LogoHG

Preek 1 Je hand in Gods hand leggen

Beste Celeste, Daan, Loes, Lotte, Luuk en Menno, voor jullie gaat er veel veranderen…,

Jullie gaan straks naar de middelbare school. Daar gelooft lang niet iedereen. Ze kijken je misschien wel heel raar aan als ze merken dat je christen bent. En hoe ga je dat nu doen: christen-zijn in een nieuwe, vreemde omgeving?


De eerste schooldag ga je dat meteen al merken. Het is lunchpauze: iedereen trekt z’n lunchpakket open en begint direkt te eten. Maar jij bent van huis uit gewend om te bidden voor je eten. Hoe ga je dat dan doen?
Moet je dan eerst om stilte vragen: ‘Jongens, allemaal stil, ik ben christen, ik ga eerst voor m’n eten bidden en willen jullie daar wel effe rekening mee houden!’ Moet je het op die manier rondbazuinen dat je christen bent?

Nou,  er is niks mis mee om te bidden voor je eten. Dat moet je vooral blijven doen, ook op school. Maar op die manier kan dat natuurlijk wel heel veel irritatie oproepen bij anderen. Je vraag wel erg veel ruimte voor jezelf.
Bovendien – lijkt de Here Jezus hier te zeggen – kan het er zomaar toe leiden dat je te veel gericht raakt op de buitenkant. Op wat mensen er wel niet van vinden dat jij christen bent. Je geloof kan vooral buitenkant worden.
Terwijl het belangrijkste juist is dat je geloof een binnenkant heeft. Dat er werkelijk een band is tussen jou en God. Dat je echt een relatie met Hem hebt. En dat alle dingen die je verder doet of zegt uit die relatie opkomen.

In de tijd van de Here Jezus had je nogal al wat van die buitenkant-gelovigen. Die maakten een hele show van hun geloof. Je had toen vaste tijden om te bidden. En rond die tijd stonden ze net ergens waar iedereen ze kon zien.
Om op te vallen met hun geloof. Maar dan zegt de Here Jezus daarover: ‘Doe dat nou niet. Het gaat om de binnenkant van je geloof. Zoek een stil plekje op. Waar alleen God je ziet. Bid daar tot je Vader in de hemel.’
En dat is misschien ook wel een heel praktische tip als je er mee zit hoe je dat nou straks gaat doen, bidden voor je eten. Zoek even een rustig plekje op. Vouw daar je handen en sluit je ogen. Zoek zo het contact met God.

Of als dat niet lukt. En het is en het blijft om je heen een chaos van allemaal drukke mensen. Doe het dan kort voor jezelf boven je broodtrommeltje. ‘Vader, dank U voor deze dag. En dank U voor het eten en drinken. Amen.’
Misschien kijken ze je wel even raar aan als je dat voor de eerste keer doet. Tijdens m’n vakantiebaantje bij de Gamma dachten ze even dat ik niet goed werd. Toen ik m’n ogen open deed waren ze allemaal heel bezorgd.
Maar daarna weten ze het ook van je. En vroeg of laat groeit er dan ook iets van respect. Juist als je daar niet teveel poeha van maakt. Dat ze toch merken: ‘Ja, hij of zij gelooft echt. Da’s geen buitenkant. Dat is binnenkant.’

Best even spannend. Hoe je dat straks allemaal gaat doen. Christen-zijn in een nieuwe, vreemde omgeving. Maar nou zegt de Here Jezus er iets bij: ‘Je hoeft het niet alleen te doen. Want God de Vader weet wat je nodig hebt.’
En ook daarom is het heel belangrijk om regelmatig dat contact met God te zoeken. Niet omdat God anders niet weet wat jij nodig hebt. Dat weet Hij allang, zegt de Here Jezus. Maar om te zorgen dat jij dat niet vergeet.
Dat jij het niet vergeet dat God voor jou wil zorgen. Daarom is het heel belangrijk om regelmatig zo’n contactmoment met God te hebben. Aan het begin van de dag. Voor alle drukte begint. Of juist ’s avonds.

Zo’n moment waarop je even alleen bent met God. Iets leest uit je Bijbel of een dagboekje. En dan de dag met God doorspreken: ‘Here God, ik zie hier tegenop. Hoe ga ik dat nou aanpakken? Vader, wilt U me hierbij helpen?’
Dat je zo aan het begin van de dag of juist aan ’s avonds voor je gaat slapen je hand weer in Gods hand legt. Hem vraagt: ‘Vader, wilt U me de juiste weg wijzen, iedere dag opnieuw. Wilt U me helpen bij alles wat ik doe.’
Want dat is bidden ten diepste. Iedere dag opnieuw je hand in Gods hand leggen. Alles wat je bezig houdt aan Hem toevertrouwen. En zo met Hem door het leven gaan. Als een kind aan de hand van je hemelse Vader.

En als je zo dat contact met God zoekt, dan zul je merken dat Hij er ook is en je leven leidt. Dan gebeuren er vroeg of laat dingen waarbij je beseft: ‘Dit kan geen toeval zijn. Dit is God.’ Dan laat God je niet met lege handen staan.
Dat belooft de Here Jezus in dit Bijbelgedeelte: ‘Als je gaat bidden, ga dan je huis in en doe de deur dicht. Dan kun je in het geheim tot je Vader bidden. En je Vader ziet wat er in het geheim gebeurt. En Hij zal je ervoor belonen.’  
Je hoeft het dus niet alleen te doen: christen-zijn in een nieuwe omgeving. God zelf wil je daar bij helpen. En als je Hem zoekt in de binnenkant van je leven dan zorgt Hij er zelf voor dat het ook met die buitenkant wel goed komt.

Beste Celeste, Daan, Loes, Lotte, Luuk en Menno, leg iedere dag je hand in Gods hand. Want Hij wil ook jouw Vader zijn.

We gaan nu met elkaar zingen. Het lied ‘Kom tot de Vader’. En ik wil iedereen uitnodigen om tijdens dat lied iets op te schrijven wat u of jij eigenlijk tegen God zou willen zeggen. Waar u of jij je hand opnieuw in Gods hand wil leggen. Tijdens de collecte straks zullen die briefjes opgehaald worden. Ze komen dan in een schaal op de tafel voor in de kerk te staan. En tijdens het afsluitend kringgebed zullen we die schaal met al onze gebeden erin aan de Here God opdragen. De gebedsbriefjes zullen dus ook alleen door Hem, onze Hemelse Vader, gelezen worden. Wij doen ze – na afloop van de dienst – ongelezen weg.

Preek 2 ‘Je hand op Gods hand leggen’
Beste Celeste, Daan, Loes, Lotte, Luuk en Menno,

Bidden is je hand in Gods hand leggen. Daar hadden we het net over. Hoe belangrijk die contactmomenten zijn. Maar bidden is meer. ‘t Is niet alleen je hand in Gods hand leggen. Maar het is ook je hand op Gods hand leggen.
En misschien kun je dat nog wel herinneren. Hoe je dat als kind wel eens deed. Jouw hand op de grotere hand van je vader leggen. Om te kijken of die twee handen al een beetje op elkaar beginnen te lijken.
Nou, dat doen we ook als we bidden. Bidden is niet bedoeld om God af te stemmen op ons. Alsof Hij niet weet wat wij nodig hebben. Nee, bidden is bedoeld om onszelf afstemmen op God. Zodat we meer op Hem gaan lijken.

Want – vertelt de Bijbel – wij zijn eigenlijk Gods handen in deze wereld. God kan wel rechtstreeks, via een wonder van boven ingrijpen op aarde. Maar meestal doet Hij dat niet rechtstreeks maar via mensen. Via ons dus.
En om ons daar nou bij te helpen – om ons leven zo af te stemmen op God dat Hij ons kan gebruiken - heeft de Here Jezus ons dit gebed, ‘Het Onze Vader’ gegeven. Om heel ons doen en laten te leren ‘fine tunen’ op God.
Straks in de klas zit jij daar dus eigenlijk ook beetje namens God. Misschien ben jij wel de enige die daar gelooft. Dan ben jij op die plek Gods rechterhand. Hij wil jou daar gebruiken om iets van zijn Koninkrijk te laten zien.

En – laten we eerlijk zijn – die middelbare school is best een belangrijke tijd. Straks zit je misschien wel naast een meisje die heel de basisschool is gepest. Die komt op de allereerste schooldag al aan met een knoop in de maag.
‘Hoe gaan ze hier op mij reageren? Begint het hier weer opnieuw?’ En als jij er dan bij helpen kan dat deze klas gewoon eens een leuke groep jongens en meiden wordt, waar iedereen mee mag doen, dan scheelt dat enorm.
Snap je? Zo kijkt God naar jouw klas. Wat gaat hier gebeuren? En zo kijkt Hij ook naar jou. Is dit een jongen of een meisje dat Ik gebruiken kan om iets van Mijn liefde, Mijn aandacht te delen met de andere kinderen in de klas?

Nou, hoe helpt het Onze Vader je daar nou bij? Om je leven te fine tunen op God?  Je mag dat Onze Vader natuurlijk best gewoon hardop bidden. Dat is een goed begin. Zeker als je niet zo goed weet wat je moet bidden.
Maar het is ook belangrijk dat je begrijpt hoe dat ‘Onze Vader’ in elkaar zit. Anders krijg je net een beetje dat verhaaltje op de liturgie. Je bidt wel hardop het ‘Onze Vader’. Maar je bent niet echt aan het fine-tunen op God.
Ik ga daarom probeer om heel kort het Onze Vader aan je uit te leggen. En denk daarbij dan maar weer aan het voorbeeld van die hand. Hoe leg je jouw hand nou op de hand van God? Hoe helpt het ‘Onze Vader’ je daarbij?

Nou, de Here Jezus leert ons om als we gaan bidden niet eerst te denken aan onszelf en wat wij allemaal willen. Maar eerst te denken aan God en aan wat Hij belangrijk vindt. ‘Onze Vader in de hemel, laat iedereen U eren!’
Dat is eigenlijk je duim. Je begint je gebed door je duim in de lucht te steken. En zo zeg je tegen de Here God: ‘Here God, U bent geweldig. En help mij vandaag nou om zo te leven – ook op school - dat ik reclame ben voor U!’
Duim: ‘Onze Vader in de hemel, laat iedereen U eren!

Dan komt je wijsvinger: ‘Laat uw nieuwe wereld komen. Laat op aarde uw wil gedaan worden net zoals dat in de hemel gebeurt.’ Met die wijsvinger wijs je dus naar allerlei mensen en situaties. Je bidt daarvoor.
‘Here God, kijkt U eens naar dat meisje naast me. Dat kan toch niet dat zij elke dag zo zenuwachtig naar school komt? Dat wilt U toch ook niet? Vader, wilt U haar helpen? Laat iets van hoe U het wil nu al zichtbaar worden.’
Wijsvinger: ‘Laat uw nieuwe wereld komen. Laat op aarde uw wil gedaan worden net zoals dat in de hemel gebeurt.’

Dan je middelvinger. Die steek ik even niet op. Maar dat is je langste vinger. Kijk maar naar je hand. En wij mensen hebben ook altijd een beetje lange vingers. Wij willen ook graag van alles voor onszelf hebben.
Nou, zegt de Here Jezus: ‘Je mag ook voor jezelf bidden. Geef ons vandaag het eten dat we nodig hebben. Want de Here God wil ook voor jou zorgen. Je mag je wensen bij de Vader bekend maken. Bidt voor wat je nodig hebt.’
Middelvinger: Geef ons vandaag het eten dat we nodig hebben.’

En dan kom je bij je ringvinger. Daar gaat later je trouwring aan. Die vinger staat dus voor trouw zijn aan elkaar. Naar God toe en naar de mensen. Dat de relaties niet stuk gaan. Daar leert de Here Jezus ons om bidden:
‘Vader, als wij fouten hebben gemaakt, wilt U ons die dan vergeven? Zodat we toch weer samen verder kunnen. En, Vader, help ons ook om mensen te vergeven. Zodat we ook elkaar niet laten vallen. Maar samen verder gaan.’
Ringvinger: ‘En vergeef ons wat we fout gedaan hebben. Want wij hebben ook andere mensen hun fouten vergeven.’

Dan komen we tenslotte bij de pink. Dat is de kleinste vinger. Daar leert de Here Jezus ons bidden voor al die situaties waarin we ons klein en zwak voelen. Er kan zoveel gebeuren in onszelf en in de wereld om ons heen:
‘Vader, help ons om nooit tegen U te kiezen. Bescherm ons tegen de macht van het kwaad. Want U bent koning, U regeert met grote macht, voor altijd. Amen.’ Voel je, daar bid je voor alles waarbij je je klein en zwak voelt.
Pink: ‘Vader, help ons om nooit tegen U te kiezen. Bescherm ons tegen de macht van het kwaad.’

En dan aan het einde dan druk je jouw kleine hand als het ware weer op die grote hand van God. En dan zeg je: ‘Maar, Here God, al voel ik me klein en zwak. U bent groot en machtig. En U gaat het lukken wat U van plan bent.’
Voelen jullie, jongens, hoe juist dit gebed je helpt om op een andere manier te bidden. Niet alleen meer voor jezelf en wat je zelf nodig denkt te hebben. Maar dat je zo ook leert  bidden voor anderen en voor God.
Al biddend begin je eigenlijk een beetje meer te begrijpen wat God nou belangrijk vind in ons leven. Je raakt meer en meer afgestemd, ge-fine-tuned op Hem. En zo ga je als het ware een beetje met Gods ogen om je heen kijken.

En nou viel het me op dat de Here Jezus na het ‘Onze Vader’ er nog één ding even uittilt. Dat gebed om vergeving. Hij zegt: ‘Je moet andere mensen hun fouten leren vergeven. Anders kan God jouw fouten ook niet vergeven.’
Dat viel me op. Het lijkt bijna alsof de Here Jezus uit ‘Het Onze Vader’ die vergeving het allerbelangrijkste vindt. En waarom zou dat nou zijn? Dat de Here Jezus daar nog een keer extra op terug komt.
Daar heb ik van de week over na zitten denken. En toen dacht ik bij mezelf: ‘Ja, want dat is misschien wel het meest bijzondere wat wij mensen kunnen doen. Dan lijken we het meest op God. Als we anderen vergeven.’

En dat leek me iets om te onthouden, juist ook als je straks naar de middelbare school gaat. Hoe lang zit je daar straks: 4, 5, 6 jaar? En in die tijd ga je ook van alles met elkaar meemaken. Leuke dingen. Minder leuke dingen.
En juist door die minder leuke die je met elkaar meemaakt kan er ook heel snel geroddeld of gepest gaan worden. Via whatsapp. ‘Die of die, die is stom! Want moet je nou toch eens horen wat hij gezegd of gedaan heeft.’
Maar nou mogen wij dat anders proberen te doen. Om God onze Vader dat ook anders doet. Nou mogen wij proberen te vergeven, opnieuw samen te beginnen en samen verder gaan. Zodat iedereen weer mee mag doen.

En als we dat proberen, dan merken mensen dat ook. Dan voelen ze: ‘Hé, daar doen ze het anders. Daar laten ze me niet vallen. Ook niet als ik wat stoms gedaan heb. Daar voel ik echte liefde. Daar voel ik de liefde van God.’
Beste Celeste, Daan, Loes, Lotte, Luuk en Menno, leg iedere dag je hand niet alleen in Gods hand. Leg hem ook op Gods hand. Want zo kan de hemelse Vader ook jou gebruiken. Gebruiken voor zijn Koninkrijk.
Amen.

We gaan nu met elkaar het prachtige lied ‘Dit is mijn verlangen’ zingen. Het kan zijn dat u door dit tweede preekje nog iets toe wil voegen of zelfs corrigeren aan uw eerdere gebed. Want bidden is dus niet alleen je hand in Gods hand leggen. Maar het is ook je hand op Gods hand leggen. Na afloop van het lied ‘Dit is mijn verlangen’ zal er gecollecteerd worden. U kunt uw gebedsbriefje dan in de collectezak met het gekleurde lint doen. Daarna komen ze dan in de gebedsschaal hier op de tafel voor in de kerk.