LogoHG

Introductie thema: ‘Hoe gaat het eigenlijk (in de kerkdienst)? 3 – De verkondiging van het evangelie


Dia1
Dit seizoen is in de herv. gemeente het jaarthema ‘Hoe gaat het eigenlijk?’ En u voelt, dat is een thema waarin veel zorg, veel aandacht zit. Vandaar dit plaatje op de schermen. ‘Hoe gaat het eigenlijk?’ Dat gaat over omzien naar elkaar. En in de Bijbel is God eigenlijk de eerste die dat doet. Hij ziet om naar ons mensen.


Direkt na de zondeval vraagt God al aan Adam: ‘Adam, mens, waar ben je? Adam hoe gaat het eigenlijk?’ God ziet vol liefde naar ons om. Maar vandaaruit leren we het in de gemeente ook aan elkaar vragen: ‘Hoe gaat het eigenlijk met je?’ Ja, tenslotte leren we ook zo om ons heen kijken: ‘Hoe gaat het eigenlijk met deze wereld?’

Dia2
Nou, nog niet iedereen is terug van vakantie. Ik wilde daarom niet direkt de meest fundamentele vragen uit dit jaarthema aan de orde te stellen. Daar wachten we even mee tot  we echt met elkaar beginnen op de Startdag. Maar in deze weken daarvoor doen we ondertussen wel wat ‘vingeroefeningen’ rond dit jaarthema.
En dan wat toegespitst op de vraag ‘Hoe gaat het eigenlijk in de kerkdienst?’ Wat gebeurt er nou precies als we als gemeente samenkomen. Al die verschillende onderdelen van ‘de liturgie’ waarom zijn die er eigenlijk? Wat betekenen ze? En wat kun je daar nu voor jezelf aan hebben als je kerkganger in de dienst zit?

Dia3
Twee weken terug hebben we stilgestaan bij het begin van de kerkdienst: het stil gebed, votum en groet. We hebben gezien hoe al die elementen uit de liturgie ons kunnen helpen om Gods aanwezigheid in de kerkdienst te verwachten en ook steeds meer zo te gaan ervaren. Dat God zelf werkelijk naar ons toekomt in de kerkdienst.
Vorige week ging het over het lezen van de wet. Waarom we dat eigenlijk al in het begin van de kerkdienst doen. Toen zagen we dat die wet niet alleen bedoeld is als ‘regel der dankbaarheid’, richtlijn voor ons dagelijks leven. Maar dat die wet ook onze ogen opent voor de zonde in ons leven. Waardoor we het evangelie nodig krijgen.

Dia4
En daar wil ik het dus vanavond met u over hebben. Over de verkondiging van het evangelie. Wat gebeurt er nu eigenlijk wanneer we in de kerkdienst uit de Bijbel lezen? Waarom bidden we dan eerst nog om de opening van het Woord? Welk karakter heeft het lied dat we na de Schriftlezing zingen?  En tenslotte misschien wel vooral:
Waarom is de preek in onze traditie nu zo belangrijk? Wat is dat voor een soort toespraak? Wat mag je daar nu eigenlijk van verwachten? Daar gaan we het vanavond over hebben. Ik heb daar een aantal Bijbelgedeelte bij opgezocht. Maar voordat we die gaan lezen, bidden we eerst om de verlichting door Gods Heilige Geest.  
Preek 1
Dia7
Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen,
Het gaat vanavond in deze verdiepingsdienst dus om het centrale gedeelte uit onze kerkdienst: het lezen van Gods Woord en de verkondiging van het Evangelie. In onze reformatorsche traditie staat dat echt centraal. Dat kun je bijv. al zien aan de manier waarop reformatorische kerken zijn gebouwd. Zoals ook onze kerken.
In Katholiek kerken staat het altaar waar de mis op wordt bediend centraal. Bij een kruiskerk staat dat altaar vaak letterlijk in het midden van dat kruis. De preekstoel die hangt dan aan een pilaartje wat aan de zijkant. Maar in een reformatorische kerk staat niet de Avondmaalstafel maar de preekstoel centraal. Dat is de kern.
Omdat daar – vanaf die preekstoel – het evangelie wordt verkondigd. En over dat centrale gedeelte van de kerkdienst denken we vanavond na. Wat gebeurt er nu precies rond de Schriftlezing en de preek? Eerst bidden we altijd om de Opening van het Woord. Daarna is er de Schriftlezing. Dan een lied. En tenslotte komt de preek.
Waarom doen we het eigenlijk zo? Wat is de Bijbelse achtergrond van die verschillende onderdelen van de liturgie? En vooral, hoe kan ik ze zo begrijpen en ervaren dat ze me ook werkelijk helpen in m’n geloof? Vanavond loop ik eerst kort de onderdelen voor de preek langs. En bij de preek zelf sta ik dan uitgebreider stil.

Dia8
Eerst dus dat gebed om de Opening van het Woord. Of – zoals het voluit heet – ‘het gebed om de Opening van het Woord en de verlichting door Gods Heilige Geest’. Waarom doen we dat altijd voordat we uit de Bijbel gaan lezen? Wel, dat is omdat het bepaald niet vanzelf spreekt dat we Gods Woord werkelijk begrijpen.
Ook al hebben we een goed verstand, al zijn we van jongs af aan met de Bijbelverhalen opgevoed, ja al zouden we zelfs een theologische opleiding hebben genoten en heel veel kennis van de Bijbel en haar achtergrond hebben, dan nog kan die Bijbel een gesloten boek voor ons blijven. Denk maar aan de Emmaüsgangers.
Als joodse leerlingen van de Here Jezus zullen zij vast goed thuis zijn geweest in het Oude Testament. Ze waren van jongs af aan met de wet van Mozes en de profeten opgevoed en toch – als de Here Jezus dan uiteindelijk sterft aan het kruis – dan kunnen ze zich op geen enkele manier voorstellen dat dit nou de bedoeling was.

En dan moet de Here Jezus zelf hun ogen ervoor openen dat dit nou juist wel Gods bedoeling was. En dat de profeten uit het OT dit op talloze manieren voorzegd hadden. Dat het zo zou gaan gebeuren. ‘Beginnend bij Mozes en bij al de profeten en legde de Here Jezus hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had.‘
Ongetwijfeld zullen dat bekende teksten zijn geweest die de Here Jezus met hen doorloopt. En toch hadden ze de ware betekenis er nooit van begrepen. Het was nu pas alsof de Schrift werkelijk open ging. Dat zeggen ze ook tegen elkaar: ‘Was ons hart niet brandende in ons toen Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?’
De Schrift, begrijp je dus nooit vanzelf. Die moet voor je geopend worden. Daarom bidden we altijd dat gebed om de opening van het Woord. En dat is vaak ook de ervaring die mensen pas later in hun leven tot geloof zijn gekomen. Dat ze zeggen: ‘Ik kende de Bijbel wel. Maar het zei me niks. Nu is het opeens of alles op z’n plek valt.’

Dia9
Daarom is het ook helemaal niet vreemd als je soms hoort dat mensen niks met een preek  ‘kunnen’. Dat kan iets zeggen over die preek en over de prediker. Maar het kan net zo goed zijn dat die persoon in kwestie de Heilige Geest nog niet in z’n hart heeft. En dan blijft de Bijbel een gesloten boek. Hoe goed er ook gepreekt wordt.
Voelt u, het is dus heel belangrijk dat we in de kerk bidden om de Opening van het Woord. Als de Heilige Geest dat niet doet, blijft de Bijbel geheimtaal voor ons. En het is niet alleen belangrijk dat wij dominees daarom bidden. Maar u als luisteraar evengoed. Dat u op eenzelfde manier biddend uw Bijbel openslaat en meeleest.
Want ja, laat ik dat er ook nog even bij zeggen: in de kerk zou het eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn dat iedereen meeleest in z’n Bijbel. Want een goede preek is altijd Bijbeluitleg. En als dat zo is, hoe kan je de preek dan kunnen volgen als je Bijbel niet opgeslagen voor je hebt? Dan maak je het de Heilige Geest wel heel moeilijk. Als je bidt om de Opening van het Woord en ondertussen zelf je Bijbel dichtlaat! 

Dia10
Nou, dan na de Schriftlezing hebben we altijd een lied en dat lied heeft vaak ook een wat eigen karakter. Het lied is een antwoord op de Schriftlezing zoals het lied na de preek ook altijd het karakter heeft van een antwoord op de verkondiging van het Evangelie. Maar tegelijk zit er ook een duidelijk verschil tussen beide liederen.
Het lied na de preek is doorgaans een lied waar het heil – om het zo maar eens te zeggen – voluit en heel persoonlijk bezongen wordt. Het evangelie is uitgelegd en toegepast richting het gewone leven. We zijn er opnieuw van onder de indruk geraakt. En dankbaar zingen we van Gods goedheid en genade over ons leven.
Dat is het lied na de preek. Maar het lied na de Schriftlezing is doorgaans nog wat aarzelender, nog wat bedeesder. Er zit ook vaak iets in van een gebed om verder inzicht in dit Bijbelgedeelte. Het is waar: we voelen aan dat ook in dit Bijbelgedeelte grote en heerlijke dingen aan ons worden geopenbaard. Daar danken we voor.

Maar we weten nog niet precies van het hoe of het wat. Het moet ons – in de verkondiging - nog verder uitgelegd worden. Om het in termen van het plaatje op de schermen te zeggen: ‘We zien de zon al wel stralen aan de horizon, maar er hangt nog iets van een soort mist omheen die verder opgeklaard moet worden.’
U snapt, het lukt natuurlijk niet altijd om een lied te vinden waar dat allemaal exact in aanwezig is. Bovendien zingen wij in de morgendienst altijd op deze plaats in de liturgie een zondagslied wat vaak ook een kinderlied is. Dat maakt de keuze nog wat beperkter. Maar als het goed is, vindt u er toch iets van dit karakter in terug.
En daarom vind ik dit plaatje zo passend. Een kind met bosje bloemen bloemen in de hand. Terwijl de mist rond de zon nog niet helemaal opgeklaard is. Een kind dat meer licht nodig heeft op haar levensweg. Zo zingen wij na de Schriftlezing een lied dat én een danklied voor de woorden van de Schrift en een gebed om verder inzicht is.

Dia11
Dan komen we de preek zelf. En zoals ik al eerder aangaf: tot in de architectuur van protestantse kerken – waar de kansel centraal staat – kun je zien dat de verkondiging van het Evangelie het centrum van de eredienst is. En dat hebben we met name te danken aan de eerste reformator: Maarten Luther.
Hij heeft altijd grote nadruk gelegd op de ‘Vixa Vox Evagengelii’’: de levende stem van het Evangelie. En daar bedoelde hij mee dat het Evangelie erom vraagt verkondigd te worden. En dat in deze verkondiging van het evangelie – hoezeer dat ook door beperkte, zondige mensen gebeurt – uiteindelijk toch Christus zelf wil spreken.
Het plaatje hier op de schermen geeft dat heel mooi weer. Op de voorgrond zien we een predikant die met een geopende Bijbel  werkelijk probeert Gods Woord door te geven. Maar daarachter zien we de Here Jezus staan. En een duif als symbool van de Heilige Geest. Zo wil Christus door Zijn Woord en Geest zelf tot ons spreken.

Luther heeft dat sterk benadrukt. Die levende presentie van de Here Jezus door Zijn Woord en Geest in de verkondiging. Maar het is ook iets wat u wellicht zelf uit ervaring kent. Dat je je hier in de kerk door de preek ineens tot in het diepst van je wezen aangesproken weet en beseft: ‘Dit is de Heer zelf. Hij spreekt tegen mij.’
Ik heb dat eens meegemaakt bij een Alpha-cursist. Hij was zelf niet gelovige opgegroeid. Maar via zijn tweede vrouw was hij bij de kerk betrokken geraakt. Aanvankelijk kwam hij meer uit beleefdheid met haar mee maar gaandeweg begon het christelijk geloof hem steeds meer te interessen. Doordeweeks hadden ze het vaak over.
En het wonderlijke gebeurde: dan op zondag, dan ging het verassend vaak over de vragen die zij die week aan de keukentafel hadden besproken. Op een gegeven moment dat deze man serieus dat zijn tweede vrouw af en stiekem de dominee belde met de vraag of hij hier niet eens over kon preken. Maar dat was natuurlijk niet.

Dat is die Viva Vox Evangelii, die levende stem van het Evangelie waardoor je merkt dat via de verkondiging de Here Jezus ten diepste zelf met ons in gesprek is. En op zondag tijdens de preek soms terugkomt op dingen die wij doordeweeks aan de keukentafel besproken hebben of in het gebed voor hem hebben neergelegd.
Of dat – stomtoevallig – Bijbelgedeeltes die allang van te voren door een predikant zijn ingeroosterd slaan op de actualiteit. Ik maak telkens per 3 maanden zo’n roostertje met Bijbelgedeeltes waar ik over ga preken. En dat dan in de week voordat ik aan een preek begin er in de wereld iets gebeurt waar dat gedeelte precies op slaat!
Dat is Toeval met een grote ‘T’ en als het goed is maken we op zondag in de dienst regelmaat dat soort Toeval mee. Daarin kun je merken dat Luther gelijk had en dat de Here Jezus inderdaad – door de verkondiging van het Evangelie – zelf met ons in gesprek is over ons leven, over onze gemeente en over de wereld waarin wij leven.

Preek 2
Dia14
Maar – eerlijk is eerlijk – zo is het niet altijd. En de preek is ook niet bedoeld als een soort horoscoop. Waar je iedere week naar zou moeten luisteren om één of andere geheime boodschap over jouw persoonlijke situatie op te vangen. Ook als er geen sprake is van zo’n Toeval met een grote T spreekt God door Zijn Woord.
En daar wil ik dan nu een paar dingen over zeggen. Want naast het feit dat de Here Jezus door de preek heen soms op een heel bijzondere wijze ons in onze persoonlijke omstandigheden aan kan spreken, kun je de preek nog op twee andere manieren typeren, nl. als ‘verkondiging van het Evangelie’ en ‘bediening van het Woord’.
En dat is op z’n minst net zo bijzonder. Dat de preek ‘verkondiging van het Evangelie’ en ‘bediening van het Woord’ is. Het klinkt wellicht wat abstract allemaal. Maar in deze twee begrippen wordt iets aangeduid dat als het goed is in iedere preek aan de orde is. Ook al ben je je daar lang niet altijd van bewust.

Dia15
Want een preek is als het goed is maar niet een praatje met wat interessante wetenswaardigheden bij de Bijbelstekst of een paar scherpzinnige toepassingen naar het heden. Nee, de preek is als het goed is ‘verkondiging van het Evangelie’. En in dit woordje ‘Evangelie’ klinkt veel meer mee dan wij vaak wel beseffen.
Want ‘evangelie’, ‘euangellion’ in het grieks, dat betekent letterlijk ‘goed nieuws’. Maar het was een woord dat ook vaak en graag door bijv. de romeinse keizers gebruikt werd. Als er bijv. een nieuwe keizer was aangetreden zoals keizer Augustus. En deze keizer overal vrede had gebracht. Dan werd dat als evangelie rondgebazuind.
Het woord evangelie heeft dus ook de klank van: ‘Er is een nieuwe tijd, een nieuwe werkelijkheid aangebroken. Je hebt er zelf niks aan bijgedragen. Het is buiten jouw om tot stand gekomen. Maar tegelijk is het van fundamenteel belang voor heel je verdere leven. Er is een nieuwe tijd, een nieuwe werkelijkheid aangebroken.’

Dia16
Een mooi voorbeeld van wat het woordje ‘euangellion’ in het grieks op kan roepen, vind ik nog altijd het verhaal over de slag bij Marathon. U weet: op dit moment zijn de Olympische Spelen aan de gang. Daar worden Marathons gehouden. En die Marthons daar gaan  terug op die allereerte Marathon. Gelopen door Pheidippides.
Wat was er aan de hand in dat oude Griekenland? De Perzen hadden een enorme vloot verzameld op de Middelandse zee en waren met 100.000 man overgestoken naar Griekenland. Uiteindelijk waren ze geland bij het plaatsje Marathon zo’n 42 km van Athene. Een soort landing bij Normandië dus maar dan in de oude wereld.
De Atheners hadden hun troepen – maar zo’n 10.000 man sterk - naar Marathan gestuurd in een wanhopige poging hun stad te verdedigen. In Athene wachtte iedereen in doodsangst de uitkomst van dat gevecht af. Want hoe zou het Atheense leger ooit kunnen standhouden tegen zo’n enorme Persische overmacht?

Maar uiteindelijk zien ze daar – vanaf de stadsmuren van Athene – een bode aan komen rennen. Het Pheidippides,  een professionele koerirer. In één stuk heeft hij de afstand tussen Marathon en Athene – 42 km - afgelegd. En als hij de stad komt binnenrennen en uiteindelijk voor de oudsten van Athene tot stilstand komt...
… dan kan hij nog maar één ding uitbrengen: ‘We hebben gewonnen!’ Het onmogelijk is gebeurd. De Perzische horden zijn verslagen. Dat is het enige wat Pheidippes nog uit kan brengen. Daarna valt hij dood neer op de grond. En daarom worden er nog altijd – ter ere  van hem – Marathonwedstrijden van 42 km gehouden.
Nou, broers en zussen, dat is nou een goed voorbeeld van wat het woordje euangellion in het grieks op kan roepen. Het gaat maar niet om het laatste goede nieuwtje. Nee, het gaat om allesbeslissend goed nieuws wat je hele leven in een nieuw perspectief plaats. We hebben gewonnen! De vijand is verslagen! Er zal vrede zijn!

Dia17
En niet voor niets kozen de schrijvers van het Nieuwe Testament nou juist dit woord ‘euangelion’ om hun boodschap over de Here Jezus aan te duiden. Daarmee wilden ze aanduiden welke verstrekkende betekenis die boodschap over de Here Jezus had. Er is een nieuwe Heer aangetreden. Veel machtiger dan de keizer in Rome.
En door Zijn dood aan het kruis is de beslissende klap uitgedeeld aan alle machten van het kwaad. Hij is de grote Vredevorst die vrede komt brengen aan ieder van ons persoonlijk en eenmaal ook vrede aan heel deze wereld. En dat ‘euangellion’, dat goede nieuws zet je leven in een compleet nieuw perspectief.
Je hebt er zelfs niks aan bij kunnen dragen. Net als die burgers van Athene. Het is buiten jou en voor jou geschied. En toch maakt het alles in je leven anders. Door de overwinning die een Ander voor jou heeft behaald ben je gered van de ondergang en mag je in vrede verder leven. Dat de verkondiging van het Evangelie.

En u voelt, broers en zussen, dat raakt ook direkt aan het karakter van de preek. Doorgaans vinden we het fijn als er een beetje praktisch gepreekt wordt. ‘ Zodat ik er wat mee kan in de komende week’. En dat is terecht. De verkondiging van het evangelie moet niet in de lucht hangen maar raken aan de realiteit van het dagelijks leven.
Maar tegelijk kan een preek toch nooit alleen maar praktisch zijn. En gaat het in de verkondiging van het evangelie ook niet in de eerste plaats om wat wij er nou mee moeten doen de komende week. Nee, in de verkondiging van het Evangelie gaat het in de eerste plaats om iets wat voor ons gedaan is. In onze plaats.
Door de Here Jezus. Hij geeft Zijn leven voor ons gegeven en zo de vijand verslagen. En dat zet alles in ons leven in een nieuw perspectief. We krijgen een nieuwe visie voor ons leven en onze werkelijkheid aangereikt. En vandaaruit mogen we ons dagelijks leven – ook heel praktisch - weer vanuit een nieuwe dankbaarheid oppakken.


Dia18
Dan nog die andere manier waarop de preek soms wordt aangeduid: de Woordbediening, of – zoals je dat volluit zegt: de bediening van het Woord van God. Als je er goed over nadenkt is dat toch een opvallende aanduiding. Het Woord van God wordt niet alleen uitgelegd, niet alleen verkondigt, het wordt ook aan ons mensen bediend.
Toegediend zou je haast zeggen. Alsof het een soort medicijn is met een eigen, geheimzinnnige geneeskrachtige werking. Nou, het is nog niet eens zo gek om het zo te zien. Want inderdaad, zoiets is er ook aan de hand. OIveral waar het Woord van God mag klinken, daar begint er iets te gebeuren, daar komt iets op gang.
Denk maar aan het Scheppingsverhaal. Wat is het allereerste wat God zegt? Wat is er het allereerste Woord van God dat klinkt: ‘Er zijn licht!’ En wat gebeurt er dan: opeens is er licht! Gods Woord is dus niet maar wens – dat er licht moet komen – nee, Gods Woord heeft ook scheppingskracht. ‘Er zij licht!’ en opeens is dat er licht er.

En, broers en zussen, dat geldt nou niet alleen voor dat allereerste Woord dat God eenmal sprak. Dat geldt voor alle Woorden van God, dat geldt dus ook voor heel de Bijbel. God zegt daarin niet alleen wat zijn diepste bedoelingen in ons leven zijn. Hij deelt dat niet alleen als een soort opdracht aan ons mee. Zo van:  ‘Ga je gang!’
Nee, als dat Woord van God mag klinken in ons leven, als we daar naar willen luisteren dan mogen we ook ervaren hoe God zelf dat nieuwe leven wat Hem voor ogen staat bij ons van binnen naar boven begint te roepen. Want zijn Woord is een scheppend woord. Het roept zelf in ons leven tevoorschijn wat het van ons vraagt.
Datgene wat er aan het begin van de Schepping in het groot in deze wereld gebeurde, dat mag dus ook in het klein van ons persoonlijke leven plaatsvinden. Zo kan Paulus dat ook zeggen in 2 Cor. 4:6 ‘Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister, heeft het ook doen schijnen in onze harten’.

Dia19
Gods Woord is een Scheppend Woord. En daarom wordt in het NT voor dat Woord van God ook nogal eens het beeld van een zaad gebruikt. ‘Een zaaier ging uit om te zaaien…’ vertelt de Here Jezus in één van zijn beroemdste gelijkenis. En wat is dat zaad dan? Dat is het Woord van God dat de verkondiging ons leven binnenkomt.
En als het daar ontvangen wordt - als we het werkelijk actief tot ons nemen zodat het niet weggepikt kan worden van de grond of kan verschroeien door de zon of verstikt worden door de dorens – dan begint dat Woord van God in ons hart en leven ook te groeien. Dat brengt het als vanzelf vruchten voort. Veel vrucht.
Voelt u, daar komt diezelfde gedachte in naar voren. Dat het Woord van God zelf nieuw leven, zelf het geloof en zelf vruchten van dat geloof in ons op doet komen. We hoeven het geloof en heel dat leven vanuit het geloof niet zelf uit onze tenen omhoog te pompen. Nee, God wil het in ons laten groeien door de kracht van het Woord.

Dia20
Ook daar zit dus iets passiefs in. Je mag het Woord van God in de eerste plaats ontvangen. Het gaat er in niet in de eerste plaats om wat jij nu allemaal moet gaan doen. Nee, luister nou eerst eens goed naar wat God allemaal voor jou gedaan heeft in Zijn Zoon Jezus Christus. Richt je op Hem. Geloof in Hem. Laat je vullen met Zijn Geest.
En dan mag je het ook gaan ervaren dat Hij diep van binnen een ander mens van je maakt. Een mens die leeft vanuit de dankbaarheid voor Gods liefde en genade. Een mens die zich vrij mag weten van de fouten die hij gemaakt heeft door de vergeving in Jezus Christus. Een mens die op begint te bloeien in het licht.
Een mens die vandaaruit – vanuit die diepe geborgenheid bij God – ook anders in het leven kan staan: liefdevoller, genadiger omdat ie zelf weet mag hebben van Gods genade in Jezus Christus. Zo wil God er zelf voor zorgen dat in ons leven zijn wet volbracht wordt. Doordat we van binnenuit steeds meer gaan leven zoals Hij wil.

Dia21
Ook daarom is die verkondiging van het Evangelie zo belangrijk. Ook daarom vormt die verkondiging van het Evangelie de kern van iedere protestantse kerkdienst. Omdat we geloven dat dat het middel is waardoor God zelf ons leven vernieuwen wil. Door zondag aan zondag Zijn eeuwig blijvende Woord in ons te planten.
En dan doet Hij het dus eigenlijk zelf in ons leven. Dan roept Hij zelf dat nieuwe leven bij ons tevoorschijn. Maar dat betekent toch niet dat wij helemaal passief worden. Zo van: ‘God moet het allemaal doen. We zien het wel als het zover is.’ Nee, Jacobus zegt: ‘Je moet niet alleen hoorder maar ook een dader van het Woord worden.’
Je moet dus actief luisteren. Dat Woord van God wordt in je geplant. Daar zit de groeikracht in. Maar je moet wel actief mee bewegen met wat dat Woord bij je in gang wil zetten. Je moet het ook gaan doen. En daarom moet een preek uiteindelijk ook praktisch worden: ‘Wat betekent het nu om met dit Woord op pad te gaan?’

Dia22
Nou, broers en zussen, het is misschien nog steeds een beetje abstract. Ik kan me voorstellen dat sommigen van u denken:  ‘Dat moet ik allemaal nog eens even goed op me in laten werken. Wat dat nou precies te zeggen voor hoe ik hier in de kerk zit en luister naar al die preken die in de loop van de jaren voorbij zijn gekomen.’
Maar ik hoop tegelijk dat u er toch iets van aanvoelt: ‘O, dus daarom is die preek altijd zo belangrijk geweest in onze eredienst.  Omdat we geloven dat de Here Jezus zelf via die verkondiging van het evangelie met ons in gesprek is. Odat we geloven dat dat Woord bij uitstek het middel is waardoor Gods ons leven wil vernieuwen.’
En dat u zo ook met meer blijdschap en diepgang de kerkdienst kunt ervaren. Hier hoef ik nu eens even niets te doen. Hier mag ik in de eerste plaats ontvangen. Hier mag ik horen van wat de Here Jezus voor mij gedaan heeft. Hier mag ik opnieuw gevuld worden met Zijn Heilige Geest. Hier mag ik ervaren dat God zelf het geloof in mij laat groeien.’

Daar gaan we nu in ieder geval van zingen met de woorden van Gezang 305