LogoHG


INLEIDING

Ik wil het thema van vanmiddag even inleiden met een vraag aan u. Als je nou kijkt naar onze geloofsbelijdenis, de 12 artikelen, welke 2 artikelen hebben dan vooral met Pasen te maken? Allereerst natuurlijk het 5e artikel: over Jezus die op de derde dag is opgestaan uit de doden. Dat is hét artikel over Pasen.


Maar daarnaast ook het 11e artikel: ik geloof de opstanding van het lichaam (de opstanding des vleses, of zoals N-C zegt: de opstanding van de doden). Ook dat artikel heeft alles met Pasen te maken!

Verband tussen opstanding van Christus en opstanding der doden

Het geloof in de opstanding van ons lichaam (in de toekomst) hangt onlosmakelijk samen met Jezus’ lichamelijke opstanding (in het verleden). Het 11e artikel zou er niet zijn zonder het 5e artikel. Als Jezus niet zou zijn opgestaan, dan zouden wij geen enkele reden hebben om te geloven in de toekomstige opstanding van de doden. Maar juist omdat Jezus uit de doden is opgestaan, geloven we dat ooit elk mens uit de dood zal opstaan.

Dat is ook precies wat Paulus zegt: “Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt”. Want: “Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen”.
Zoals Jezus is opgestaan, zullen ook wij ooit opstaan! Zijn opstanding is de garantie van onze opstanding! Jezus is als het ware een soort proto-type: Hij is de eerste van de doden die onvergankelijk is opgewekt, maar in zijn spoor zullen ooit alle doden lichamelijk opstaan.

Voordat we daar verder over gaan lezen en nadenken, vragen we nu eerst om de verlichting met Gods Geest.

PREEK

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Vanmiddag staan we in het bijzonder stil bij de opstanding der doden. Vanaf het allereerste begin heeft de christelijke kerk het geloof daarin beleden, ook al ging dat helemaal in tegen de heersende opvattingen.
Misschien aardig om ’s te lezen wat een van onze belijdenisgeschriften (de Heidelbergse Catechismus uit de 16e eeuw) erover zegt: zondag 17 /  vraag 45 (over Jezus’ opstanding) en zondag 22 / vraag 57 (over de opstanding van ons lichaam).
(…)
Als christenen geloven we dat we lichamelijk de eeuwigheid ingaan, met een onvergankelijk nieuw lichaam, vergelijkbaar met het opstandingslichaam van onze Heer. En dat is een lichaam dat niet meer stuk kan: dat wordt niet meer ziek en dat gaat niet meer dood. Een lichaam gemaakt voor de eeuwigheid.

Verschil tussen de tijdelijke ‘tussentoestand’ (tussen sterven en opstanding) en de eeuwige toestand (na de opstanding)

Als christenen maken we echter ook een onderscheid tussen enerzijds de tijdelijke toestand waarin we verkeren na het sterven en anderzijds de eeuwige toestand waarin we zullen verkeren na de opstanding. Anders gezegd: er is een tijdelijke ‘tussentoestand’ tussen onze lichamelijke dood en onze lichamelijke opstanding en er is een eeuwige toestand na onze lichamelijke opstanding.

    voor wie leeft en sterft in verbondenheid met Christus
Allen die in verbondenheid met Christus leven en sterven mogen weten dat ze na het sterven met Christus zullen zijn. Zoals Jezus zei tegen de bekeerde misdadiger aan het kruis: “heden zult gij met Mij in het paradijs zijn” (Luc. 23:43). Of zoals Paulus zei: “ik verlang heen te gaan (te sterven) en met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste” (Fill. 1:23) of “wij begeren ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen” (2Kor. 5:8).
Onze tijdelijke aardse tent wordt dan verwisseld voor een eeuwig huis: een gebouw van God in de hemel (2Kor.5:1). We verhuizen als het ware uit ons aardse lichaam en nemen onze intrek bij de Here (2Kor.5:8). Na een verblijf op aarde, ‘in den vreemde’ (het aardse buitenland), komen we dan thuis bij de Here (2Kor.5:6,9).
Dat alles duidt op een bewuste en actief beleefde toestand; het is dus geen onbewuste of passieve ‘zielenslaap’ waarbij we niets ervaren. Integendeel.

In ons alledaagse spraakgebruik noemen we de plaats waar gelovigen heen gaan na hun sterven vaak: de hemel.  De Bijbel gebruikt die term ‘hemel’ echter niet of nauwelijks voor onze toestand na het sterven, maar spreekt vooral over ‘met/bij de Heer zijn’.
Is het dan fout om dat de hemel te noemen? Nou, op zich niet, want de hemel is immers de plaats waar de Heer is. Als we maar in de gaten houden dat ‘de hemel’ niet onze eindbestemming is en dat het in de hemel vooral om de Heer gaat.
De Bijbel spreekt slechts heel summier over de ‘tussentoestand’ (tussen sterven en opstanding), maar veel uitbundiger over wat daarna komt.

Dat wil niet zeggen dat die tussentoestand niet heerlijk is. Dat ‘met Christus zijn’ is iets om echt naar uit te zien! Immers, Paulus noemt dat ‘verreweg het beste’. Maar…     
‘De hemel’ is niet ons eindstation; het is slechts een ‘tussentoestand’. Want allen die in Christus ontslapen zijn na hun sterven weliswaar bij Christus, maar ze zijn daar (ook nog) in afwachting van de opstanding ten leven. Pas bij die lichamelijke opstanding is Gods werk aan ons voltooid.
We zijn lichamelijk geschapen en we zullen ook lichamelijk ‘herschapen’ worden en de eeuwigheid ingaan. Daarom maken we onderscheid tussen een tussentoestand (waarbij ons oude lichaam in het graf is) en een eeuwige toestand (waarbij ons nieuwe lichaam onvergankelijk is opgewekt). Daarom kunnen we ook zeggen: niet (wat wij vaak noemen) ‘de hemel’ is onze definitieve bestemming, maar de nieuwe hemel en de nieuwe áarde.

Of wij in de ‘tussentoestand’ (tussen sterven en opstanding) met of zonder lichaam zullen zijn is een punt van discussie. De Heidelsbergse Catechismus spreekt erover dat onze ziel dan bij Christus is, daarmee implicerend dat we dan ‘lichaamloos’ zijn.
Er zijn echter ook uitleggers die stellen dat we na ons sterven direct het ‘geestelijk lichaam’ (hemels lichaam) krijgen waarover Paulus spreekt in 1Kor.15:40-49. Paulus zou dan in 2Kor.5 dat ‘geestelijk lichaam’ bedoelen als hij spreekt over ‘een eeuwig huis, een gebouw van God in de hemel’ (als tegenpool van ons aardse lichaam, dat hij vergelijkt met een tijdelijke tent).
Dat geestelijke lichaam zouden we dan dus al bij ons sterven (en niet pas bij Jezus’ wederkomst) ontvangen. Bij Jezus’ wederkomst zal dat geestelijke lichaam dan lichamelijk opgewekt en ‘voltooid’ worden (1Kor.15:44).

    voor wie weigert te leven en sterven in verbondenheid met Christus
Tot nu toe heb ik slechts gesproken over hoe het zit met christenen: mensen die in geloof en verbondenheid met Christus leven en sterven. Maar er is natuurlijk ook een andere kant: mensen die weigeren in verbondenheid met Christus te leven en te sterven. Zij komen na hun sterven ook in een tussentoestand, maar dan zonder Christus, namelijk het dodenrijk. Ze zijn daar ook in afwachting van de opstanding, maar dat is (waarschijnlijk) niet de opstanding ten leven, maar de opstanding ten oordeel. Dus: niet alleen de rechtvaardigen zullen opstaan, maar ook de onrechtvaardigen. Alleen hun bestemming is totaal anders… In tegenstelling tot gelovigen kunnen ongelovigen (of in ieder geval degenen die vijandig tegenover God en Jezus staan) géén positieve verwachting ontlenen aan de opstanding.
De opstanding der doden is tweeledig: ten leven en ten oordeel

Zo zijn we weer terug bij de opstanding der doden. Als we de Bijbel goed lezen, komen we er achter dat de opstanding der doden een tweeledig gebeuren is. Luister wat Jezus zegt: “Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar mijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben tot de opstanding ten oordeel” (Joh. 5:28-29).
Luister ook wat Paulus zegt: “ik hoop van God dat er - in lijn met Wet en Profeten -   een opstanding van rechtvaardigen en onrechtvaardigen zal zijn” (Hand. 24:15).
Er is dus enerzijds een opstanding ten leven en anderzijds een opstanding ten oordeel. De opstanding der doden valt dus in 2 soorten uiteen: enerzijds een opstanding van rechtvaardigen en anderzijds een opstanding van onrechtvaardigen.


De opstanding der doden is niet gelijktijdig: er is een rang- en volgorde

Ik weet niet hoe dat bij u is, maar ik heb altijd gedacht dat de opstanding der doden gelijktijdig (op het zelfde moment) plaats zou vinden. Alle doden worden tegelijk opgewekt om geoordeeld te worden. Dat was het beeld wat ik er altijd van had. Maar als we de Bijbel goed lezen, moeten we waarschijnlijk tot een andere conclusie komen.
Luister maar naar Paulus in 1 Kor. 15: “Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben.” (v22-24).

Bij de opstanding is er blijkbaar een rangorde: een volgorde die afhangt van iemands hoedanigheid. De opstanding vindt plaats in verschillende groepen, op verschillende momenten. Ieder op zijn beurt: Christus als eerste, vervolgens degenen die Hem toebehoren / die van Hem zijn (bij Zijn komst) en daarna de overige doden (wanneer Christus alle machten onttroond heeft en het koningschap aan de Vader overdraagt).

Het 1e opstandingsmoment heeft al plaatsgevonden: bijna 2000 jaar geleden stond Christus op uit de doden. Het 2e en 3e opstandingsmoment moeten nog plaatsvinden, namelijk:
- bij Jezus’ komst zullen allen die van Hem zijn / allen die Hem toebehoren opstaan: dat is blijkbaar de opstanding ten leven. De overige doden (diegenen die Jezus niet toebehoren) zullen dan nog niet opstaan.
- de opstanding van deze ‘overige doden’ zal pas later (aan het einde van de tijd) plaatsvinden, wanneer Christus alle machten onttroond zal hebben en het koningschap aan de Vader overdraagt: dat is blijkbaar de opstanding ten oordeel.
Dit zou dan het oordeel voor de grote witte troon zijn, zoals beschreven in Openbaring 21, vanaf vers 11. De overige doden worden daar geoordeeld naar hun werken, zoals beschreven in de boeken. Beslissend is of ze in het boek des levens staan.


Verband met Openbaring 20 en Christus’ heerschappij

Als we alleen 1 Korintiërs 15 lezen, is deze rangorde/volgorde misschien nog niet zo duidelijk af te leiden, maar als we Openbaring 20 ernaast lezen, dan vallen dingen op hun plaats. Ook daar is namelijk (naast de opstanding van Christus) sprake van 2 verschillende opstandingen: een eerste opstanding (ten leven) van mensen die bij Jezus horen en een latere opstanding (ten oordeel) van de overige doden.
Tussen beide opstandingsmomenten ligt het duizendjarig rijk, waarin Christus met de zijnen regeert. Vele uitleggers geloven dat dit het Messiaanse Vrederijk is wat reeds in het OT werd beloofd.
Hoe het ook precies zij, Paulus zegt: Christus moet als koning heersen, totdat Hij iedere vijand onttroond en vernietigd heeft (v25).  Denk aan de vaak geciteerde Psalm 110:1: “Aldus luidt het woord des HEREN tot mijn Here: Zet u aan mijn rechterhand, totdat ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten”.

Pas dán zal Jezus de macht weer overgeven aan de Vader, als Hij alle heerschappij en alle macht en kracht onttroond zal hebben. Als alle vijanden overwonnen zijn: de boze machten van duivel, demonen en dood. Ja, de laatste vijand die onttroond wordt is de dood, zegt Paulus (v26). Dat klopt ook weer precies met wat we in Openbaring 19 en 20 lezen: eerst worden het beest en de valse profeet in de vuurpoel geworpen (19:20), daarna de duivel  (20:10) en als laatste ook de dood en het dodenrijk (20:14).
Op dat moment heeft Christus alle vijanden definitief onderworpen (zie Psalm 8:7). Dan is Zijn opdracht voltooid en draagt Hij de macht die Hij van de Vader kreeg (bij Zijn hemelvaart) weer vrijwillig over aan Vader, opdat God zij alles in allen (v28).


Toepassing

Misschien is het goed om nu even pas op de plaats te maken. Om even samen te vatten en ons af te vragen: wat hebben we geleerd, wat hebben we eraan dat te weten en wat doen we ermee?
We hebben gezien dat de opstanding der doden tweeledig is en verschillende momenten kent: je kunt opstaan ten leven en je kunt opstaan ten oordeel. Bepalend is of je geleefd hebt en gestorven bent in verbondenheid met Christus. Hoe zit dat bij ons? Zijn wij van Christus? Is dat onze enige troost in leven en sterven: dat we zijn eigendom zijn? Behoor je Hem toe door het geloof? Dan mag je het weten: dat je zult opstaan bij Zijn komst en deel zult hebben aan Zijn heerlijke toekomst.   
Of ben je iemand die geen deel heeft aan Christus? Ga je Jezus uit de weg? Heb je geen boodschap aan Zijn dood en opstanding? Bekeer je dan alsnog tot Hem en stel je vertrouwen op Hem, want anders zul je er niet bij zijn als Hij komt. Dan zul je geen deelhebben aan de opstanding ten leven en aan Gods toekomst. O ja, je zult wel opstaan, maar (waarschijnlijk) pas bij de opstanding ten oordeel. Dat is een opstanding zonder hoop en zonder perspectief, uitlopend op een voortbestaan buiten de lichtkring van God.


Hoop en uitzicht voor wie gelooft

Maar wie in Christus gelooft en met Hem leeft, heeft wél hoop en uitzicht. Zelfs door de dood heen! Hoop voor jezelf, maar ook voor allen die in Christus ontslapen zijn. Daarmee bedoelt Paulus de gelovigen die ons zijn voorgegaan: zij zijn gestorven en mogen nu al met Christus zijn, in afwachting van de opstanding op de jongste dag.
Dat zij niet meer onder ons zijn, daarover kunnen en mogen we bedroefd zijn, maar we hoeven niet bedroefd te zijn als mensen die geen hoop hebben. Door onze droefheid heen, mag er hoop zijn: immers, God zal hen door Christus terugbrengen met Hem, bij Zijn wederkomst.


De opstanding bij Jezus’ wederkomst

Bij Jezus’ wederkomst zullen zij, die in Christus gestorven zijn, het eerst opstaan en daarna zullen de dan nog levende gelovigen samen met hen op de wolken worden weggevoerd, de Heer tegemoet in de lucht. Dit alles zal gebeuren in een zeer korte tijd: in een oogwenk, in een ondeelbaar ogenblik.


Bij Jezus’ wederkomst zijn er dus twee groepen gelovigen: 1) de overleden gelovigen worden onvergankelijk opgewekt en 2) de dan nog levende gelovigen zullen veranderd worden en (zonder eerst te sterven) direct hun opstandingslichaam krijgen.
Beiden samen zullen opgenomen worden en in de lucht verenigd worden: met elkaar en met de Heer. Dit alles gebeurt razendsnel en duurt niet langer dan de knippering van een oog. Het gaat hier dus om niets minder dan een wonder van God: zó overwint God de dood voor allen die van Christus zijn en zó zullen wij altijd met de Heer wezen.

Niet dat alle vragen hiermee beantwoord zijn: onduidelijk blijft hier nog of de Heer met Zijn opgewekte gemeente eerst terugkeert naar de hemel of dat de gemeente haar Heer direct begeleidt naar de aarde (als een soort geleide, zoals een vorst indertijd een geleide kreeg die hem al buiten de stad verwelkomde en begeleidde tot zijn aankomst in de stad). Die vraag laten we vanmiddag maar rusten. Van meer belang is wat Paulus zegt: zó zullen wij altijd bij de Heer wezen.
Zó, dat wil zeggen: lichamelijk, met ons opstandingslichaam: onvergankelijk en onsterfelijk, klaar voor de eeuwigheid, eternity-proof. Zó, dat wil ook zeggen: samen met hen die ons in geloof voorgingen.

Met deze woorden mogen we elkaar troosten en bemoedigen: er komt een reünie van gelovigen: met elkaar, maar bovenal met Christus zelf. De gemeenschap met Christus wordt door de dood niet opgeheven, maar gaat door: tot over de grenzen van de dood, totdat de dood definitief is overwonnen.
In die hoop kunnen we leven én sterven. Die hoop zet ons leven en sterven in een ander, in een lichter perspectief. Die hoop is er alleen dankzij de dood en opstanding van Christus. Aan het kruis en bij het open graf is de basis gelegd voor de uiteindelijke vernietiging van de dood. In beginsel is de dood overwonnen, maar de overwinning zal voor de gelovigen haar voltooiing krijgen bij Jezus’ wederkomst.

Daarom zeggen wij: lof zij Christus tot in eeuwigheid en Maranatha, kom Heer Jezus!
Amen.