LogoHG

Eerste deel Avondmaalsformulier
Bij het Avondmaal denken wij aan wat de Here Jezus Christus voor ons heeft gedaan. God de Vader heeft Zijn Zoon naar de aarde gezonden. De Zoon is mens geworden als wij. Zo heeft Hij onze zonden op zich genomen. Heel Zijn leven op aarde droeg Hij onze schuld. Heel duidelijk is dat vlak voor Zijn sterven: In de hof van Gethsemane werd Hij zo bang voor Gods toorn over onze zonden, dat Hij bloed zweette.

Hij liet Zich gevangen nemen, om ons vrij te kopen. Hij is onschuldig veroordeeld, zodat wij vrijgesproken zouden worden. Aan het kruis heeft Hij met Zijn dood betaald voor onze zonden en heeft Hij voor ons vergeving verdiend. Vanaf het moment dat Hij uitriep ‘Het is volbracht!’, mogen wij altijd leven van Gods genade.  

Kinderpreek ‘Wat vieren we vandaag op deze Avondmaalszondag?’
Jongens en meisjes, kunnen jullie je Bevrijdingsdag nog herinneren? Dat was een maand geleden. Er vloog toen zo’n bommenwerper over het dorp, weet je nog wel, en die gooide van die zakjes met brood naar beneden. Net als toen, lang geleden, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog ook gebeurde.
En op het dr. Van der Bijlplein kwam er ’s middags van die oude legervoertuigen, weet je wel. En daar mocht je dan in kijken. Je kon zelfs nog allerlei spelletjes doen die ook met oorlog te maken hadden. En zo was het net een beetje alsof jij het ook had meegemaakt, die Tweede Wereldoorlog toen.


Maar waren vieren we dat nou eigenlijk ieder jaar? Want dat was toch helemaal niet fijn die Tweede Wereldoorlog? Dat is toch juist heel erg dat dat allemaal gebeurd is toen? Dat ga je dan toch niet ieder jaar weer een beetje zitten vieren? Waarom doen we dat nou, ieder jaar Bevrijdingsdag vieren?
Precies, we viering niet die Tweede Wereldoorlog en al het ergs dat er toen gebeurd is. Maar we viering de Bevrijdingsdag. Dat er aan al die verschrikkelijke dingen toen een einde kwam, omdat de geallieerde soldaten kwamen en ons bevrijd hebben. We vieren niet de Tweede Wereldoorlog. Maar de Bevrijding.


Ondertussen zijn er natuurlijk wel heel veel van die soldaten toen voor onze bevrijding gestorven. Die hebben hun leven voor ons gegeven. En daar denken we altijd aan terug tijdens de dodenherdenking. Op de avond voor bevrijdingsdag. Dan zijn we 2 minuten stil. En dan leggen we kransen op het kerkhof.
Want door wat zij voor ons gedaan hebben - doordat die soldaten hun leven voor ons hebben gegeven - zijn wij nu vrij. Kun je gewoon naar school zonder bang te zijn dat je opgepakt wordt. Hebben we tijd en geld voor leuke dingen. We leven in vrijheid. Door wat zij - lang geleden - voor ons gedaan hebben.


Nou, jongens en meisjes, zoiets vieren we vandaag nou ook op deze Avondmaalszondag. Vandaag is het eigenlijk net een beetje Dodenherdenking en Bevrijdingsdag tegelijk! Want de Here Jezus heeft ook Zijn leven voor ons gegeven. Toen Hij stierf aan het kruis. En Hij heeft dat ook gedaan om ons vrij te maken.
Want ook al is er in ons land nu geen oorlog meer, toch zijn er heel wat mensen die niet vrij en blij zijn. Ze zitten vast. Mischien wel aan verslavingen: drank, drugs, games, hun mobieltje. Of aan hun karakter: ze zijn snel boos, bang, niet eerlijk. Of ze zitten vast aan wat er vroeger gebeurd is. Maar ze zijn niet vrij.


Eigenlijk zegt de Bijbel dat het bij ons mensen allemaal zo is. Dat we niet echt vrij zijn om zo te leven als God het bedoeld heeft. En dat we daarom soms ook van die nare dingen doen. Tegen elkaar liegen of elkaar pesten of alleen maar aan onszelf denken. Zonde is dat eigenlijk als we zulke dingen doen!
Zonde van de mooie mensen die God eigenlijk met ons bedoeld heeft! Maar nu vertelt de Bijbel ons dat de Here Jezus gekomen is om ons daarvan vrij te maken. Daarvoor heeft Hij zijn leven willen geven aan het kruis. Om ons vrij te maken van al die dingen die eigenlijk zonde van ons mensen zijn.


Nou, en aan het Avondmaal vandaag vieren we nou dat dat gelukt is. Dat het Bevrijdingsdag is geworden. Want toen de Here Jezus daar hing aan het kruis en zijn leven voor ons gaf, toen heeft Hij met Zijn dood betaald voor al onze zonden en heeft Hij voor ons Gods vergeving verdiend.
En vanaf het moment dat Hij uitriep ‘Het is volbracht!’, mogen wij altijd leven van Gods genade.  Dat vieren we vandaag aan het Avondmaal. Dat Gods ons geholpen heeft en telkens opnieuw wil helpen om te leven als vrije mensen. En daarom zijn we vandaag blij. Want eigenlijk vieren we Bevrijdingsdag.


Jongens en meisjes, weten jullie het nog, bevrijdingsdag een maand geleden? Misschien heb jij toen ook zo’n zakje brood gevonden dat uit die bommenwerpen omlaag is komen vallen. En toen was het net even alsof jij het zelf ook meegemaakt hebt, jij er ook bij was, bij die bevrijdingsdag lang geleden.
Nou, zo is het nou ook als we het Avondmaal vieren met elkaar. Dan krijgen we ook een stukje brood en dan is het net alsof wij er zelf ook bij waren. Bij die grote Bevrijdingsdag 2000 jaar geleden toen de Here Jezus zijn leven voor ons gaf aan het kruis. En dan beseffen we: Hij heeft dat ook voor mij gedaan!


Eerste Tafel
Brood en wijn bij het Avondmaal wijzen ons op Christus’ grote liefde en trouw. Het brood herinnert ons aan Zijn lichaam dat gebroken werd aan het kruis. De wijn wijst ons op het bloed dat uit Zijn wonden stroomde. Hij heeft ons zo lief dat Hij dat voor ons wilde doen. Dat wil Hij ons laten zien aan het Avondmaal. Hij zegt: ‘Kijk maar goed en denk aan Mij!’

Kinderpreek - ‘Wat gebeurt er vandaag met het brood en de wijn op de Avondmaalstafel?’
Ja, jongens en meisjes, wat gebeurt er nu eigenlijk precies aan de Avondmaalstafel? Misschien is het wel voor het eerst dat jij dit meemaakt in de kerk. Dat het Avondmaal gevierd wordt. Maar wat gebeurt er dan eigenlijk precies met dat brood en die wijn op de Avondmaalstafel. Dat ga ik jullie vertellen…
Straks komen de mensen naar voren. Die worden uitgenodigd door de ouderlingen die langs de rijen gaan. En die staan dan op en lopen naar voren naar de Avondmaalstafel. Als jij later groot bent en belijdenis doet dan wordt je ook uitgenodigd. En dan mag je ook mee op staan en naar voren lopen.

En als we daar dan met z’n allen zitten aan de Avondmaalstafel dat gebeurt er iets heel eenvoudigs. Het valt misschien niet eens zo op van een afstandje. Je moet echt even goed kijken. En tegelijk is het toch heel mooi en ook heel belangrijk wat er dan gebeurt. Weten jullie wat ik dan doe als dominee?
Dan breek ik het brood. Zo… (even voordoen). En dan deel ik het uit. En dan daarna giet in de wijn in de beker. Zo… (even voordoen). En dan geef ik die beker ook door. En weten jullie waarom dat nou zo belangrijk is bij het Avondmaal – dat breken van het brood en dat uitgieten van die wijn?

Dat is omdat we bij het breken van het brood en het uitgieten van de wijn terugdenken aan wat er met de Here Jezus gebeurd is aan het kruis, toen Hij zijn leven voor ons gaf. Toen Hij daar hing aan het kruis is zijn lichaam ook kapotgebroken. En toen is zijn bloed ook uitgegoten. Aan dat kruis is Hij gestorven.
Voor ons! Voor jou en voor mij. En iedere keer als we het Avondmaal vieren dan denken we daaraan terug. Dat de Here Jezus dat voor ons wilde doen. Zijn lichaam voor ons gebroken. Zijn bloed voor ons uitgegoten. Voor ons gestorven aan het kruis. Om ons voor altijd vrij te maken.

Jullie snappen wel, jongens en meisjes, aan het Avondmaal zijn we daarom altijd een beetje blij en verdrietig tegelijk. We zijn blij dat de Here Jezus zoveel van ons houdt, dat Hij dat voor ons allemaal heeft willen doen. En dat wij daarom bij God mogen horen. Daar zijn we heel blij om.
Maar tegelijk zijn we ook een beetje verdrietig omdat de Here Jezus daar wel voor moest sterven aan het kruis. En daarom is het Avondmaal is een heel bijzonder, een heel diep feest. Dat voel je denk ik ook wel een beetje in de kerk vanmorgen. Daarom zijn we ook altijd een beetje stil bij het Avondmaal.

Dan denken we: ‘Here Jezus, wat geweldig dat U dat nou ook voor mij wilde doen! Wat bijzonder dat U uw leven ook voor mij heeft willen geven. Here Jezus, zoveel hield U van mij. Daarom wil ik ook van U houden! In de schaduw van Uw vleugels wil ik schuilen, O Heer.’
Tweede Tafel
Aan het Avondmaal worden brood en wijn uitgedeeld. Met dat uitdelen zegt Christus: ‘Ik gaf mijn lichaam en bloed voor jou.’ Als je brood en wijn aanpakt en eet en drinkt, dan betekent dat: ‘Here, ik ben U zo dankbaar dat U het deed voor mij. Ik wil bij U blijven.’ Het brood dat je eet, de wijn die je drinkt wordt opgenomen door je lichaam. Daarmee leert de Heilige Geest ons: ‘Christus leeft in jou.’ Dat is het wonder: wij mogen bij Christus horen. Hij neemt ons mee naar het eeuwige leven. Hij leidt ons daarnaartoe door Zijn Woord en Geest.

Preek ‘Wat gebeurt er vandaag met de mensen aan de Avondmaalstafel?’
Broers en zussen, bij de vorige tafel heb ik uitgelegd wat er aan de Avondmaalstafel gebeurt met het brood en de wijn. Het brood dat gebroken wordt, de wijn die uitgegoten wordt en die ons zo beide herinneren aan de Here Jezus die zijn leven voor ons gaf. Dat gebeurt er met het brood en de wijn.
Maar wat wat gebeurt er nu eigenlijk met ons, als individuele mensen, aan de Avondmaalstafel? Wat hoor je dan te voelen, te denken of te beleven als je daar zit aan de Avondmaalstafel? Daar hebben we het eigenlijk niet eens zo vaak over. En dan onstaan er ook zomaar misverstanden.

Eén van die misverstanden is bijvoorbeeld dat je altijd iets heel bijzonders moet ervaren aan de Avondmaalstafel. Een bijzonder gevoel, een diepe gedachte, een intense beleving. En dat er iets mis is, als dat dan niet gebeurt. Als je je misschien wel vrij vlak blijft voelen. Niet eens zo erg geraakt wordt.
En begrijp me goed: het is natuurlijk heel mooi als je tijdens de Avondmaalsdienst echt geraakt wordt door de viering van het sacrament. Dat het heel dichtbij komt dat de Here Jezus zijn leven voor ons gaf. Alsof je er zelf bij was. Dat is natuurlijk heel mooi als je zo geraakt wordt in de Avondmaalsviering.

Maar lang niet altijd zal dat op die manier gaan. En, broers en zussen, dat hoeft in principe ook helemaal geen probleem te zijn. Als je tijdens de viering van het Heilig Avondmaal niet direkt zo in je gevoel of in je gedachten geraakt wordt. Dat hoeft in principe helemaal geen probleem te zijn.
Want – en dat is meteen m’n belangrijkste gedachte in deze korte overweging – het Avondmaal wil ons op een diepere manier raken dan in ons gevoel en in onze gedachten. Het Avondmaal wil ons raken op een nog fundamenteler niveau van ons mens-zijn, namelijk in ons lijf, in ons lichaam.

Want wij geloven in onze tijd heel erg met ons gevoel. Eerst is er een tijd geweest dat we dat in de kerk heel erg met ons hoofd deden. De tijd van de dogmatiek, de leer, het verstand. Dat is wel zo’n beetje voorbij. En nu ligt alle nadruk op ons hart, ons gevoel, onze emotie. Het geloof dat is vooral een gevoel.
Maar vroeg op laat komen er in ons geloofsleven momenten waarop ons verstand en ons gevoel mat en uitgeblust raken. Je bent er wel zo’n beetje over uitgedacht, over de kerk en het christelijk geloof. En je bent er ook zo’n beetje over uitgevoeld. Dat eerste enthousiasme is er niet altijd zo spontaan meer.

En wat wij mensen dan nodig hebben is om op een diepere manier aangesproken te blijven. Dieper dan in ons verstand en in ons gevoel. We komen dan op het gebied van de symbolen en de gebaren. De taal van het lichaam. Die vaak pas begint te spreken als ons verstand en ons gevoel zijn gaan zwijgen.
Je staat op uit je bank – en je daar nou iets bij voelt of niet – daarmee zeg je toch iets tegen jezelf: ‘Ik moet in beweging komen. Ik vind het allemaal niet in mezelf. Ik moet het elders zoeken. Bij de Here Jezus. En daarom sta ik op en ga naar Hem toe.’ Dat is de taal van de symboliek en van de gebaren.

En dan kom je bij de Avondmaalstafel en dan mag je gaan zitten. Dat is een beeld van rust en vrede. Zo wordt het eigenlijk tegen je gezegd: ‘Hier mag je tot rust komen. Hier mag je schuilen. Hier hoef je even helemaal niets. Hier hoef je zelfs niets bijzonders te voelen. Hier ben je gewoon welkom. Bij Jezus.’
En dan krijg je het brood en de wijn aangereikt. En door die symbolen wordt het tegen je gezegd. Ten diepste door de Heer zelf: ‘Het is ook voor jou! Ik heb mezelf ook voor jou willen geven. Je hoeft er niet aan te twijfelen. Kijk maar naar dat stukje brood in je hand: ‘Dit is Mijn lichaam, verbroken voor jou.’

En dan neem je dat brood tot je en dan drink je de wijn binnen. En zegt ten diepste zegt de Heer het dan zelf tegen je: ‘Even werkelijk als dat brood en die wijn jouw lichaam binnengaan, wil Ik door Mijn Heilige Geest je leven binnenkomen. Ik stil je honger en Ik les je dorst. Ja, Ik wil zelf je Leven zijn.’
Dat mag je zomaar meemaken. Ook al voel je niets. Ik probeer het een beetje voor u te schilderen, maar voelt U hoe het Avondmaal ons op een diepere manier wil raken dan direkt via ons verstand en via ons gevoel? In het Avondmaal gebeurt het aan ons. Het Heilig Avondmaal wordt aan ons bediend.

Zo komt de Here Jezus naar ons toe. Eigenlijk op dezelfde manier als Hij die eerste keer deed toen Hij aan de Avondmaalstafel de voeten van zijn discipelen waste. Ze maakten het aan den lijve mee - symbolisch - wat de Here Jezus later op een veel diepere manier voor hen zou doen aan het kruis.
En nou komt het, broers en zussen: als het goed is, slijt die symboliek, die gebarentaal zich in de loop van ons leven steeds dieper in ons geloofsbeleving in. En ga je er op die manier ook steeds aan hebben. Wordt de viering van het Avondmaal steeds meer een wezenlijk onderdeel van je geloofsbeleving.

Want dan gebeurt er in de loop van je leven van alles met je mee. Je bent ziek geweest en weer voor het eerst in de kerk. Of een tijd afgedwaald en weer voor het eerst in de kerk. En dan staat daar net die zondag die Avondmaalstafel klaar. Je ervaart misschien wel een hele drempel om weer aan te gaan.
Maar dan hoor je toch: ‘Komt dan want alle dingen zijn nu gereed!’ En dan wordt je toch uitgenodigd. Je krijgt toch weer het brood en de wijn aangereikt. Ook voor jou. ‘Tot een volkomen verzoening van al uw zonden.’ En je bent stil: ‘Geeft de Heer mij nog steeds niet op? Is Hij er dan nog steeds voor mij?’

Zo kan het Avondmaal in de loop van ons leven steeds belangrijker voor ons worden. We kunnen haast niet meer zonder. Want we beseffen: ‘Hier ligt mijn diepste houvast. In dat woord van de Heer: ‘Dit is Mijn lichaam verbroken voor jou. Dit is Mijn bloed vergoten voor jou. Doe dit tot Mijn gedachtenis!’
Derde Tafel
Christus zorgt door Zijn Heilige Geest dat er een gemeente is. In die gemeente leven wij allemaal van de liefde van Christus. Als we dat bedenken kunnen wij ook elkaar liefhebben. Dat moeten we niet alleen tegen elkaar zeggen, maar ook echt doen door elkaar te helpen. De Geest leert ons alles voor elkaar over te hebben zoals Christus alles voor ons heeft overgehad. Daarom eten we samen van het brood en drinken wij dezelfde wijn.
Avondmaal vieren wij als gemeente van Christus totdat Hij terugkomt. Dat heeft de Here Jezus zelf tegen ons gezegd:  ‘Ik kom weer en dan zal Ik met jullie de bruiloft van het Lam vieren in het koninkrijk van Mijn Vader.’ Naar Zijn komst kijken wij met groot verlangen uit. Dan zullen wij met alle gelovigen samen bij God zijn in heerlijkheid. De blijdschap die wij dan voor altijd zullen hebben, mogen wij nu al een beetje proeven aan het Avondmaal. Laten wij dankbaar zijn en Christus de eer geven. Want de bruiloft van het Lam komt!

Preek ‘Wat gebeurt er vandaag met de gemeente rond de Avondmaalstafel?’
Broers en zussen, aan de Avondmaalstafel gebeurt er niet alleen iets met ons persoonlijk, als individuele gelovigen. Daar hadden we het net over. Hoe het Avondmaal ons persoonlijk wil bemoedigen in het geloof. Maar aan de Avondmaalstafel gebeurt er ook iets met ons als gemeente.
Want wij zijn heel verschillende mensen. Zeker in de Hervormde gemeente van ’s Gravendeel. Jonge mensen, oudere mensen. Mensen die elkaar soms amper kennen. Maar ook mensen die al een hele weg met elkaar gegaan zijn. En al die verschillen die klinken ook door in onze geloofsbeleving.

Het kost soms moeite om elkaar te blijven verstaan, om elkaar vast te blijven houden in die ene gemeente. Maar, broers en zussen, al die verschillend tussen ons die vallen ten diepste toch weg als wij vanmorgen opstaan en naar voren gaan om samen het Avondmaal te vieren.
Dan vallen al die verschillen even weg. Want dan zitten wij daar ten diepste toch allemaal als mensen die hetzelfde nodig hebben. Die de Here Jezus nodig hebben. Die mogen leven uit wat Hij voor ons gedaan heeft aan het kruis. En iedere dag zijn Geest nodig hebben om de weg van het geloof te gaan.

Aan de Avondmaalstafel zitten we ten diepste allemaal aan de voet van het kruis. Als mensen die hetzelfde nodig hebben. En daar - aan de voet van het kruis - vinden we elkaar dus ook weer terug. Als broers en zussen in het geloof. Ondanks al onze verschillen. We worden weer aan elkaar gegeven.
Eigenlijk precies zoals de Here Jezus zei tijdens die eerste keer dat het Heilig Avondmaal gevierd werd: ‘Een nieuw gebod geef Ik jullie. Dat jullie elkaar liefhebben. Zoals Ik jullie heb liefgehad.’ Dat gebeurt er ook tijdens de viering van het Heilig Avondmaal. Wij worden weer één gemeente. Christus’ gemeente.

En die eenheid komt ook tot uitdrukking in de symboliek van het Avondmaal. We eten allemaal van dat zelfde brood dat gebroken wordt. Dat brood symboliseert het lichaam van Christus. En door dat brood gelovig tot ons te nemen – Hij in ons - worden wij zelf ook onderdeel van dat lichaam van Christus.
Door het geloof worden wij bij Hem ingelijfd, we worden deel van Hem zelf, Hij in ons en wij in Hem. En zo wordt aan de Avondmaalstafel heel zichtbaar dat wij met elkaar het lichaam van Christus mogen vormen. We zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Met elkaar. Maar ook en vooral met Hem.

Hij is ons hoofd in de hemel. En wij mogen hier op aarde Zijn wederhelft zijn, zou je kunnen zeggen. Zo zijn we – juist als we samen het Avondmaal vieren – als gemeente heel nauw met Hem verbonden. En tegelijk in tijd en ruimte nog van elkaar gescheiden. Want Hij is nog in de hemel. En wij zijn op aarde.
Er is nog een fysieke afstand. We hebben als het ware nog verkering. Hier aan de Avondmaalstafel verkeren wij met Hem. We kijken naar Hem in die symbolen van brood en wijn. Wij verwonderen ons over Hem en Zijn liefde voor ons. En op die manier beginnen we Hem ook steeds meer te missen.

Broers en zussen, dat hoort ook bij de viering van het Heilig Avondmaal. Het samen uitkijken naar de toekomst. Naar het moment dat de Here Jezus er weer bij is. Datgene wat wij hier vandaag doen, dat zou je ook kunnen zien als de generale repetitie. Voor de bruiloft die komt. De bruiloft van het Lam.
Dan zal het weer een feest zijn. Dat zitten we weer naast elkaar als broers en zussen. Niet meer de mensen die we nu zijn waarmee vaak van alles misgaat. Maar dan zitten we er als ons beste ik. Dat zullen we weer die prachtige mensen zijn die God eigenlijk met ons bedoeld had. Zonder de zonde.

Dan zijn wij samen de bruid. De bruid van Christus. Zonder vlek of rimpel of iets dergelijks. En dan, broers en zussen, dan is Hij er ook weer bij. De Koning vol hemelse heerlijkheid. Dan zullen we Hem zien zoals Hij is. Zijn Geest zal ons van top tot teen vervullen. En dan zal onze blijdschap volkomen zijn.