LogoHG

Geliefde broers en zussen,

Als we als kerk een bedrijf zouden zijn, wat zou dan ons ‘product’ zijn? Als mensen aan ons vragen: Wat ‘maken’ jullie als kerk? Wat leveren jullie af? Wat brengen jullie voort?


Wat zou dan ons antwoord (moeten) zijn? Nou, wij maken discipelen! Wij brengen discipelen voort. De grote opdracht die Jezus aan zijn leerlingen gaf was immers: ‘Maak alle volken tot mijn discipelen’. Discipelschap zou je  de ‘core business’ (kernactiviteit) van de kerk en van christenen kunnen noemen. De grote vraag is natuurlijk of dat in de praktijk ook echt zo is…

Zien wij onszelf eigenlijk zo? Als discipelen van Jezus? Persoonlijk en samen.
Is dat je identiteit? Is dat hoe je jezelf ziet? Ik? Ik ben een leerling van Jezus. Niet om jezelf op de borst te kloppen (zelfvoldaan): kijk ’s hoe goed ik ben. Nee, juist als erkenning dat er nog van alles te verbeteren valt en dat je nog veel moet leren. Maar dat je een rabbi, een goeroe, een meester hebt gevonden die je de weg wijst.
En wij samen als kerk, als Hervormde Gemeente in ‘s-Gravendeel? Zien we onszelf primair als een gemeenschap van discipelen: mensen die samen Jezus proberen na te volgen en zo ‘gaandeweg, al oefenend’ leren wat echt leven is, leven zoals God het bedoeld heeft. De kerk als gemeenschap van discipelen….

Hoe het ook zij, zo zou het wel moeten zijn. Want dát is waartoe Jezus mensen roept (zowel toen als nu): om zijn discipel, zijn leerling, zijn volgeling te zijn. Bij de term ‘discipel’ moeten we dus niet alleen denken aan Petrus en Johannes, de eerste lichting discipelen, maar ook aan onszelf, ook al leven we 2000 jaar later.

Het leek me goed dat vanmorgen even te benadrukken, nu de vakantie en de feestweek voorbij zijn, de kinderen weer naar school gaan en alles weer opstart en z’n normale gang krijgt, dat DIT de kern is waarom het moet draaien: Follow Him! Volg Jezus na! Wees een discipel, een leerling, een volgeling van Jezus!  Dat is waarom het in ons leven én in de kerk moet gaan.
Zodat we gaan zeggen: Zó wil ik in het leven staan. Zó willen we kerk zijn. Following Him!

By the way, dat volgeling-van-Jezus-zijn is iets wat vooral gestalte krijgt buiten de kerk en los van de kerkdienst, in het gewone alledaagse leven. Dáár (thuis, op het werk, in de buurt, op je sportclub, in de kantine), dáár blijkt of we als gemeenteleden écht anders zijn, omdat we Jezus hebben leren kennen en Hem navolgen.


Tegelijk moet je zeggen: zonder de kerk als ‘oefenruimte’ is het onmogelijk om discipel te worden, te zijn en te blijven. Op je eentje gelóven gaat misschien nog wel, maar op je eentje discipel-zijn gaat je niet lukken, daar heb je echt de geloofsgemeenschap met anderen voor nodig. Wie Jezus serieus neemt, moet dus ook de kerk serieus nemen. Die twee kun je niet loskoppelen. Wie Jezus volgt, doet dat altijd samen met andere volgelingen.

Laten we ’s kijken naar de woorden van Jezus die we vanmorgen gelezen hebben. Hoe komen mensen nou zover dat ze Jezus gaan volgen? Nou, dat komt omdat ze de roepstem van Jezus horen. Jezus roept mensen. Hij vraagt ze allereerst om tot Hem te komen en vervolgens om 1) van Hem te leren en 2) Hem te volgen. Zo word je dus zijn leerling en volgeling. Door gehoor te geven aan zijn roepstem. Dáár begint discipelschap.

En als Jezus roept, dan is dat tweeledig: enerzijds uitnodigend en anderzijds uitdagend. Dat zijn twee heel belangrijke aspecten, die kenmerkend zijn voor Jezus en het christelijk geloof: uitnodiging en uitdaging. Dat zijn als het ware twee kanten van dezelfde medaille. In het Engels noemen godsdienstsociologen dat vaak: comfort en challenge. Onthoud die twee begrippen, want ze zijn ook een goede toetssteen voor je eigen geloof en geloofsleven. Ga ’s na of daarin voldoende ruimte is voor zowel uitnodiging als uitdaging.
-    Uitnodiging staat voor de kant van aanvaarding, van genade, van troost, van bevestiging, van de overvloed die Jezus aanbiedt. Daar begint het altijd mee: met Gods genade. Het feit dat Jezus ons roept en uitnodigt is eigenlijk al een blijk van genade: onverdiende gunst die Hij ons schenkt. Het is een onverdiend voorrecht om bij Hem te mogen horen en door Hem aanvaard te worden. Dat geeft zekerheid, houvast, stabiliteit aan ons leven. Vaak vinden we dat het meest prettige aspect van geloven. De troostende/bevestigende/uitnodigende kant ervan.
-    Maar er is ook een andere kant. Die van de uitdaging. Die kant is appellerend en confronterend. De uitdagende kant van Jezus roept ons op tot verandering, tot inkeer en bekering, tot vernieuwing. Dat vraagt om overgave en gehoorzaamheid. In het Engels: niet alleen abundance (overvloed), maar ook obedience (gehoorzaamheid)! Vaak vinden we dat de moeilijke kant van geloven. De kant van de challenge, de uitdaging.

U voelt wel aan: discipel zijn (Follow Him) is iets vrijwilligs, maar niet iets vrijblijvends. Als je Jezus’ uitspraken leest, dan gaat zijn uitnódiging om zijn leerling te worden altijd gepaard met de uitdáging om zelf het heft uit handen te geven. De uitdaging om te veranderen naar zijn beeld, naar zijn voorbeeld. Dat vraagt nederigheid en zachtmoedigheid: een houding van overgave aan Gods wil. Jezus zelf had die houding ten volle en Hij wil het ons ook leren: om gehoorzaam en gezeggelijk te worden, onderworpen aan God.

Dat houdt in: afzien van jezelf en je zelfbeschikkingsrecht. Niet teveel bezig zijn met jezelf. Niet teveel kijken naar jezelf. Een leerling is immers geroepen om naar zijn Mééster te kijken! Vroeger zongen we bij Maranatha: “Wie niet geeft om zelfbehoud, leven vindt hij honderdvoud”.
Het houdt ook in: niet teveel bezig zijn met anderen, in de zin van: jouw beslissingen laten afhangen van (of beïnvloeden door) wat zij doen of van wat er met hen gebeurt. Denk aan het voorbeeld van Petrus: hij maakte zich druk over wat er met Johannes zou gebeuren, maar Jezus zei: laat dat maar aan Mij over. Volg jij Mij! Dat is onze eerste verantwoordelijkheid. Gehoor geven aan Jezus’ roepstem, wat anderen ook doen.

Heb je die uitnodigende én uitdagende roepstem in je leven gehoord? Direct of indirect? Jezus kan je immers aanspreken: rechtstreeks (in je hart of in je geweten), maar ook via anderen: je ouders, je collega, een predikant, een vriend. Middellijk of onmiddellijk kan Hij je roepen. Dus ook via de Bijbel of een kerkdienst of bepaalde gebeurtenissen. Niemand van ons kan toch eigenlijk zeggen dat we die roepstem van Jezus nog nooit gehoord hebben? En mocht dat toch zo zijn, dan hoor je Hem vanmorgen!


De vraag is, denk ik, veel meer: geven we gehóór aan die roep van Jezus om Hem als leerling te volgen? Of gaan we er niet op in? Laten we Jezus tevergeefs roepen? Dat zou zonde zijn, want dan lopen we onze roeping mis…én we lopen mis wat Jezus ons wil geven. En dat zijn niet de minste dingen: “Ik ben gekomen om mijn schapen LEVEN en OVERVLOED te geven”, zegt Jezus (als de goede Herder) in Joh. 10:10. Grootse dingen zijn dat: leven en overvloed!

In onze lezingen van vanmorgen belooft Jezus: als je tot Mij komt om van Mij te leren, dan zal Ik je RUST geven; je zult rust vinden voor je ziel. Is dat niet één van de allerbelangrijkste dingen in het leven? Dat je rust en vrede in je hart hebt. Een vrede die alle verstand te boven gaat.
Shalom, noemen de Joden dat. Rust, vrede, heelheid en harmonie. Dat is wat Jezus belooft aan wie zijn leerling wil zijn. Vrede met God en innerlijke vrede. Een houding ook waarin we, voor zover het van ons afhangt, vrede houden met alle mensen (Rom. 12:18).
Vrijwel niets is in ons leven belangrijker dan die vrede, die shalom die Jezus ons geven wil. Want met die vrede in je hart kun je het volhouden in deze gebroken wereld, waarin we zo gemakkelijk vermoeid en belast kunnen raken door alles wat er op ons afkomt.

Daarom: laten we samen Jezus volgen. De uitnodiging aannemen en de uitdaging aangaan. Om van Hem het ware leven te leren en alles wat daarbij hoort: genade en vrede, overvloed en overgave. Amen.