LogoHG

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,

Vanmorgen stappen we misschien wel de meest onveilige periode in Davids leven binnen: de periode dat David nog aan het hof van koning Saul verbleef. Eerst als harpspeler, toen als legeroverste en uiteindelijk ook als schoonzoon van de koning.
Dat is waarschijnlijk de meest onveilige periode in Davids leven geweest. U denkt misschien bij uzelf: ‘Maar later loopt David toch ook groot gevaar? Dan is hij vrijwel constant op de vlucht!’ Ja, maar dan moet Saul hem toch eerst nog zien te vinden.


Maar hier is David heel dichtbij. Saul heeft hem letterlijk voor het grijpen. En tussen het begin van 1 Sam. 18 en het slot van 1 Sam. 20 hier probeert Saul dat maar liefst 6 keer. Direct of indirect David het leven te ontnemen. David is in groot gevaar.

En bij wie kun je schuilen als je in groot gevaar bent? Waar vlucht je dan naar toe als alles in je leven op losse schroeven komt te staan? Dit 20e hfdst uit 1 Sam. laat ons dat zien. Dan vlucht je naar degene met wie je een verbond hebt gesloten.
David vlucht naar Jonatan. Want Jonatan had met David zo’n verbond gesloten. Dat lazen we aan het begin van hfdst 18 ‘Jonatan sloot een verbond met David omdat hij hem liefhad als zichzelf.’ En zo eindigt het hier ook in hoofdstuk 20:
‘Ga in vrede’ zegt Jonatan daar tegen David: ‘daar wij immers beiden in de naam des HEREN elkaar gezworen hebben: de HERE zal tussen mij en u staan voor altijd.’ Zo begint en eindigt die periode vol gevaar dus. Met een verbond.

-

Dat is niet voor niks. Het is alsof de schrijver van het boek Samuël ermee duidelijk wil maken: ‘Wat houdt al het kwaad in deze hoofdstukken in toom? Wat biedt bescherming wanneer alles in Davids leven op losse schroeven komt te staan?’
‘Davids verbond met Jonatan’. Temidden van alle chaos van die jaren, terwijl Davids leven na een korte bliksemcarrière weg begint te glijden in de chaos en ontreddering van een vluchtelingenbestaan, is daar tenminste één houvast: Jonatan.
En vooral ook: zijn verbond met Jonatan. Want daar ligt in deze hoofdstukken alle nadruk op. Dat David niet alleen een innige vriendschap had met Jonatan. Maar dat die vriendschap ook verzegeld was, vastgelegd, bekrachtigd In een verbond.

Waarom eigenlijk? Waarom was dat nou zo belangrijk? Dat David en Jonatan hun vriendschap ook verzegeld hadden met een verbond. Ik bedoel: als je die twee mannen meemaakt in dit verhaal, dan merk je toch dat dat wel goed zit.
Je voelt die diepe band die ze met elkaar hebben. Het is een geestelijke band. Ze delen hetzelfde geloof. Maar het is ook een emotionele en zelfs fysieke band die ze met elkaar hebben. ‘Ze kusten elkaar en weenden met elkaar’ staat er in vs. 41.
‘Jonatans liefde was mij wonderlijker dan de liefde van vrouwen’ zal David later – na het overlijden van Jonatan – over hem zeggen. Zo’n sterke band tussen mannen kom je maar zelden tegen. Dat zit wel goed. Waarom dan toch nog dat verbond?

-

Wel, wat dat betreft waren de mensen in de Bijbel toch wat realistischer dan wij tegenwoordig. Waarom dan zo’n verbond waarbij je God als getuige aanroept bij de trouw die je elkaar belooft? ‘Wij hebben elkaar in de naam des Heren gezworen!’
Wel, omdat er zo ontzettend veel kan gebeuren in de loop van je leven. Jonatan en David sloten hun verbond direkt na Davids overwinning op Goliath. Jonatan kreeg David toen lief als zichzelf. Hij gaf hem zelfs zijn mantel en zijn wapenrusting.
Maar toen was alles nog goed tussen Saul en David. Leek er geen vuiltje aan de lucht. En dat is zo ontzettend veranderd in de afgelopen periode. In korte tijd is David van een graag geziene gast aan Sauls hof een hevig gehate vluchteling geworden.

En u voelt, dat is voor Jonatan natuurlijk ook ontzettend moeilijk geweest. Hij zat gevangen tussen twee loyaliteiten: die aan zijn vader en die aan zijn vriend. En zeker in die cultuur waar je vader op één stond had Jonatan ook anders kunnen kiezen.
In de spontaniteit van die eerste ontmoeting tussen David en Jonatan had Jonatan zijn kleding en wapenuitrusting aan David gegeven. En – al helemaal bewust of niet – daarmee had hij haast symbolisch zijn plaats als kroonprins aan David afgestaan.
Maar dat was liefde op het eerste gezicht geweest. Inmiddels was Jonatan ook ouder geworden. Was hij ongetwijfeld ook meer gaan nadenken over zijn eigen toekomst. Als David de nieuwe koning werd, zou er dan nog wel plaats voor hem zijn?

-

 Voelt u, op allerlei manieren kunnen er zich in de tussenliggende tijd nieuwe overwegingen, loyaliteiten en keuzes aan je opdringen waardoor die oorspronkelijke vriendschap z’n glans verliest en je er zomaar afstand van zou kunnen doen.
De mensen in de Bijbel wisten dat. Dat het leven zo in elkaar zit. En daarom sloten ze toen nogal eens een verbond. Een verbond waarbij je God aanroept als getuige van je trouw. Je openlijk uitspreekt dat God je aan dat verbond mag houden.
Letterlijk staat er dan ook niet in de Bijbel dat je een verbond ‘sluit’ met elkaar. Maar je ‘sneed’ een verbond met elkaar. Bij zo’n verbondssluiting werd één of meer offerdieren in stukken gesneden. En dan liep je samen tussen die stukken door.

Op die manier zei je het heel letterlijk tegen elkaar: ‘Dit mag er met mij gebeuren, als ik mij niet houdt aan mijn deel van het verbond.’ ‘Zo moge God Jonatan doen, ja nog erger, wanneer ik jou, David niet zal laten weten wat mijn vader van plan is….’
Ze zeggen wel eens: ‘Liefde overwint alles’. Maar dat is toch niet helemaal waar. Want de liefde en de vriendschap die we voor iemand voelen, kunnen in de loop van de tijd nogal eens wisselen. Allerlei factoren kunnen daarop van invloed zijn.
De mensen in de Bijbel zouden eerder zeggen: ‘Trouw overwint alles. De verbondstrouw, de Chesed – dat woord wordt er in het Hebreeuws voor gebruikt – de verbondstrouw die ten diepste van God zelf afkomstig is, die kan alles overwinnen.’

-

Met dat woordje Chesed, met die verbondstrouw die bij God vandaan komt, is nog iets bijzonders aan de hand. Eigenlijk is dat woord haast niet te vertalen. De NBG vertaalt Chesed nu eens met ‘trouw’ dan weer met ‘goedgunstigheid’.
Het is – om het zomaar eens te zeggen – niet de zomaar de trouw van ‘afspraak is afspraak’: met je tanden op elkaar jouw deel van het verbond dan maar na zien te komen. Nee, Chesed heeft in de Bijbel iets van het onverwachte, het ongedachte.
Chesed betekent ‘trouw blijven terwijl er alle reden zou zijn om dat niet te doen.’ Zo vraagt Jonatan het bijvoorbeeld aan David: ‘Als jij straks koning bent, zul je me dan de goedgunstigheid van God bewijzen en mij en mijn kinderen niet doden?’

Dat was de standaardprocedure in die oude wereld als er een nieuwe koning aan de macht kwam. Alle familieleden van de vorige koning uit de weg ruimen. Niet eens zozeer uit wraak. Maar gewoon om problemen in de toekomst te voorkomen.
Wellicht zou anders één van die nazaten van de vorige koning de troon weer op komen eisen en begon alles weer van voren af aan. Nee, als je verstandig was dan koos je voor een definitieve oplossing. Dan ben je voorgoed van al die problemen af.
Maar David en Jonatan kiezen in dit Bijbelgedeelte beiden voor de moeilijke, de ongedachte, de niet vanzelfsprekende weg. De weg van Gods trouw. In het NT wordt dat woordje Chesed uit het OT dan ook nogal eens vertaald met Charin, ‘genade’.

-

U voelt, daar lopen natuurlijk ook lijntjes naar hoe wij met elkaar omgaan. In ons huwelijk, in ons gezin, in de gemeente. Als ik vanavond de dankzeggingsdienst had moeten leiden dan zou ik daar graag verder over gepreekt hebben.
Maar vanmorgen wil ik de preek toch in een andere richting afronden. Want het valt op: Jonatan zegt heel nadrukkelijk tegen David: ‘Wil jij dan Gods gunstigheid, Gods trouw, Gods chesed aan mij en mijn kinderen bewijzen.’
Met andere woorden: hij en David voelen beiden aan dat die trouw die ze elkaar beloven ten diepste bij God zelf vandaan komt. Dat alleen God zelf de bron van die diepe en ongedachte trouw kan zijn die ongedacht en onverwacht alles overwint.

En dat ze het dus ook in de toekomst van Hem zullen moeten hebben willen ze die trouw naar elkaar werkelijk kunnen waarmaken. Jonatans trouw aan David en Davids toekomstige trouw aan Jonatan wijzen dus boven zichzelf uit naar God.
En dat trof me ook zo in die beide schilderijen van Rembrandt die ik hier op de schermen naast elkaar neergezet. Het ene schilderij heeft: ‘Het afscheid van David en Jonatan’ en het andere schilderij is het bekende schilderij van de verloren zoon.
En je hoeft geen kunstkenner te zijn om de grote overeenkomst tussen die beide schilderijen te zien. Jonatan in het eerste schilderij omarmt David bijna op exact dezelfde manier als de vader dat bij zijn verloren zoon doet in het tweede schilderij.

-

Achter die ongedachte trouw van Jonatan aan zijn vriend David in groot gevaar mogen we de trouw van God zelf zien aan ons allemaal. Jonatan legde zijn kleding af voor David. Hij verdroeg de woede en hoon van zijn vader voor David.
En wij denken dan aan de Here Jezus die zijn hemelse heerlijkheid aflegde om ons te redden. Hij werd arm om ons rijk te maken. Hij heeft alle hoon verdragen toen Hij voor ons in de bres sprong. Ja, die trouw van de Here Jezus gaat nog verder.
Want Hij heeft met ons en nieuw en eeuwig verbond van genade gesloten. Voor ons mensen die naar Hem en naar elkaar toe vaak helemaal niet die trouw op weten te brengen. Wij van onze kant zijn nogal eens ontrouw aan dat verbond.

En het zou helemaal niet onrechtvaardig zijn als God die vloek die Jonatan hier over zichzelf uitspreekt - ‘Zo moge God mij doen, ja, nog erger…’ inderdaad in vervulling had laten gaan. Wij als die stukgehakte dieren bij een verbondssluiting.
Dat was helemaal niet onrechtvaardig geweest. Maar nu heeft de Here Jezus die vloek op zich genomen. Wat Jonatan hier min of meer bij wijze van spreken zegt, dat is voor de Here Jezus een werkelijkheid geworden. Zijn lichaam is verbroken.
Voor ons. In onze plaats. Zijn bloed is vergoten. Voor ons. In onze plaats. En daarom is er voor ons een nieuw en eeuwig verbond waarin wij voor altijd veilig mogen zijn. Het verbond van zijn Chesed war wij altijd op terug mogen vallen.

-

En hoe donker het dan ook mag worden in ons leven, dan ben je toch veilig. Dat vieren we vanmorgen aan het Heilig Avondmaal. Waar ben je veilig? In Gods Chesed, in zijn genade, in zijn verbondstrouw! Amen.

Verkondiging
Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,

Vanmorgen gaat het over jaloezie. En onderschat nooit wat jaloezie met je kan doen. Jaloezie is een gifgroene appel die, als je er eenmaal in bijt, heel je leven kan vergallen. Jaloezie kan zelfs de mooiste mensen veranderen in ware monsters.
Dat zien we vanmorgen in deze geschiedenis gebeuren bij koning Saul. Samen met David keert hij terug van het verslaan van de Filistijnen. En wat eigenlijk een heel mooie, feestelijke optocht had moeten worden, dat eindigt voor Saul in een drama.

Want bij hun thuiskomst zingen de vrouwen: ‘Saul versloeg ze bij duizenden. David bij tienduizenden.’ En dat was waarschijnlijk heel onschuldig bedoeld. Niet om een contrast, een vergelijking tussen David en Saul aan te brengen.
Want u weet: in Hebreeuwse poëzie werkt men niet zo zeer met rijmwoorden maar veel meer met herhalingen. Iets wordt nog eens op een andere manier gezegd, zonder verschil in betekenis: ‘Drie dingen zijn mij te wonderlijk, vier begrijp ik niet.’

Zo was dat lied van die vrouwen waarschijnlijk ook bedoeld. Onschuldig. Niet om Saul en David met elkaar te gaan vergelijken. Ze hadden bij wijze van spreken net zo goed kunnen zingen: ‘David versloeg zij bij duizend. Saul bij tienduizend.’  
Maar het valt bij Saul helemaal verkeerd. Hij bijt in die gifgroene appel. En vanaf dat moment begint de jaloezie zijn leven binnen te stromen: ‘Nog even en ze geven hem ook nog het koningschap!’ Vanaf die dag begint Saul David te wantrouwen.

Onderschat nooit wat jaloezie allemaal aan kan richten. Ik las in een commentaar: ‘Ja, daar is het ook al mee misgegaan aan het begin van de wereld. Met jaloezie. Zo is de duivel ontstaan. De hoogste engel in de hemel die jaloers werd op God zelf.’
En zo probeert die duivel later ook het eerste mensenpaar Adam en Eva te verleiden. Door ze jaloers te maken op God zelf. ‘Als je nou van de vrucht van die boom van kennis van goed en kwaad eet, dan zul je zijn als God zelf…’ Weer die jaloezie.

‘Geldzucht is de wortel van het al het kwaad’ staat er ergens in de Bijbel. Maar je zou misschien net zo goed kunnen zeggen: ‘Jaloezie is de wortel van al het kwaad.’ Want daar is het vanaf het begin van de schepping al door misgegaan. Door jaloezie.
En hoe makkelijk bijt je niet in die gifgroene appel? Net als Saul. Een onschuldige opmerking, een goedbedoeld plagerijtje misschien. Maar opeens ga je anders naar jezelf kijken. En je begint jezelf met die ander te vergelijken…

‘Zij… ziet er heel goed uit, is heel begaafd, heeft interessant werk. Hij… heeft al een partner, heeft een gezin gesticht…. Zij hebben een gelukkig huwelijk, hebben het maatschappelijk gemaakt… Of: zij zijn nog gezond, zij zijn nog samen… – en ik…?
Broers en zussen, dat is vooral zo ontzettend naar van jaloezie – en als je daar in je leven wel eens mee hebt moeten vechten, dan weet je dat – dat je als het ware bij alles gaat denken: ‘En ik?’ Dat vergiftigt alles in je leven.

Bij Saul zien we dat gebeuren. Wat een feestdag had moeten zijn waarin Saul en David zij aan zij de overwinning die God geschonken had, hadden mogen vieren, dat wordt voor Saul het begin van een jaloezie die nooit meer op zal houden.
De volgende dag gaat hij als een razende tekeer in z’n huis. En als David hem dan met zijn harpspel probeert te kalmeren, dan slingert Saul plotseling zijn speer naar David. ‘Ik zal David aan de wand spietsen’ denkt Saul bij zichzelf.

Dat gebeurt tot twee keer toe. En dan besluit Saul dat David weg moet van het hof. Hij maakt hem tot veldcommandant over duizend. Want Saul kan Davids aanwezigheid niet meer om zich heen verdragen. Zo heeft de jaloezie hem in z’n greep.
En hoe vaak zijn wij dat ook niet gebeuren. Na een conflict in de familie. Na een stukgelopen relatie. Niet meer samen op één verjaardag kunnen zijn. Zelfs de aanblik van elkaar niet meer verdragen. Die ander moet weg. Uit het gezichtsveld.

We zullen dat voor onszelf niet zo snel en niet zo makkelijk toegeven. Maar is er dan vaak ergens ook geen jaloezie in het spel? Het moeilijk kunnen hebben als het die ander voor de wind gaat. Omdat je zelf in je leven zo een tekort ervaart.  
En ik zeg dat niet als verwijt. Want als jaloezie je echt in z’n grip heeft, dan kun je ook maar beter wat afstand houden. Maar ik zeg dat meer uit bezorgdheid. Je van binnen zo te voelen, dat gun je niemand. Wapen jezelf daarom tegen de jaloezie.

Kan dat dan? Jezelf wapenen tegen jaloezie. Want op een kwetsbaar moment in ons leven kan ons dat dus allemaal overkomen. Dat jaloezie je leven probeert binnen te sluipen. Kun je je daar dan tegen wapenen? En hoe doe je dat dan?
Daarvoor moeten we naar de figuur van Jonatan kijken in dit Bijbelverhaal. Want het is heel opvallend – waar Saul eigenlijk al direkt vanaf het begin jaloezie naar David gaat begint te voelen – reageert Jonatan heel anders. Hij krijgt David juist lief.

We lezen aan het begin van dit hoofdstuk: ‘Jonatan voelde zich meteen sterk tot David aangetrokken en vatte een innige vriendschap voor hem op. Jonathan, die David zo lief had als zijn eigen leven, sloot vriendschap, een verbond met hem.’
En dan doet Jonatan iets heel opvallends. We lezen in vs. 4 ‘Hij deed z’n mantel af en gaf die aan David. Ook gaf hij hem zijn uitrusting tot aan zijn zwaard, zijn boog en zijn koppelriem.’ Als kroonprins legt Jonatan vrijwillig z’n prinsenmantel en af.

En dat was in die tijd haast ook iets symbolisch. Als een koning z’n mantel afdeed en aan een ander gaf, dan droeg hij daarmee eigenlijk het koningschap zelf aan die ander over. En zoiets lijkt Jonatan hier dus ook te doen.
Hij staat z’n plaats als kroonprins af aan David. Een paar hoofdstukken later in 1 Samuël 23:17 zal Jonatan dat ook letterlijk zo tegen David zeggen: ‘Ik weet dat jij zult koning over Israël zult zijn en ik zal de tweede man onder jou zijn.’

En dat is heel bijzonder. Dat Jonatan spontaan datgene lijkt te doen wat Saul met de beste wil van de wereld niet op kan brengen. Plaats maken voor de nieuwe koning van Israël. Het is heel bijzonder dat Jonatan dat hier wel kan.
Want ga maar na: Saul had het aan zichzelf te wijten dat hij koning meer van Israël kon zijn. Hij was Gods woord ongehoorzaam geworden. Het had Saul gesierd als hij zelf plaats gemaakt had voor iemand die beter was dan hij.

Saul had ten diepste geen reden om jaloers te zijn op David. Maar Jonatan wel. Want Jonatan leefde ook heel dicht bij God. Net als David. Hij had ook heldendaden verricht. Alleen met z’n schildwacht had hij een heel garnizoen Filistijnen verslagen.
Voor zover wij kunnen zien, had Jonatan had net zo goed de nieuwe koning kunnen worden. Maar God kiest David. U voelt, op dat moment ligt Jonatans hart dus ook op kloof waarin het zomaar weg kon zakken. Hij had ook jaloers kunnen worden.

Maar Jonatan aanvaardt het. Zonder jaloezie. Hij ziet het zelfs al zo’n beetje voor zich. ‘Jij zult koning over Israël zijn en ik de tweede man onder jou.’ Dat is ongehoord. Zeker in die tijd waar elke dynastie zich met hand en tand verdedigde.
En hoe kon Jonatan dat nou doen? Waar komt bij hem die overgave vandaan? En hoe kunnen wij dat nou ook van hem leren er als momenten in ons leven waar wij misschien opeens ook heel kwetsbaar zijn voor jaloezie?

Wel, Jonatan kon zo met die situatie omgaan, omdat hij Gods Koninkrijk, Gods leiding en regering eerst zocht. En voor al het andere op God vertrouwde. Jonatan voelt ten diepste datgene aan wat Saul uit alle macht weg probeert te drukken.
Namelijk: dit komt van God. God is hier aan het werk. Hij is degene die David aanwijst als nieuwe koning van Israël. En Jonatan voelt zich blijkbaar zo veilig en geborgen bij God dat hij erop vertrouwt: ‘Dan is er voor mij vast een andere plek.’

‘Jij zult koning over Israël zijn. Ik zal de tweede man onder jou zijn.’ Jonatan voelt aan dat God het zo bedoeld heeft. Dat niet hij maar David Israëls nieuwe koning zal worden. En hij kan zich daar aan overgeven. Omdat hij Gods koninkrijk eerst zoekt.
En dat is dus ook voor ons het enige tegengif wat er voor jaloezie bestaat. Gods koninkrijk eerst zoeken en je voor al het andere aan Hem vertrouwen. In de wetenschap: ‘Wat er ook gebeurt, God laat mij niet vallen. Hij zorgt hij ook voor mij.’

Vandaar ook het thema van deze dienst. Waar is je hart ten diepste op gericht? Wil je zelf ook Gods Koninkrijk eerst zoeken? En dan kan ik het nog steeds lastig vinden dat er pijnpunten in mijn leven zijn. Dat ik dingen mis die anderen wel hebben.
Maar dan kan ik toch ook dankbaar zijn met wat God mij wel gegeven heeft. Dan besef ik dat ik in Gods ogen niet minder ben dan die ander. Maar dat God met evenveel liefde naar mij kijkt als naar de mensen om me heen.

Broers en zussen, dat is het enige tegengif tegen jaloezie dat werkelijk helpt. Je geborgen te mogen weten in de liefde van God. En zo ook in je eigen leven te mogen zien hoe Hij jou leidt, nabij is en zegent. En dan kom ik bij m’n laatste punt.
Want precies die zekerheid, dat vertrouwen ontbreekt nou  in het leven van Saul. Saul weet zich niet langer geborgen in die liefde van God. Hij is God kwijtgeraakt als z’n diepste houvast. In plaats daarvan klemt hij zich vast aan het koningschap.

Dat lijkt nog zijn enige zekerheid. Maar het wordt uiteindelijk z’n ondergang. Als God niet je diepste houvast is, begint vroeg of laat alle te schuiven. En daarmee licht er in die geschiedenis ook een dieper thema op. Een thema dat ons allemaal raakt.
Want Saul die geen afstand van de troon kan doen, Saul die – anders dan Jonatan - geen plaats kan maken voor de nieuwe koning van Israël, Saul die niet Gods Koninkrijk eerst zoekt maar met hand en tand zijn eigen koninkrijk wil verdedigen…

… dat wij ten diepste allemaal zelf. Want allemaal zijn we graag baas over ons eigen leven. Niemand van ons staat er vanuit zichzelf zomaar voor open om dat koningschap - die zeggenschap over ons eigen leven – over te dragen aan koning Jezus.
Maar Hij is uiteindelijk wel die nieuwe koning van Israël die bij ons allemaal zijn opwachting maakt. David wijst naar hem voorruit. En juist bij Hem is die diepe rust en vrede te vinden waar wij mensen innerlijk allemaal naar snakken.

De rust dat je geborgen bent in Gods liefde en gedragen wordt door zijn trouw. Het enige echte tegengif tegen de jaloezie. Die bij Hem te vinden.  Komende week staan we daar bij stil als we samen het Heilig Avondmaal vieren.
Dan stappen we als het ware allemaal van onze troon af en lopen we naar voren toe om bij Hem aan tafel te gaan zitten. Dat is een vorm van gezichtsverlies. Want je zegt daarmee dat je het alleen niet redt. Dat je die nieuwe koning nodig hebt.

En misschien lijdt je op dit moment wel onder jaloezie in je leven. Herken je je vanmorgen misschien wel meer in Saul dan in Jonatan. Maar nou nodigt die nieuwe koning ook jou uit. Om met de pijn van je leven naar voren te komen.
Dat gevoel dat je er niet werkelijk toe doet en anderen het meer en beter hebben dan jou. En dan zegt die koning tegen je… - komende week aan de Avondmaalstafel - ‘Ik heb mijn leven ook voor jou gegeven. En ik zou het zo weer opnieuw doen.’

‘Voor jou. Ja, zelfs voor jou alleen. ‘Twijfel niet aan mijn liefde. Twijfel niet aan mijn trouw. Vertrouw je leven aan mij toe. Dan zal Ik je koning zijn en jij bent dan direkt onder Mij. Zoek Mijn Koninkrijk eerst en al het andere ontvang je bovendien.’
‘Voel je je van binnen bitter en teleurgesteld? Is jouw hart inderdaad een hart vol jaloezie aan het worden? Geef het aan Mij. Laat Mijn Heilige Geest je van binnen schoonwassen. En Ik geef je er een hart vol verlangen voor terug.’

Amen.