LogoHG

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,

Psalm 92 begint met een oproep, een uitnodiging. Eerst staat er boven deze Psalm ‘een lied voor de sabbat’. Wij zouden zeggen:  ‘een lied voor de zondag’. En daarna volgt dan die oproep, die uitnodiging: ‘Het is goed de Heer te loven!’
‘Het is goed de Heer te loven, uw naam te bezingen, Allerhoogste!’ Alsof de dichter van deze psalm ons vanmorgen aanspoort om mee te doen: ‘Kom op! Richt je hart en je gedachten op God. En zing met me mee dat God goed is!’

Zo begint deze psalm. Met een oproep om mee te doen. Juist daarom vond ik deze psalm ook een mooie psalm voor deze startdienst. Want daarvoor zitten we vanmorgen toch in de kerk? Om weer mee te doen. Het seizoen met elkaar te starten.
De vakantie is voorbij. We hebben genoten van Gods goede schepping. Maar laten we eerlijk zijn: de kerkgang schiet er in die vakantieweken ook wel eens bij in. Maar nu is het gewone leven weer begonnen. En nu zijn we er ook weer op zondag!

-
-

Psalm 92 nodigt ons uit: ‘Het is goed de Heer te loven, uw naam te bezingen, Allerhoogste!’ Maar waarom is dat nou goed? Wat heb je er nu aan dat we hier op zondag bij elkaar komen om samen uit de Bijbel te lezen, te zingen en te bidden?
I. Waarom is dat nou goed? Wel, omdat wat wij hier op zondag doen, je kan helpen om ook in de rest van de week met God te leven. Want ons leven is vaak zo ontzettend druk. Een paar weken na  je vakantie ben je soms al weer aan vakantie toe.

Doordeweeks lukt het soms amper om met God bezig te zijn. En als we dan de zondag en de kerkdienst op zondag niet hadden, dan zou het geloof in God in ons leven ook zomaar kunnen verdampen. Dat je het zomaar opeens kwijt bent.
Zo is dat bij heel wat mensen gegaan. Het kan ons ook zomaar overkomen. ‘Daarom’ zegt Psalm 92: ‘is het goed God op de sabbat te loven, Gods naam – wie God is – te bezingen, in de morgen te getuigen van Uw liefde, in de nacht van Uw trouw.’

-

Letterlijk staat daar niet ‘in de nacht te getuigen van uw trouw’ maar ‘in de nachten’ (mv). Daar zie je die beweging waar ik het net over had. Je begint op de sabbat, op zondag met dat loven van God. Maar dat zet zich door alle dagen van de week.
Iedere morgen mag je dan opstaan met Gods liefde in je gedachten. Zelfs in de nachten mag je nog terugdenken aan Gods trouw. En er zijn ook wel uitleggers die zeggen dat je dat meervoud ‘in de nachten’ als een intensivering moet opvatten.

Zo werkt het soms in het Hebreeuws. Dat een meervoud eigenlijk een soort overtreffende trap wil aanduiden. Zo is het woordje voor ‘God’ Elohim, zo’n meervoud. Letterlijk staat er ‘goden’. Maar bedoeld is: de enige echte, de levende God.
En dat je hier zo dat meervoud ‘in de nachten’ moet lezen. Als een intensivering. M.a.w.: als je hier op zondag begint met dat loven van God dat vind je daar de kracht om God ook nog te loven als je in de donkerste nacht terecht bent gekomen.

-
-

Ook daarom is het dus goed God op de sabbat - wij zouden zeggen: op de zondag – te loven. Want dat helpt je om God ook niet kwijt te raken als je in je eigen leven of in het leven van de mensen om je heen moeilijke dingen ziet gebeuren.
II. En daarmee zitten we direkt in het vervolg van deze Psalm, vs. 6-12. Want de dichter ziet heel wat van zulke moeilijke dingen om zich heen gebeuren. Hij heeft het over ‘onrechtvaardigen die bloeien, wettelozen die als onkruid gedijen.’

Aan de ene kant is hij diep onder de indruk van Gods grootheid en majesteit. Alsof hij net van een vakantie in Oosterrijk terug is gekomen en daar de machtige Alpen heeft gezien, roept hij het uit: ‘Ik juich om het werk van uw handen!’
Maar als hij aan de andere kant dan om zich heen kijkt, dan ziet hij ook zoveel rottigheid in de wereld om zich heen. Mensen die zich van niets en niemand iets aantrekken. Die over de zwakken en hulpelozen heenwalsen. En dat contrast is zo groot.

-

En ik dacht bij mezelf: ‘Dat hebben wij deze zomer eigenlijk ook meegemaakt? Zelf zat je misschien heerlijk te genieten van Gods goede Schepping. De prachtige natuur. Maar ’s avonds op het journaal zag je die vluchtelingenstroom op gang komen.’
En dan besef je dat er in andere delen van de wereld zo ontzettend veel ellende is. Dat daar inderdaad onrechtvaardige en wetteloze mensen het voor het zeggen lijken te hebben. Kunnen doen en laten wat ze willen. Over anderen heenwalsen.

En die anderen – de zwakken, de hulpelozen – die vluchten nu onze kant op. En hoe zit dat dan? Waarom doet God daar dan niks tegen? Kan Hem dat dan niks schelen? Zulke vragen krijgen wij christenen nogal eens voor de voeten geworpen.
‘Wat is dat nou voor een God, die God van jullie? Waarom doet Hij daar niks tegen?’ En – begrijp me goed – dat kan een heel goedkope en makkelijke vraag zijn. Maar tegelijk: je kunt er toch ook echt mee zitten, met al dat kwaad in de wereld.

-

Maar nou was de dichter van Psalm 92 iets gaan zien. Waardoor hij over al dat kwaad heen kon kijken. Hij zegt: ‘Die wettelozen die groeien en bloeien wel. Het lijkt alsof niets hen in de weg staat. Maar ze groeien en bloeien als onkruid.’
En onkruid, zeker in het Midden Oosten, dat werkt nog een stuk sneller dan hier bij ons. Onkruid dat kan in een droog klimaat als in Israël na een periode van regen in enkele dagen opkomen en de grond als het ware compleet bedekken.

Dan zie je alleen nog maar onkruid. Maar als de grond dan opgedroogd is en de zon weer flink begint te schijnen, dan kan het ook binnen enkele uren compleet verdorren en verschrompelen. Want het heeft geen wortel. Het kan niet bij het water.
Zo – zegt de dichter van Psalm 92 – is het nou ook met al dat kwaad dat we in de wereld om ons heen zien. Voor je gevoel komt er geen einde aan. Het overwoekert alles. Maar op een dag is het zomaar voorbij. Als God ingrijpt, is het ineens over.

-
-

Zo mogen wij dus ook proberen te kijken naar alle ellende die we ver weg en soms ook heel dichtbij om ons heen zien. Er komt een moment dat God in zal grijpen. En dan is het van de één op de andere dag met al dat kwaad gedaan.
III. Maar dat is niet het enige wat Psalm 92 te zeggen heeft over al het kwaad in deze wereld. Psalm 92 is niet een psalm die alleen maar zegt: ‘Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’. Psalm 92 zet ook iets in het hier en nu tegenover al dat kwaad.

Want als je die psalm nou goed leest, dan hoor je eerst over de wettelozen en onrechtvaardigen die groeien en bloeien. Ze groeien en bloeien als onkruid zegt de dichter van Psalm 92 er dan wel bij. Het heeft geen wortel. Dus ook geen toekomst.
Maar daarna heeft hij het aan het einde van deze psalm over de rechtvaardigen die groeien en bloeien. We lezen in vs. 13 ‘De rechtvaardigen groeien op als een palm, als een ceder van de Libanon rijzen zij omhoog.’ Precies dezelfde woorden!

-

En u voelt, dat is natuurlijk geen toeval dat daar dezelfde woorden voor groei worden gebruikt. Het is alsof de dichter zeggen wil: ‘God zet er ook iets tegenover - in het hier en het nu - tegenover al dat kwaad wat mensen elkaar aandoen.’
Er groeit ook nog iets anders in deze wereld. Er groeien ook nog ander soort mensen in de wereld. En die groeien niet als onkruid - snel en oppervlakkig – maar die groeien als palmbomen – langzaam en met diepgang. Mensen als palmbomen.

En dat is een beeld wat de moeite waard is om eens goed op je in te laten werken. Want Palmbomen hebben – anders dan onkruid – juist heel diepe wortels. Zelfs midden in de woestijn - al zit het water op grote diepte - kunnen ze nog groeien.
En dan heb je daar midden in de woestijn een oase. Want waar Palmbomen zijn is dus ook water. En aan die Palmbomen zitten heerlijke dadels. Gedroogd blijven die lang goed. Je kunt van het sap van een Palmboom zelfs heerlijke wijn maken.

-

Voelt u, de palmboom dat was voor de Oudoosterse mens een haast een symbool. Als je door de woestijn trok en je wist niet of je overtocht zou halen en je zag op een gegeven moment in de verte palmbomen, dan wist je: ‘We gaan het redden!’
En zo – zegt Psalm 92 – zo is God nou bezig – in de tussentijd, de tijd voordat Hij definitief ingrijpt in deze wereld om orde op zaken te stellen – zo is God bezig oases van palmboom-mensen te maken. Als bakens van hoop in de dorre woestijn.

En nou komt het, broers en zussen, nou komt het waarom dit Startweekend dan ook veel meer is dan een feestje omdat we allemaal weer terug zijn van vakantie. Nou komt het waarom het ook echt belangrijk is om vandaag samen te beginnen.
Die palmboom mensen, de oases midden in de woestijn waar dorstige mensen op adem mogen komen, daar zijn wij mee bedoeld. Dat gaat over de gemeente. Dat wil God in ons hart en leven doen. Dat wij zulke mensen gaan worden.

-
-

IV. En laten we daarom dat beeld van die palmboom nog wat dieper op ons in laten werken. Want dat gaat dus over ons. Palmbomen, die groeien veel langzamer dan onkruid. Er gaan jaren overheen voor je een beetje een palmboom hebt.
Want eerst moeten er diepe wortels aan zo’n palmboom komen, zodat hij voortdurend het levend water weet te vinden. Dat gaat dus over diepgang in ons leven. En palmbomen staan ook nogal eens in de wind. Het stormt soms in hun leven.

Maar een palmboom leert zo te buigen. Die breekt niet maar die buigt. Palmboom-mensen leren in de stormen van het leven buigen voor God. En als ze dat leren – buigen voor God – dan rijzen ze uiteindelijk omhoog als ceders zegt Psalm 92.
Ceders van de Libanon. Dan moet je vooral denken aan die majestueuze brede taken van de ceder. Waaronder mensen en dieren heerlijk in de schaduw kunnen zitten. Zo heeft God ons als gelovigen bedoeld. Als een schuilplaats voor anderen.

-

En we hoeven elkaar niks te vertellen over hoe ver we soms bij dat ideaal vandaan zijn. Want we zijn ook gewoon maar mensen en niets menselijks is ons vreemd. Maar de vraag is vanmorgen: ‘Zou je daar nou wel naar kunnen verlangen?’
Dat God zo iemand van je gaat maken. En zouden we er nu ook met elkaar naar kunnen gaan verlangen dat onze gemeente zo’n plek wordt? Een oase waar mensen die stukgelopen zijn in het leven op adem mogen komen. Kun je ernaar verlangen?’

Want daar begint eigenlijk alles mee. Ook in het geloof. Met verlangen. Durf je dat te geloven? Dat God dat ook in jouw leven zou willen doen? Wil je je er voor open stellen? Dat God dat ook in ons leven als gemeente zou kunnen doen?’
En zoek je vervolgens dan ook de plekken en momenten op waar God die nieuwe richting in je leven kan laten groeien? Want dat valt tenslotte ook nog op. Over die palmen wordt dan ook nog gezegd dat ze op groeien in Gods voorhoven.

-
-

V. ‘Ze staan geplant in het huis van de Heer, in de voorhoven van onze God groeien zij op.’ En u weet, in het NT is de tempel van God niet meer een gebouw zoals ooit de tempel in de Jeruzalem. Maar in het NT is Gods tempel de gemeente.
Dat is de plek waar God nu wil wonen en werken. En als je dus wil groeien als zo’n palmboom en zo’n ceder, iemand die door God gebruikt kan worden voor zijn omgeving, dan is het dus belangrijk dat je ook echt geplant wordt in de gemeente.

Want hier wil God die groei geven. Op zondag in de kerkdiensten. Doordeweeks in allerlei gemeenteactiviteiten. ‘In de voorhoven van onze God groeien zij op’. Zo werkt het nog steeds. En ook daarom is van het belang de draad op te pakken.
Als je nog niks doet of nog nergens bij betrokken ben, ga iets doen het komende seizoen! Kom naar de catechisatie, de Alpha of de Follow up kring. Ga naar de HVD, een GGG of de Rondreis door de Bijbel. Waar dat helpt je om te groeien.

-

Te groeien in geloof, hoop en liefde. En denk niet bij jezelf: ‘Daar ben ik al te oud voor’. Want Psalm 92 zegt: ‘Zelfs als je oud geworden bent, kun je nog vruchten dragen en krachtig en fris blijven. Ook op leeftijd kun je nog een getuige van God zijn.’
Waar zijn die zeventigers die zeggen: ‘Ik ben nog vitaal. En ik heb de tijd. Maak mij maar wijkouderling of wijkbezoeker.’ Waar zijn die tachtigers die zeggen: ‘Ik heb God meegemaakt in m’n leven. Daar wil ik van vertellen op de catechisatie.’

Zoiets kun je niet organiseren. Dat begint met verlangen. Maar als dat verlangen in ons leven groeit – een verlangen om te getuigen van wie God is, om als gemeente inderdaad een oase te zijn, een tegenwicht tegen al het kwaad in de wereld – …
… als dat verlangen groeit, dan kan het opeens ook zomaar een realiteit worden. Onze gemeente als een oase waar mensen op adem kunnen komen. Een groep palmbomen in de woestijn waar dorstige mensen bij aankloppen en onderdak vinden.

-

Heel letterlijk misschien wel. Want ze komen er aan. De vluchtelingen. Straks gaat het asielzoekerscentrum weer open. De eerste 350 vluchtelingen in ’s Gravendeel. En we beseffen: hier zijn we voorlopig niet mee klaar. Dit is nog maar het begin.
En die mensen moeten straks ook integreren. Hier in de Hoekse Waard. Wellicht op ons dorp. Zou het kunnen dat daar de komende jaren misschien wel onze taak ligt? Om juist ook voor hen zo’n gemeenschap van geloof, hoop en liefde te zijn?

Gaan we ons daarvoor inzetten? Wat zou het mooi zijn als God ons op die manier gebruiken kon! Om midden in een wereld waarin zoveel ellende is, een verschil te maken. Gewoon hier in ’s Gravendeel. Het kan. Als we zelf dicht bij God blijven.
Want: ‘De rechtvaardigen groeien op als een palmboom, als een ceder van de Libanon rijzen zij omhoog. Als ze maar geplant staan in het huis van de Heer en opgroeien in de voorhoven van God. Dan dragen ze vrucht. Zelfs als ze oud zijn.’

-

‘Zo getuigen zij dat de Heer recht doet. Mijn rots in wie geen onrecht is.’ Doe mee met dit lied voor de sabbatdag. Laat je komend seizoen planten in het huis van de Heer. En ervaar het zelf dat God dan groei geeft. Amen.