LogoHG

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,    

Eén van de voordelen van een programma zoals ‘Boer zoekt vrouw’ is dat we ons allemaal weer iets bij het boerenleven kunnen voorstellen. De KRO weet de sfeer van een leven op het land doorgaans goed te vangen.
Beelden van de ondergaande zon over de velden, een verregend weiland met daarin eenzame paarden, de mist die ’s morgens langzaam van de gewassen optrekt. Soms is het haast alsof je door je t.v. de geuren kunt snuiven.

Maar het mooist vind ik toch nog de tevreden blik in de ogen van de boeren zelf. Groenteboer Geert tussen z’n bloemkolen, boer Tom die uitkijkt over z’n velden vol tulpen. Daar zie je de essentie. Van een leven op het land.
Als er iets van de oogst zichtbaar begint worden. Duidelijk wordt waar al dat ploeteren in het voorjaar toe geleid heeft. Op dat moment, broers en zussen, op dat moment kijk je de boer als het ware recht in z’n ziel.


En op dat moment – het moment waarop er al iets van de uiteindelijk oogst zichtbaar begint te worden – op dat moment stappen we ook de gelijkenis van vanavond binnen. Want zo lezen we het ook in Mat. 13:26:
‘Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen - dat is dat moment - ‘maar’ staat er ‘toen kwam ook het onkruid te voorschijn.’ Een onthutsende ontdekking. Juist op een moment dat een hoogtepunt hoort te zijn.

Er staat niet alleen veel tarwe op het land. Maar er staat ook veel onkruid. Van een gemeen soort nog wel: dolik, raaigras! Een plant die bij het opgroeien veel op tarwe lijkt. Met eigenlijk maar één verschil. Er komt geen vrucht.
De halmen blijven leeg. Geen aren aan de top. Die oogst die er in eerste instantie overweldigend uitzag – velden vol halmen – die blijkt bij nader inzien voor een belangrijk deel uit neptarwe te bestaan. Wat een teleurstelling!

-

De knechten kunnen het haast niet aanzien. Snel gaan ze naar hun heer toe: ‘Heer, hoe komt dat dolik op de akker? U heeft toch goed zaad gezaaid! En… zullen we dan maar meteen beginnen dat onkruid te wieden?’
‘Zodat het nog ergens op lijkt… En de echte tarwe alle ruimte en voedingstoffen heeft om door te kunnen groeien tot de oogst. Heer, zullen we het land op gaan om dat onkruid er meteen tussenuit te wieden?’

Je kunt het je zo voorstellen. Dit is de boerenziel in aktie. Die het niet kan aanzien hoe die vruchtbare tarwe verdrongen lijkt te worden door onvruchtbaar raaigras. Zonde van de oogst! Dat moet er zo snel mogelijk uit!
Maar wat zegt die heer dan? ‘Dat is het werk van een vijand’ zegt hij over de dolik. ‘Maar we moeten het laten staan tot de oogst. Want als we het er nu tussenuit proberen te trekken, dan trekken we ook het graan los.’

‘Want die wortels zitten aan elkaar vast. En daarom moeten we dat onkruid laten staan tot de oogst. Pas dan zal ik tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst dat onkruid eruit. Bindt het in schoven. En steek het in brand.’
‘Pas daarna zullen we de tarwe gaan oogsten. Dan brengen we het graan bij elkaar in mijn schuur.’ Zo reageert de boer uit deze gelijkenis. Hij verdraagt dat onkruid. Om het graan toch nog de kans te geven om te groeien.

En daarmee komen we natuurlijk op de vraag wat de Here Jezus nu eigenlijk met dit verhaal duidelijk wil maken. Want het is een gelijkenis: een verhaal met diepere bodem, een verhaal met een les erin. Ook nog voor ons nu.
Waar gaat dit verhaal eigenlijk over? En dan kijken we vanavond eerst naar dit verhaal in de context van Jezus’ eigen leven. En daarna proberen we de link te leggen naar onze tijd en deze bidstond voor gewas en arbeid.

-

Waarom vertelt de Here Jezus op dat moment in zijn leven deze gelijkenis? En trouwens ook die andere gelijkenissen over het mosterdzaadje en het zuurdeeg. Want dat zijn maar geen tijdloze verhalen en waarheden.
Nee, die hebben ook een heel concrete setting in het leven van de Here Jezus toen. Wat was die setting toen? Wel, de mensen zijn eigenlijk een beetje teleurgesteld in de Here Jezus. Ze hadden meer van Hem verwacht.

Want Johannes de Doper had voorzegd: ‘Na mij komt Iemand die sterker is dan ik. Hij komt zijn dorsvloer zuiveren. Hij zal het graan in zijn schuur bijeenbrengen. Maar het kaf zal Hij met onuitblusbaar vuur verbranden.’
En toen was Jezus gekomen. En inderdaad, die Jezus van Nazareth deed opzienbare dingen. De mensen stonden versteld van zijn woorden en daden. Zelfs Johannes de Doper had niet zulke grote tekenen gedaan als Jezus.


Maar ondertussen – zo leek het - zette Jezus die wonderlijke macht die Hij had niet in om nu voor eens en voor altijd schoon schip te maken. Hij kwam zijn dorsvloer helemaal niet zuiveren, zoals Johannes voorzegd had.
Want koning Herodes kon nog gewoon z’n gang gaan. De romeinse soldaten liepen nog gewoon hun rondjes. Zelfs de joodse leiders begonnen Jezus steeds meer tegen te werken. En Jezus liet het allemaal maar gebeuren…!

Was Hij dan wel de beloofde Messias die Johannes de Doper voorzegd had? Als Hij zijn dorsvloer niet kwam zuiveren maar het onkruid alleen maar hoger leek te groeien? Was Hij dan wel degene die ze verwachten?
Zelfs Johannes de Doper in de gevangenis begon te twijfelen. ‘Zijt Gij het die komen zou of hebben wij een ander te verwachten?’ laat hij 2 hoofdstukken hiervoor aan Jezus vragen. En we kunnen het ons zo voorstellen!

-

En in die setting, met deze vraag op de achtergrond, vertelt de Here Jezus die gelijkenis over het onkruid op de akker. Alsof Hij zeggen wil: ‘Er komt wel een oogst! Het onkruid wordt straks weggedaan! Maar niet meteen!’
‘Nog niet direkt zoals de knechten in die gelijkenis willen. Eerst moet het tarwe nog de gelegenheid krijgen vrucht te dragen. Eerst is het nog de tijd van Gods genade en geduld. Voordat de dag van de oogst aanbreekt.’

Dat is trouwens ook de zin van die gelijkenis over het mosterdzaadje en het zuurdeeg. Hier gaat dat niet in de eerste plaats over ons en ons geloof – geloof als een mosterdzaadje – nee, hier slaat dat vooral op de Here Jezus.
Hij moet eerst nog als een mosterdzaadje in de grond begraven worden. Hij zal eerst nog als zuurdeeg in de meel verborgen worden. Het zal lijken of er uiteindelijk helemaal niets meer van Hem en Zijn missie over is gebleven.


Als Hij daar hangt aan het kruis en ligt in het graf. Dan lijkt alles over en voorbij. Maar juist zo zal Gods Koninkrijk aanbreken! Doordat de Here Jezus Zijn leven voor ons geeft aan het kruis. Juist zo zal Gods Koninkrijk aanbreken.
En dus is het misschien wel onverwacht – dat onkruid dat blijft groeien, die tegenstand tegen Jezus - maar het past toch in Gods plan. En daarom zet de Here Jezus Zijn wondermacht ook niet in om die tegenstand te breken.

Hij verdraagt het wanneer Hij belasterd wordt, verdacht gemaakt, bespot. Want dat is de weg die Hij moet gaan. Een weg van lijden en sterven. Het lijkt allemaal op niets uit te lopen. Maar juist zo zal Gods Koninkrijk komen!
En - dat probeert de Here Jezus op dat moment dus aan de mensen en aan zijn leerlingen duidelijk te maken – dat vraagt dus geduld. Geduld dat de oogst toch komen zal. Ondanks alle onkruid. Er komt toch een oogst!

-

Dat betekent die gelijkenis in de setting van Jezus’ leven. God heeft nog geduld met ons mensen. Want door Zijn genade kan onkruid kan nog veranderen in tarwe. Kinderen van het donker nog in kinderen van het licht.
Daarom grijpt niet direkt in waar wij mensen in de fout gaan. Daarom maakt Hij niet direkt schoon schip. Maar u voelt, die boodschap is ook nu nog relevant. Want wij leven nog steeds in die tijd van Gods genade en geduld.

En daarom blijven ook wij te maken houden met onkruid. Heel letterlijk: onkruid op het land. Maar ook meer figuurlijk: dingen die tegen zitten, mensen die tegen zitten. Mensen die zich keren tegen God en zijn geboden.
Je hoeft de t.v. maar aan te zetten en dichtbij en ver weg komen we zulke donkere plekken en mensen tegen: van Boko Haram en IS tot je straat waar opeens een gezinsdrama plaatsvindt of je school waar gepest wordt.


Net als onkruid steken zulke berichten telkens weer de kop op. En toch laat God het gebeuren. Toch grijpt de Here Jezus niet in. Waarom niet? Hij heeft de macht toch om in te grijpen? Alle macht in hemel en op aarde.
Ja, maar toch zet Hij die macht nog niet in. Hij kan het wel. Maar Hij doet het nog niet. Dat is geen slapheid maar dat is zijn geduld. ‘Omdat Hij niet wil dat sommigen verloren gaan maar dat alle mensen tot bekering komen.’

En dat vraagt dus ook van ons geduld. Geduld als het tegen zit op school of op je werk. Geduld als er letterlijk en figuurlijk onkruid op je akker staat. Geduld met die lastige collega of die moeilijke client. Geduld met de wereld.
En dat hoeven we echt niet iedere dag tegen elkaar te zeggen. Er zijn gelukkig ook veel goede dingen. Er is niet alleen onkruid maar gelukkig ook nog veel tarwe. En toch, soms moet je echt tegen jezelf zeggen: ‘Geduld (3x)!’

-

‘Want God heeft dat geduld ook met mij gehad. Stel dat God inderdaad een lik op stuk beleid zou voeren, zero-tolerance, direkt eruit met dat onkruid…, ja, dan was ik er zelf waarschijnlijk ook allang niet meer geweest. ‘
Want dat kwaad in deze wereld, dat onkruid dat strekt z’n tentakels ook naar mij uit. Als ik niet oppas zitten mijn wortels daar zo in verstrikt. Als God al het onkruid meteen weg zou wieden, was ik zelf ook allang meegegaan.’

En ik kan me vergissen, broers en zussen, maar ik denk dat je daar toch een andere collega van wordt, een andere oppasmoeder, een andere medestudent. Als je op die manier naar jezelf en naar de wereld leert kijken.
En dan daarbij het besef: ‘Ik moet en ik mag geduld hebben. Met deze wereld, met de mensen om me heen, ja zelfs met mezelf. Maar dat geduld is geen doekje voor het bloeden. Geen zinloos fluiten in de verte.’


Want er komt een oogst! Er komt een dag dat al die vervelende dingen die het leven nu soms zo frustrerend kunnen maken –oogsten die tegenvallen, je baan die je kwijt raakt, je gezondheid die het af laat weten…
– er komt een dag dat dat allemaal voorbij is. De dag van de oogst. En als ik mezelf op de Here Jezus richt dan mag ik geloven dat ook ik dan bij die rijke oogst mag horen. En dat God zelf voor vruchten in m’n leven zorgt.

‘Dan’ zegt de Here Jezus over die oogst: ‘Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader.’ Dan zal ook ik als kind van God helemaal uit de verf komen. Dan legt God zelf zijn heerlijkheid op mij.
En dat perspectief is bedoeld als een bemoediging voor ons hier onderweg. Als we inderdaad dorens en distels op ons pad vinden. Dingen die niet lukken. Mensen die tegenvallen. Wijzelf die onszelf bij tijden tegenvallen.

-

Er komt een dag van de oogst. Dan is dit allemaal voorbij. En dan kan en zal het echte leven zoals God dat eigenlijk bedoeld heeft – niet alleen met deze wereld maar ook met mij – dan zal dat eindelijk beginnen!
Zo bidden we vandaag niet alleen voor een goede oogst, voor een zegen over al onze inspanningen op school, werk en in het gezin. Maar zo bidden we vandaag ook om vertrouwen, om geduld, om rust.

Om iets van die glimlach over de lippen van een boer. Die naar z’n land kijkt. En misschien wel onkruid ziet. Maar dwars daar doorheen kijkt. Naar z’n aardappels, naar z’n tarwe. Die kijkt naar z’n oogst. En lacht….
De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?” Maar de Heer  antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid eruit, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’     
Amen.