven vanuit dankbaarheid voor wat God in Zijn Zoon Jezus Christus voor ons gedaan heeft, er dan uit in de praktijk van alledag?

Dat zijn geen overbodige vragen. Want dat leven in de praktijk van alledag kan weerbarstig zijn. Ook al mogen wij weten van Gods zorg over ons, toch zegt zelfs de Here Jezus het: ‘Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last, aan zijn eigen kwaad.’
We leven in een gebroken wereld met zondige mensen erin. En wij zelf zijn ook mensen vatbaar zijn voor het kwaad. En wat betekent het dan om in zo’n gebroken en zondige wereld een dankbaar leven voor Gods aangezicht te willen leven?
Wel, zegt de Here Jezus, direkt na dat zinnetje: ‘Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.’ Het betekent in ieder geval één ding, namelijk dat je niet probeert te oordelen: ‘Oordeel niet, opdat er over jullie niet geoordeeld wordt.’

-
Eigenlijk is dat ongelukkig vertaald. Want nu lijkt het net alsof je nergens meer een oordeel over zou mogen hebben. Ieder onderscheidingsvermogen wegvalt. Maar dat bedoelt de Here Jezus niet. Even verderop zegt Hij juist het omgekeerde:
‘Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen.’ Daar roept Hij ons juist op om te onderscheiden waar het op aan komt en Hij gebruikt er een heel zwart-wit beeld bij. ‘Gooi je parels niet voor de zwijnen.’
De Here Jezus vraagt dus niet van ons dat wij nergens meer een oordeel over hebben en alles om ons heen dus even grijs wordt. Nee, je zou veel beter kunnen vertalen: ‘Veroordeel niet opdat jullie niet veroordeeld zullen worden.’

Het gaat erom dat wij mensen niet veroordelen, niet afschrijven, niet ombarmhartig de maat nemen om ze vervolgens links te laten liggen. Dat moeten wij niet doen. ‘Want’ zegt de Here Jezus: ‘zoals jij naar anderen kijkt, zo zal God naar jou kijken.’
‘Met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden.’ En dat brengt ons vanavond meteen terug bij die viering van het Avondmaal. Stel je voor dat God ons allemaal eens echt de maat had genomen, wie had dan aan kunnen gaan?
Maar nu stond er op de Avondmaalstafel in plaats van onze fouten en gebreken het hemelse brood van de vergeving, een volle beker wijn met de vreugde van het Koninkrijk. God nam ons niet de maat. Maar kwam ons met zijn liefde tegemoet.

-
‘Wel’ zegt de Here Jezus in dit Bijbelgedeelte: ‘dat is dus ook de manier waarop jullie naar anderen moeten kijken. Niet veroordelend. Geen mensen afschrijven – ook niet als je grote moeite hebt met wat ze doen – maar barmhartig, vergevend.’
‘Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet u ook elkaar vergeven.’ zegt Paulus in Kolossenzen 3:13. Dat is eigenlijk hetzelfde als wat de Here Jezus hier bedoelt in vs. 1-2.
Aan het einde van onze Schriftlezing zegt Hij het zo: ‘Behandel anderen steeds zoals je zelf graag behandeld zou worden.’ Je kunt dat ook toepassen op het Avondmaal. Wie door God goed behandeld, begenadigd is, gunt die genade ook een ander.

En nou lijkt dat misschien een open deur of iets wat u al veel vaker gehoord hebt. Maar de crux, het pijnpunt zit ‘m er misschien wel in dat de Here Jezus hier nadrukkelijk spreekt over mensen binnen de gemeente die naar jou te kort schieten.
Een broeder of zuster die in een splinter in z’n oog heeft. Dat wil zeggen: een tekort in de relatie naar jou toe. Want het oog waarmee je elkaar aankijkt, dat staat in de Bijbel voor de blik, de verstandhouding, de relatie tussen twee mensen.
En in dat oog van die ander zit dus een splinter, iets dat steekt in de relatie, de goede verstandhouding in de weg staat. Het is misschien niet heel groot – een domme of ongevoelige opmerking misschien, een stukje onechtheid – maar het steekt.

-
En, broers en zussen, als je er zelf mee te maken hebt, komen dat soort splinters toch eigenlijk altijd hard aan. Onterechte of makkelijke kritiek, een ondoordachte maar lompe opmerking, je voelt je onvoldoende gehoord of gezien door die ander.
In de praktijk komt dat toch altijd hard aan. Juist als zoiets in de gemeente gebeurt. Juist als daar – in het gezin van God – zo heel duidelijk zichtbaar wordt dat wij allemaal mensen met fouten en gebreken zijn. In de praktijk komt dat altijd hard aan.
Het is denk ik reden nr. 1 waarom mensen op een gegeven moment thuis blijven en niet meer naar de kerk gaan: ‘Toen en toen.. zei die dat of deed diegene zo.’ Stuk voor stuk zijn het allemaal maar splinters. Bij elkaar komen ze toch hard aan.

Maar nou zegt de Here Jezus: ‘Als je daar niet met de bril van mijn genade op naar leert kijken… Als je daardoor zelf mensen begint af te schrijven… Je oordeelt niet alleen dat het fout is wat ze doen maar je veroordeelt ze er ook op. Je schrijft ze af.’
 ‘… ja, dan heb je zelf ondertussen eigenlijk een complete balk in je oog. Want wat jou betreft staat er dan een dikke streep door de relatie. Het hoeft niet meer. Dan zit er in jouw oog, jouw relatie met die ander, dus nog iets veel grondiger mis.’
‘En hou je dan nog op een zinvolle manier het gesprek met die ander kunnen aangaan over het punt waarin hij of zij naar jou toe te kort is geschoten? Als je zelf die ander eigenlijk van binnen al afgeschreven hebt, wordt dat een toneelstukje.’

-
‘Huichelaar’ zegt de Here Jezus daarom in vs.5: ‘verwijder eerst de balk uit je eigen oog – zorg er voor dat je eerst dat je dat gemeentelid weer als een broer of zus in je hart sluit – pas dan zul je scherp genoeg zien om die splinter te verwijderen.’
Dat zijn dus heel stevig woorden van de Here Jezus. En ze laten ons vanavond voelen hoe dat leven uit dankbaarheid niet alleen maar een blij gevoel maar ook echt een klus kan zijn, een voortdurende oefening in een weerbarstige praktijk.
Ook en juist in het leven van de gemeente. Maar juist zo – door streng te zijn voor je zelf en mild naar de ander – juist zo breng je die liefde van de Here Jezus die je vandaag in het Avondmaal weer voor jezelf mocht ontvangen in de praktijk.

En nu snappen we opeens ook die moeilijke woorden van de Here Jezus over ‘het heilige en de honden’ en ‘de parels voor de zwijnen’. Er is altijd veel te doen geweest om de vraag wie de Here Jezus precies bedoelt met die ‘honden en zwijnen’.
Maar dat is niet het eigenlijke punt wat de Here Jezus hier maakt. Alsof er mensen zouden zijn die voorbaat afgeschreven zijn. Nee, Hij heeft ons nou juist opgeroepen om niet op die manier – afschrijvend, veroordelend – naar anderen te kijken.
Wat Hij hier bedoelt te zeggen is heel eenvoudig dit: ‘Je parels draag je zelf. Die zijn niet voor de varkens. En priesters eten ‘het heilige voedsel’ dat ze meekrijgen vanuit de tempel zelf. Dat geven ze niet aan honden.’

-
Met andere woorden, de kostbaarheden van het geloof, de schat van het leven met Christus, het Avondmaal dat we vandaag gevierd hebben, is er in de eerste plaats om zelf uit en naar te leven. Niet om anderen mee om de oren te slaan.
Bij de Avondmaalsdienst en bij de Dankzeggingsdienst horen dan ook geen sombere beschouwingen over hoe weinig mensen er deze zondag weer in de kerk waren. Of dat de dankzeggingsdienst doorgaans zo slecht bezocht wordt.
Het is allemaal waar. En daar moeten we het misschien ook nog eens over hebben in de gemeente. Maar niet vandaag! Niet in de Dankzeggingsdienst. Hier mogen we vooral genieten en dankbaar zijn voor wat we vandaag zelf ontvangen hebben.

En zo mogen we morgen weer de draad van het gewone leven oppakken. Dankbaar, opgeruimd, gunnend en uitdelend in plaats van afmetend en veroordelend. Levend vanuit die liefde van Christus die we vandaag voor onszelf ontvangen hebben.
En, broers en zussen, een beetje afhankelijk van hoe je in elkaar zit, kan dit echt een klus zijn. Want juist als je vandaag opnieuw de liefde van Christus ervaren hebt, wordt je er ook heel gevoelig voor waar je die liefde van en voor Christus mist.
Waar – ook in de kerk - niet langer Hij maar allerlei andere zaken in het centrum staan. Daar kun je aan lijden. Daar kun je je ook echt aan gaan ergeren. En van de weeromstuit zou je dan toch nog zo’n veroordelend mens kunnen worden.

-
Voelt u hoe lastig het soms kan zijn om echt vanuit dankbaarheid te gaan leven? Hoe wordt je nou zo’n mens die werkelijk vanuit Gods liefde en genade leeft. En dan zegt de Here Jezus heel eenvoudig dit: ‘Vraag en er zal je gegeven worden.’
Want als je inderdaad Gods Koninkrijk eerst probeert te zoeken en de gerechtigheid die daar bij hoort  - een leven zoals Hij dat bedoelt – dan leer je vanzelf bidden. Juist in de weerbarstige praktijk van het leven leer je dat je het zelf niet kunt.
En dat je Gods Geest nodig heb om die nieuwe, andere manier van leven zoals de Here Jezus die in de Bergrede onderwijst je daadwerkelijk eigen te maken. Dan wordt je als vanzelf zo’n arme van, zo’n bedelaar om de Geest uit de zaligsprekingen.

En dan het mooie, broers en zussen, de belofte waarmee de Here Jezus dit gedeelte afsluit: als je dan zo probeert in het leven van alledag met vallen en opstaan Gods Koninkrijk eerst te zoeken dan zul je merken dat God het aan je geeft.
Door zijn Heilige Geest. Dan geeft Hij dat nieuwe leven aan. Tot je eigen verassing mag je dan merken dat God liefde in je hart geeft voor soms moeilijke mensen. Dat je geduld geeft waar je anders alleen maar ergernis zou voelen.
Iets van dat vrolijke, onbezorgde, gunnende komt door Zijn Geest dan zomaar je leven binnenwaaien. Niet omdat jij dat nu met de tanden op elkaar uit je tenen omhoog hebt weten te pompen. Maar omdat Hij dat geeft als een goede gave.

-
Een leven uit dankbaarheid waarin je anderen leert behandelen zoals je zelf graag behandeld zou willen worden. Een leven uit liefde. Dat geeft God aan je op het gebed. Dat laat Hij in je groeien door de kracht van de Heilige Geest.
‘Want dat’ zegt de Here Jezus ’is het leven wat God voor ogen staat, dat is het hart van de wet en profeten.’ Gelukkig als je daarom leert bidden. Want God wil het je geven. Niet alleen alle uiterlijke dingen die je in dit leven nodig hebt.
Maar ook en vooral die verandering van binnen. De Geest die werkt in je hart en daar de mens die God met jou bedoeld heeft te voorschijn laat komen. ‘Vraag en er zal je gegeven worden. Zoek en je zult vinden. Klop en er wordt open gedaan!’
Amen.