LogoHG

VIER-DE-ZONDAG zondag 28 februari 2016
Hervormde Gemeente ‘s-Gravendeel


Intro: Ja, God is goed. Dat mogen we geloven en in dat geloof zijn we hier vanmorgen ook samen.     Maar dat geloof wordt ook weleens aangevochten: Is God eigenlijk wel goed, als er zoveel     lijden is in de wereld? Zou God daar eigenlijk niet iets aan moeten doen?
    Over die vraag denken we vanmorgen na.  Geen gemakkelijke vraag en daarom worden we     eerst stil. Stil om ons te richten op God en te vragen om zijn hulp. Laten we stil worden voor     God.

Bemoediging: Wij verwachten onze hulp van de Here, de Schepper van hemel en aarde, die trouw is en trouw blijft en die het werk dat Hij begon niet loslaat.

Groet: Wij mogen weten: voor u, voor jou en voor mij is er genade en vrede van God, dankzij Jezus Christus. En… we mogen ons met God en elkaar verbonden weten door de Heilige Geest.
Grace be to you and peace from God our Father, through Jesus Christ in the             fellowship of the Holy Spirit. Amen.

Als gebed om verlichting zingen we nu een heel bekend lied, maar met een wat andere tekst dan we gewend zijn: Heer, het licht van uw liefde schittert. Kom Jezus, kom.


KINDERMOMENT

Wie van jullie heeft weleens een klein kuikentje gezien? Zo’n heel klein en kwetsbaar vogeltje, met donshaartjes. Beetje gelig van kleur.
Zo’n kuikentje is heel teer en kwetsbaar, nog lang niet groot en sterk. Daarom zie je zo’n kuikentje vaak ergens schuilen en beschutting zoeken. Ergens waar ze veilig zijn. Waar doen ze dat? (Onder de vleugels van hun moeder).
Nou, wij mensen zijn eigenlijk net zo teer en kwetsbaar als zo’n kuikentje. En ook wij hebben een schuilplaats nodig, waar we veilig en geborgen zijn, zeker als het moeilijk is in ons leven. Als er dingen gebeuren die ons pijn en verdriet doen, dan mogen we schuilen bij God, als het ware onder zijn vleugels een toevlucht vinden. Daar gaan we nu ook over zingen. Ik zag een kuikentje…


SCHRIFTLEZINGEN

Hebreeën 2:8-10, 2:14-15, 2:17-18 en 4:15-16 (BGT/NBV)

God laat Jezus heersen over alles en iedereen. Maar nu zien we dat nog niet. Wel zien we wat er met Jezus gebeurd is. God heeft hem voor een korte tijd minder belangrijk gemaakt dan de engelen. Jezus was toen mens, en hij heeft moeten lijden en sterven. Maar juist daarom heeft God hem alle eer gegeven in de hemel.
Gods Zoon heeft zijn leven gegeven voor alle mensen. Zo laat God zien hoe goed hij voor ons is. Omdat Jezus zijn lijden tot het einde toe heeft volgehouden, heeft God hem alle eer gegeven in de hemel. Zo is hij de redder van veel mensen geworden. Zo moest het gebeuren. Zo wilde God, die alles gemaakt heeft, de mensen redden.

Jezus werd mens zoals wij, en hij is gestorven. Alleen zo kon hij de duivel vernietigen, die de macht had over de dood. Wij waren ons hele leven bang voor de dood. Maar Jezus heeft ons van die angst bevrijd. (…)
Daarom moest hij een mens worden, precies zoals wij. Want alleen zo kon hij hogepriester worden bij God in de hemel. Nu is hij onze hogepriester, op wie we kunnen vertrouwen en die medelijden met ons heeft en barmhartig is. Hij zorgt ervoor dat God onze zonden vergeeft.

Als wij in moeilijkheden komen, kan Jezus ons helpen en te hulp komen. Juist omdat hij zelf zo veel heeft moeten lijden.

Jezus, onze hogepriester in de hemel, heeft veel moeten lijden, net als wij. Hij kan met onze zwakheden meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde.
Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we (telkens als we hulp nodig hebben) barmhartigheid en genade vinden.


Verkondiging

Áls God er is en als God góed is, waarom is er dan zoveel lijden in de wereld? Die vraag hoor je nog wel eens gesteld worden.
Het maakt nogal uit door wie en op wat voor manier die vraag gesteld wordt. Sommige mensen stellen die vraag nogal gemakkelijk, als een effectieve manier om God van hun lijf te houden: ze zitten (als het ware) onderuitgezakt voor de buis, biertje en chips bij de hand, kijkend naar de ellende in de wereld en vragen dan schamper: waarom doet God daar niks aan?
Voor hen is de cartoon voorop de liturgie bedoeld. Die spreekt voor zich. Alvorens naar God te wijzen, moeten we eerst maar ‘s de hand in eigen boezem steken. We zijn verantwoordelijke mensen, met mogelijkheden en middelen. God vangt niet alles af, wat wij mensen verzaken of veroorzaken. Je kunt God niet de schuld geven voor wat wij mensen nalaten en waar wij mensen in tekort schieten. Een fors deel van het lijden in de wereld wordt immers door ons mensen zélf veroorzaakt. Of is het gevolg van foute keuzes en verkeerd gedrag van onszelf.

Maar… die vraag over God en het lijden kan natuurlijk ook vanuit heel andere motieven worden gesteld. Vanuit een diepe en doorleefde worsteling met lijden, bij jezelf of bij anderen. Als mensen bijna ondraaglijke dingen overkomen. Of groot onrecht moeten verduren. Dan is die vraag existentieel: hij raakt je hele bestaan, je hele wezen. Waarom doet God er niets aan? Waarom laat Hij het toe?
Het meisje in de film was heel eerlijk: het precieze antwoord weten we niet. Het waarom van veel specifiek lijden blijft een raadsel. Natuurlijk weten we (algemeen gesproken) dat lijden en gebrokenheid  in de wereld zijn gekomen door de zondeval. Laten we dat niet vergeten. Lijden en gebrokenheid zijn de tekenen dat onze wereld niet meer is zoals hij bedoeld was. Ze kunnen fungeren als ‘Gods megafoon om een dove wereld wakker te schudden’ (C.S. Lewis). Maar dat niet alleen: lijden en gebrokenheid kunnen óók een verlángen wakker roepen: een verlangen naar een nieuwe wereld, waarin geen plaats meer is voor de zonde en al z’n negatieve gevolgen. Een wereld waarin God alle dingen nieuw heeft gemaakt en geen plaats meer is voor lijden.
Maar tot het zover is, leven we in een gebroken werkelijkheid, waarin het lijden mensen vaak willekeurig lijkt te treffen.  

Trouwens, in dat lijden zou ook de duivel (de tegenstander van God en mensen) nog wel eens een belangrijke rol kunnen hebben. De duivel is immers vanaf het begin een mensenmoordenaar (Joh.8:44) en hij gaat rond gaat als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden (1Petr.5:8). Blijkbaar heeft de duivel (via ons mensen) bepaalde rechten op aarde gekregen die niet zomaar teniet gedaan kunnen worden. Hoe het ook zij: ook de duivel heeft een rol in het lijden op aarde.

Laat dat lijden God dan allemaal koud? Nee, want God is een God van barmhartigheid en mede-lijden (letterlijk: mede-lijden!). God is bewogen met wie lijdt. Hij hoort het hulpgeroep en is niet doof voor de roep om recht.
God is ook niet op een afstand gebleven, maar Hij is naar ons toe gekomen. Dat is trouwens uniek voor het christendom: wij hoeven niet op te klimmen naar God, maar Hij daalt af naar ons.
In Christus is God naast ons komen staat, ook in het lijden. Jezus is solidair met wie lijdt: Hij lijdt met en ons en naast ons. Hij begrijpt het als wij lijden, meer dan wie ook, want Hij heeft het zelf ook ondergaan: vrijwillig, om ons ook daarin nabij te zijn.
Dus: als je lijdt, weet dan: Jezus begrijpt wat ik doormaak. Hij kan volledig met ons meevoelen. Hij weet waar we het over hebben. Juist omdat Hij zelf zoveel moest lijden, kan Hij ons te hulp komen en met ons meevoelen (Hebr.2:18,4:15-16).

Maar Jezus’ lijden gaat nog dieper: Hij leed niet alleen met ons en naast ons, maar ook voor ons: plaatsvervangend, in onze plaats. Hij droeg het lijden dat niemand van ons kan dragen, het lijden waaraan wij allemaal zouden bezwijken, wat ons echt de kop zou kosten, namelijk: de straf over ons zonden, Gods rechtvaardige woede daarover. Die heeft Jezus vrijwillig  op zich genomen om óns daarvan te verlossen. En om zo vergeving mogelijk te maken en de basis te leggen voor de eindoverwinning op zonde, dood en duivel.

Als je daarover nadenkt (en dat doen we in deze weken onderweg naar Goede Vrijdag en Pasen), als je daarover nadenkt,  dan word je stil. Dan snap je misschien niet waarom God nog zoveel zonde en lijden toelaat en waarom het zolang duurt voordat Hij definitief ingrijpt, maar dan weet je tegelijkertijd: ook als snap ik God niet helemaal, ik kan Hem wel vertrouwen. Ik kan God wél vertrouwen, als ik kijk naar de weg die Jezus voor ons is gegaan, als we beseffen hoeveel Hij voor ons heeft overgehad. Dan weet je: Hij is goed en uiteindelijk zal Hij het ook helemaal goed maken.
En ondertussen… ondertussen wil Hij zelfs alle dingen laten meewerken ten goede voor degenen die Hem liefhebben (Rom. 8:28).

Het lijden in ons leven en het lijden in de wereld hoeft ons dus niet te laten twijfelen aan Gods goedheid. Kijk naar Jezus: de weg die Hij wilde gaan helpt ons om God te vertrouwen, ook al snappen we Gods wegen niet helemaal.
Zoals het meisje in de film zei: met zo’n God erbij gaat het  - hoe dan ook - goed komen. Misschien niet altijd ‘hier en nu’, maar dan in ieder geval ‘daar en straks’.
Om het met Paulus te zeggen: we mogen er zeker van zijn dat het lijden van de tegenwoordige tijd (waaronder wij vaak zuchten) uiteindelijk niet zal opwegen tegen de grote heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden (Rom.8:18).

Vertrouw erop: God is goed. En uiteindelijk zal God recht doen en alle dingen nieuw maken! Daar zorgt Jezus voor. Amen.


Zegen        Ga heen in vrede, gedragen door de zegen van de Heer:
        
NBV:
Moge de HEER ons zegenen en ons beschermen,
moge de HEER het licht van zijn gelaat over ons doen schijnen en ons genadig zijn,
moge de HEER ons zijn gelaat toewenden en ons vrede geven.

BGT:
De Heer zal jullie gelukkig maken en jullie beschermen.
De Heer zal bij jullie zijn en voor jullie zorgen.
De Heer zal aan jullie denken en jullie vrede geven.

ESV:
May the Lord bless you and keep you;
May the Lord make his face to shine upon you and be gracious to you;
May the Lord lift up his countenance  upon you and give you peace.


Ten slotte, een verhaal dat ik tegenkwam in de voorbereiding en jullie niet wil onthouden:

Daar staan ze dan, met z’n honderdduizenden. En allemaal komen ze hun beklag doen bij God. Ze vinden het niet eerlijk. En daarom hebben ze een brief geschreven aan God met de volgende boodschap:  
God, U zit daar al eeuwen hoog en droog, veilig in de hemel, maar wij leven in een verdorven wereld. Hoe kunt U al die ellende die wij moeten ondergaan toelaten? Waarom grijpt U niet in, U bent toch zo machtig? U bent toch liefde? Wat weet U eigenlijk van het leven op de aarde?

God had hun bericht begrepen en de mensen mochten komen om met Hem te praten over de inhoud van hun brief. En nu staan ze daar… voor de troon van God. Sommigen die gekomen zijn, kijken gespannen om zich heen wat er precies gaat gebeuren. Maar allemaal weten ze waarom ze gekomen zijn; om God eens duidelijk te maken hoe het precies allemaal zit.

Iedereen die gekomen is, heeft een aanklacht tegen God.
Er stapt een man naar voren en gaat voor God staan: Hij laat de liktekens op z’n rug zien. ‘Ze hebben me geslagen en een mes in m’n rug gestoken. Weet U waarom, God? Alleen omdat ik zwart ben.’
Dan komt er een vrouw naar voren, stroopt haar mouwen op en laat een getatoeëerd nummer op haar arm zien. Ze zegt: ‘Dit is mijn nummer in het concentratiekamp wat ik overleefd heb, maar vele anderen niet.’
Er stapt een jonge man in vuile oude kleren naar voren: ‘Ik moet op straat leven, heb geen geld en moet bedelen voor een stuk brood. Waarom doet U daar niets aan?’

Bij elke aanklacht die gehoord wordt, voelen de mensen zich steeds sterker staan tegenover God. Het zelfvertrouwen van de mensen voor hun zaak stijgt en stijgt, tot iemand roept:
‘Weet U God, U zou eigenlijk veroordeeld moeten worden om als mens op de aarde te leven en te werken.’

Dol enthousiast zijn de mensen voor dit idee.
‘Laat Hij dan een Jood zijn’, roept een vrouw.
‘En laat er dan twijfel over bestaan wie eigenlijk zijn vader is’, roept iemand anders.
‘Laat het land waarin Hij woont, overheerst worden door een buitenlandse onderdrukker.’
‘Laat Hem zo spreken en handelen dat velen zich van Hem afkeren en Hem haten.’
‘Laat Hem goed doen en toch veel tegenstanders krijgen.’
‘Laat Hem verraden worden door een van zijn vrienden.’
‘Laat Hem door iedereen (zelfs zijn beste vrienden) verlaten worden.’
‘Laat Hem op valse gronden beschuldigd worden en een oneerlijke proces krijgen.’
‘Laat Hem zwaar mishandelen, als een misdadiger, ook al is Hij onschuldig.’
‘Laat Hem een vreselijke dood sterven: bijvoorbeeld aan een kruis.’
‘Ja’, roepen de mensen, ‘kruisig Hem, kruisig Hem.’

Plotseling wordt het stil… doodstil… iedereen zwijgt. Opeens zien ze het allemaal. Opeens zien ze wie er eigenlijk op die troon van God zit.
Het is Jezus Christus, de Zoon van God, die mens werd zoals wij. Hij weet als geen ander hoe het is om op aarde te leven en daar te moeten lijden. Hij heeft ondergaan wat wij mensen ondergaan en… nog veel méér dan dat.

Zou je daar niet heel stil van worden?


BIBLE READINGS AND SERMON OUTLINE        Sunday 28 February 2016


Bible readings (as basis for the sermon):      Hebrews 2:8-10, 2:14-18, 4:14-16
                         (19th book of New Testament, 58th book of the Bible)

God has put everything in subjection under Jesus’ feet. Now in putting everything in subjection to Jesus, he left nothing outside his control. At present, we do not yet see everything in subjection to him. But we see him who for a little while was made lower than the angels, namely Jesus, crowned with glory and honor because of the suffering of death, so that by the grace of God he might taste death for everyone.

We are people of flesh and blood. This is why Jesus became one of us. He died to destroy the devil, who had power over death. But he also died to rescue all of us who live each day in fear of dying. Jesus clearly did not come to help angels, but he did come to help Abraham's descendants. He had to be one of us, so he could serve God as our merciful and faithful high priest and sacrifice himself for the forgiveness of our sins. And now that Jesus has suffered and was tempted, he can help anyone else who is tempted.

We have a great high priest, who has gone into heaven, and he is Jesus the Son of God. This is why we must hold fast our confession. Jesus understands every weakness of ours, because he was tempted in every way that we are. But he did not sin! So whenever we are in need, we should come bravely before the throne of our merciful God. There we will be treated with undeserved grace, and we will find help.

Short sermon outline

The theme of the service of this  morning is: Is God really good, when there is so much suffering in the world?
Firstly we have to say: much suffering in our world is caused by humans (or not solved by us, although we have the means for it) or a consequence of the fall (when men fell into sin by being disobedient to God, the world became broken and many things are therefore not anymore the way God intended). So we cannot blame God for that. We (humans) are to blame. See this cartoon:


Secondly we have to say: God didn’t stay on a distance, but He came to us (in Jesus) to share in our suffering (to suffer with us) and even to suffer for us: his whole life Jesus has suffered, but especially on the cross, where he died for our sins to reconcile us with God and make forgiveness possible.
Jesus knows what we go through when we suffer: He has suffered even more than we, so that He can help us, when we are having a hard time. Jesus understands us, because He himself has been in the same position, although he was innocent (not guilty of sin, like we).
Thirdly we have to say: maybe we cannot fully understand God’s way in allowing sin and suffering for so long, but what we can do is trust Him. Looking at Jesus we can trust that God is good and that He will eventually stop suffering (and other negative consequences of sin).
What we have to do is trust Him (even when we do not fully understand Him). Jesus will make a way. He understands us and will help us. With all our troubles and difficulties we may come to Him (in prayer) and we will receive comfort and help. One day we will see that Jesus is King
and his Kingdom will come in its fullness: then there will no longer be trouble, tears, complaint and death. Jesus will make everything new! In that hope and belief we can bear suffering.
Hamid, I tried to copy the Bible reading in Farsi via the site:
https://www.wordproject.org/bibles/fa/43/6.htm#0

Maybe this site can help you with the translation.
Can you check if this is all right?
(the sermon you have to translate yourself)

Hebrews is the 19th Book of the New Testament, 58th Book of the Bible.
Chapter 2: verses 8-10, 14-18
Chapter 4: verses 14-16  

8 همه‌چیز را زیر پایهای او نهادی. پس چون همه‌چیز را مطیع او گردانید، هیچ چیز را نگذاشت که مطیع او نباشد. لکن الآن هنوز نمی‌بینیم که همه‌چیز مطیع وی شده باشد.
9 امّا او را که اندکی از فرشتگان کمتر شد می‌بینیم، یعنی عیسی را که به زحمت موت، تاج جلال و اکرام بر سر وی نهاده شد تا به فیض خدا برای همه ذائقهٔ موت را بچشد.
10 زیرا او را که بخاطر وی همه و از وی همه‌چیز می‌باشد، چون فرزندان بسیار را وارد جلال می‌گرداند، شایسته بود که رئیس نجاتِ ایشان را به دردها کامل گرداند.

14 پس چون فرزندان در خون و جسم شراکت دارند، او نیز همچنان در این هر دو شریک شد تا بوساطت موت، صاحب قدرت موت، یعنی ابلیس، را تباه سازد؛
15 و آنانی را که از ترس موت، تمام عمر خود گرفتار بندگی می‌بودند، آزاد گرداند.
16 زیرا که در حقیقت فرشتگان را دستگیری نمی‌نماید، بلکه نسل ابراهیم را دستگیری می‌نماید.
17 از این جهت می‌بایست در هر امری مشابه برادران خود شود تا در امور خدا رئیس کَهَنَه‌ای کریم و امین شده، کفّارهٔٔ گناهان قوم را بکند.
18 زیرا که چون خود عذاب کشیده، تجربه دید استطاعت دارد که تجربه‌شدگان را اعانت فرماید.

 

 

14 پس چون رئیس کَهَنَهٔ عظیمی داریم که از آسمانها درگذشته است، یعنی عیسی، پسر خدا، اعتراف خود را محکم بداریم.
15 زیرا رئیس کهنه‌ای نداریم که نتواند همدرد ضعفهای ما بشود، بلکه آزموده شده در هر چیز به مثال ما، بدون گناه.
16 پس با دلیری نزدیک به تخت فیض بیاییم تا رحمت بیابیم و فیضی را حاصل کنیم که در وقت ضرورت [ما را] اعانت کند.