LogoHG

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,

Vanmorgen gaat het over jaloezie. En onderschat nooit wat jaloezie met je kan doen. Jaloezie is een gifgroene appel die, als je er eenmaal in bijt, heel je leven kan vergallen. Jaloezie kan zelfs de mooiste mensen veranderen in ware monsters.
Dat zien we vanmorgen in deze geschiedenis gebeuren bij koning Saul. Samen met David keert hij terug van het verslaan van de Filistijnen. En wat eigenlijk een heel mooie, feestelijke optocht had moeten worden, dat eindigt voor Saul in een drama.

Want bij hun thuiskomst zingen de vrouwen: ‘Saul versloeg ze bij duizenden. David bij tienduizenden.’ En dat was waarschijnlijk heel onschuldig bedoeld. Niet om een contrast, een vergelijking tussen David en Saul aan te brengen.
Want u weet: in Hebreeuwse poëzie werkt men niet zo zeer met rijmwoorden maar veel meer met herhalingen. Iets wordt nog eens op een andere manier gezegd, zonder verschil in betekenis: ‘Drie dingen zijn mij te wonderlijk, vier begrijp ik niet.’

Zo was dat lied van die vrouwen waarschijnlijk ook bedoeld. Onschuldig. Niet om Saul en David met elkaar te gaan vergelijken. Ze hadden bij wijze van spreken net zo goed kunnen zingen: ‘David versloeg zij bij duizend. Saul bij tienduizend.’  
Maar het valt bij Saul helemaal verkeerd. Hij bijt in die gifgroene appel. En vanaf dat moment begint de jaloezie zijn leven binnen te stromen: ‘Nog even en ze geven hem ook nog het koningschap!’ Vanaf die dag begint Saul David te wantrouwen.

Onderschat nooit wat jaloezie allemaal aan kan richten. Ik las in een commentaar: ‘Ja, daar is het ook al mee misgegaan aan het begin van de wereld. Met jaloezie. Zo is de duivel ontstaan. De hoogste engel in de hemel die jaloers werd op God zelf.’
En zo probeert die duivel later ook het eerste mensenpaar Adam en Eva te verleiden. Door ze jaloers te maken op God zelf. ‘Als je nou van de vrucht van die boom van kennis van goed en kwaad eet, dan zul je zijn als God zelf…’ Weer die jaloezie.

‘Geldzucht is de wortel van het al het kwaad’ staat er ergens in de Bijbel. Maar je zou misschien net zo goed kunnen zeggen: ‘Jaloezie is de wortel van al het kwaad.’ Want daar is het vanaf het begin van de schepping al door misgegaan. Door jaloezie.
En hoe makkelijk bijt je niet in die gifgroene appel? Net als Saul. Een onschuldige opmerking, een goedbedoeld plagerijtje misschien. Maar opeens ga je anders naar jezelf kijken. En je begint jezelf met die ander te vergelijken…

‘Zij… ziet er heel goed uit, is heel begaafd, heeft interessant werk. Hij… heeft al een partner, heeft een gezin gesticht…. Zij hebben een gelukkig huwelijk, hebben het maatschappelijk gemaakt… Of: zij zijn nog gezond, zij zijn nog samen… – en ik…?
Broers en zussen, dat is vooral zo ontzettend naar van jaloezie – en als je daar in je leven wel eens mee hebt moeten vechten, dan weet je dat – dat je als het ware bij alles gaat denken: ‘En ik?’ Dat vergiftigt alles in je leven.

Bij Saul zien we dat gebeuren. Wat een feestdag had moeten zijn waarin Saul en David zij aan zij de overwinning die God geschonken had, hadden mogen vieren, dat wordt voor Saul het begin van een jaloezie die nooit meer op zal houden.
De volgende dag gaat hij als een razende tekeer in z’n huis. En als David hem dan met zijn harpspel probeert te kalmeren, dan slingert Saul plotseling zijn speer naar David. ‘Ik zal David aan de wand spietsen’ denkt Saul bij zichzelf.

Dat gebeurt tot twee keer toe. En dan besluit Saul dat David weg moet van het hof. Hij maakt hem tot veldcommandant over duizend. Want Saul kan Davids aanwezigheid niet meer om zich heen verdragen. Zo heeft de jaloezie hem in z’n greep.
En hoe vaak zijn wij dat ook niet gebeuren. Na een conflict in de familie. Na een stukgelopen relatie. Niet meer samen op één verjaardag kunnen zijn. Zelfs de aanblik van elkaar niet meer verdragen. Die ander moet weg. Uit het gezichtsveld.

We zullen dat voor onszelf niet zo snel en niet zo makkelijk toegeven. Maar is er dan vaak ergens ook geen jaloezie in het spel? Het moeilijk kunnen hebben als het die ander voor de wind gaat. Omdat je zelf in je leven zo een tekort ervaart.  
En ik zeg dat niet als verwijt. Want als jaloezie je echt in z’n grip heeft, dan kun je ook maar beter wat afstand houden. Maar ik zeg dat meer uit bezorgdheid. Je van binnen zo te voelen, dat gun je niemand. Wapen jezelf daarom tegen de jaloezie.

Kan dat dan? Jezelf wapenen tegen jaloezie. Want op een kwetsbaar moment in ons leven kan ons dat dus allemaal overkomen. Dat jaloezie je leven probeert binnen te sluipen. Kun je je daar dan tegen wapenen? En hoe doe je dat dan?
Daarvoor moeten we naar de figuur van Jonatan kijken in dit Bijbelverhaal. Want het is heel opvallend – waar Saul eigenlijk al direkt vanaf het begin jaloezie naar David gaat begint te voelen – reageert Jonatan heel anders. Hij krijgt David juist lief.

We lezen aan het begin van dit hoofdstuk: ‘Jonatan voelde zich meteen sterk tot David aangetrokken en vatte een innige vriendschap voor hem op. Jonathan, die David zo lief had als zijn eigen leven, sloot vriendschap, een verbond met hem.’
En dan doet Jonatan iets heel opvallends. We lezen in vs. 4 ‘Hij deed z’n mantel af en gaf die aan David. Ook gaf hij hem zijn uitrusting tot aan zijn zwaard, zijn boog en zijn koppelriem.’ Als kroonprins legt Jonatan vrijwillig z’n prinsenmantel en af.

En dat was in die tijd haast ook iets symbolisch. Als een koning z’n mantel afdeed en aan een ander gaf, dan droeg hij daarmee eigenlijk het koningschap zelf aan die ander over. En zoiets lijkt Jonatan hier dus ook te doen.
Hij staat z’n plaats als kroonprins af aan David. Een paar hoofdstukken later in 1 Samuël 23:17 zal Jonatan dat ook letterlijk zo tegen David zeggen: ‘Ik weet dat jij zult koning over Israël zult zijn en ik zal de tweede man onder jou zijn.’

En dat is heel bijzonder. Dat Jonatan spontaan datgene lijkt te doen wat Saul met de beste wil van de wereld niet op kan brengen. Plaats maken voor de nieuwe koning van Israël. Het is heel bijzonder dat Jonatan dat hier wel kan.
Want ga maar na: Saul had het aan zichzelf te wijten dat hij koning meer van Israël kon zijn. Hij was Gods woord ongehoorzaam geworden. Het had Saul gesierd als hij zelf plaats gemaakt had voor iemand die beter was dan hij.

Saul had ten diepste geen reden om jaloers te zijn op David. Maar Jonatan wel. Want Jonatan leefde ook heel dicht bij God. Net als David. Hij had ook heldendaden verricht. Alleen met z’n schildwacht had hij een heel garnizoen Filistijnen verslagen.
Voor zover wij kunnen zien, had Jonatan had net zo goed de nieuwe koning kunnen worden. Maar God kiest David. U voelt, op dat moment ligt Jonatans hart dus ook op kloof waarin het zomaar weg kon zakken. Hij had ook jaloers kunnen worden.

Maar Jonatan aanvaardt het. Zonder jaloezie. Hij ziet het zelfs al zo’n beetje voor zich. ‘Jij zult koning over Israël zijn en ik de tweede man onder jou.’ Dat is ongehoord. Zeker in die tijd waar elke dynastie zich met hand en tand verdedigde.
En hoe kon Jonatan dat nou doen? Waar komt bij hem die overgave vandaan? En hoe kunnen wij dat nou ook van hem leren er als momenten in ons leven waar wij misschien opeens ook heel kwetsbaar zijn voor jaloezie?

Wel, Jonatan kon zo met die situatie omgaan, omdat hij Gods Koninkrijk, Gods leiding en regering eerst zocht. En voor al het andere op God vertrouwde. Jonatan voelt ten diepste datgene aan wat Saul uit alle macht weg probeert te drukken.
Namelijk: dit komt van God. God is hier aan het werk. Hij is degene die David aanwijst als nieuwe koning van Israël. En Jonatan voelt zich blijkbaar zo veilig en geborgen bij God dat hij erop vertrouwt: ‘Dan is er voor mij vast een andere plek.’

‘Jij zult koning over Israël zijn. Ik zal de tweede man onder jou zijn.’ Jonatan voelt aan dat God het zo bedoeld heeft. Dat niet hij maar David Israëls nieuwe koning zal worden. En hij kan zich daar aan overgeven. Omdat hij Gods koninkrijk eerst zoekt.
En dat is dus ook voor ons het enige tegengif wat er voor jaloezie bestaat. Gods koninkrijk eerst zoeken en je voor al het andere aan Hem vertrouwen. In de wetenschap: ‘Wat er ook gebeurt, God laat mij niet vallen. Hij zorgt hij ook voor mij.’

Vandaar ook het thema van deze dienst. Waar is je hart ten diepste op gericht? Wil je zelf ook Gods Koninkrijk eerst zoeken? En dan kan ik het nog steeds lastig vinden dat er pijnpunten in mijn leven zijn. Dat ik dingen mis die anderen wel hebben.
Maar dan kan ik toch ook dankbaar zijn met wat God mij wel gegeven heeft. Dan besef ik dat ik in Gods ogen niet minder ben dan die ander. Maar dat God met evenveel liefde naar mij kijkt als naar de mensen om me heen.

Broers en zussen, dat is het enige tegengif tegen jaloezie dat werkelijk helpt. Je geborgen te mogen weten in de liefde van God. En zo ook in je eigen leven te mogen zien hoe Hij jou leidt, nabij is en zegent. En dan kom ik bij m’n laatste punt.
Want precies die zekerheid, dat vertrouwen ontbreekt nou  in het leven van Saul. Saul weet zich niet langer geborgen in die liefde van God. Hij is God kwijtgeraakt als z’n diepste houvast. In plaats daarvan klemt hij zich vast aan het koningschap.

Dat lijkt nog zijn enige zekerheid. Maar het wordt uiteindelijk z’n ondergang. Als God niet je diepste houvast is, begint vroeg of laat alle te schuiven. En daarmee licht er in die geschiedenis ook een dieper thema op. Een thema dat ons allemaal raakt.
Want Saul die geen afstand van de troon kan doen, Saul die – anders dan Jonatan - geen plaats kan maken voor de nieuwe koning van Israël, Saul die niet Gods Koninkrijk eerst zoekt maar met hand en tand zijn eigen koninkrijk wil verdedigen…

… dat wij ten diepste allemaal zelf. Want allemaal zijn we graag baas over ons eigen leven. Niemand van ons staat er vanuit zichzelf zomaar voor open om dat koningschap - die zeggenschap over ons eigen leven – over te dragen aan koning Jezus.
Maar Hij is uiteindelijk wel die nieuwe koning van Israël die bij ons allemaal zijn opwachting maakt. David wijst naar hem voorruit. En juist bij Hem is die diepe rust en vrede te vinden waar wij mensen innerlijk allemaal naar snakken.

De rust dat je geborgen bent in Gods liefde en gedragen wordt door zijn trouw. Het enige echte tegengif tegen de jaloezie. Die bij Hem te vinden.  Komende week staan we daar bij stil als we samen het Heilig Avondmaal vieren.
Dan stappen we als het ware allemaal van onze troon af en lopen we naar voren toe om bij Hem aan tafel te gaan zitten. Dat is een vorm van gezichtsverlies. Want je zegt daarmee dat je het alleen niet redt. Dat je die nieuwe koning nodig hebt.

En misschien lijdt je op dit moment wel onder jaloezie in je leven. Herken je je vanmorgen misschien wel meer in Saul dan in Jonatan. Maar nou nodigt die nieuwe koning ook jou uit. Om met de pijn van je leven naar voren te komen.
Dat gevoel dat je er niet werkelijk toe doet en anderen het meer en beter hebben dan jou. En dan zegt die koning tegen je… - komende week aan de Avondmaalstafel - ‘Ik heb mijn leven ook voor jou gegeven. En ik zou het zo weer opnieuw doen.’

‘Voor jou. Ja, zelfs voor jou alleen. ‘Twijfel niet aan mijn liefde. Twijfel niet aan mijn trouw. Vertrouw je leven aan mij toe. Dan zal Ik je koning zijn en jij bent dan direkt onder Mij. Zoek Mijn Koninkrijk eerst en al het andere ontvang je bovendien.’
‘Voel je je van binnen bitter en teleurgesteld? Is jouw hart inderdaad een hart vol jaloezie aan het worden? Geef het aan Mij. Laat Mijn Heilige Geest je van binnen schoonwassen. En Ik geef je er een hart vol verlangen voor terug.’

Amen.