LogoHG

Introductie thema: ‘Hoe gaat het eigenlijk (in de kerkdienst)? 2 – De wetslezing’

 

Dia1

Dit seizoen is het jaarthema ‘Hoe gaat het eigenlijk?’ Dit seizoen is het jaarthema ‘Hoe gaat het eigenlijk?’ En u voelt, dat is een thema waarin veel zorg, veel aandacht zit. Vandaar dit plaatje op de schermen. ‘Hoe gaat het eigenlijk?’ Dat gaat over omzien naar elkaar. En in de Bijbel is God eigenlijk de eerste die dat doet.
Hij ziet om naar ons mensen. Direkt na de zondeval vraagt God al aan Adam: ‘Adam, mens, waar ben je? Adam hoe gaat het eigenlijk?’ God ziet vol liefde naar ons om. Maar vandaaruit leren we het ook aan elkaar vragen: ‘Hoe gaat het eigenlijk met je?’ Kijken we tenslotte ook om ons heen: ‘Hoe gaat het eigenlijk met deze wereld?’
Nou, langzaam druppelt iedereen weer binnen van vakantie. Ik wilde daarom niet direct de meest fundamentele vragen uit dit jaarthema aan de orde te stellen. Daar wacht ik even mee tot we echt met elkaar beginnen op de Startdag. Maar in deze weken daarvoor zou ik eigenlijk wat ‘vingeroefeningen’ rond dit jaarthema willen doen.


 Dia2

En ik wil het dan wat toespitsen op de vraag ‘Hoe gaat het eigenlijk in de kerkdienst?’ Wat gebeurt er nou precies als we als gemeente samenkomen. Al die verschillende onderdelen van ‘de liturgie’ waarom zijn die er eigenlijk? Wat betekenen ze? En wat kun je daar nu voor jezelf aan hebben als je kerkganger in de dienst zit?
Vorige week hebben we stilgestaan bij het begin van de kerkdienst: het stil gebed, votum en groet. We hebben gezien hoe al die elementen uit de liturgie ons kunnen helpen om Gods aanwezigheid in de kerkdienst te verwachten en ook steeds meer zo te gaan ervaren. Dat God zelf werkelijk naar ons toekomt in de kerkdienst.
We hebben het ook gehad over het loflied dat we na votum en groet zingen. Dat dat maar niet zomaar een liedje wat we zingen om de dienst wat op te vullen maar dat dat loflied op God echt onze taak is als gemeente. Om als priesters namens een wereld die Gods steeds meer vergeet, Hem de lof toe te zingen die Hem toekomt.


 Dia3

Daar zijn we vorige week mee bezig geweest. En deze zondag wil ik eigenlijk vooral met u nadenken over wat er daarna volgt in de liturgie… En wat is dat? Precies: de wetslezing. Waarom doen we dat eigenlijk? Waarom worden die tien geboden en de samenvatting daarvan in bijna iedere morgendienst voorgelezen?
Wat is de gedachte daarachter? En wat kun je daar nu voor jezelf aan hebben als je de kerkdienst bijwoont? Daar gaan we het straks over hebben. In de hoop dat u straks – als u de kerk uitgaat – u bij uzelf denkt: ‘Hé, nou snap ik opeens veel beter waarom wij die wet altijd lezen. En ik vind het eigenlijk ook nog heel mooi dat we dat doen’.
Het gaat vanmorgen dus over de plaats van de wet in de eredienst. Waarom lezen we die? En vooral ook: waarom lezen we die zo aan het begin van de dienst, nog voordat we uit het evangelie gaan lezen? We lezen daarbij Romeinen 7. Maar voordat we dat gaan lezen bidden we eerst om de verlichting door Gods Heilige Geest.

Kinderpreekje
(Op de kansel een stevige klodder lippenstift op mijn wang smeren. Naar beneden lopen en wachten tot de kinderen beginnen te lachen als ze de vlek op mijn wang zien).
Jongens en meisjes, fijn dat jullie er allemaal weer zijn vanmorgen. Maar wat is er aan de hand. Ik zie dat jullie mij een beetje uit zitten te lachen. Wat is er aan de hand? Waarom kijken jullie zo raar? Waarom lachen jullie?
Zit er een vlek op m’n wang? Waar dan? Ik kan het zelf niet zien. Ik moet eigenlijk even een spiegel hebben om te zien of ik echt een vlek op m’n wang heb. (Spiegel pakken). Ja, nou zie ik het! Er zit echt een vlek op m’n wang!

Nou, jongens en meisjes, jullie zien het hè: dit is een heel speciaal soort spiegel. Want wat heb ik aan de andere kant op de spiegel geplakt. Wat zien jullie hier? Inderdaad, dat zijn de 10 geboden. Die lezen we iedere zondag.
En die 10 geboden zijn eigenlijk net als een spiegel. Iedere keer als we die horen: ‘niet vloeken, geen stelen, niet oneerlijk zijn’ dan kijken we naar onszelf en zien we opeens vlekken. Niet op onze wang maar in ons hart.

‘O ja, dat is waar. Ik heb deze week een leugentje vertelt tegen m’n vader of moeder. Ik heb zitten jokkebrokken. Of ik ben heel onaardig geweest tegen m’n zusje. Ik heb lelijke woorden gebruikt. Of een snoepje gepikt!’
Als we die 10 geboden in de kerk horen, kan het zomaar zijn dat je merkt: ‘Er zit een vlek in m’n hart. Dat had ik eigenlijk niet moeten doen!’ Die 10 geboden zijn eigenlijk net als deze spiegel. Opeens zie je de vlek zitten!

Nou ga ik die vlek even weghalen. (Lippenstift uitsmeren met je vinger). Is ’t ie weg nou, de vlek? Nee? (nog een keer uitsmeren). En is ’t ie nu weg? Nee, als ik de vlek zelf weg probeer te smeren, wordt het alleen maar erger.
Dat is ellendig. Ik voel me echt heel ellendig met die vlekken op m’n wang. Is er iemand die mij misschien even kan helpen. Eén van de vrouwelijke ambtsdragers wellicht die wat meer ervaring heeft met lippenstift?

(Wang wordt schoogemaakt door vrouwelijke ambtsdrager). Ziezo, jongens en meisjes, zie ik er nu weer helemaal schoon en fris uit? Is de vlek nu weg? Gelukkig maar. Dan voel ik me ook niet meer zo ellendig.
Nou, jongens en meisjes, zo is het nu ook een beetje met die vlekken in ons hart: die leugentjes en gemene dingen die we soms doen. Als we zelf gaan proberen die weg te poetsen dan wordt het vaak alleen maar erger.

Die vlekken op ons hart, daar moet een Ander ons bij helpen. Die moet een Ander bij ons weghalen. En weten jullie wie die Ander is? Die ons van binnen weer helemaal schoon kan maken? Precies, dat is de Here Jezus.
Hij is voor onze zonde gestorven aan het kruis. En Hij wil door Zijn Heilige Geest in ons hart wonen. En dan maakt Hij daar alles schoon. Zodat we ons niet meer ellendig voelen. Daar gaat het vanmorgen over in de kerk.

Daarom zijn we zo blij dat we bij de Here Jezus mogen horen. En we gaan nu met elkaar een lied zingen wat daarover gaat: ‘Welk een vriend is onze Jezus’. En daarna mogen jullie naar de zondagsschool toegaan.


Preek – Romeinen 7 / Wet (en evangelie)
 Dia3

Waarom doen we dat eigenlijk? In bijna iedere morgendienst de 10 geboden voorlezen met de samenvatting van de Here Jezus erachteraan. Soms wordt er voor de afwisseling ook weleens een nt. gedeelte gelezen waarin het gaat over wat je wel en niet moet doen. Maar toch: die 10 geboden komen vaak voorbij. Waarom doen we dat?
‘Nou’, zult u zeggen: ‘dat is toch heel eenvoudig! Die 10 geboden die geven aan wat God van ons vraagt – hoe Hij wil dat we leven. Dat is dus als het ware het kompas wat we voor ons dagelijks leven nodig hebben en daarom is het heel logisch dat die 10 geboden iedere zondag voorgelezen worden. Die kun je niet vaak genoeg horen!
Deze week begint bijv. weer de feestweek. Voor je het weet drink je een biertje meer dan normaal. En nog een paar biertjes verder en je gaat dingen zeggen of doen waarvan je achteraf denkt: ‘Ai, dat was toch niet de bedoeling.’ En dan is het goed vandaag die 10 geboden nog even te horen. ‘Ok, even extra opletten deze week.’

En zo is het inderdaad, die 10 geboden zijn wegwijzers voor onderweg. Die herinneren ons eraan hoe God het leven eigenlijk bedoeld heeft. En je hoeft er niet eens christen voor te zijn om te begrijpen dat het goede regels zijn voor ons allemaal. Want waar zouden we zijn als iedereen maar gaat stelen, liegen of bedriegen?
Zo lezen we die 10 geboden dan ook in de dienst. Als ‘regel der dankbaarheid’ om het eens klassiek te zeggen. Als een richtlijn hoe je dankbaar en oprecht voor Gods aangezicht mag leven. En, broers en zussen, u voelt: dan gaat het dus om veel meer dan alleen maar 10 willekeurige regeltjes waar je je aan moet houden.
Dan gaat het in die 10 geboden ten diepste om de liefde. De liefde tot God in de eerste plaats. En direct daar achteraan de liefde voor je naaste. Dat is de kern van die 10 geboden. En daarom lezen we er ook meestal die samenvatting van de Here Jezus erachteraan. Want dat bepaalt ons bij de kern van die 10 geboden.

Dia4

Maar, als je die 10 geboden eigenlijk vooral leest als een ‘regel der dankbaarheid’, een richtsnoer voor je dagelijkse leven dan is het eigenlijk best wel een beetje apart om die 10 geboden al direct zo helemaal aan het begin van de dienst te lezen. Want dan zijn we eigenlijk nog helemaal niet zo bezig met onze taak in de wereld.
Het begin van de dienst – dat zagen we vorige week - is juist vooral een moment waarin we uit deze wereld – met alle misère die daarin soms op ons afkomt – naar God toe vluchten. Het uitspreken dat Hij onze hulp is, dat Hij trouw blijft en dat Hij sterker is dan alle machten van het kwaad die het leven op aarde hier bedreigen.
En om dan direct daarna al – nog helemaal aan in het begin van de dienst, voordat we het evangelie, het goede nieuws over de Here Jezus gehoord hebben, alweer meteen terug die wereld in gestuurd te worden met de 10 geboden op zak, dat is toch wel erg abrupt. Dan kun je die 10 geboden beter aan het einde van de dienst lezen.

Dia5

En misschien moeten we dat af en toe ook maar eens zo gaan doen. De 10 geboden aan het einde van de dienst lezen. Want dan – aan het einde van de dienst – begin je je blik inderdaad weer te richten op je dagelijks leven in deze wereld. We doen voorbede voor mensen in nood. We geven geld in de collecte.
Aan het slot krijgen we nog de zegen mee. Dan belooft God dat Hij inderdaad met ons mee wil gaan het dagelijks leven weer. Nee, als je de 10 geboden leest als ‘regel der dankbaarheid’ als richtsnoer voor je dagelijks leven, dan zou het eigenlijk veel logischer zijn om die 10 geboden helemaal aan het einde van de dienst te lezen.
En als u dat binnenkort een keer meemaakt in de dienst gebeurt er dus helemaal niks vreemds. Dan is uw predikant op een goede manier liturgisch opnieuw bevlogen geraakt. En u hopelijk ook. En dan gaan we zo de nieuwe week in. Met de 10 geboden vers op zak. En dan zingen we dat lied erbij: ‘Ga en maak het waar’.

Dia6

Maar – eerlijk is eerlijk - zo doen we het doorgaans toch niet. Niet aan het einde van de dienst. Maar juist aan het begin. En wat is nou de diepere gedachte achter? Waarom lezen we die wet van God niet aan het einde van de dienst maar meestal aan het begin? Wel, dat is omdat die wet van God ook nog een andere functie heeft.
Die wet van God is niet alleen een ‘regel der dankbaarheid’, ‘een richtsnoer voor ons dagelijks leven’. Maar die wet van God doet ons ook de zonde kennen, of nog beter gezegd: die doet ons onze ellende kennen. Zo staat het bijv. in de HC, VeA3: Waaruit kent Gij uw ellende? En dan luidt het antwoord: ‘Uit de wet van God’.
En dat moet ik natuurlijk even uitleggen. Want ‘Mijn ellende’ waar heeft die HC het dan over? ‘En’ zult u zeggen: ‘waarom zou ik in vredesnaam hier in de kerkdienst m’n ellende moeten leren kennen? Er is al ellende genoeg in deze wereld. Nou even niet. Ik kom juist in de kerk om nou eens even opgetild te worden boven al die ellende.’

Dia7

‘Hoezo ellende? En waarom moet daarvoor de wet gelezen worden in de kerkdienst?’ Ja, daarmee komen we bij een thema dat in onze geloofsbeleving misschien niet zo nadrukkelijk aanwezig is. Maar wat in onze traditie wel altijd een belangrijke rol heeft gespeeld. En wat ook afgeleid is uit de Bijbel, met name uit de brieven van Paulus.
Waarom lezen we die wet altijd in de morgendienst aan het begin van de liturgie? Nou, die wet wijst er niet alleen op hoe God het leven eigenlijk bedoeld heeft. Maar die wet die wijst ons tegelijk ook op ons tekort. Dat het heel vaak niet lukt om zo te leven als God bedoeld heeft. Die wet laat zien dat er dus iets mis is met ons.
Want oppervlakkig gezien kun je misschien nog wel zeggen: ‘Geen beelden vereren, de naam van God niet ijdel gebruiken, je ouders eren, niet doodslaan, vreemdgaan, stelen of vals getuigenis geven tegen je naasten. ‘Nou, daar heb ik allemaal gelukkig geen last van. Daar hou ik me keurig aan. Die 10 geboden, daar leef ik naar.’

Dia8

Maar als je die 10 geboden leest met de samenvatting van de Here Jezus erachteraan – ‘God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf’ dan voel je toch wel aan dat het om meer gaat dan alleen maar wat dingen niet doen. Dan gaat het net zo goed en vooral om dingen wel doen: ‘God liefhebben boven alles. En je naaste als jezelf.’
En als we eerlijk zijn dan moeten we denk ik toch wel zeggen dat dat een hele klus is. Dat naarmate je jezelf beter leert kennen, je er ook steeds meer achter komt op welke subtiele manieren je toch vaak vooral gericht bent op jezelf. Dat de liefde voor jezelf op de eerste plaats staat in plaats van de liefde voor God en je naaste.
Die wet van God laat dus de zonde in ons leven zien. En juist dit gedeelte van Paulus uit Romeinen 7 is daarbij heel illustratief. Want hier in Romeinen 7 vertelt Paulus iets over zijn eigen ervaringen als jood onder de wet. En hier laat hij zien hoe juist die wet van God het donker in zijn leven blootlegde. Paulus is daar heel eerlijk over.

Dia9

Hij schrijft in Romeinen 7: ‘Toen ik die wet van God echt leerde kennen, toen gebeurde er eigenlijk iets vreemds met me. Dat gebod van God dat is heilig en goed. Op die geboden van God is niks aan te merken. Maar toen ik ging proberen om ook echt naar die geboden van God te leven, toen kwam er een tweestrijd in me op gang.’
‘Voor die tijd had ik dat eigenlijk nooit zo in de gaten. Maar juist toen ik me werkelijk op Gods Woord begon te richten toen was het net of er binnen in mij ook een andere macht wakker werd. De macht van de zonde. Want ik merkte in de praktijk dat ik het goede wel wilde doen, maar in de praktijk toch heel vaak het kwade deed.’

Dia10

‘Ja, soms leek het er zelfs op dat juist doordat iets niet mocht, ik er opeens zin in begon te krijgen. ‘Niet het goede wat ik wil doe ik maar juist het kwade wat ik niet wil. ‘Juist toen ik ging proberen echt naar die wet van God te leven, merkte ik dat er binnen in mij nog een andere macht werkzaam is: de macht van de zonde.
En zo werd die goede wet van God uiteindelijk mijn ongeluk. Voelt u: voor Paulus is dat ook echt een worsteling geweest. Terugkijkend op zijn vroegere leven vraagt hij zich af: ‘Hoe kan dat nou? God heeft Zijn goede wet aan ons gegeven. Die goede wet moest ons het leven brengen. Maar die wet werd uiteindelijk onze ondergang.’

Dia11

‘Hoe kan dat nou? Heeft God zich dan vergist in het geven van die wet?’ En dan komt Paulus uiteindelijk tot een heel verassende conclusie. Hij zegt: ‘Nee, het is juist Gods bedoeling geweest dat dit zou gebeuren. Want juist door het feit dat die goede wet van God uiteindelijk toch geen leven bracht, is er iets duidelijk geworden.’
‘De macht van de zonde is duidelijk geworden. Door de wet en de tweestrijd die die in mijn leven op gang bracht – ik wil het goede wel maar uiteindelijk doe ik toch vaak het kwade – juist daardoor werd duidelijk hoe diep de zonde zich ingevreten heeft in mijn bestaan. Juist door die wet van God laat de zonde haar ware gezicht zien.’

Dia12

En dan roept Paulus het uit: ‘Ik, ongelukkig, ellendig mens, wie zal mij redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood.’ Voelt u, daar heeft de HC dat woordje ‘ellende’ vandaan. Dan bedoelt de HC wat Paulus hier uitroept: ‘Ik, ellendig mens! Ik voel dat in mijn leven de macht van de zonde en de dood werkzaam is!’
Eerlijk is dat, hè! Wat durft Paulus hier eerlijk naar zich te kijken! Lang voordat Freud en de psychologie z’n intrede deden, kijkt Paulus hier al diep naar binnen. En dan ziet hij niet alleen mooie kanten – die ziet hij ook: het verlangen om het goede te doen en naar Gods wet te lezen – maar hij ziet ook die donkere macht van de zonde.
Eerlijk is dat, hè! En nou heeft de wetslezing dus ook om die reden een plek gekregen in de liturgie. Zodat wij ook zo’n moment hebben waarin we nou eens even helemaal eerlijk mogen worden naar God. We ons niet mooier voor hoeven te doen dan we zijn. Maar we ook tevoorschijn mogen komen in die worsteling met onszelf.

Met de rafelige randen van ons leven. Want laten we eerlijk zijn: zoveel plekken zijn er niet meer in onze cultuur waar dat nog echt kan, eerlijk zijn over jezelf. In onze cultuur hebben we juist de neiging om die rafelige randen van ons leven maar zo snel mogelijk onder het vloerkleed te schuiven, weg te deleten of weg te fotoshoppen.
In onze cultuur houden we elkaar voortdurend een beeld van absolute perfectie voor. In het groot: in de reclame met z’n perfecte modellen. Maar net zo goed in het klein van onze facebookpagina’s. Soms lijkt het wel alsof iedereen een puntgaaf leven heeft waarin we van het ene weekend weg naar de volgende vakantie vliegen.
Maar ‘zonde’…? Nee! Daar lijkt niemand last van te hebben. ‘Tekortschieten in liefde voor God en voor elkaar’? Geen flauw idee. Terwijl juist na de vakantie er ook altijd een piek in het aantal echtscheidingen is. Omdat mensen in die vakantie bij zichzelf en bij de ander opeens keihard tegen dat tekort aan liefde zijn aangelopen.

Dat is de realiteit. Maar dat zet niemand op z’n facebookpagina. ‘Zonde’? Nee, geen last van…!’ Geef mij dan Paulus maar die in dit gedeelte zo onthutsend eerlijk is over wat diep van binnen bij zichzelf ontdekt heeft. Geef mij dan maar een wetslezing waarin ik iedere zondag even eerlijk mag zijn over wie ik diep van binnen ben.
‘Ik ellendig mens, wie zal mij redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood?’ Het is waar: Paulus schrijft dit als een terugblik op zijn leven als jood onder de wet. Het gaat dus over een bestaan los van Christus. Het gaat over zijn oude mens om het zomaar eens te zeggen. Over de tijd voordat hij een christen werd.
En toch is de realiteit van die oude mens voor een christen niet zomaar voorgoed voorbij. Want ook in ons leven kan er van alles gebeuren waardoor je zomaar bij de Here Jezus vandaan drijft. En dan blijkt die oude, ellendige mens toch nog springlevend te zijn. Zo heeft de Here Jezus het ook gezegd: ‘Zonder Mij kunnen jullie niets doen.’

Dia13

Nou, daarom lezen we die wet dus ook in de kerkdienst. Om bij God eerlijk te mogen worden over wie we zijn en wat er in ons leven aan de hand is. Maar tegelijk, broers en zussen, doen we dat niet om onszelf op dat tekort vast te pinnen. Om bij de pakken neer te blijven zitten. Want dat doet Paulus in dit Bijbelgedeelte ook niet.
Want Paulus weet inmiddels ook van het evangelie, het goede nieuws over Jezus Christus. En daarom roept hij, na die vraag: ‘Ik ellendig mensen wie zal mij redden...?’ er in één adem achteraan: ‘Dank God door onze Heer Jezus Christus.’ Want door Jezus Christus heeft God de weg geopend naar een nieuwe manier van leven.
Een nieuw bestaan waarin de zonde niet langer de baas is in ons bestaan. Want de Here Jezus heeft in onze plaats de straf op die zonde gedragen. Op die manier heeft Hij ons daarvan bevrijd. En door Zijn Heilige Geest wil Hij er nu zelf voor zorgen dat in plaats van de zonde de liefde tot God en de naaste in ons leven gaan groeien.

Dia14

Verderop, in het begin van Romeinen 8, vertelt Paulus daar meer over. Heel kernachtig zegt hij het dan zo: ‘Door de Here Jezus heeft God met de macht van de zonde in dit bestaan afgerekend… … opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist.’ Het wordt in ons volbracht. God zelf gaat daarvoor door Zijn Heilige Geest voor zorgen.
Dat is het evangelie, het goede nieuws over onze Heer Jezus Christus. En die lezing van de wet in de kerkdienst die bepaalt ons er dus ook bij dat wij dat Evangelie nodig hebben. Juist wanneer we in die wet een spiegel voorgehouden krijgen hoe God het leven eigenlijk wil: ‘Hem liefhebben boven alles en je naast als jezelf.’
En wij – als we eerlijk in die spiegel kijken – moeten zeggen: ‘Dat lukt me heel vaak niet. Want ik voel in mijn leven de macht van de zonde’ juist dan, juist zo worden we als het ware ook klaargemaakt voor, ontvankelijk gemaakt voor het horen van het Evangelie, het goede nieuws over de Here Jezus die ons leven nieuw wil maken.

Dia15

En als we dan die woorden van het Evangelie horen, als de Bijbel wordt uitgelegd, dan komt de Here Jezus door dat Woord zelf naar ons toe. Dan komt Hij opnieuw naar ons toe. Met Zijn vergeving, met Zijn Heling, met de kracht van Zijn Heilige Geest die ons hart en leven nieuw maakt. Dan mogen we In Hem vrijheid en vrede vinden.

Dia16

De wet is dus niet alleen bedoeld als richtlijn voor ons leven. Die wet die confronteert me ook met mezelf. Die laat me zien dat ik Jezus nodig heb. Maar die wet in de kerkdienst klinkt nooit alleen. Die wordt altijd gevolgd door het lezen van Gods Woord. Door de lezing van het Evangelie, het goede nieuws over de Here Jezus.

Dia17

Het is wet én evangelie. En zo helpen die me alle twee om de kerkdienst met meer blijdschap mee te maken. Het is waar: ik ben een mens die worstelt met de macht van de zonde in mijn leven. Maar ik ben daar niet aan uitgeleverd. Door de wet besef ik dat ik Here Jezus nodig heb. En in het evangelie mag ik van Hem horen.

En ik mag niet alleen van Hem horen. Ik mag ook bij Hem horen. Bij Hem die de zonde in mij overwon. Amen.