LogoHG

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,

De zomervakantie loopt zo zachtjes aan op z’n einde. Iedereen druppelt zo langzamerhand weer binnen. Ook jullie van Connected zijn gelukkig weer terug. Want volgende week begint de feestweek. Dat wil je natuurlijk niet missen.
En hoe jammer we het misschien ook vinden dat de vakantie bijna voorbij is, er is in ieder geval één grote opluchting: de bikinitijd is ook bijna voorbij. Geen angstige blik meer in de slaapkamerspiegel: wat trek ik dit jaar in vredesnaam aan?


Geen zorgen meer over die paar pondjes teveel of al te witte lichaamsdelen. Binnenkort zit dat allemaal gewoon weer onder een wijde broek of slobbertrui. Hoef je je niet meer af te vragen: ‘Wat zullen de mensen denken als ze mij zien?’

-

Heerlijk! Want – ik steek er nu een beetje de draak mee – maar laten we eerlijk zijn: onze cultuur is heel erg gericht op het uiterlijk. Niet alleen worden we dagelijks via de reclames gebombardeerd met talloze plaatjes van absolute schoonheid.
Maar mensen steken er ook ongehoorde hoeveelheden geld, tijd en energie in om maar zo goed mogelijk voor de dag te komen. ‘Beauty sells’. ‘Schoonheid verkoopt’ is een oude wijsheid uit de reclamewereld. Maar zo werkt het niet alleen daar.
Mooie mensen – zo schijnt het – krijgen ook prive meer gedaan. Op school, op het werk, in relaties. En dat alles resulteert in die enorme nadruk op schoonheid in onze cultuur. En de grote druk die dat mee zich mee kan brengen, vooral op vrouwen.

Wij mannen komen er soms wat makkelijker vanaf. Een man – zo schijnt - hoeft niet per se knap te zijn om een succesvolle uitstraling te hebben. Bij ons wordt dan weer op andere dingen gelet. Auto’s, opleiding, inkomen, al die statussymbolen.
En gelukkig is er voor ons allemaal dan ook nog het internet waar we op facebook ons leven nog wat vlotter, interessanter en sneller kunnen laten lijken met prachtige foto’s, ronkende cv’s of spannende verhalen. Maar ‘t blijft allemaal buitenkant.
Daarachter zijn we allemaal gewoon maar mensen met een velletje op onze neus. Ten diepste vaak onzeker over wie we nu eigenlijk zijn en wat we met ons leven willen. Gewone mensen die eigenlijk helemaal niet zo veel van elkaar verschillen.

-

En naar die mens is God nou op zoek. Naar wie we achter al die buitenkant zijn. ‘Het gaat niet om wat de mens ziet: want de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de HEER kijkt naar het hart.’ lazen we. God is op zoek naar wie we diep van binnen zijn.
En dat is op zich dus al iets om eens over na te denken. Hoeveel tijd en aandacht besteed ik nou aan de buitenkant van m’n leven: er goed uitzien, mooie kleren, m’n profiel op internet – en hoeveel aandacht besteed ik nou aan m’n binnenkant?
Aan datgene wat de Bijbel ons ‘hart’ noemt. De kern van wie we zijn. Wij zouden zeggen ‘ons karakter’. Maar in de Bijbel gaat het eigenlijk nog dieper. Het hart, dat is in de Bijbel is de plek waar de beslissingen vallen, wij verantwoordelijk zijn.

Want je kunt van jezelf een moeilijk karakter hebben – opvliegend, erg zwart-wit, een beetje somber – en er toch dan diep van binnen – in je hart - voor kiezen om daar tegen te vechten. Om niet toe te geven aan die verkeerde karaktertrekken.
Als mens ben je ook geen slaaf van je gevoel. Alsof je je eigenlijk alleen maar datgene zou kunnen doen wat leuk is of prettig voelt. Nee, achter ons karakter, achter ons gevoel zit uiteindelijk ons hart. En dat bepaalt wat we met al die gevoelens doen.
Daarom staat er in Spr.4:23 ook ‘Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen van het leven.’ Op je hart – wat je daar toelaat – moet je heel zuinig zijn. Want daar – in je hart – vallen uiteindelijk de beslissingen.

-

Daarom die vraag: ‘Hoeveel aandacht besteed ik nou eigenlijk aan m’n hart en wat daar gebeurt? Want de geschiedenis van David en Saul laat zien hoe beslissend dat is voor heel je verdere leven. Wat je diep van binnen toelaat in je hart.
Juist bij koning Saul kun je dat zien. Want Saul was zo veelbelovend als begonnen. Je kunt dat nalezen in 1 Sam. 10. Een knappe man, vertelt de Bijbel. Meer dan een kop groter dan de gemiddelde Israëliet. Het volk juicht als ze hem zien.
‘Wat een man!’ En Saul komt in het begin zelfs heel innemend, bescheiden, haast verlegen op ons over. Als hij in Sichem tot koning verkozen wordt, heeft hij zich verstopt bij de pakgoed. Alsof hij de eer te groot vindt om Israëls koning te worden.

In het begin van zijn koningschap is Saul echt nog klein en afhankelijk van God. Koning onder God. Maar slechts een paar jaar later treffen we al een heel andere Saul aan. Een Saul die z’n eigen gang gaat en ongehoorzaam wordt aan Gods Woord.
Dan is Saul koning geworden boven God. Houdt hij in z’n hart ten diepste alleen nog rekening met zichzelf. En nog weer een paar jaar verder en Saul is veranderd in een bloeddorstige tyran die iedereen die hem te na komt, uit de weg wil ruimen.
De geschiedenis van Saul is dus eigenlijk een dikke streep onder die tekst uit Spr. 4:23 ‘‘Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, daaruit zijn de oorsprongen van het leven.’ Saul laat zien wat er gebeurt als je in je hart zelf koning wil zijn.

-
-

Heel belangrijk dus. Ons hart en wat daar allemaal in gebeurt. Veel belangrijker dan onze buitenkant. Maar onze tijd is zo druk dat we amper meer aan ons hart toekomen. Daarom hebben we dit seizoen ook het jaarthema ‘Groeien in verlangen.’
Dan gaat het over ons hart. Wat gebeurt er nu eigenlijk diep van binnen met mezelf? Hoe ben ik veranderd in de loop van de jaren? Waar verlang ik nou ten diepste naar? En welke plaats krijgt de Here God te midden van al die verlangens?’
Helemaal niet zo gek om daar eens een keer goed mee aan de slag te gaan. Want God zelf vindt dat blijkbaar ook heel belangrijk: ‘Het gaat niet om wat de mens ziet: want de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de HEER kijkt naar het hart.’

-
-

Maar – en dan kom ik bij m’n tweede punt - het is een les die wij mensen blijkbaar maar moeilijk leren. Ook in de kerk. Want als we verder lezen en zien hoe Samuël geroepen wordt om één van Isaï’s zonen te zalven, wat staat er dan in vs.  6?
Samuël is dan inmiddels bij Isaï aangekomen en heeft hem en zijn zonen uitgenodigd voor de offermaaltijd – dan staat er: ‘Bij hun aankomst viel Samüels oog meteen op Eliab. Hij zij bij zichelf: ‘Dat is vast en zeker degene die de Heer wil zalven.’
Je zou zeggen: ‘Samuël, nou heb je toch al die ellende met Saul meegemaakt. Je weet inmiddels toch dat uiterlijk niks zegt. Dat het er om gaat dat ons innerlijk, ons hart, echt op God gericht is. Samuël, nou heb je je lesje toch wel geleerd?

Maar nee, hoor, Samuël trapt er meteen weer in. Hij ziet Eliab, blijkbaar ook een knappe vent met een rijzige gestalte – net als Saul – en Samuël haalt de hoorn met olie al bijna te voorschijn: ‘Dit is vast en zeker degene die de Heer wil zalven.’
Ik dacht ondertussen bij mezelf. ‘Hoe doen wij dat eigenlijk in kerk? Kunnen wij diezelfde vergissing als Samuël maken? Als wij op zoek zijn naar nieuwe leiders, nieuwe ambtsdragers bijvoorbeeld. Dat we teveel op uiterlijke zaken letten.’
Dat we onbewust toch kijken of iemand uitstraling heeft, het bijv. maatschappelijk gemaakt heeft. Dat zou een goed kerkenraadslid kunnen zijn. En dat we te weinig stilstaan bij die innerlijke dingen – verwacht iemand het echt van God?’

-

Want bij God werkt het zo anders dan vaak bij ons mensen. God gebruikt vaak juist het mensen die op het eerste gezicht helemaal niet zoveel voorstellen, die helemaal niet zoveel indruk maken, om Zijn Koninkrijk in deze wereld vorm te geven.
Denk maar aan de Here Jezus zelf. De profeet Jesaja zegt over Hem: ‘Onopvallend was zijn uiterlijk, Hij miste iedere schoonheid. Zijn aanblik kon ons niet bekoren.’ De Here Jezus was blijkbaar geen knappe, indrukwekkende verschijning.
Integendeel: de profeet Jesaja zegt: ‘Hij was veracht, door ons verguisd en geminacht.’ En toch heeft God Hem – de Here Jezus gebruikt om zijn Koninkrijk op deze aarde te laten komen. Door Iemand waar de mensen op neerkeken.

En zoiets zien we ook in dit verhaal van vanmorgen gebeuren. Want als Isaï dan al zijn zeven zonen aan Samuël voorbij heeft laten gaan en Samuël iedere keer moet zeggen; ‘Deze heeft de Heer niet gekozen.’ Dan vraagt Samuël: ‘Zijn dit al je zonen?’
En dan blijkt dat er nog één jongen is, blijkbaar het achteraankomertje, David. Hakatoon wordt hij in het Hebreeuws genoemd en dat betekent zoiets als ‘het kleintje’. De assepoester van het gezin. En dat is dan uiteindelijk de nieuwe koning.
Voel je hoe anders God kijkt en doet dan wij normaal gesproken doen? ‘God kijkt niet naar het uiterlijk maar de Heer kijkt naar het hart.’ Al die dingen waar wij mensen elkaar zo aan af kunnen meten, die bestaan voor God helemaal niet.

-

En dat is nou iets wat we in de kerk mogen leren. Op allerlei vlakken. U bent of u wordt deze weken misschien nog wel benaderd om ambtsdrager te worden. Want we zoeken nog steeds wijkouderlingen. Je schrikt bij jezelf: ‘Vragen ze mij?’
‘Heb ik dat wel in huis? Weet ik wel genoeg van de Bijbel? Heb ik voldoende levenservaring?’ Maar God kijkt naar je hart. Wat leeft daar? Zou je het ergens toch mooi vinden als je op één of andere manier anderen kon bemoedigen in het geloof.
Of: in de kerk gaat het winterwerk weer beginnen. Iemand vraagt of je zin hebt om naar de GGG, de Apha-cursus of de Follow-up kring te gaan. Maar meteen denk je bij jezelf: ‘Nee, hoor, die anderen weten allemaal veel meer van het geloof.’

Dan kijk je opnieuw naar kennis en levenservaring. Maar God kijkt naar je hart. David was de jongste van 8 zonen. Hij telde helemaal niet mee. Ze noemden hem Hakatoon, het kleintje, de snotneus. Maar God koos hem. God kijkt naar het hart.
En dan ziet God heel andere dingen dan wij mensen doorgaans zien. Wat hoog is bij de mensen en wat hoog is in eigen ogen, daar heeft God juist een afkeer van. ‘Hij woont bij de nederige om de geest van de nederige te doen opleven.’
Wie had een paar jaar geleden gedacht dat het nou de Hakatoon, de jongeren van onze gemeente zouden zijn die diaconaal het voortouw gaan nemen? Jongeren hebben het toch veel te druk? Toch zij waren het die dit jaar naar Z-Afrika gingen.

-

En dan eindigt deze geschiedenis uiteindelijk op een heel verassende manier….

 Want dan wordt David gehaald en wat blijkt dan: het is een heel knappe jongen. We lezen in vs. 12 ‘Het was een knappe jongen met rossig haar en sprekende ogen.’ Dat is vreemd. Uiterlijk was voor God toch helemaal niet belangrijk…?
Maar dat is nou een soort knipoog van de Here God. Alsof Hij zeggen wil: ‘Voor Mij is uiterlijk niet belangrijk. Ik kijk naar je hart. Maar als je met Mij leeft, dan straalt al het moois dat Ik van binnen in je wakker roep, uiteindelijk ook naar buiten.’
Want van David wordt niet gezegd: ‘Het was een lekker stuk!’ Nee, er staat met nadruk: hij had sprekende ogen. En ogen zijn de spiegel van je hart, van je ziel. Als je mooi bent van binnen, dan komt dat via je ogen naar buiten.

En dat is nou ook iets wat wij in de gemeente mogen leren. Bent u het moois al gaan zien in de broers en zussen om u heen? Zijn jullie dat misschien wel veel meer gaan zien in die drie weken Zuid-Afrika die jullie met elkaar hebben meegemaakt?
Als God in ons leven werkt, dan ga je dat bij elkaar zien. Dan beginnen onze ogen ook te spreken, net als bij David. Dan denk je: ‘Wat bijzonder dat ze samen die reis gemaakt hebben? Wat hebben ze hun best gedaan! Wat een prachtige mensen.’
‘Wat bijzonder dat hij of zij die taak of dat ambt op zich wil nemen. Hij of zij heeft het al zo druk. Wat mooi dat iemand dat voor de kerk wil doen! Wat een prachtig mens eigenlijk!’ Ja, dan zie je ten diepste God zelf aan het werk.

-

En dan besef je: ‘Wat is het mooi wat Hij doet! Hij zelf laat iets zien van Hij nou eigenlijk met ons bedoelde.’ Nou, daar gaat het dit seizoen dus met elkaar over hebben. Over wat God in ons leven wil doen. Beginnen we er al naar te verlangen?
Amen.