LogoHG

Introductie van het thema
Broers en zussen, het thema vanmorgen is ‘Wie is de mol?’ Dat heb ik van de televisie. Eén van de best bekeken programma’s van dit moment heet zo: ‘Wie is de mol?’. En ik was benieuwd: wie van jullie kijkt daar wel eens naar?
Oke, even voor degenen die het programma verder niet kijken: het is een spelprogramma waarbij een groep deelnemers op reis gaat naar het buitenland en daar allerlei spelopdrachten moet uitvoeren om zo veel mogelijk geld te verdienen.


Dat geld dat is de prijzenpot. Maar nu komt het: tussen de deelnemers bevindt zich een ‘mol’, iemand die eropuit is de boel zo veel mogelijk te verstieren. En gaandeweg het spel moeten de deelnemers uit zien te vogelen wie dat is, ‘Wie is de mol?’
Na afloop van de meeste aflevering moeten er vragenlijsten over de mol worden ingevuld. En als je er dan naast zit, als je de mol niet herkend, dan volgt er een executie, dan ga je voor de bijl, dan lig je eruit en mag je naar huis toe.
Uiteindelijk blijven er van de 10 deelnemers dan maar drie personen over. De winnaar, de verliezer en de mol. En de kick van het spel is nu om in een zo vroeg mogelijk stadium te ontmaskeren wie de mol is. Daarom volgen veel mensen het.
Juist omdat het zo’n populair televisie-programma is, leek het me leuk om daar eens een Vier de zondag aan te wijden. Maar toen ik het al in het kerkblad had gezegd, dacht ik opeens bij jezelf: ‘Sufferd, juist in ’s Gravendeel kun je niet doen!’
Juist hier in ’s Gravendeel moet je natuurlijk nooit een dienst met als thema ‘Wie is de Mol? Houden. Want hier heet zowat de helft van de gemeente ‘Mol’. Ik zou vanmorgen daarom willen vragen of alle ‘Mollen’ even wil gaan staan.
‘Nou, een welgemeend excuus! Ik hoop dat jullie je niet aangevallen voelen. En de preek vanmorgen gaat ook niet in de eerste plaats over jullie. Die gaat over ons allemaal.’ Jullie mogen weer gaan zitten!

Broers en zussen,

Toen ik dit jaar voor het eerst een aflevering van ‘Wie is de Mol?’zag, had ik direkt het gevoel: ‘Daar zit een preek in!’ Want het klinkt misschien raar maar daar in die groep mensen, samen op weg in de vreemde, zag ik wel iets van de kerk terug.
In ‘Wie is de Mol?’ reizen ze dit seizoen door Sri Lanka. Een prachtige omgeving. Maar zij zijn een vreemde eend in de bijt. En daar in de vreemde volgen ze aanwijzingen op en voeren ze opdrachten uit waar geen Sri Lankees iets van begrijpt.
Vorige week zag je de deelnemers in een overvolle trein hun opdrachten lezen. ‘We moeten naar de derde coupe!’ En daar gingen ze, dwars tegen de stroom in, om de laatste aanwijzingen uit te voeren. En dat allemaal voor de hoofdprijs. De finale.

Ik dacht bij mezelf: ‘Dat heeft wel iets weg van de kerk! Want wij zijn volgens de Bijbel ook vreemdelingen hier op aarde. Op doorreis naar de eindbestemming, de finale. En onderweg krijgen we ook aanwijzingen die we niet altijd direkt begrijpen.’
‘Wij moeten het ook met elkaar doen. En zo goed mogelijk samen proberen te werken. En ook al begrijp onze omgeving er soms niks van en worden we raar aangekeken, wij weten waar we het voor doen: de hoofdprijs aan het einde.’
Zo zat ik voor mezelf eigenlijk al een beetje een preek te schrijven. En dat had eigenlijk best een mooie preek kunnen worden. Als er geen Mol in het spel was geweest. Want dat wordt gaandeweg de serie steeds duidelijker. Dat er een mol is!

Iemand die de boel saboteert. Je weet niet wie het is. Maar hij of zij zorgt er in ieder geval voor opdrachten mislukken. Dat de teller op nul blijft staan. En dat gaandeweg in de groep het onderlingen wantrouwen en het egoïsme ook toenemen.
 Die mol heeft grote consequenties. Aan het einde van een aflevering moeten de deelnemers vragenlijsten invullen over wie de Mol zou kunnen zijn en wat hij gedaan heeft. En wee degene die ernaast zit! Die geen scherp beeld van de mol heeft!
Dan volgt er de executie! Dan lig je eruit! En dan kun je je boeltje pakken er naar huis gaan. En gaandeweg zie je de groep dan veranderen van een gezellig team in een kille concurentieslag waar het is: ‘Ieder voor zich en God voor ons allen!’

-

‘Tsja, ’t is jammer’ dacht ik bij mezelf: ‘maar daar is geen preek meer van te maken. Want zo gaat het er in de kerk gelukkig toch niet aan toe. ‘Ieder voor zich en God voor ons allen!’ Gelukkig dat wij wel altijd zo’n hecht team zijn en blijven!’
En ik had dat nog niet hardop gedacht of het bleef even stil in mijn gedachten: ‘Ja, ik zeg dat nou wel zo – ‘Gelukkig dat wij als kerk wel altijd zo’n hecht team zijn en blijven’ - maar is dat eigenlijk wel waar? Gaat het wel echt zo in de praktijk?’
In ons dorp alleen al heb je zo’n vijf kerken. Hoezo zijn wij als kerk van Jezus Christus een hecht team? Wij, hollanders, staan er in het buitenland zelfs om bekend: ‘Heb je twee hollanders dan heb je een kerk. Heb je er drie, dan heb je een scheuring.’

Vaak zijn we als kerk niet eens een team. Maar lijkt het inderdaad wel een beetje op ‘Ieder voor zich en God voor ons allen!’ Want de één in de kerk roept dit en de ander roept dat . En dat niet alleen over bijzaken. Maar ook over hoofdzaken.
In onze eigen PKN hebben we tegenwoordig ook dominees die niet meer geloven dat God bestaat, dat de Here Jezus ooit geleefd heeft en dat Hij inderdaad voor onze zonden is gestorven. Zelfs van de kern van ons geloof zijn we niet meer zeker.
Kortom, toen ik er nog even verder over nadacht, dacht ik bij mezelf: ‘Wij lijken als kerk misschien wel meer dan me lief is op die deelnemers van ‘Wie is de Mol?’ Want afvallers zijn er ook genoeg. Jaarlijks worden ze bij 10.000en uitgeschreven.’

En waarom stel ik dat vanmorgen nu allemaal aan de orde? Nog wel in Vier-de-zondag dienst die speciaal voor zoekers en belangstellenden bedoeld is? Wel, omdat me dat heel verwarrend lijkt – die verdeelde kerk – vooral als je zelf op zoek bent.
Want hoe kan het eigenlijk dat de kerk dan zo’n verdeeld huis is? Maakt dat de boodschap over Jezus niet bij voorbaat ongeloofwaardig? En wie moet je dan nog geloven? Als de ene dominee dit zegt en de andere precies het omgekeerde?
Kortom, hoe lastig dit soort vragen ook zijn. Ze lijken mij in ieder geval toch heel actueel. En dan hoeven we echt niet alleen maar aan de zoekers en de belangstellenden te denken. Ook als doorgewinterde kerkganger kun je hier echt mee zitten.

-

Hoe kan het dat het in de kerk zelf zo onduidelijk is? Waarom haken er zoveel mensen af? Wie kun je dan nog geloven? Over die drie vragen gaat het dus vanmorgen. En dan beginnen we bij de eerste: hoe kan het dat de kerk vaak zelf zo verdeeld is?
Wel, dat komt omdat er in het echt ook een mol is. Een heel grote zelfs. De duivel wordt hij in de Bijbel genoemd. De diabolos, ‘in de war gooier’. Hij werkt ondergronds. Hemzelf krijg je nooit te zien. Maar hij gooit wel overal roet in het eten.
Luther zei al: ‘Waar God z’n kerk bouwt, daar bouwt de duivel een kapel.’ Juist daar waar God bezig is iets moois op te bouwen, probeert hij de boel te verzieken. En in die zin moeten we niet raar opkijken dat hij juist in de kerk succes heeft.

Dat was te verwachten! Dat er scheuringen ontstaan in kerken, ruzies, conflicten. Dat de meningen steeds verder uiteenlopen en het wordt ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’. Allemaal signalen die te herleiden zijn tot de mol.
En als je dat niet tijdig onderkent, dan ga je zomaar voor de bijl. Dan haak je af als je in je eigen gemeente ook met tegenvallers te maken krijgt, teleurstellingen. Als je niet onderkent dat de mol daarachter zit, dan ga je voor de bijl!
En hoe erg het ook is dat er zoveel mensen afhaken, ook dat is dus te verwachten. Als je niet oplet, is het zomaar zover. Niet voor niets heeft de Here Jezus het over een smalle weg die naar het leven leidt. En dat weinig mensen die maar vinden.

En dat is dus direkt al een vraag aan ons vanmorgen. Besef je dat? Dat christen-zijn dus inderdaad wel iets weg heeft van deelnemer-zijn in Wie is de Mol? Dat geloven ook ‘opletten’ betekent ‘nadenken’, ‘analyseren’. Net als in Wie is de Mol?
Realiseer je je dat? En ben je erop bedacht dat die Mol ook zal proberen jou op een dwaalspoor te zetten, jou te ontmoedigen en te frustreren op de weg achter Jezus aan? Realiseer je je dat en probeer je je daar ook tegen te wapenen?
Want de Here Jezus zegt het niet voor niets: ‘Breed is de weg en ruim de poort die naar de ondergang leidt en velen wandelen daarop. Maar nauw is de poort en smal de weg die naar het leven leidt. Slechts weinigen weten die te vinden.’

-

En daarom is het ook zo belangrijk om echt samen kerk te zijn. Samen die aanwijzingen van onze Heer te lezen en met elkaar proberen te ontdekken hoe die smalle weg er uitziet in de praktijk van ons leven. Je hoeft het niet alleen te doen.
Want – dat is meteen een verschil met ‘Wie is de Mol?’ - wij kunnen allemaal tegelijk de hoofdprijs winnen. Bij ons hoeft er niemand af te vallen. Wij kunnen met z’n allen winnen. Als kerk zijn we daar zelfs voor bedoeld. Om elkaar vast te houden.
Maar dan is het dus ook wel heel belangrijk dat er in die kerk de juiste dingen gebeuren. En vooral ook: dat er in die kerk de juiste dingen worden geleerd en verkondigt. En daarom zegt de Here Jezus daar ook wat over. Lees maar met me mee…

De Here Jezus zegt: ‘Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zul je hen herkennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels?’
Met andere woorden: ook in de kerk kunnen er mensen opstaan – profeten: mensen die met een zeker gezag anderen de weg wijzen, later vertelt de Here Jezus zelfs dat ze heel opzienbarende dingen kunnen doen – en die er toch naast zitten.
Die je niet de smalle maar de brede weg op leiden. Die je niet dichter bij Jezus brengen maar bij Hem vandaan voeren. Ook en juist in de kerk kunnen er mensen opstaan die zonder dat ze het zelf in de gaten hebben handlangers van de mol zijn.

Het zijn ‘wolven in schaapskleren’ zegt de Here Jezus. Aan de buitenkant zien ze er heel onschuldig uit. Aardige mensen. Zo op het eerste gezicht niks op aan te merken. Net als bij de Mol. Maar van binnen ligt het toch heel anders. Zijn het wolven.
En hoe herken je dat nou? Als je misschien wel twijfelt bij welke kerk je je moet aansluiten. Hoe herken je nou of daar de Heilige Geest de leiding heeft en er ware profeten zijn of de Mol vrij spel heeft en er valse profeten zijn. Hoe herken je dat?
Wel, zegt de Here Jezus, daar zijn geen snelle maniertjes voor. Maar dan moet je dus op de vruchten letten. Datgene wat er in hun eigen leven groeit en tevoorschijn komt. Maar ook datgene wat er door hun werk bij anderen begint te groeien.

-

‘Merk je nou aan hen dat ze Mij ook echt kennen? Dat ze Mij liefhebben? En dat merk je vooral aan hoe ze met Mijn woorden omgaan. Merk je dat ze die woorden van Mij zo eerlijk en zuiver mogelijk aan je proberen door te geven?’
‘Ook als dat wel eens ingaat tegen wat je zelf en heel veel andere mensen inmiddels normaal zijn gaan vinden. Merk je dat het inderdaad hun verlangen is om zelf die smalle weg achter Mij aan te gaan en ook jou daarbij te helpen?’
Dat is volgens de Here Jezus waar je ware en valse profeten aan kunt herkennen. Dat verwijt Hij die valse profeten ook bij het laatste oordeel. Ondanks alle spectaculaire dingen die ze gedaan hebben: ‘ Ga weg van mij! Ik heb jullie nooit gekend!’

Broers en zussen, nu weten jullie ook meteen waarom een goede predikant niet altijd een makkelijke predikant is die alles maar goed vindt. Dat heeft met dit Bijbelgedeelte te maken. Met het verlangen een ware profeet te willen zijn, geen valse.
En daarom is een kerkenraad ook geen groep mensen die vrolijk achter de laatste hypes in kerkelijk Nederland aan huppelt maar - als het goed is - een groep die zich regelmatig bezint: ‘Zijn we nog met de juiste dingen bezig in onze gemeente?’
‘Komen hier nog mensen tot geloof in de Here Jezus? Leren we hier nog met elkaar wat het nou in de praktijk van het leven, in allerlei keuzes die we dagelijks maken, betekent om onze Heer te volgen op de smalle weg die naar het leven leidt.’

Dat is geen gebrek aan enthousiasme. Maar dat is stukje oprechte zorg die opkomt vanuit dit Bijbelgedeelte. Het verlangen om ware profeten te zijn die de kudde bij de Goede Herder brengen en houden in plaats van handlangers te zijn van de Mol.
Voelt u hoe actueel dit Bijbelgedeelte eigenlijk is? Als het goed is helpen deze woorden van de Here Jezus ons om onze tijd en energie niet te verliezen in zinloze acties en ideeën – zoals het in ‘Wie is de Mol?’ soms gaat – maar om echt kerk te zijn.
De kerk van Jezus Christus. De plek waar Hij zich telkens opnieuw laat vinden. Door mensen die op zoek zijn. En door mensen die zich al door Hem gevonden weten. Maar die Hem telkens opnieuw willen vinden. Zo in het leven willen staan.

-

En nu is daar ongetwijfeld nog veel meer over te zeggen. Over dat verschil tussen ware en valse profetie. Maar dit lijkt me toch de kern. Helpt datgene wat er in de kerk gezegd en gedaan je om de Here Jezus beter te leren kennen en volgen?
Want als je Hem kent en volgt, ben je de Koning te rijk. Hij is de schat van het evangelie. De rest is klatergoud, chocolademunten. Het smaakt lekker zoet. Maar uiteindelijk wordt je leven er niet schoon van maar zit je onder de vlekken.
‘Wie is de Mol?’ Toen ik het de eerste keer zag dacht ik direkt: ‘Daar zit een preek in!’ Een paar afleveringen verder: ‘Misschien toch niet…’ U mag het straks tegen elkaar zeggen tijdens de koffie: ‘Was dit nou ware profetie of niet?’
Amen.