LogoHG

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,

Dat was een mooi filmpje net… van die dansende joden met de Torahrollen op hun schouders. Simchat Torah, vreugde der wet. Aankomende dinsdag is het weer zover. Dan vieren alle joden wereldwijd dat feest van de vreugde der wet.

‘Maar’ dacht ik bij mezelf: ‘kunnen wij dat nou echt meevieren? We vinden die dansende joden op dat filmpje wel heel aansprekend. Maar als je er nou even dieper over nadenkt, kunnen wij dat feest ‘vreugde der wet’ wel echt meevieren?

Want – laten we eerlijk zijn – als wij hollanders tegenwoordig ergens allergisch voor zijn, dan is het wel dat iemand ons de wet voorschrijft. Denk aan dat liedje: ‘15 miljoen mensen, die schrijf je niet de wettten voor, die laat in je hun waarde.’

Dat is de sfeer van de samenleving die wij dagelijks inademen. En vroeg of laat krijg je ook als christen een tik van die molen mee. Dat je dus ook zo gaat denken: ‘Moeten…, moeten? Ik moet helemaal niks! Niemand schrijft mij hier de wet voor!’

En dan wordt het natuurlijk wel heel moeilijk om dat feest ‘vreugde der wet’ nog oprecht mee te kunnen vieren met het joodse volk. Als wij het zelf eigenlijk steeds moeilijker vinden om plaats te geven aan al die concrete leefregels uit de Bijbel.

Het is waar – de wet, de Torah – dat gaat maar niet alleen om wat regeltjes. De Torah is Weisung, dwz.: ons wordt de weg naar het leven gewezen. Het gaat om Gods richtlijnen hoe je het goede leven dat je van Hem gekregen hebt, gaaf houdt.

Maar tegelijkertijd – dat kun je in Psalm 19 ook echt wel merken - is die wet van God bij tijden wel heel concreet: ‘dit niet en dat wel’, ‘niet stelen, niet echtbreken, geen vals getuigenis’. Er staan ook echt heel duidelijke normen in die wet van God.

Bevelen, geboden en voorschriften, zegt Psalm 19.En wij houden daar niet meer zo van. Van dat normatieve. Wij hebben het liever over ‘waarden’. Want ‘waarden’ zijn relatief. ‘Ik waardeer het zo. Jij zo. Daar kun je van mening over verschillen.’

Maar nu vieren we vandaag Israëlzondag. En Israëlzondag is niet alleen de zondag waarop we stilstaan bij onze onopgeefbare verbondenheid met het joodse volk. Maar waarop we ook beseffen dat God met het joodse volk begonnen is.

Aan hen heeft Hij Zijn wet toevertrouwd. Zij zijn daar al veel langer mee bezig dan wij. En we vragen ons op Israëlzondag dus ook altijd af: ‘Kunnen wij daar nou wat van leren? Van hoe Israël de Schrift leest? Want zij doen dat al veel langer dan wij.’

En het zou dus wel eens kunnen, broers en zussen, dat dat juist op dit punt het geval is. Op het omgaan met Gods wetten en regels. Dat het jodendom ons als christenen daarin een spiegel voorhoudt: ‘Denken jullie daar niet te gemakkelijk over?’

‘Over die normen van God. Want het gaat maar niet alleen om wat je gelooft. Het gaat ook en misschien wel vooral om wat je daar in de praktijk mee doet. Of je dan ook daadwerkelijk naar de wil van God probeert te leven in je dagelijks leven.’

-

-

Dat is dus de klus die ons vanmorgen zal bezighouden. De ‘vreugde der wet’ – dat komt uit Psalm 19:9 ‘De bevelen van de Heer zijn eenduidig: vreugde voor het hart‘ – hoe kunnen we daar weer iets van terugvinden in de christelijke gemeente?

Dat het gebod van God zoals dat in de Bijbel op heel wat plaatsen naar ons toekomt, maar niet een last, een vervelende verplichting is - zoals we dat misschien nog van vroeger kennen - maar dat je echt blij kunt zijn over Gods goede geboden.

En Psalm 19 helpt ons daar op drie manieren bij. Om iets van die ‘vreugde der wet’ weer terug te vinden. De eerste manier waarop Psalm 19 ons daarbij helpt, vind je door naar de opbouw van deze Psalm te kijken. Die is namelijk heel opvallend.

Misschien had je dat zelf ook al gezien. Psalm 19 begint over de natuur, vs. 1-7: ‘De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen, de dag zegt het voort aan de dag, de nacht vertelt het door aan de nacht.’

In Psalm 19 zingt de natuur van Gods grootheid en goedheid. Aan het begin van die Psalm heb je bijna het gevoel dat je op vakantie bent. Overdag aan het bakken bent in een lekker zonnetje en ’s avonds naar de sterrenhemel staat te kijken.

‘De hemel verhaalt Gods majesteit…‘ zo begint Psalm 19. Maar dan opeens halverwege - in vs. 8 - schakelt de dichter abrupt over en begint hij te spreken over de wet van God: ‘De wet van de Heer is volmaakt; levenskracht voor de mens.’

En je zou zeggen: ‘Wat heeft dat nou met elkaar te maken? Gods majesteit in de natuur en de wet die God gegeven heeft?’ Er zijn ook wel Bijbeluitleggers die daarom denken dat vs. 1-7 en 8-15 vroeger twee aparte psalmen geweest moeten zijn.

Maar zelf denk ik dat de dichter van Psalm 19 op die manier juist een heel belangrijk punt wil maken, nl. dit: én de prachtige natuur om ons heen én de Torah, de wet zijn van dezelfde God afkomstig. Er bestaat geen tegenstelling tussen die twee.

Diezelfde goede God die in oneindige wijsheid hemel en aarde gemaakt heeft, de hemel waarlangs de zon z’n omloop maakt, de nacht waarin miljarden sterren flonkeren, van diezelfde grote, goede en wijze God is ook de wet afkomstig.

En die voorschriften en regels die we soms in de Bijbel vinden zijn dus niet ergens in een benauwd achterkamertje door één of andere zuurpruim bedacht. Nee, Gód heeft die wet bedacht met dezelfde wijsheid waarmee Hij alles heeft geschapen.

En je knapt er als mens dus van op als je bij die wet van God probeert te leven. Het past bij hoe je als mens geschapen bent. Die wet is niet bedoeld om jou klein te houden. Nee, God heeft die wet juist gegeven om je te laten groeien en bloeien.

Denk maar aan de zon – zegt Psalm 19 – die daar zo fier en onvermoeidbaar als een topsporter z’n rondjes loopt langs de hemel. Iets van dat krachtige, dat onvermoeidbare komt ook jouw leven binnen als je dat leven richt naar de wet van God.

Dat is de eerste reden waarom we inderdaad oprecht blij mogen zijn met die wet van God in de Bijbel – de 10 geboden maar ook het onderwijs van de Here Jezus en allerlei aanwijzingen van de apostelen – die wet van God brengt je als mens terug naar je diepste wezen, naar je diepste natuur. Want Hij is ons gegeven door de Schepper van hemel en aarde zelf.

-

-

Dan komen we bij het tweede deel van deze Psalm, vs. 8-11. Daarin bezingt de dichter de schoonheid van Gods wet: ‘De wet van de Heer is volmaakt: levenskracht voor de mens. De richtlijn van de Heer is betrouwbaar: wijsheid voor de eenvoudige.’

‘De bevelen van de Heer zijn eenduidig: vreugde voor het hart. Het gebod van de Heer is helder: licht voor de ogen. Het ontzag voor de Heer is zuiver, houdt altijd stand. De voorschriften van de Heer zijn waarachtig, rechtvaardig geheel en al.’

Het valt daarbij ook dat telkens zo de betrouwbaarheid van Gods wetten wordt benadrukt. Je kan er echt op aan. Je kan er je leven op bouwen. Ook en juist wanneer het spannend begint te worden in je leven, wijst dat woord van God je de weg.

En dat is direkt ook zo het verschil met de waarden die wij mensen zelf bedenken. Die fluctueren nogal eens naar gelang de omstandigheden. Natuurlijk: we vinden liefde en verdraagzaamheid heel belangrijk. Tolerantie, daar is iedereen voor.

Maar wat nou als het spannend wordt en er opeens heel andere mensen naast je komen wonen? Vluchtelingen bijv. met andere gewoontes en een heel andere cultuur? Ben je dan nog zo tolerant en verdraagzaam? Het blijkt nogal eens van niet.

Die waarden van ons mensen die lijken wel een beetje op de testwaarden van de Volkswagen diesels. In het laboratorium lijkt alles in orde, geen vuiltje aan de lucht. Maar in het echte leven blijkt het allemaal opeens heel anders te werken.

En dat is nou anders met die wetten van God. Dat zijn geen relatieve waarden die in de praktijk nogal eens blijken te veranderen. Maar dat zijn objectieve normen waar je echt van op aan kan. Daar kun je het mee wagen in je leven.

En dat vraagt vertrouwen, dat vraagt overgave. Als je al lezend in de Bijbel en zoekend naar Gods wil je opeens begint te merken dat die wet van God ook snijdt in je leven. Dingen aanwijst en daarvan zegt: dat is verkeerd, dat moet anders.

Maar je tegelijk mag weten: ‘Ik heb hier goud in handen – zelfs meer dan dat: ‘Uw voorschriften zijn begeerlijker dan goud’ zegt vs. 11 – God wijst mij op dit punt in m’n leven misschien een andere weg dan ik vanuit mezelf zou gaan. Dat is wennen.’

‘Maar tegelijk mag ik weten: als ik die weg probeer te gaan – de weg die Hij me wijst – dan is Hij er ook. Dan mag ik geloven dat Hij me juist op die weg wil bijstaan en zegenen.’ ‘De richtlijn van de Heer is betrouwbaar’. Je kunt er echt van opaan!

Wist u trouwens dat heel wat mensen daar naar hunkeren? Die de vrijblijvendheid van onze moderne samenleving moe zijn en daarom overgaan tot de Islam of het jodendom. Omdat ze zeggen: ‘Daar wordt mij tenminste op een heldere manier een weg door het leven gewezen.’

Daar zitten zelfs christenen bij. Christenen die jood of moslim worden! En dat is dus een onbetaalde rekening van ons als kerk. Dat we het daar blijkbaar te weinig over hebben. Over de weg die God ons in allerlei levenssituaties wijst. En over de vreugde als je die weg gaat.

Dat is dus een tweede reden waarom we inderdaad blij mogen zijn met die wet van God. In een samenleving waarin zoveel meningen zijn en waarin alles uiteindelijk relatief lijkt, wijst God ons in Zijn Woord een weg waar je echt van opaan kunt. Die zuiver is en goed. Waar Hij je zelf ook op allerlei manieren bij wil helpen. Om Zijn weg door het leven te gaan.

-

-

Maar zullen sommigen van jullie zeggen – en nou wordt het toch nog spannend aan het eind van de preek – ‘Je doet nou net alsof die wet van God ons uiteindelijk kan zaligmaken. Alsof dat uiteindelijk de weg naar het leven is…’

‘… maar dat hebben we toch altijd heel anders geleerd? Zegt Paulus niet in één van zijn brieven: ‘Wie het van de werken van de wet verwachten die liggen onder een vloek!’ En zijn wij christenen juist daarom niet vrijgemaakt van de wet?’

‘Je doet nou net alsof die wet van God zo geweldig is, maar het probleem was nou toch juist dat wij die wet van God helemaal niet kunnen houden? Is daarom dat feest ‘Vreugde der wet’ zoals de joden dat vieren niet één grote vergissing?’

Dat zijn geen rare gedachten voor iemand die Paulus goed gelezen heeft. En ook David zelf worstelt daar mee in deze psalm. Want na die lofzang op de wet zegt hij in vs. 12-13 ‘Wie ze opvolgt, wordt rijk beloond. Maar wie kan al zijn fouten kennen?’

Zowel David als Paulus liepen daar dus tegenaan: ‘Ja, die wet van God die is heilig. En ook het gebod is rechtvaardig, heilig en goed.’ Met die wet van God is niks mis. Maar met ons wel. Want wij zijn vanuit onszelf niet rechtvaardig, heilig en goed.

En daarom lukt het ons niet in de praktijk van ons dagelijks leven om ons aan die goede wet van God te houden. We hebben God niet lief boven alles en onze naaste als onszelf. En dat ligt niet aan die wet van God. Dat ligt aan ons. Met ons is iets mis.

En daarom lukt het ook niet om dat feest van vreugde der wet echt mee te vieren. Want we voelen onszelf diep van binnen tekort schieten. Heb ik wel goed genoeg geleefd? Heb ik me wel aan Gods wet gehouden? We voelen ons vaak schuldig.

En nou kun je met dat gevoel twee dingen doen: je kunt het wegwuiven, er overheen leven. Veel moderne christenen proberen dat zo: ‘Kom, kom, niet al die zwarigheid hoor. Dat is van vroeger.’ Maar diep van binnen gaat dat gevoel niet weg.

Of je kunt er juist helemaal in mee gaan. ‘Het is niks met me. En het zal ook nooit wat met me worden.’ Dan geef je toe aan dat beschuldigende stemmetje van binnen. Maar dan gaat het licht ook langzaam maar zeker uit in je leven.

Maar nou zegt Paulus daar in zijn brieven iets anders over. En David in zekere zin ook in deze Psalm. Want David zegt aan het eind van Psalm 19. ‘Wie kan al zijn fouten kennen? Spreek mij vrij van verborgen zonden. Heer, mijn rots en verlosser.’

David en Paulus, ze zeggen beiden: ‘Naast die wet van God heb je ook een Verlosser nodig. Iemand bij wie je terecht kan met je mislukkingen. Iemand die je vrijspreekt, ook van verborgen zonden waar je je maar amper van bewust bent.’

En Paulus zegt dan in zijn brieven: ‘Die verlosser is Jezus. Daar is Jezus nou voor gekomen. Hij heeft afgerekend met de zonde door in onze plaats dat leven te leven wat wel helemaal tot Gods eer is. Hij heeft die wet van God voor ons vervuld.’

-

-

‘Waar wij tekortgeschoten zijn, is Hij vergeving komen brengen. En nu mogen wij – vanuit wat Hij gedaan heeft – weer opnieuw proberen naar die wet van God te leven. Niet vanuit angst alsof we de hemel zelf nog moeten verdienen.’

‘Want dat heeft Hij voor ons gedaan. Maar uit dankbaarheid voor wat Hij gedaan heeft – dat Hij zijn leven ons wilde geven – mogen wij nu proberen die wet van God opnieuw te gaan volgen in ons leven. Als de wet van de dankbaarheid.’

Je doet het niet meer omdat het moet. Maar omdat je bij Hem wil horen. Een volgeling van Hem wil zijn. Die wet is nog hetzelfde maar jij bent veranderd. En daarom is die wet van God geen last meer voor je. Maar iets waar je in wil groeien.

Het deed me, broers en zussen, denken aan een vrouw die met een heel veeleisende man getrouwd. Hij had allerlei wensen. Op een gegeven moment had hij al die wensen ook nog op papier gezet. Zodat die vrouw maar niks zou vergeten.

‘Zo en zo laat z’n eerste kopje koffie. Zo en zo laat het tweede. Op woensdag worteltjes en zaterdag patat. Enz. enz.’ En toen kwam die man te overlijden. En na een tijdje hertrouwde die vrouw. En dat tweede huwelijk was een heel gelukkig huwelijk.

Ze hield van die man. En op allerlei manieren probeerde ze dat te laten merken. Ze kookte z’n lievelingsgerecht, zorgde op tijd voor zijn koffie, enz. enz.’ En op een gegeven moment, toen ze aan het opruimen was, vond ze in een la toch die lijst…!

Die lijst van haar eerste man! Met al die voorschriften waar ze zich noodgedwongen aan had moeten houden. En ’t was gek, ze liep die lijst eens langs: dan z’n eerste kopje koffie, dan het tweede, op woensdag z’n lievelingsgericht, ’s zaterdags patat.

En ’t was gek: want realiseerde ze zich: eigenlijk deed ze nu al die dingen. Voor haar tweede man. En het ging als vanzelf. Het kostte eigenlijk helemaal geen moeite. Ze deed het met plezier. Want ze deed het uit liefde. En dat maakte alles anders.

Het is maar een voorbeeld. En op heel wat punten gaat het voorbeeld mank. Maar dit is de kern. ‘Ze deed het met plezier. Want ze deed het uit liefde.’ En dat gaat nou ook bij ons gebeuren als we van de Here Jezus gaan houden.

Als we beseffen wat Hij allemaal voor ons heeft willen doen. Dat Hij zijn leven zelfs voor ons wilde geven aan het kruis. Dan ga je ook anders naar die wet van God kijken in de Bijbel. Dat begint er van binnen iets bij je te veranderen.

Dan zijn al die normatieve gedeeltes uit de Bijbel geen stomme regeltjes meer waar je je noodgedwongen aan moet houden. Maar dan besef je:

Deze God die aard en hemel schiep

is dezelfde God die mij eens riep

uit het duister tot Zijn heerlijk licht,

zodat ik elke dag Hem Vader noemen mag.

Die Zijn liefde aan mij openbaart,

mij rechtvaardig in Zijn Zoon verklaart

dag en nacht mij in Zijn Hand bewaart,

hoe groot is God voor mij!

En die grote God die wil ik nu ook in heel mijn leven gaan dienen. Ik vind het soms best lastig wat ik in m’n Bijbel lees. Het lukt ook niet altijd om zo in het leven te staan. Maar ik verlang toch naar om daar in te groeien. Want ik doe het voor Hem.

-

-

Vreugde der wet, broers en zussen, het kost even moeite voor wij, moderne hollanders, dat helemaal mee kunnen maken. Maar met Jezus erbij – door wat Hij voor ons gedaan heeft - lukt het toch. Vreugde der wet als feest van de dankbaarheid.

Amen.