LogoHG

Psalm 1
1     Welzalig de man
die niet wandelt in de raad der goddelozen,
    die niet staat op de weg der zondaars,
noch zit in de kring der spotters;
2     maar aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft,
en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.

3     Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt;
- al wat hij onderneemt, gelukt.
4     Niet alzo de goddelozen:
die toch zijn als kaf dat de wind verstrooit.
5     Daarom houden de goddelozen geen stand in het gericht,
noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen,
6     want de HERE kent de weg der rechtvaardigen,
maar de weg der goddelozen vergaat.

Inleiding 1 'De betekenis van de Psalmen'

Nieuw jaarthema ‘Groeien in verlangen. Leren van David en de Psalmen.’

Vanmorgen preekte in hier in de kerk over de geschiedenis van Saul die zich door God verlaten weet. Een geest van het kwaad maakt hem onrustig en bang. En dan halen zijn dienaren David op voor hem op de harp te spelen. En dan staat er ‘Dat luchtte Saul op en deed hem goed: de kwade geest liet hem dan voor even met rust.’
Er staat niet met zoveel woorden bij dat David bij dat harpspel ook gezongen heeft. Maar het zou mij niet verbazen als dat toch het geval is geweest. Want daar is David vooral om bekend geworden. Niet alleen vanwege zijn kunde op het muziekinstrument maar vooral door de Psalmen die hij daarbij zong.
En dacht ik bij mezelf: ‘Is dat nou niet een mooi beeld om te onthouden? David met z’n harp die de sombere Saul verlichting brengt.’ In het Hebreeuws staat het er eigenlijk nog wat pregnanter. Niet alleen ‘Dat luchtte Saul op’ maar eigenlijk ook, met een woordspeling: ‘Saul kreeg weer de geest.’ Via David komt de Heilige Geest voor Saul weer dichtbij.

Nou hebben we jammer genoeg Davids muziek niet meer. Soms treffen we er in de opschriften van de Psalmen nog wel sporen van aan. Dan staat er bijv. op de melodie van ‘de hinde van de dageraad’, ‘de lelie’, ‘de jongvrouwen’.  Maar hoe dat in de praktijk geklonken moet hebben, weten we niet meer. Die melodieën zijn verloren gegaan. Maar de Psalmen zelf hebben we nog wel.
En daar hebben mensen ook de eeuwen door troost uit geput. Juist ook als ze last hadden van somberheid, depressiviteit en wanhoop. De eeuwen hebben gelovigen dan juist ook teruggegrepen op de Psalmen. Om nog even in het beeld te blijven: David met z’n harp die heeft als het ware de eeuwen doorgespeeld. En die heeft niet alleen Saul verlichting gebracht. Maar ook talloze anderen hebben daar troost in gevonden.
En waarom nou juist in die Psalmen? Wat maakt nou juist die Psalmen dan zou bijzonder? Wel, omdat daarin het leven getekend wordt niet zoals het eigenlijk zou moeten zijn, maar zoals het in de weerbarstige praktijk vaak is. In de Psalmen ontmoeten mensen we mensen van vlees en bloed met hun eigen twijfels, aanvechtingen en zelfs woedeuitbarstingen. Dat wordt allemaal heel eerlijk en open beschreven. En dat heeft iets troostends.

Want – ga maar na: ook al geloof je dat God er is en naar ons omziet - toch kan het in het dagelijks leven soms moeilijk te ervaren dat zo te ervaren. Het leven is druk. Er is veel dat ons afleidt. En daarnaast maken we soms ook dingen mee die ons het gevoel geven dat God ver weg is. Dan lijkt het alsof God niet naar ons omziet en Hij ver bij ons vandaan is.
En ik weet niet wat uw ervaring is, maar gek genoeg helpt het dan lang niet altijd om zomaar wat in de Bijbel te gaan lezen. Want er staan nogal wat gedeelten in de Bijbel waarin ons voorgehouden wordt hoe het leven met God er eigenlijk uit zou moeten zien. Dat Hij dicht bij ons is en wij dicht bij Hem leven. Dat wordt ons vaak voorgehouden. Hoe het eigenlijk zou moeten zijn.
Maar daar kun je dus ook heel gedeprimeerd van worden. En de kneep zit 'm in dat woordje 'eigenlijk'. Omdat je dan bij jezelf denkt: 'Ja, zo zou het eigenlijk allemaal moeten zijn in m'n leven. God liefhebben boven alles en m'n naaste als mezelf. Hij dicht bij mij en ik dicht bij Hem. Zo zou het eigenlijk moeten zijn. Maar in mijn leven is het lang niet altijd niet zo.'

Juist dan is het goed om met de Psalmen bezig te zijn. Want in de Psalmen worden ons niet in de eerste plaats idealen voorgespiegeld. Over hoe het eigenlijk zou moeten zijn. Maar daar ontmoeten we mensen. Mensen van vlees en bloed zoals wij. Met dezelfde gevoelens zoals wij: blijdschap en vrede, maar ook verdriet en onrust, liefde tot God maar ook teleurstelling en verwijt naar Hem toe, uitzicht en genezing maar ook wanhoop en de dood.
In de Psalmen worden mensen getekend, niet zoals we zouden moeten zijn. Maar zoalss we in het echt zijn. En daar zit iets heel troostrijks in. Want de Psalmen zijn ook het Woord van God, zijn ook geïnspireerd door de Heilige Geest. God neemt die gebroken mensenwoorden met twijfel en aanvechting in Zijn eigen mond en maakt het tot Zijn eigen Woord.  En juist door de Psalmen op te nemen in de Bijbel laat God zien dat Hij niet alleen de God is van het vernieuwde leven dat vol is van geloof, hoop en liefde. Maar dat Hij ook de God is van het gebroken leven.
God is dus niet alleen maar de God die ons – als het ware van een afstand – vertelt hoe ons leven eigenlijk zou moeten. Nee, Hij is ook de God die weet van onze zonden, onze worstelingen, onze onrust en onvrede. Bij Hem zijn dat geen dingen die onder het vloerkleed moeten worden weggemoffeld maar die voluit gehoord mogen worden, voluit stem mogen krijgen. Omdat God die in Zijn eigen Woord ook voluit aan bod laat komen. In de Psalmen.

Daarom is juist het Psalmenboek zo’n belangrijk boek in de Bijbel. Want de Psalmen laten ons zien dat dicht bij God leven niet betekent dat het leven één glimmend gepolijste marmeren vloer is waarop we zacht en gracieus voortschrijden. Maar het een weg die hoogte- en dieptepunten kent, een tocht langs grazige weiden en donkere dalen, een pad dat we ook wel eens bijster zijn. Maar waarop God ons wel altijd terug wil voeren.
De Psalmen laten ons zien dat leven vanuit het geloof niet betekent dat alles gladjes verloopt maar wel dat we nooit zo ver heen zijn dat God ons niet meer bereiken kan. En dat we alles wat we in ons leven tegenkomen, blijdschap en vreugde evengoed als pijn en verdriet, uitzicht en redding evengoed als wanhoop en uitzichtloosheid, voor God mogen uitspreken en met Hem mogen delen.
De Psalmen zijn dus een soort spiegel. Een spiegel waarin de binnenkant van het leven met God zichtbaar wordt. Een spiegel waar we in mogen kijken en zeggen: 'Ja, die man die in deze Psalm aan het woord is, dat ben ik. Zijn moeiten en zorgen, dat zijn soms ook de mijne. En wat apart dat die man nou toch bij God durft aan te komen met alles wat hem bezighoudt. Dat hij dat niet wegstopt maar eerlijk naar God uitspreekt'.

Wat heb je aan de Psalmen? Welke plaats hebben ze de eeuwen door vaak ingenomen in het geloofsleven van degenen die ons zijn voorgegaan. Welk ,de Psalmen zijn dus een spiegel die ons helpt om eerlijk te worden voor God. Een spiegel ook waar we ons aan op kunnen trekken omdat in deze spiegel zichtbaar wordt hoe goed God weet wat er in ons binnenste omgaat en hoe graag Hij ons daar verder mee wil helpen.

Inleiding 2 - Het lezen van de Psalmen
Binnen de Bijbel zijn de Psalmen een heel eigen boek. Psalmen zijn Poëzie, gedichten. De dingen worden heel beeldend onder woorden gebracht. Dat heeft ook consequenties voor de manier waarop je de Psalmen leest: alleen maar bijv. ook op de Bijbelkring of GGG. Psalmen zijn geen strikt logische verhandelingen. Je leest niet een Psalm om daar nou eens even flink over te gaan debatteren.
Nee, een Psalm moet je op je in laten werken. Beetje bij beetje. Probeer de beelden die erin naar voren komen eens op je in te laten werken. Laat je raken door de manier waarop gevoelens en gedachten onder woorden zijn gebracht. Mediteer erover: dat wil zeggen, neem kleine stukjes tegelijk en laat die op je inwerken.
Mediteren moet je wel een beetje leren. En vanavond wil ik daar daarom ook wat mee oefenen. Het is misschien even wennen, zo’n gezamenlijke meditatieoefening. Want we hebben dat eigenlijk nog weinig met elkaar gedaan. Maar ik wilde dat vanavond toch eens proberen. Niet met de verwachting dat er nou opeens spectaculair inzichten bij ons naar boven zullen komen. Maar meer dat de dingen die we eigenlijk al weten dieper gaan land in ons leven.
En dan beginnen we gewoon bij de eerste Psalm die we in het Psalmenboek tegenkomen. Psalm 1. Daar willen we vanavond wat op mediteren.

Psalm 1 in z’n geheel voorlezen
Vs. 1
1     Welzalig de man
die niet wandelt in de raad der goddelozen,
    die niet staat op de weg der zondaars,
noch zit in de kring der spotters;

Psalm 1 valt direct met de deur in huis en stelt de vraag wanneer je nu een gelukkig mens bent. Dat is een vraag die heel veel mensen bezighoudt in onze samenleving. Wanneer ben je nu gelukkig? Wat maakt het leven de moeite waard?
In de wereld om ons heen worden ons heel veel beelden voorgehouden van wat gelukkig-zijn inhoudt. Kijk maar naar de reclames, kijk maar naar de tijdschriften. Jong en mooi zijn, een relatie hebben, een mooi huis, verre vakanties, een interessante baan met een goed salaris, een mooie oude dag met een royaal pensioen en een goede gezondheid.
Allemaal dingen die zonder meer de moeite waard zijn en waar best wat voor te zeggen valt. Het zou schijnheilig zijn om net te doen alsof wij daar geen behoefte aan hebben. En ook in de Bijbel staat dat God ons alles rijkelijk ten gebruike geeft om er van te genieten en er goed mee te doen. Welvaart en gezondheid zijn op zich geen verkeerde dingen.
Maar als het nou gaat om je diepste geluk zet Psalm 1 toch anders in. Want Psalm 1 zegt: Wanneer ben je nou gelukkig? 1 Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op de weg der zondaars, noch zit in de kring der spotters; 2 maar aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.

En dan valt op dat Psalm begint met het beeld van een weg. Dat beeld gebruikt de Bijbel wel vaker. Dan wordt het leven getekend als een weg waarop je wandelt. Een weg die ergens naar toe gaat. 'Henoch wandelde met God', zegt Genesis, 'en hij was niet meer want God had hem opgenomen.' Een weg dus die je als het goed is met God mag wandelen en die je bij Hem thuis brengt.
Maar dus ook een weg – en dat zegt Psalm 1 vooral - waarvan je het spoor bijster kunt raken. Wanneer je met verkeerd gezelschap op pad bent. Een weg waarop je vervolgens tot stilstand komt wanneer je naar verkeerde mensen luistert. En waar je tenslotte vanaf raakt wanneer je gaat zitten in 'de kring der spotters'. Zo schildert Psalm 1 de weg die wij door het leven kunnen gaan. Een weg met God. Maar dus ook een weg waar je vanaf kunt dwalen.
Meditatieoefening 1 – Sheet en Handout: En laten we dat beeld van die weg nu eens gewoon op ons in laten werken door eens een paar minuten naar het volgende plaatje te kijken.Denk eens terug aan welke weg jij zelf door het leven bent gegaan. Wat waren hoogte- en wat waren dieptepunten in je leven? Zijn er ook momenten geweest waarop je zelf stil kwam te staan? Wanneer dan? Met welke invloeden heb je zelf vooral te maken gehad op je levensweg? Waar sta je nu ergens?

Zingen: Psalm 139:9

Laten we nog even verder lezen in Psalm 1:
1     Welzalig de man
die niet wandelt in de raad der goddelozen,
    die niet staat op de weg der zondaars,
noch zit in de kring der spotters;
2     maar aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft,
en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.

De verkeerde invloed die in Psalm 1 genoemd wordt heeft iets collectiefs: 'de raad der goddelozen', 'de kring der spotters'. Het gaat om een groep, een kring van mensen die ons probeert te beïnvloeden. We kunnen hier wel denken aan invloed die misschien niet-gelovige familie, vrienden of kennissen op ons hebben. Maar je zou ook kunnen denken aan de collectieve invloed die de niet-gelovige samenleving als geheel op ons heeft. Zoals die samenleving tot ons komt via televisie, tijdschriften, opleiding en werk.
Tegenover deze invloed van de wereld om ons heen heeft de dichter van Psalm 1 het over de man die 'welgevallen heeft aan des Heeren wet en daar dacht en nacht mee bezig is'. Dan ben je gelukkig. Wanneer je tegenwicht hebt tegen alles wat zich van buiten aan je opdringt. Dat tegenwicht kan Gods Woord ons bieden. Maar dat gaat niet vanzelf. Daarvoor moet je je er ook in verdiepen.
De man uit Psalm 1 die 'overpeinst' Gods woord dag en nacht. Dat wil niet zeggen dat hij altijd met zijn neus in de Bijbel zit maar wel dat hij de woorden van God die hij leest en hoort als het ware op allerlei momenten in het dagelijks leven in zijn herinnering roept. Hij is als het ware een herkauwer. De gelukkige mens uit Psalm 1 herkauwt het woord van God. En hij doet dat met plezier. Hij heeft een 'welgevallen' aan de wet van God'.
Meditatieoefening 2 Handout:  Hoe ben jij bezig met het woord van God? Herken je iets van die vreugde of vind je bijbellezen en kerkgang juist een moeizaam gebeuren? In hoeverre ben jij een herkauwer die op allerlei momenten van de dag nog eens terugdenkt aan wat je gehoord/gelezen hebt? Op welke manier zou je iets van dat welgevallen van Psalm 1 ook in je eigen leven vorm kunnen geven.

Zingen: Psalm 1:1

1     Welzalig de man
die niet wandelt in de raad der goddelozen,
    die niet staat op de weg der zondaars,
noch zit in de kring der spotters;
2     maar aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft,
en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.
3     Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt;
- al wat hij onderneemt, gelukt.

Vs. 3
Het tweede beeld dat in Psalm 1 gebruikt wordt is dat van een boom. Een boom die geplant wordt aan waterstromen, bij een beek. Psalm 1 vergelijkt de man die bij Gods wordt leeft met een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt; - al wat hij onderneemt, gelukt.
Dat beeld roept herinneringen op aan het paradijs. Gen 2:10 zegt: Er ontsprong in Eden een rivier om de hof te bevochtigen, en daar splitste zij zich in vier stromen. Daar doet het beeld van de boom geplant aan waterstromen  aan terugdenken. En het is nogal wat wat de dichter allemaal over deze boom durft te zeggen: hij geeft regelmatig vrucht en zijn bladeren verwelken niet. Zo is de man die bij Gods woord leeft, zegt Psalm 1. Alles wat hij doet, lukt.
Het beeld van de boom aan waterstromen kan makkelijk verkeerd begrepen worden. Het lijkt wel alsof de dichter van Psalm 1 ontkent dat je als gelovige ook grote tegenslag in je leven te verwerken kan krijgen. Toch lijkt dat maar zo. Het beeld dat de dichter gebruikt veronderstelt echter juist dat er periode van grote droogte van tegenslag aan kunnen breken. Het is alleen omdat die boom geplant staat aan waterbeken dat ook in de droge tijd er toch nog vruchten te vinden zijn en het blad van deze boom groen blijft.
Concreet naar ons toe: Leven vanuit het geloof betekent dat er toch nog water is, wanneer alles om ons heen in een woestijn verandert. Leven vanuit het geloof betekent dat je als mens niet verlept wanneer de omstandigheden tegen zitten maar dat er ook en juist in moeilijke tijden, toch nog vruchten in je leven groeien. Dan kun je inderdaad zeggen dat je leven succesvol is. Dat het ergens naartoe gaat. Dat het wat oplevert.


Meditatieoefening 3 Sheet en Handout:  Herken je jezelf in het beeld van deze boom? Waarom wel of niet? 'Alles wat hij onderneemt, gelukt.' Denk eens terug aan de weg die je door het leven gegaan bent. Kun je de dichter dit nazeggen? Welke zegeningen heeft God jou gegeven?

Zingen: Psalm 1:2

Psalm 1
1     Welzalig de man
die niet wandelt in de raad der goddelozen,
    die niet staat op de weg der zondaars,
noch zit in de kring der spotters;
2     maar aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft,
en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.
3     Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt;
- al wat hij onderneemt, gelukt.
4     Niet alzo de goddelozen:
die toch zijn als kaf dat de wind verstrooit.
5     Daarom houden de goddelozen geen stand in het gericht,
noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen,
6     want de HERE kent de weg der rechtvaardigen,
maar de weg der goddelozen vergaat.

Van deze boom wordt ook gezegd dat hij daar geplant is. Dat wil zeggen, hij is niet vanzelfsprekend dat hij daar staat. Hij is daar neergezet. Misschien wel overgezet. Het is een voorrecht dat hij daar mag staan. Wanneer we met de Bijbel gaan leven zoals de man uit Psalm 1 dat doet, verandert er dus iets. We worden uit de onvruchtbare voedingsbodem van wat deze wereld te bieden heeft overgeplant in vruchtbare grond aan waterstromen.
Water is in de Bijbel een beeld voor de Heilige Geest. Opvallend is in deze Psalm dat de Heilige Geest dus in de eerste plaats verbonden wordt aan het leven bij Gods woord. In vs. 2 wordt de gelovige dan ook niet getekend als iemand die nu allemaal van die bijzondere geestelijke ervaringen heeft, die het allemaal nou zo ontzettend voelt maar als iemand die bezig is met de Bijbel.
En dan…, belooft Psalm 1, komt de Heilige Geest je leven binnen. Waar je aan Gods Woord aandacht besteedt, begint de Geest weer te waaien. Daarom is het bezoeken van de kerkdienst en van een bijbelkring naar mijn idee geen óptie voor een christen maar noodzaak. Want daar, rond het woord van God, waait de Heilige Geest en komt Hij ook ons leven binnen.
Tenslotte zit er in dat beeld van 'geplant worden' ook een kritische kant. Als we terugkijken naar ons leven en daarin misschien ook mislukking of dwaalweggetjes zien, moeten we ons ook afvragen in hoeverre we inderdaad met en naar Gods Woord geleefd hebben. Er is tegenslag die ook gelovigen overkomt. Maar er is ook moeite die ons overkomt omdat we niet Gods weg zijn gegaan in ons leven.
En het slot van deze Psalm nodigt ons als het ware uit om het kaf van het koren te scheiden in ons leven. ‘De goddelozen zijn als kaf dat de wind verwaait.’ Dat kun je ook op jezelf betrekken. Waar leef ik nou – ondanks m’n geloof - in de praktijk toch goddeloos alsof God niet bestond. Waar scherm ik me voor Hem af. Waar zou ik als het ware doodlopende weggetjes in kunnen slaan die uiteindelijk niks opleveren?
En hoe kan ik God nou weer zo bij mijn leven betrekken dat dat anders wordt? Want dan wordt elders in de Bijbel beloofd: ‘Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden rechtmaken.’ En dat is denk ik ook wat het slot van deze Psalm bedoeld: ‘God kent de weg der rechtvaardigen.’ En als we dat proberen, God en zijn Woord weer oprecht bij ons leven te betrekken, dan begint de Geest ook weer te waaien. Dan stroomt er fris water ons leven binnen en kunnen dorre bladeren weer groen worden.


Meditatieoefening 4: Waar zit het kaf en waar zit het koren in de keuzes die ik nu in m’n leven maak. Waar is mijn leven verlept en heb ik eigenlijk dringend behoefte aan vernieuwing door de Heilige Geest?         

Zingen: Psalm 1:3    

Observaties
Voorbeelden
Sheet 'Het leven als een weg', 'Een boom, geplant aan waterstromen', 'Kaf en koren'
Inleiding op de Psalmen
Schuilen bij God – De binnenkant van het geloof
Spiegel
Exegetische observaties
Central concern van de psalm: Wie is een gelukkig mens?
Structuur van de Psalm met parallellismen
vs. 1 Welke weg maakt gelukkig?
Leven wordt beschreven als een weg waaro keuzes gemaakt moeten worden
Opvallend dat in de eerste plaats gezegd wordt wat iemand niet doet
Zonde doet zijn intrede via de mensen waar je mee omgaat
Beweging van gaan, staan en zitten.
vs. 2 Karakteristiek van de gelovige
Gelovige wordt getekend als iemand die leeft naar Gods bedoeling (niet in de eerste plaats ervaringen o.i.d. maar het woord van God)
2b laat zien dat achter de liefde tot Gods wet intensief een bezig zijn met deze wet door heel het dagelijks leven heen steekt (relevantie voor bijbelkringen). Overpeinzen heeft ook iets van herkauwen.
vs. 3 De positie van de gelovige
'Geplant' vgl. Col 1:13. Nieuw bestaan wordt voor je geopend. Vaste plek.
Waterstromen: beeld veronderstelt juist de komst van droogte. Maar door de stroom van water blijf je fris.
Boom aan het water: paradijs, heilige Geest
vs. 4 De positie van de ongelovige
Kaf: Wind voert je voort. Prediker: Najagen van de wind.
Oogst: Beeld van zaaien en oogsten.
vs. 5 Karakteristiek van de ongelovige
Beeld van het oordeel: Eindoordeel wanneer de oogst binnengehaald wordt. De schillen worden weggegooid.
Graan blijft over: Nieuw leven.
vs. 6 Welke weg maakt gelukkig?
God kent ons. Intieme relatie
Observaties van toepassing
Hoe is onze relatie met de niet-gelovige samenleving? Spotters en het cynisme dat ons bedreigt?
Hoe fijn vinden we het eigenlijk om met Gods woord bezig te zijn? En hoe geven we dat concreet vorm?