LogoHG

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,

Vandaag collecteren we voor het project van KerkinAktie in Madagascar. De protestantse kerk helpt de mensen daar om met behulp van bamboe-hout stormbestendige huizen te bouwen. Want ieder jaar razen er orkanen over het eiland.
En dat collectedoel van vanmorgen doet ons natuurlijk meteen denken aan die woorden van de Here Jezus. Over die verstandige man die zijn huis bouwde op de rots. Dat huis was ook stormbestendig, vertelt de Here Jezus in die gelijkenis.


‘Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen er stormen opstaken en het huis van alle kant belaagd werd, stortte het huis niet in want het huis was gefundeerd op de rots.’ Ondanks regen en stormwind, blijft dat huis overeind.

Maar u voelt – wat in Madagascar vooral een heel praktische werkelijkheid is: bouw een stevig huis dat de wind kan doorstaan – dat is voor de Here Jezus vooral ook een geestelijke werkelijkheid. Want Hij gebruik het als een gelijkenis.
Niet alleen in Madagascar is het belangrijk om je huis op de rots te bouwen. Maar dat is evengoed voor ons zo hier in Nederland. Als wij inmiddels allang in stenen huizen met funderingen wonen die achter dikke dijken zijn opgetrokken.
Ook dan moet je je huis op de rots bouwen. Want ook in ons leven kan het gaan stormen. Golven van ziekte, verdriet en verlies kunnen op je levenshuis aan komen rollen. En dan is het dus heel belangrijk dat je levenshuis een fundament heeft.


Broers en zussen, wanneer bouw je je huis nou op de rots? Wanneer kun je er dan zeker van zijn dat je er niet aan onder door zal gaan, aan alles wat je als mens op je levensweg mee kunt maken? Wanneer bouw je je huis op de rots?
En dan zult u zeggen: ‘Nou, dat weten we toch! Een wijs man bouwde zijn huis op de rots. Die rots dat is toch Jezus? ‘Vaste rots van mijn behoud/als de zonde mij benauwt.’ Je bouwt je huis toch op de rots als je in Jezus gelooft, op Hem vertrouwt?
Zo hebben we het zojuist nog gezongen: ‘Dus bouw je huis op Jezus, de Rots! En de zegen daalt dan neer en ’t gebed stijgt op. Bouw je levenshuis op Hem!’ Dat weten we toch al van kinds af aan! Je huis bouwen op de rots dat is: in Jezus geloven.

Ja, dat is ook zo, broers en zussen. Maar toch zegt de Here Jezus het hier in deze gelijkenis nog iets preciezer. Wanneer ben je zo’n verstandige man die zijn huis bouwt op de rots? En dan zegt Jezus: ‘Als je Mijn woorden hoort en er naar handelt.’
Als je Mijn woorden hoort en er naar handelt, dan ben je zo’n verstandig man die zijn huis bouwde op de rots. En als je Mijn woorden wel hoort maar er niet naar handelt, dan lijkt je op zo’n onnadenkend man die zijn huis bouwde op het zand.
Het gaat dus maar niet om het geloof in z’n algemeenheid. Maar het gaat om het geloof dat ook gehoorzaamheid is. Om geloof dat zich daadwerkelijk richt op de woorden van de Here Jezus en die woorden als uitgangspunt voor het leven neemt.


En bij die woorden van de Here Jezus moeten we in dit verband dan vooral ook denken aan de Bergrede die Hij zojuist heeft uitgesproken. Zijn onderwijs over die andere manier waarop wij als volgelingen van Hem in het leven mogen staan.
Daar staan bij tijden heel radicale dingen in. Het gaat om een leven waarin je gericht bent op de goedkeuring van God. En niet die van mensen. Het gaat om een leven waarin je de genade van God niet alleen jezelf maar ook anderen gunt.
Het gaat dus om het vergeven van vijanden, het zegen van wie je vervloeken. De bereidheid een tweede mijl te lopen. Kortom, het gaat om een leven waarin je op niet op ‘safe’ speelt maar nogal eens het onverwachte en ongedachte doet.

Je probeert in de eerste plaats het Koninkrijk van God te zoeken en de gerechtigheid, de manier van leven die daarbij hoort. En als je dat probeert, zegt de Here Jezus, om die Woorden van Mij te gehoorzamen, dan bouw je je levenshuis op de rots.
U voelt, dat is dus een heel ander soort veiligheid dan waar wij mensen ons doorgaans ‘safe’ bij voelen. Het is niet de veiligheid en zekerheid van huisje, boompje, beestje, een goede zorgverzekering en genoeg spaarcentjes op de bank.
Nee, het is je veiligheid op een levensweg waar tegelijk misschien wel heel veel onzekerheid te vinden is. Waar je –omdat je Jezus’ woorden wil volgen – nogal eens het avontuur aan gaat, het ongedachte doet, het onbekende tegemoet gaat.


Wanneer bouw je je huis op de rots. Als je gelooft in de Here Jezus. Broers en zussen, dat klopt! Maar voelt u dat er in die woorden van de Here Jezus dus nog veel meer reliëf, veel meer diepte zit dan wij in eerste instantie zouden denken?
Die woorden zijn eigenlijk vooral bedoeld om ons te bemoedigen als wij in ons leven inderdaad de Here Jezus en zijn woorden proberen na te volgen. En dan soms toch met forse en onverwachte tegenslagen te maken krijgen.
En we onszelf in donkere momenten misschien wel eens afvragen: ‘Ja, wat heeft dat geloof in en die navolging van de Here Jezus nou opgeleverd?’ Dan zegt de Here Jezus: ‘Je hebt je levenshuis toch gebouwd op de rots. En dan zorg Ik voor je.’

En vandaag op deze zendingszondag denken we daarbij vooral aan mensen die voor de zending of het het werelddiaconaat op pad zijn gegaan naar het buitenland. Die hebben heel veel zekerheden en vanzelfsprekenheden achter zich gelaten.
Ze leiden een leven wat ons misschien wel erg onveilig lijkt. ‘Maar’ zegt de Here Jezus vanmorgen: ‘het kan wel eens zijn dat hun leven uiteindelijk veel ‘safer’ is dan dat van veel mensen hier in Nederland. Want zij bouwen hun huis op de rots.’
‘Zij proberen mijn woorden daadwerkelijk als uitgangspunt voor hun leven te nemen. En dan ben Ik er ook bij. Dan draag ik hen er ook doorheen. Hoe moeilijk de omstandigheden ook kunnen zijn en worden. Ze zullen ervaren dat Ik bij hen ben.’


En waarom sta ik daar zo uitgebreid bij stil vanmorgen? Dat je huis bouwen op de rots niet alleen ‘Jezus vertrouwen’ in het algemeen is maar dat het vooral ook ‘Jezus’ woorden horen en er naar handelen’ betekent? Waarom is dat zo belangrijk?
Nou, onder andere omdat het me ook belangrijk lijkt voor onze jongeren die straks naar Zuid-Afrika gaan. Jullie hebben er zin in. En het is natuurlijk ook een prachtig avontuur dat jullie met elkaar aan mogen gaan. Iets om naar uit te kijken.
En toch zou het zomaar kunnen dat jullie ook met teleurstellingen of tegenslagen te maken krijgen onderweg. Want ik zei het afgelopen zondag al: ‘Waar God Zijn kerk bouwt, daar bouwt de duivel een kapel ernaast.’ Die zit daar ook te zieken.

Dat is dus iets om rekening mee te houden. Misschien komen jullie gaandeweg de reis en de aanloop er naar toe ook wel in een storm terecht.  Het loopt niet in de groep. Er ontstaat spanning. Het werk valt misschien wel tegen daar in Zuid-Afrika.
Ja, er zouden zelfs nog ingrijpender dingen kunnen gebeuren. Maar juist dan is het dus heel belangrijk dat je tegen elkaar zegt: ‘Ja maar wij doen dit niet voor onszelf. Wij doen dit voor de Here Jezus. Zo proberen wij Zijn woorden na te volgen.’
‘En als we dat proberen, dan heeft Hij ons beloofd dat we bouwen op de rots. Dat wat wij doen een fundament heeft. En dat we daarom veilig zijn. Wat er om ons heen ook allemaal gebeurt. Dat we veilig zijn bij Hem.’ Dat je elkaar dat voorhoudt.


En die opmerking over een storm die opsteekt brengt me ook in één keer bij dat andere verhaal aan het einde van onze Schriftlezing. De storm op het meer en de discipelen met Jezus in de boot. Dat is zo’n situatie. Opeens gaat het stormen.
En ik heb dat eigenlijk altijd een heel raar verhaal gevonden. Want zeg nou zelf, we lezen in de tekst: ‘Plotseling begon het meer enorm te kolken, zodat de boot bijna door de golven werd verzwolgen.’ De boot begint dus al bijna te zinken.
En pas dan, op het allerlaatste moment, maken de discipelen Jezus wakker. Als ze ieder ogenblik kunnen vergaan. En wat is dan het eerste wat de Here Jezus doet? Hij geeft hun op hun kop! ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed, kleingelovigen!’

Dat is toch eigenlijk heel vreemd. Als de boot al vol begint te lopen. En je maakt dan als allerlaatste de Here Jezus wakker. Dan ben je toch niks te vroeg, zou ik zeggen. En dat de Here Jezus dan zegt: ‘Moet je daar nu wakker voor maken?’
Dat is toch eigenlijk heel vreemd. Ik bedoel, het had toch verkeerd af kunnen lopen? Moesten ze er dan tot het allerlaatste moment maar blindelings op vertrouwendat het goed zou komen – zelfs toen het water de boot al binnen begon te lopen?
Dat kon de Here Jezus toch niet van hen vragen? Zoveel geloof kan je toch van geen enkel mens verwachten? Anders gezegd, broers en zussen, is het niet heel onredelijk dat de Here Jezus hier zo tegen zijn discipelen uitvalt?


Ik heb dat altijd heel vreemd, heel onredelijk gevonden. Dat de Here Jezus zijn discipelen hier ‘kleingelovigen’ noemt. Totdat ik opeens het verband zag. Tussen dit gedeelte over de storm op het meer en dat stukje over het huis op de rots.
Want de Here Jezus had hun bevolen naar de overkant te gaan. Dat lezen we in vs. 18 ‘Hij beval hen naar de overkant te vertrekken.’ En de discipelen waren met Jezus aan boord gegaan. ‘Ze gingen met hem in het schip’ lezen we in vs. 23.
Ze hadden Zijn Woord dus niet alleen gehoord. Ze hadden er ook naar gehandeld. Ze hadden hun levenshuis dus op de rots gebouwd.  Want ‘Wie Mijn woorden hoort en er naar handelt is als een verstandig man die zijn huis bouwt op een rots.’

En daarom mochten de discipelen er zeker van zijn dat hun levenshuis overeind zou blijven, zelfs als het van alle kanten belaagd werd door stormwind en regen. Omdat ze hun levensweg hadden gericht naar de woorden van de Here Jezus.
Daarom mochten ze inderdaad bij voorbaat al zeker van zijn dat het goed zou komen – al hadden ze desnoods zwemmend de overkant moeten bereiken – en hadden ze de Here Jezus dus inderdaad eigenlijk helemaal niet wakker hoeven te maken.
Want ze gingen de weg die Jezus hun gewezen had. En wat er dan verder ook aan narigheid gebeuren kan, dan komt het goed. Meestal al in het hier en het nu. Maar zelfs al is het niet in dit leven, dan wel in het leven na dit leven.


Voelt u, broers en zussen, hoe daar dus onze veiligheid in ligt? Als we ons leven willen gaan in de weg van Jezus’ woorden. Meegenomen in de beweging die Hij zelf in gang heeft gezet in deze wereld. Samen op weg naar de komst van zijn Rijk.
Ik hoop dat het een bemoediging mag zijn voor u als gemeentelid. Als u zelf op dit moment in uw leven te maken hebt met tegenwind. Ik hoop dat het een bemoediging mag zijn voor jullie als jullie straks op reis gaan naar Zuid-Afrika.
Ik hoop dat het een bemoediging mag zijn voor werkers in het veld zoals Paul van ’t Hoff en zijn vrouw of de medewerkers van KerkinActie. De wetenschap dat we inderdaad veilig zijn, zelfs als het begint te stormen in ons leven.

En dat de Here Jezus op zijn tijd en zijn wijze ook in ons leven op een gegeven moment tegen die storm en die wind zal zeggen: ‘Wees stil!’ En dat die kolkende zee dan plotsklaps helemaal stil valt. ‘Het meer kwam geheel tot rust.’
En nou nog één laatste opmerking om de preek af te ronden. Dat gaat eigenlijk over heel dat Bijbelgedeelte tussen deze twee korte stukje over het huis op de rots en de storm op het meer in. Dat gedeelte over die genezingswonderen.
Waarom staat dat er nou ook nog in? Wat voegt dat eigenlijk nog toe? Waarom vertelt Matteüs na Jezus’ woorden over het huis op de rots niet in één keer verder over de storm op het meer. Dan zou het verband voor ons nog veel duidelijker zijn.


Ja, en tegelijk: als Matteüs na de Bergrede en die woorden van de Here Jezus over het huis op de rots direkt verder was gaan vertellen over de storm op het meer… - Hoe Jezus zijn discipelen oproept tot geloof. Zelf de stormen stilt. -
… ja, dan zou het allemaal zo hoog, zo verheven, zo radicaal zijn, dat leven dat de Here Jezus ons voorhoudt, dat wij waarschijnlijk als snel de moed zouden verliezen. Zo leven op de bergtoppen van het geloof, wie kan dat eigenlijk?
Maar er staat aan het begin van hoofdstuk 8 juist dat Jezus afdaalt van die berg waar Hij zijn onderricht heeft gegeven. En daar in de laagte, aan de voet van de berg treft Hij dan allemaal mensen met problemen aan: melaatsen, zieken, bezetenen.

Mensen die de moed al lang zijn kwijtgeraakt. En dan vertelt Matteüs hoe de Here Jezus al die mensen geneest. Hoe zo die woorden van Jesaja in vervulling gaan: ‘Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten die heeft Hij gedragen.’
En dan zien we de Here Jezus helemaal. Niet alleen hoe Hij daar op de berg zit en ons met zijn radicale onderwijs wakker schudt. Niet alleen hoe Hij de stormwind bedwingt. Niet alleen hoe Hij ons voorgaat op de toppen van het geloof.
Dan zien we Hem ook in zijn bewogenheid over ons mensen. Hoe we ook veilig bij Hem zijn als we zwak zijn, als we ons onrein voelen, als er stemmen in ons leven klinken die ons bij Hem vandaan proberen te houden. Ook dan ziet Hij ons.


En dan komt Hij vanmorgen door die woorden ook naar ons toe. En dan zegt Hij het tegen ons als tegen die melaatse man: ‘Ik wil het word rein.’ Dan neemt Hij al die zwakheid, ziekte en zonde van ons over en raakt ons aan met zijn Heilige Geest.
‘Ik wil het! Wordt rein! Zo mag je Mij volgen. Zo mag je proberen die woorden van Mij tot uitgangspunt van je leven te nemen. Niet omdat jij zelf zo’n groot en geweldig christen bent. Maar omdat Ik het je geef door de kracht van Mijn Geest.’
Dan neemt de Here Jezus ons leven en dan zet Hij het zelf op de rots van zijn Woord. En zo mogen we dan de toekomst tegemoet gaan. In het besef dat we bij Hem veilig zijn. Door het Woord dat Hij zelf over ons leven gesproken heeft.

‘Ik wil het! Wordt rein!’ Dat is het diepste woord dat de Here Jezus over ons spreekt. En op dat woord van de Here Jezus mogen wij - als een verstandig man die zijn huis bouwt op de rots – ook ons leven bouwen. ‘Ik wil het. Wordt rein!’
Want de Here Jezus zegt: ‘Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots.’
‘Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots.’
Amen.