LogoHG

Introductie thema: ‘Hoe gaat het eigenlijk (in de kerkdienst)? 1 – Stil gebed, votum en groet’


Dia 1

Dia1

Dit seizoen is het jaarthema ‘Hoe gaat het eigenlijk?’ En u voelt, dat is een thema waarin veel zorg, veel aandacht zit. Vandaar dit plaatje op de schermen. ‘Hoe gaat het eigenlijk met u, met jou, met jullie?’ Dat gaat over omzien naar elkaar. ‘Hoe gaat het op dit moment eigenlijk in deze wereld?’ En ‘Hoe gaat het eigenlijk in de kerk?’
Nou, veel gemeenteleden zijn op dit moment nog op vakantie. Ik wilde daarom niet direkt beginnen met de meest fundamentele vragen uit dit jaarthema aan de orde te stellen. Daar wacht ik even mee tot we er allemaal weer zijn. Maar de komende paar weken zou ik eigenlijk wat ‘vingeroefeningen’ rond dit jaarthema willen doen.
Dia 2 Dia2
En ik wil het dan wat toespitsen op de vraag ‘Hoe gaat het eigenlijk in de kerkdienst?’ Wat gebeurt er nou precies als we als gemeente samenkomen? Al die verschillende onderdelen van ‘de liturgie’ waarom zijn die er eigenlijk? Wat betekenen ze? En wat kun je daar nu zelf aan beleven als je kerkganger in de dienst zit?
Dia 3 Dia3
Daar gaan we het over hebben. En dan begin ik vandaag gewoon maar bij het begin van de kerkdienst. Het aanvangslied, het stil gebed,‘Votum en groet’ zoals we dat doorgaans noemen en het loflied daarna. Waarom begint onze kerkdienst zo? En hoe kunnen die onderdelen van de liturgie je nou echt wat gaan zeggen?
Daar gaan we het straks over hebben. In de hoop dat – als u straks de kerk uitgaat – u bij uzelf denkt: ‘Hé, nou snap ik opeens veel beter waarom wij onze kerkdiensten altijd zo beginnen. En ik vind het eigenlijk nog heel mooi ook dat we dat zo doen’.
Ik heb als achtergrond en toelichting bij die onderdelen van del iturge een aantal korte Bijbelteksten uitgekozen. Voor het gemak heb ik ze op de zondagsbrief gezet zodat ik direkt mee kunt lezen. Maar voordat we die gaan lezen bidden we eerst nog om de verlichting door Gods Heilige Geest.

Kinderpreekje
Stiltegebaar maken (= vinger voor de lippen). Ja, goed zo, jongens en meisjes, jullie doen nu precies wat ik bedoel. Want wat betekent dit gebaar? Als ik zo m’n vinger voor m’n lippen doe. Precies: allemaal stil zijn.
Luistergebaar (hand aan het oor). En wat betekent dit gebaar: een hand aan mijn oor? Precies! We moeten allemaal goed luiteren. Ik kan je niet zo heel goed verstaan. Kun je misschien wat harder praten.
Let op gebaar (= opgeheven vinger).  En als laatste, wat betekent dit gebaar. Een opgeheven vinger. Precies, let op, jongens en meisjes, want wat er nu komt is heel belangrijk. Let op. Of – als je boos bij kijk – Pas op!

Nou, vanmorgen gaat het over een gebaar dat de dominee altijd maakt aan het begin van de kerkdienst. Dit gebaar (Vredegroet). Wie van jullie weet wat dat gebaar eigenlijk betekent?
Jongens en meisjes, dit gebaar noemen ze de vredegroet. Heel vroeger toen er nog vaak oorlog was en mensen nog geen verrekijkers hadden, dan was het altijd heel spannend als je iemand in de verte er aan zag komen.
Was dat nou een vriend of een vijand. Komt hij oorlog voeren of juist vrede brengen. En als je dan wilde laten zien dat je vrede kwam brengen, dan stak je je rechterhand in de lucht. Zo liet je zien: ik heb geen wapen bij me.

Nou, jongens en meisjes, zo komt de Here God in de kerkdienst ook naar ons toe. Ongewapend. Door de groet aan het begin van de dienst laat Hij zien: ‘Ik wil vrede in jullie leven komen brengen. Ik kom jullie helpen.’
 ‘Genade is er voor jou en vrede van God de Vader en van Zijn Zoon Jezus Christus en van de Heilige Geest’ En ook als je dan misschien wel veel hebt meegemaakt doordeweek, mag je weten: ‘Hier bij God mag ik uitrusten.’
‘Hier bij God mag ik vrede vinden. Want Hij wil mijn Vader zijn. Hij zorgt voor mij’ En we gaan nu een lied zingen wat daarover gaat. ‘Ik stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God want in Zijn hand rust heel mijn levenslot’


Preek 1
Dia 4 Dia4
‘Hoe gaat het eigenlijk in de kerkdienst?’ Wat gebeurt er precies als wij als gemeente samenkomen en wat kun je daar voor je eigen geloof aan hebben? Nou, gemeente, er gebeurt in de kerkdienst heel wat! Eigenlijk voordat de kerkdienst officieel begint, is er als het goed is al heel wat gebeurd. Want dat begint al doordeweeks.
Als predikant ben ik bezig geweest met de voorbereiding van de preek, de selectie van liederen, het verzorgen van de voorbede. Op de gebedskring hebben we samen het Bijbelgedeelte voor deze zondag bestudeerd en gebeden om een goede dienst waarin Gods Woord helder klinkt. En u bidt daar doordeweeks vast ook al voor.
En dan op zondagmorgen dan schuifelt u de bank en wij als ambtsdragers de consistorie in. We ontmoeten elkaar. En dat mag ook echt z’n plek hebben. Dat je je buurman of buurvrouw begroet. Vraagt hoe het met hem of haar gaat. Want de kerkdienst wordt ook wel samenkomst genoemd: de samenkomst van de gemeente.

Maar als het goed verwachten in die samenkomst van de gemeente ook nog iets diepers. Namelijk dat het ook echt een samenkomst met God zal worden. Dat we Hem ook werkelijk zullen ontmoeten in de kerkdienst. Dat Hij ook bij ons zal zijn.  Want dat is de diepste verwachting waarmee we naar de kerk zijn gekomen.
Zoals Psalm 124 ook begint: ‘Ware het niet de HERE die met ons was.’ Want anders blijft het toch maar een heel menselijk gedoetje, zo’n samenkomst van de gemeente. Als we op zondag in de kerk niet werkelijk met de Here God samenkomen, ja dan is het misschien leuk en gezellig om elkaar weer te zien. Maar dat is het dan ook.
En de eerste onderdelen van de kerkdienst die hebben daar dan ook mee te maken. Die ademen als het ware die verwachting van Gods aanwezigheid uit. En door die onderdelen van de liturgie bewust mee te maken, ademen we die verwachting van Gods aanwezigheid ook in. Die helpen ons om Gods aanwezigheid te verwachten.

-

Dia 5 Dia5

Dat begint al met het gebed in de consistorie door de ouderling van dienst. Die bidt of God in de dienst aanwezig wil zijn en allen die een taak in de dienst hebben wil vervullen met Zijn Heilige Geest. En daar voel je meteen ook in dat het nooit een vanzelfsprekendheid is dat God bij ons zal zijn. Maar telkens opnieuw weer een wonder.
Wij hebben de Here God niet in onze binnenzak.We hebben Hem ook niet in ons kerkgebouw. We moeten telkens opnieuw weer vragen of Hij bij ons wil zijn en naar ons toe wil komen. Vandaar dat consistoriegebed. En aan het begin van de dienst ook ons gezamenlijk stil gebed. Dan bidden we of God aanwezig wil zijn.
Maar tegelijk verwachten we het ook! Dat God aanwezig wil zijn. Want de Here Jezus heeft het toch zelf gezegd: ‘Waar twee of drie mensen in mijn naam bij elkaar zijn, daar ben ik zelf in hun midden.’ We hopen op die aanwezigheid van God. Maar we verwachten die aanwezigheid van God ook. Want Hij heeft dat zelf beloofd.

En daarom beginnen we de kerkdienst ook altijd met een lied waar iets van die hoop en verwachting op de ontmoeting met God worden uitgedrukt.  Vroeger werd dat lied ook wel het intochtslied genoemd. En dat werd dan gezongen op het moment dat de voorganger de kerk binnen kwam lopen. Maar dat is feitelijk toch onjuist.
Dan komt er veel te veel nadruk op de persoon van de voorganger te liggen. Alsof de kerkdienst pas begint als die binnenkomt. Nee, de kerkdienst  is al begonnen. Want de gemeente is samengekomen. In de verwachting dat God ook met haar samen wil komen. Je zou dat eerste lied daarom beter het aanvangslied kunnen noemen.
Zo beginnen we, zo vangen we de dienst aan: met een lied van verwachting waarin doorklinkt hoe bijzonder het eigenlijk is dat God – de Schepper van hemel en aarde – onder ons mensen wonen wil. Ook deze morgen naar ons toe willen komen. Zo beginnen we de dienst zingend. Door God samen te verwachten en groot te maken.

-

Dia 6Dia6

En daarna zijn we een moment stil. Uit eerbied. We bidden om een goede dienst. En dan klinken die woorden uit het slot van Psalm 124: ‘Onze hulp is in de naam van de Here, die hemel en aarde gemaakt.’ En wordt er nog achteraan gezegd  (Psalm 146) ‘die trouw houdt tot in eeuwigheid en niet laat varen de werken van zijn handen.’
Dat wordt wel het ‘votum’ genoemd: ‘wijding’ betekent dat in het latijn. En zo is het ook. Op dat moment maken we heel expliciet dat we maar niet zomaar voor de gezelligheid bij elkaar zijn gekomen. Maar dat dit een samenkomst van de gemeente is die heel bewust toegewijd is aan God. We zijn bij elkaar gekomen in Zijn naam.
Omdat de Here Jezus beloofd heeft: ‘Waar twee of drie mensen in Mijn naam bij elkaar zijn, daar ben Ik zelf in hun midden.’ We zeggen het op dat moment dus eigenlijk tegen en tegen elkaar: ‘Wij zijn hier in Zijn naam bij elkaar. En daarom mogen we Zijn aanwezigheid in ons midden verwachten. Omdat Hij dat beloofd heeft.’

Dia 7 Dia7

Maar er is meer. Het was u misschien al opgevallen dat Psalm 124 een heel dramatische Psalm is. Ik zal de beginregels nog even voorlezen: ‘Ware het niet de HERE, die met ons was, - zegge nu Israël – ware het niet de de HERE, die met ons owas, toen mensen tegen ons opstonden, dan hadden zij ons levend verslonden.’
De dichter van Psalm 124 spreekt vanuit angstaanjagende gebeurtenissen die zich in zijn tijd voltrekken. Er zijn vijanden die het bloed van Gods volk wel kunnen drinken.’ Hij spreekt erover dat – als God het niet verhoed had - zij tot ‘buit aan hun tanden’ waren geworden. Het zijn gruwelijke beelden die hij gebruikt.
Ik heb er dan ook nog nooit over gepreekt, over Psalm 124. Wat moet je met zulke taal en zulke beelden? Maar nu zo de laatste twee jaar komen die beelden op eens toch heel dichtbij. Kijken we die bloeddorst recht in de ogen. Als 2 weken in Frankrijk een oude priester in zijn eigen kerk de keel wordt doorgesneden door terroristen.

-

Als een maand geleden in Nice andere terrorist met een vrachtwagen 84 mensen doodrijdt. Als er ook los van terroristische oogmerken mensen zo wegzinken in het nihilisme dat ze zomaar argeloze voorbijgangers van het leven beroven voor ze de hand aan zichzelf slaan. Dat is de wereld waarin wij op dit moment leven.
En als we de kerkdienst dus beginnen, aan God toewijden, met de woorden van Psalm 124, dan klinkt daar dus ook het besef in door hoe rauw en aangevochten het leven zijn kan. We zeggen maar niet alleen tegen elkaar: ‘Wij zijn hier bij elkaar om – op een rustige zondagmorgen of zondagmiddag – God te ontmoeten.’
Nee, we vluchten in zekere zin ook vanuit een wereld waarin zo onstellend veel aan de hand is en de ene gruweldaad de andere in steeds sneller tempo lijkt op te volgen… we vluchten naar de Ene die sterker is dan al die dood en al dat verderf dat we om ons heen zien. We vluchten naar de ene ware, levende God.

We spreken uit dat we onze hulp van Hem verwachten. Niet alleen voor deze dienst maar voor heel ons leven. Ja, voor heel deze wereld. Want Hij is de ene ware, levende God die hemel en aarde geschapen heeft. En Hij blijft die Schepping trouw tot in eeuwigheid. Hij laat niet varen het werk dat Zijn hand eenmaal begonnen is.
We spreken dat uit tegen alle chaos en ontreddering die we in de wereld om ons heen soms zien. En zo bemoedigen we elkaar als het ware ook. Daarom wordt dit ‘Votum’ in sommige kerken op de liturgie ook wel aangeduid als ‘Bemoediging’. Zo bemoedigen we elkaar in de strijd die het leven soms zijn kan.
En daarom is het eigenlijk ook goed om bij Votum en Groet je ogen open te houden. Bij het Votum omdat we elkaar daarbij als het ware bemoedigend aa kijken. ‘Kom op, God is er nog!’ En bij de Groet omdat daarbij ook een gebaar gemaakt wordt:  de opgeheven hand. En dat gebaar heeft alleen zin als je het ook kan zien.

-

Dia 8 Dia8
Ik vond het trouwens interessant om te horen waar dat gebaar van die vredegroet vandaan komt. Zoals ik tegen de kinderen al zei: bij de vredegroet houd je je rechterhand omhoog. En dat gebaar is ontstaan in tijden van oorlog en geweld. In de middeleeuwen misschien. Of nog eerder in de Romeinse of Germaanse tijden.
En door je rechterhand omhoog te houden, liet je toen zien dat je rechterhand leeg was. En dat je dus ongewapend was. Dat je met vreedzame bedoelingen kwam. En nu begint de kerkdienst iedere keer met dat gebaar. En het is in de kerkdienst het eerste gebaar dat namens God gemaakt wordt.
Helemaal aan het begin van de dienst zegt God al tegen ons: ‘Ik kom ongewapend. Ik kom met vreedzame bedoelingen. Genade zij jullie en vrede van God onze Vader, van Zijn Zoon Jezus Christus, in en door de gemeenschap van de Heilige Geest.’ Zo komt God aan het begin van iedere kerkdienst naar ons toe.

Midden in een wereld waarin steeds meer geweld is, is het eerste wat God tegen ons zegt: ‘Ik kom jullie genade en vrede brengen.’ Is er dus toch een plek waar we tot rust mogen komen. Waar we Diegene ontmoeten mogen die ook nu deze wereld vast in handen heeft en haar nooit los zal laten.
Zo hebben we het immers tegen elkaar gezegd in het votum: ‘Onze hulp is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw tot in eeuwigheid en niet laat varen de werken van Zijn handen.’ Zo groot is God. Groter dan alle chaos die we soms om ons heen zien.
Hij is de enige die die chaos om ons heen aankan. En eenmaal komt er ook een moment dat Hij al die machten van het kwaad aan Zich zal onderwerpen. Maar op zondagmorgen stapt die grote God die stapt bij wijze van spreken ongewapend ons kerkgebouw binnen. En zegt tegen ons: ‘In Mij mag je nu al vrede vinden.’

-

Dia 9 Dia9

Die innerlijke vrede kun je wel eens kwijtraken door alles wat er om je heen gebeurt. Maar iedere zondag mogen we die vrede weer terugvinden bij Hem die boven alle dingen staat. Daarmee zijn we inmiddels ook aangekomen bij Openbaring 1:4-5. Want daar wordt die vredegroet in z’n meest uitgebreide vorm omschreven:
‘Genade zij u en vrede van Hem, die is en die was en die komt, en van de zeven geesten, die voor zijn troon zijn,  en van Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene der doden en de overste van de koningen der aarde. Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed  - en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt - Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden! Amen.’
Meestal worden in het NT bij die vredegroet alleen God de Vader en God de Zoon genoemd. Maar hier wordt ook de Geest genoemd als ‘de zeven geesten die voor zijn troon zijn’. Vandaar dat wij ook die vorm gebruiken: ‘Genade zij u en vrede van God de Vader van Zijn Zoon Jezus Christus in de gemeenschap van de Heilige Geest.’

Dia 10 Dia10
En dan valt op dat die groet in het Bijbelboek Openbaring in één adem doorloopt in de omschrijving van wie wij als gemeente mogen zijn: ‘Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt. ‘ Dat gaat dus ook over de taak die wij als gemeente mogen hebben. Namelijk om God als priesters te prijzen.
Zo staat het bijvoorbeeld ook  in 1 Petrus 2:9 ‘Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht:’ Als gemeente mogen wij God als priesters prijzen.
En dat werpt tenslotte ook licht op het lied dat we na Votum en Groet altijd zingen. Want dat is doorgaans ook een loflied. Dat is dus niet zomaar een volgend lied. Nee, op dat moment doen we ook echt wat als gemeente. Namens deze wereld die God steeds meer aan het vergeten is treden wij als priesters op. Wij prijzen God.

Daarom heb ik dat lied vanmorgen ook staand en voor een deel a capella laten zingen. Om ons daar heel bewust van te maken. Dit is onze taak. We murmelen maar niet wat met het orgel mee. Maar op dit moment vertegenwoordigen wij heel de Schepping. En namens heel die Schepping eren wij God met ons loflied.
En daarom is dat lied dat we na Votum en Groet zingen doorgaans ook een loflied  waarin iets van die reikwijdte van heel de schepping doorklinkt. Zo zijn we vanmorgen ook begonnen: ‘Alles wat adent love de Here!’ Want op dat momenten treden plaatsvervangend op. We prijzen God als priesters namens heel de Schepping,
En zo beginnen wij nu iedere zondag de kerkdienst. De samenkomst met elkaar als gemeente. Maar bovenal de samenkomst, de ontmoeting met God. We worden als het ware uitgetild boven de chaos en ontreddering van het bestaan. En namens die wereld die God dregit te vergeten, loven we God en verwachten we alles van Hem.

-

Dia 11 Dia11

Broers en zussen, het is een hele mond vol zo alles bij elkaar. Die vingeroefening ‘Hoe gaat het eigenlijk in de kerkdienst?’ Ik kan me voorstellen dat u het nog even wat op u in moet laten werken. Maar ik hoop dat u zo  - al pratend en mediterend over het begin van de kerkdienst – er toch weer wat meer gevoel bij hebt gekregen.  
Waarom we eigenlijk naar de kerk komen – om elkaar en bovenal God te onmoeten. Waarom we die ontmoeting met Hem mogen verwachten – omdat de Here Jezus dat zelf beloofd heeft.En wat nou de houding van onze kant is die op die ontmoeting met God afgestemd is.
Een blije verwachting. Wat bijzonder dat God zo naar ons toekomt! Hoop. Want Hij is onze hulp wat er om ons heen ook gebeurt! En een loflied. Want ook als de wereld God steeds meer vergeet willen wij Gods naam hooghouden!  Hoe gaat het eigenlijk in de kerkdienst? Nou, als het goed is gaat het zo. En doen wij vollop mee!
Amen.