LogoHG

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,

Een hart waar muziek in zit. Dat is het thema van deze dienst. Maar als we even goed kijken naar het eerste zinnetje van dit Bijbelgedeelte, dan begint het verhaal van vanmorgen toch heel anders. Want daar – in vs. 14 – lezen we over koning Saul:
‘De geest van de Heer had Saul verlaten; in plaats daarvan stuurde de HEER een kwade geest, die hem kwelde.’

Dat is even een heftig zinnetje! In Sauls hart zit helemaal geen muziek. Daar is het oorlog. En dat komt – zegt de schrijver - van God.
Kan dat dan? Doet God dat? Dat Hij dus niet alleen zijn goede, Heilige Geest van iemand weg kan nemen. Maar dat Hij in plaats daarvan ook nog eens een kwade geest kan sturen, om alle muziek uit je hart te halen? Doet God zulke dingen?

-

Ja, het staat in de Bijbel. We kunnen vanmorgen dus moeilijk zeggen dat God zulke dingen niet zou kunnen doen. Maar dan is het wel zaak dat we eerst goed begrijpen wat hier precies verteld wordt. Wat er dan met die kwade geest bedoeld wordt.
Want in het Hebreeuws staat eigenlijk niet ‘een kwade geest’ maar ‘een geest van het kwaad’. En dat betekent in het Hebreeuws net dat die geest zelf kwaad is. Maar dat hij als het ware kwaad bij een ander veroorzaakt, naar boven roept.
Hier maakt die geest Saul bijvoorbeeld kwaad, onrustig, bang. Want diep van binnen weet Saul wel: ‘Het zit niet goed tussen mij en God.’ En op één of andere manier weet die geest Saul in dat kwade geweten te raken. Dat is wat er hier gebeurt.


Net zoals dat trouwens later bij David zelf zal gebeuren. Aan het eind van z’n leven. Dan wordt David gestraft omdat hij een volkstelling heeft gehouden. Een engel van God slaat Israël met de pest. David ziet hem staan met z’n vlammende zwaard.
‘En’ - lezen we dan in 1 Kron 31:20 – ‘David durfde niet voor God verschijnen, want hij was bevangen door schrik voor het zwaard van de engel.’ Daar staat precies hetzelfde werkwoord als hier. ‘Een kwade geest kwelde Saul, joeg Saul schrik aan’.
Zo kun je dit gedeelte dus uitleggen. God stuurt niet zozeer een geest die in zichzelf kwaad is. Maar omdat Saul een kwaad geweten heeft, jaagt die geest hem angst aan, maakt hem onrustig. Want Saul voelt: ‘Het zit niet goed tussen God en mij.’

-

Bij Saul is de muziek uit z’n hart verdwenen. Het is daar kil en donker geworden. En één ding kunnen we daar in ieder geval wel uit leren: ‘Het is nooit vrijblijvend hoe je met God en Zijn Woord omgaat. Dat Woord van God doet altijd wat met je.’
Ofwel: je bloeit er bij open. Dat Woord van God begint geloof en vertrouwen in je leven naar boven te roepen. Dat zien we telkens bij  David gebeuren. Hij krijgt nieuwe moed. En hij begint Psalmen te zingen. De muziek komt in zijn hart terug.
Of je sluit je voor Gods Woord af. Gaat je eigen gang. En langzaam maar zeker begint de muziek uit je hart te verdwijnen. Dat zien we bij Saul. Er gebeurt altijd wat met je. Als je met God en zijn Woord in aanraking komt, is dat nooit vrijblijvend.

En daarom is het goed om onszelf dat vanmorgen ook eens af te vragen. Hoe zit dat nou eigenlijk bij mij? Wat heeft dat Woord van God nou in mijn hart en leven gedaan de afgelopen jaren? Ben ik daardoor inderdaad opengebloeid als mens?
Ervaar ik dat dat Woord van God nieuw leven, nieuwe blijdschap bij mij naar boven roept? Of is er eerder het omgekeerde gebeurd? Dat het me eigenlijk nauwelijks meer raakt. ‘Hoe ouder hoe kouder’ hoorde ik een man eens heel eerlijk vertellen.
Die geschiedenis van Saul houdt ons in dat opzicht een spiegel voor. Hoe zit dat bij mij? Vormt dat Woord van God op een positieve manier mijn leven? Of sluit ik me er ergens voor af, net als Saul. Maar dan kan het me dus ook gaan misvormen.

-

Voelt u: het raakt vanmorgen aan diepe dingen. De drijfveren die verborgen liggen op de bodem van ons hart. Niet dat ik dat nou zo prettig vind om daar allemaal over te preken. Maar als je preekt over Saul kun je moeilijk om deze dingen heen.
Maar gelukkig krijgt deze geschiedenis nu ook een wending. Het is niet alleen somberheid troef. Want Sauls dienaren komen in actie. En in hun woorden kun je horen dat ze werkelijk om hun heer Saul geven. Want ze zeggen:
‘Heer, het is duidelijk dat u door een kwade geest wordt gekweld. U hebt maar te bevelen, heer, en uw dienaren staan klaar om iemand voor u te zoeken die lier kan spelen. Als die geest dan komt, kan hij muziek voor u maken. Dat zal u goed doen.’

Ik vind dat iets ontroerends hebben. Saul glijdt langzaam richting de afgrond. Maar God heeft hem nog niet losgelaten. Er is nog genade voor Saul. Er zijn nog mensen met hem bewogen. Zijn knechten willen hulp bieden. Dat heeft iets ontroerends.
Maar tegelijk heeft die hulp die ze aanbevelen ook iets dubbels. Want ze schrijven muziek voor. Terwijl ze toch beseffen dat het ten diepste tussen Saul en God scheef zit. Dat Saul zich daardoor nu zo rot voelt. ‘Een kwade geest van God’ zeggen ze.
En toch raden ze Saul niet aan om te vragen of Samuël wil komen. Om voor Saul te bidden. Hem advies te geven. Nee, de diepste oorzaak van Sauls probleem laten ze rusten. Maar er moet muziek komen. Dat zal helpen. Daar wordt je vrolijk van.

-

En gaat dat bij ons vaak ook niet zo? Je hebt mensen bij wie de radio, de televisie of het internet altijd aanstaan. Het is het eerste wat ze doen als ze uit bed komen. Geen enkel moment van stilte meer. Want dat voelt zo naar en beklemmend.
Maar wat dringen we dan eigenlijk weg? Als er continu afleiding in ons leven moet zijn. Als we het amper meer verdragen als het even helemaal stil is om ons heen. Missen we dan ten diepste toch vrede met God en vandaaruit vrede met onszelf?
Muziek kan een prachtig middel zijn. Want het is een goede gave van God. Straks zullen we dat ook zien als David voor Saul op de harp speelt. Maar voor muziek in ons hart hebben we echt meer nodig. Daarvoor moet je de vrede met God hebben.

Misschien ook iets om te onthouden in de komende feestweek. Daar is ook altijd veel muziek. In de feesttent wordt er vrolijk op los gedanst. Heerlijk lijkt me, als je van dansen houdt. Maar we weten ook dat ieder feest kan ontsporen.
En waar vier je nou werkelijk met elkaar feest omdat het goed en fijn is om hier in ’s Gravendeel met elkaar te wonen -   omdat je oude vrienden ontmoet en met elkaar zoveel goede en mooie herinneringen hebt op te halen - …
… waar vier je op die manier echt feest zoals de mensen het ook in de Bijbel konden doen? Met zang en dans en goed glas wijn. En waar ontspoort het in hossen en springen omdat we eigenlijk een diepere onvrede aan het wegdrinken zijn?

-

Tenslotte, broers en zussen, tenslotte… want ik zei het al: het is in deze geschiedenis niet alleen maar somberheid troef. Tenslotte verschijnt David op het toneel. David die zo mooi op de lier kan spelen. David die door de Heer wordt bijgestaan.
David verschijnt op het toneel. Hij is de nieuwe koning. In elk ander boek dan de Bijbel zou er nu een duel volgen, een zwaardgevecht. En de oude tiran zou smadelijk de ondergang lijden om zo te plaats te maken voor de nieuwe koning.
Maar in de Bijbel werkt het anders. Bij God werkt het anders. Want David komt niet om Saul van de troon te stoten. Maar David komt om deze wankelende koning te stutten en te steunen. Nu nog met muziek. Maar later ook als krijgsman.

David is voor Saul nog een teken van Gods genade. Zo zegt Saul het onbewust later ook tegen zijn vader Isaï: ‘Mag David voorgoed bij mij in dienst komen. Want – staat er dan eigenlijk in het hebreeuws – hij heeft genade gevonden in mijn ogen.’
Als Saul kijkt en luistert naar David, dan voelt hij in zijn hart weer iets van goedheid en genade naar boven komen. Iets van de wereld van God waar hij ondertussen steeds verder van vervreemd is geraakt, komt dan weer in zijn leven terug.
God heeft Saul toch nog niet losgelaten. Er is nog tijd om een andere weg in in te slaan. Als Saul zelf dan niet naar Samuël toe wil gaan, dan stuurt God David naar het hof. David mag een middel zijn om Saul bij Gods genade terug te brengen.

-

En dat is maar geen vrome fantasie van mij om aan deze geschiedenis zo nog een stichtelijk tintje te geven. Met David als reddende engel. Maar dat staat met zoveel woorden ook in het slot van deze geschiedenis. Want we lezen vs. 23:
‘Steeds wanneer de geest van God Saul overmande, nam David zijn lier en tokkelde op de snaren. Dat luchtte Saul op en deed hem goed.’  En in het Hebr. wordt daar een woordspeling gebruikt tussen het woordje ‘Geest’ en ‘Dat luchtte Saul op’.
Je zou dat met een knipoog van de schrijver dus ook kunnen vertalen als: ‘Saul kreeg weer de geest.’ Er is niet alleen die geest van het kwaad die Saul schrik aanjaagt. Maar via Davids muziek is er ook Gods goede Geest die Saul weer aanraakt.

De goede Geest van God die Saul toch nog probeert te bereiken. En had Saul David nu maar in vertrouwen genomen. Was Saul zelf maar van de troon afgekomen om die plaats aan David te geven, dan was het met Saul helemaal goed gekomen.
Ik ga daar een andere keer nog over preken. Maar dan lijkt toch de essentie van de geschiedenis van Saul te zijn. Ben je als mens bereid om uiteindelijk van je troon te stappen en plaats te maken voor een andere koning? Durf je die stap te zetten?
Ook als je dat heel veel kost. Je eigen aanzien en trots. Die diepgewortelde neiging in ons allemaal om kostte wat kost zelf de regie over ons leven in handen te houden. Durf je van je troon te stappen en plaats te maken voor een andere koning?

-

En wij denken dan niet meer aan David. Maar aan Davids grote Zoon, de Here Jezus. Want Hij is degene die aanklopt aan de deur van ons levenshuis, van ons paleis. En Hij komt ook bij ons niet om ons uit te dagen maar juist om ons te steunen.
Voelt u, broers en zussen, hoe we hier in David die harp speelt om koning Saul tot rust te brengen al iets van de Here Jezus zelf mogen zien? Want Hij is gekomen om die diepste vrede te brengen waar ieder mens naar verlangt. Muziek in ons hart.
Dat heeft Hij gedaan door zijn leven voor ons te geven aan het kruis. Daar op Golgotha is Hij gestorven voor de zonden van heel de wereld. Je kunt dus nooit zo ver bij God vandaan zijn – nog verder dan koning Saul – of Hij kan je toch nog helpen.

Hij alleen kan die vrede geven waar wij mensen diep van binnen allemaal naar op zoek zijn. Voor Hem sloegen de kwade geesten ook op de vlucht. Hij herstelde misvormde en bezeten mensen. Hij bracht de muziek in hun hart en leven terug.
En dat kan en wil Hij nu ook bij u, jou en mij doen.  Misschien voel je in deze dienst door de psalmen en gezangen ook al iets van zijn Geest je leven binnen waaien. Er is eigenlijk maar één ding wat wij behoeven te doen. Hetzelfde als koning Saul.
Van onze troon afstappen. Plaats maken voor Hem. Onszelf aan Hem gewonnen geven. Onszelf aan Hem toevertrouwen. Ten diepste: geloven. Hoe ouder, hoe kouder? Dat maakt dan niet. Dan is Hij er. En brengt de muziek in ons hart terug.
Amen.