LogoHG

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,

In gedachten zijn wij misschien allemaal nog wel heel erg bezig met The Passion van afgelopen donderdag of de Passie van Pasen gisteravond. Heel mooie momenten die – zeker gisteravond – diepe indruk op ons hebben gemaakt…

-

Maar ik was in gedachten afgelopen week ook nog wel heel erg bezig met met die vliegramp in de Franse Alpen. Vlucht 4U9525 van Germanwings. 150 mensen die daar in één klap de dood vinden. Allemaal door die ene co-piloot.


‘Wie kun je dan nog vertrouwen?’ denk je dan bij jezelf. Je stapt nietsvermoedend in een vliegtuig. En dan eindigt het zo. Tegen een bergwand. Vliegtuig en lichamen totaal versplinterd. Niets meer van over. ‘Wie kun je dan nog vertrouwen?’

Die co-piloot was waarschijnlijk psychisch ziek. Hij had helemaal niet mogen vliegen. Maar tegelijk blijft het toch nauwelijks te bevatten. Als je hem eerst nog geanimeerd hoort praten met de gezagvoerder. Op de voicerecorder is dat opgenomen.
En nog geen minuut later brengt hij het vliegtuig doelbewust in een duikvlucht om het, met alle 150 passagiers erin, neer te laten storten in de bergen. ‘Schier unfassbar’ ‘Niet te bevatten’ zei Angela Merkel tijdens haar bezoek aan de rampplek.


Alsof zich midden in het gewone leven opeens een zwart gat opent waarin al het menselijke verdwijnt. En zo moet het voor de nabestaanden toch ook zijn: ‘Niet te bevatten. Hoe kan iemand tot zo’n daad komen? Waarom moest dit gebeuren?’
Tegelijk viel het me op dat er al heel snel een gedenksteen was geplaatst. Met daarop de tekst in het Frans, Duits en Engels: ‘In herinnering aan de slachtoffers van het Vliegtuigongeluk van 24 maart 2015.’ Dat stond er al na enkele dagen.

Maar ik dacht bij mezelf: ‘Is dat ergens niet te vroeg? Ben je daar als nabestaande al aan toe? Als je het verschrikkelijke nieuws zelf nog maar nauwelijks kunt bevatten? Om het dan al zo zwart op wit, in graniet gehouwen voor je te zien?’
Ik zou me ook voor kunnen stellen dat je het dan uitschreeuwt: ‘Weg die steen! Hier ben ik nog helemaal niet aan toe. Het kan, het mag gewoon niet waar zijn wat me nu verteld wordt. Dat mijn geliefde daar ligt tussen die brokstukken op de berg.’

-

Broers en zussen, ik kan me vergissen maar ik stel me zo voor dat die vrouwen waarover Matteüs vertelt –  Maria van Magdala en de andere Maria, die vrouwen die op de Paasmorgen naar het graf gaan - zich ook zo gevoeld moeten hebben.
Matteüs schrijft dat ze naar het graf gingen ‘kijken’. Daar is ook een steen. Straks zullen ze erbij staan. En dan zijn er eigenlijk ook alleen nog maar vragen: ‘Waarom? Waarom moest Jezus sterven? We kunnen het gewoonweg niet bevatten.’

Bij het graf zullen ze ook de wacht aantreffen. Een paar soldaten die in opdracht van Pilatus de dode Jezus moeten bewaken. Ze zijn misschien nog wel bij de kruisiging betrokken geweest. Hebben de spijkers in Zijn polsen geslagen.
Of aan het einde de benen van de kruiselingen gebroken. Ze weten wel hoe je iemand moeten slopen. Gebroken lichamen, versplinterde botten, ‘t is hun handwerk. Zo staan ze daar als grimmige symbolen van de macht van het kwaad bij het graf.


En, broers en zussen, dit is de wereld waarin wij leven. Een wereld met aan de ene kant huilende vrouwen die niks meer kunnen doen dan staan bij die stille steen die herinnert aan hun geliefden. En aan de andere kant die macht van het kwaad.
Die macht van het kwaad die zich als een zwart gat zomaar midden in ons gewone leven kan openen. Om mensen kapot te maken, levens te versplinteren en alles wat mooi, goed en hoopvol is uit te laten doven als een kaars in de nacht.

Dit is de wereld waarin wij leven. Met mensen langs de kant van de weg als de rouwauto’s met stoffelijke resten uit de MH17 voorbij komen. Met overlijdensberichten als vanmorgen van een gemeentelid dat veel te jong is gestorven.
Misschien wel jouw wereld. Als je op de begraafplaats van ons dorp regelmatig staat bij de steen van jouw geliefde. In deze vrouwen, vroeg op de Paasmorgen op weg naar het graf, zien we al dat hulpeloos verdriet van vroeger en nu voorbijkomen.

-

Maar dan, broers en zussen, dan wordt het Pasen, vertelt Matteüs. De hemel raakt de aarde. Een engel daalt neer, vol van het hemelse licht. Het is indrukwekkend. Matteüs vertelt: ‘Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw.’
En dan komt dat ene, korte zinnetje: ‘De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer.’ Letterlijk staat er: ‘En zij werden als doden.’ Die machtige romeinse militairen, die grimmige wachters van de dood, ze worden zelf als doden.

Als schoothondjes beven die wachten en slaan daarna op de vlucht. En die kille steen die daar ligt voor de ingang van het graf - nog zo’n symbool voor de onverbiddelijke dood - de engel rolt die moeiteloos opzij en gaat er vervolgens op zitten.
Dat is wat Pasen volgens Matteüs zeggen wil: de dood en het kwaad zijn geen partij voor de hemel. Nu Jezus is opgestaan zijn hun kaarten geschud. Ze zijn als de dood voor het Leven. En dat leven dat is onze levende Heer Jezus Christus zelf!


De dood is als de dood voor het Leven. Dat is wat Pasen zeggen wil. En dat maakt wel een heel verschil voor hoe je naar deze wereld kijkt. Het is waar: wij zien ook veel van die stille stenen. Langs de kant van de weg. ‘Hier een kind verongelukt.’
‘Door een dronken automobilist nog wel.’ Want wij zien ook nog steeds die macht van het kwaad. Zo op het eerste gezicht lijkt er door de opstanding van de Here Jezus weinig veranderd te zijn. Denk maar weer aan vlucht 4U9525 en de MH17.

Maar vanuit dit Paasverhaal mogen er doorheen proberen te kijken en het tegen elkaar zeggen: ‘De dood is als de dood voor het Leven. Eens zullen ook al deze stille stenen opzij gerold worden door een engel zoals op de Paasmorgen gebeurde.’
‘Weg die steen! Hier kan ik me niet bij neerleggen!’ Nee, maar doet hoeft ook niet. We hoeven ons ook niet bij die stille stenen in ons leven neer te leggen. Want sinds de opstanding van de Here Jezus heeft de dood niet meer het laatste woord.

-

Maar nu heeft Hij dat. En Hij zegt tegen ons zoals Hij het op die Paasmorgen zei tegen die vrouwen: ‘Vrees niet (2x)’  ‘Want Ik leef. En gij zult leven!’ Dat is wat wij vanmorgen mogen vieren. ‘Midden in de dood, zijn wij in het leven.’ (Gezang 359)
‘Maar’ – zul je zeggen – ‘is dat nou niet te makkelijk? Je moet het toch allemaal maar geloven. En het werkt toch ook niet automatisch? Het is toch niet zo dat iedereen zomaar dat eeuwige leven krijgt? Er moet toch ook wat gebeuren in je leven?’

Nee, inderdaad, Pasen vertelt het ons in alle toonaarden: ‘Daar juicht een toon daar klinkt een stem die galmt door heel Jeruzalem.’ En: ‘Nu jaagt de dood geen angst meer in want alles, alles is voldaan!’ Voldaan door de Here Jezus aan het kruis.
Maar dat eeuwige leven is dus ook alleen in Hem te vinden. Die engel zegt het ook tegen de vrouwen. Nadat die wachters verstijfd zijn van schrik, zegt die engel letterlijk tegen de vrouwen: ‘Maar wezen jullie niet bang. Want jullie zoeken Jezus.’

Het is geen sprookje. Dat eeuwige leven er is. En dat is het heerlijkste nieuws dat we hier op aarde ooit kunnen horen. Alles kan toch nog helemaal goed komen. Zelfs al eindigt je leven in de meest afschuwelijke nachtmerrie die je maar denken kan.
Alles kan toch nog helemaal goed komen!  Want zelfs door de dood heen – al liggen we in stukjes en splinters op een bergwand – kan Gods ons bestaan toch weer helemaal heel en gaaf maken en ons een nieuw en eeuwig leven geven.

Maar dat eeuwige leven dat vind je in Jezus Christus. In Hem alleen. Zo zegt de engel het op de Paasmorgen tegen die verschrikte vrouwen voor hem: ‘Wezen jullie niet bang. Ik weet dat jullie Jezus zoeken. Hij is hier niet. Hij is opgestaan.’
En dat is op deze Paasmorgen dus meteen ook een vraag aan ons. Waar ben je vanmorgen eigenlijk voor gekomen? Wat vier je vandaag eigenlijk op het Paasfeest? Zoek je de Here Jezus? Want bij Hem is dat eeuwige leven te vinden.

-

En als je Hem zoekt, zoals die vrouwen doen in ons Bijbelverhaal, dan komt Hij je ook tegemoet. Dan laat Hij zich ook door je vinden. Kijk maar bij hen. Die vrouwen zijn nog maar goed op wel op weg om het te gaan vertellen aan de discipelen.
En dan staat er: ‘Op dat moment kwam Jezus hen tegemoet en groette hen.’ Jezus komt hen tegemoet en groet hen. In het grieks wordt daar een heel alledaags woord gebruikt. Jezus zegt: ‘Charein!’ Wij zouden zeggen: ‘Hallo!’

Alsof Hij nooit weggeweest is, loopt Hij hen weer tegen het lijf. Zo maakt Jezus zich aan hen bekend. Haast tussen neus en lippen door. En zo doet Hij dat nog steeds. Hoe vaak ik dat al niet gehoord heb als ik bij mensen op bezoek was:
‘Nou, dominee, ik heb nog nooit iets gemerkt hoor! Als Jezus dan opgestaan is, dan mag ‘Ie dat wel eens wat duidelijker maken aan ons.’ En dan soms nog geen 5 minuten later in het gesprek: ‘Nou schiet me opeens te binnen… Ja, dat is waar...’


 Toen mijn moeder kwam te overlijden, ja, dat was toch wel heel bijzonder…’ Of: ‘Toen ik dat ongeluk kreeg, een nippertje op z’n kant…’ ‘Dat is waar…!’ En dan komen er toch heel bijzondere verhalen waarin de Here Jezus duidelijk aanwezig was.
Het is niet waar hoor. Dat we nooit iets van Hem merken. Integendeel, kijk maar eens terug in je leven… ‘t Is veel meer dat wij het zo makkelijk vergeten. Dat Hij er was. Soms lijkt het wel alsof we zulke ervaringen bijna bewust wegstoppen.

Omdat het dan op één of andere manier toch heel dichtbij komt. Als de Here Jezus echt is opgestaan en blijkbaar ook wat met ons en in ons leven wil, dan vinden wij mensen het al gauw heel spannend worden. Eng haast. En we sluiten ons af.
Als de dood voor het Leven, broers en zussen, dat zijn niet alleen die wachters daar bij het graf hoor. Dat zijn wij mensen in zekere zin allemaal. Bang om de opgestane Heer in ons leven toe te laten. Ook dat wordt in de Paasgeschiedenis duidelijk.

-

Want dan lezen we over die Hogepriesters in Jeruzalem. De wachters komen terug met hun verhaal. Je zou zeggen: ‘Ja, nou kan niemand er toch meer om heen. Dat Jezus de Zoon van God was. Als zelfs engelen uit de hemel het komen vertellen.’
Maar nee hoor: de hogepriesters weten eigenlijk niet hoe snel ze deze nieuwe onthullingen weer in de doofpot moeten stoppen. De wachters worden omgekocht. ‘Het waren de discipelen. Die hebben het lichaam gestolen terwijl wij sliepen.’

Maar zelfs de discipelen, als ze de opgestane Heer dan weer onmoeten in Galilea, zelfs de discipelen hebben er last van. Van die aarzeling van binnen. Want we lezen aan het slot: ‘Toen ze Hem zagen, bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog.’
En daar wordt in het grieks een woord gebruikt dat niet zozeer gaat over intellectuele twijfel – of Jezus het wel is en of Hij wel echt is opgestaan – maar meer een emotionele twijfel, iets van een aarzeling, je hinkt innerlijk op twee gedachten.


Je durft jezelf niet aan Hem over te geven. Dat zit zo diep in ons mensen. Zelfs als de discipelen met eigen ogen de opgestane Heer voor zich zien, hebben sommigen daar nog last van. Geen wonder dat wij dat dus ook kunnen hebben.
Maar dan het mooie. Dan staat er: ‘En Jezus kwam naar hen toe en zei: ‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.’ Jezus zelf komt naar ze toe om ze te bemoedigen. Net zoals Hij het op de Paasmorgen deed bij die verschrikte vrouwen.

En zo doet Hij dat door dit Bijbelgedeelte heen ook vanmorgen bij ons. Als wij die innerlijke aarzeling ook voelen. Hem moeilijk durven vertrouwen. Omdat er zoveel is gebeurd. Jezus komt naar ons toe. Hij helpt ons over onze aarzelingen heen.
En Hij zegt het vanmorgen tegen ons: ‘Geef Mij nu je angst, Ik geef je er hoop voor terug. Want Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Geef Mij nu je angst. Want Ik ben bij je en Ik blijf bij je, alle dagen, tot aan het einde van deze wereld.’

-

Als de dood voor het leven. Zo zou je haast worden als je om je heen kijkt in deze wereld. Maar vandaag vieren we Pasen. Mogen we tegen elkaar zeggen: ‘Het Leven, onze Heer, is sterker dan de dood. Met Hem hoef je nergens bang voor te zijn.’
Amen.